Weer thuis na een (kleine) gynaecologische operatie

Behandeling

Nazorg en leefregels 

Inleiding

U gaat weer naar huis of u bent al thuis na uw operatie. Voor een vlot herstel is het belangrijk om het thuis de eerste weken rustig aan doen. Op deze pagina staan leefregels. Wij adviseren u deze leefregels in acht te nemen.

Het gaat hier om nazorg en leefregels na:

  • Curettage (schoonschrapen van de baarmoeder)

  • Ingrepen via laparoscopie (kijkbuisoperaties)

  • Prolaps-chirurgie (operaties voor het opheffen van verzakkingen)

  • Operaties voor het opheffen van stressincontinentie (ongedaan maken van ongewild urineverlies bij inspanning)

Hulp thuis

Tijdens, maar ook na uw ziekenhuisverblijf moet het huishouden door kunnen draaien. Het is verstandig om in deze periode hulp in huis te hebben, van uw partner, kinderen, andere familieleden of vrienden.

Licht huishoudelijk werk kunt u na 1 á 2 weken weer hervatten.

Bewegen

Adviezen voor de eerste drie tot vier weken na de operatie

  • Maak geen rek- en strekbewegingen zoals ramen zemen, was ophangen, bed opmaken, stofzuigen.

  • Als u moet bukken, ga dan door uw knieën.

  • Niet te zwaar tillen zoals emmers water, vuilniszakken, kinderen.

  • Beperk het traplopen. U mag wel boven slapen als u dat gewend bent.

  • U mag niet zwemmen.

  • U mag wel kortdurend in bad zonder badschuim. Bij langdurig baden kan het litteken verweken en is er kans op infectie.

  • Wanneer u zin heeft om een stukje te gaan wandelen, bedenk dan dat u de afstand die u heenloopt ook weer terug moet lopen.

  • U mag de eerste zes weken geen buikspieroefeningen doen.

Fietsen/autorijden

Het fietsen wordt de eerste drie tot vier weken afgeraden in verband met eventuele plotselinge bewegingen.

Wat betreft het autorijden, is het beter dat u de eerste vier weken niet zelf autorijdt. Dit in verband met het rekken van de wond bij achterom kijken, verminderde buikspierkracht en mogelijk verminderde concentratie en conditie.

Gevolgen van de operatie

Complicaties

Bij iedere operatie is er sprake van enig risico. Er kan bijvoorbeeld een infectie aan de wond of in de blaas optreden of een onverwachte bloeding of trombose.

Vaginaal bloedverlies

Na een ingreep, zoals een curettage, of een operatie om verzakkingsproblematiek op te heffen kunt u direct nadien nog wat bloedverlies hebben.

Bij operaties om verzakkingsproblematiek op te heffen, kunt u ook na enkele weken opnieuw wat bloedverlies hebben als de inwendige hechtingen gaan oplossen.

Bij buitensporig bloedverlies of andere problemen gerelateerd aan de ingreep, zoals pijn of koorts, moet u contact opnemen ( zie telefoonnummers aan het einde van deze brochure ).

Menstruatie

Als u voor de operatie de overgang nog niet gepasseerd was en bij de ingreep de baarmoeder en/of eierstokken niet zijn verwijderd, zal uw normale cyclus weer op gang komen.

In die situatie moet u de eerste zes weken geen tampons gebruiken en mag u geen gemeenschap hebben. Dit om het gevaar van infectie te voorkomen. U mag die weken ook niet zwemmen. Als u voor de operatie al wel de overgang gepasseerd bent, menstrueert u niet meer.

Als u nog wel menstrueerde, en uw baarmoeder wordt tijdens de operatie verwijderd, dan zult u daarna niet meer menstrueren. Als u voor de operatie nog niet in de overgang was, kunnen nu toch overgangsklachten optreden (als beide eierstokken zijn verwijderd): overmatig transpireren, opvliegers, depressieve buien.

Dit komt omdat er geen hormonen (oestrogeen, progesteron) meer worden geproduceerd. De gynaecoloog kan zo nodig hormoonvervangende medicijnen (oestrogenen) voorschrijven.

Seksualiteit

De verandering en beleving van seksualiteit na deze operatie is voor iedere vrouw verschillend. Vooral de zin in vrijen kan een langere periode verminderd of afwezig zijn. Intimiteit, genegenheid en knuffelen zijn in deze periode erg belangrijk. Geslachtsgemeenschap is medisch gezien na ongeveer zes weken weer mogelijk. Als de wond is genezen, is er voor u en uw partner geen enkel risico aan verbonden. Emotioneel kan het enkele maanden duren voordat u weer plezier beleeft aan vrijen. Het is belangrijk hierover met uw partner te praten. Ook deze zal in het begin onzeker zijn. Het orgasme kan anders zijn dan voor de operatie, vooral als u tijdens een orgasme de baarmoeder voelde samentrekken. Mochten er problemen op seksueel gebied ontstaan, dan kunt u deze altijd met uw behandelend gynaecoloog of huisarts bespreken.

Herstel en verwerking

Veel patiënten voelen zich aan het eind van de opname al een stuk opgeknapt. Eenmaal thuis kan dit soms nog wat tegenvallen, omdat hier meer van u wordt verwacht. Meestal komen nu ook emoties los. Dit is niet vreemd. U hebt immers een operatie ondergaan. Het herstel thuis vraagt nog wat tijd. Zorg voor voldoende rust, ga bijvoorbeeld ‘s middags een uurtje naar bed. Uw lichamelijke conditie zal geleidelijk verbeteren. Het is niet precies te zeggen wanneer u de normale werkzaamheden kunt hervatten. Extra rust, ontspanning en goede zorg zijn voorlopig erg belangrijk voor u. Een goede lichamelijke en psychische conditie bevorderen het herstel na de operatie.

Werkhervatting

Vraagt u zich af of uw aandoening of behandeling consequenties heeft voor het uitoefenen van uw werk. Overleg dan met uw specialist. Zo wordt duidelijk of u (tijdelijk) beperkingen heeft en zo ja, welke. De bedrijfsarts begeleidt de terugkeer naar uw werk. Daarom is het belangrijk dat uw bedrijfsarts op de hoogte is van uw aandoening of behandeling. Afspraken over uw werk zullen vaak soepeler verlopen als u de bedrijfsarts al vóór de ingreep informeert. U kunt een gesprek voeren met uw bedrijfsarts op het arbeidsomstandighedenspreekuur van de arbodienst van het bedrijf of de organisatie waar u werkt. Om uw privacy te beschermen is uw toestemming nodig voor eventueel overleg tussen uw specialist en uw bedrijfsarts.

Vragen

Heeft u nog vragen, stel deze gerust aan uw gynaecoloog of verpleegkundige.

Bij problemen, de eerste 24 uur na thuiskomst kunt u bellen. Tijdens kantooruren met de polikliniek gynaecologie, telefoon 024 - 365 82 45.

’s Avonds en in het weekend naar afdeling C14, telefoon 024 – 365 78 80.

Na de eerste 24 uur kunt u contact opnemen met de eigen huisarts of met de huisartsenpost, tenzij anders afgesproken.

Verhindering

Bent u voor een afspraak in het ziekenhuis onverhoopt verhinderd, laat dit dan zo snel mogelijk weten op de afdeling en/of de polikliniek gynaecologie.

G370Laatst bijgewerkt op 22 januari 2026

Inhoudsopgave