Inleiding
De behandelend arts of de verpleegkundige heeft met u gesproken over het toepassen van vrijheidsbeperkende interventies bij uzelf, uw familielid of uw naaste. Deze pagina bevat meer informatie over het toepassen van vrijheidsbeperkende interventies en het geven van toestemming daarvoor. Als u na het lezen van deze pagina vragen heeft, bespreek die dan met de verpleegkundige van de afdeling of de arts.
Waarom en wanneer vrijheidsbeperkende interventies?
Toepassen van vrijheidsbeperkende interventies kan verschillende redenen hebben:
Het gedrag (verwijderen van infuus of katheter) belemmert het herstel of staat de behandeling in de weg.
Veiligheid van zichzelf/omgeving. Bijvoorbeeld: leefregels vergeten, vallen waardoor er een risico is op complicaties.
Agressief gedrag (tegenover anderen).
Het besluit tot het toepassen van vrijheidsbeperkende interventies wordt zorgvuldig genomen. Er wordt eerst geprobeerd worden om het toepassen hiervan te voorkomen. Het is namelijk zeer belastend voor alle betrokkenen. Het wordt dan ook gezien als een laatste noodmaatregel. Als er tot het toepassen van vrijheidsbeperkende interventie wordt overgegaan, dan is dit besloten en besproken door de behandelend arts, patiënt/familie en medewerker die getraind zijn voor deze maatregel. Het wordt toegepast volgens een nauwkeurig vastgelegde werkwijze, CWZ heeft hiervoor een protocol.
We proberen in een zo vroeg mogelijk stadium in te schatten of er een risico is op de noodzaak om vrijheidsbeperkende interventies toe te passen. Bij een verhoogd risico wordt er met patiënt en/of diens familie overlegd ten aanzien van inzet van alternatieven. Pas als de alternatieven geen effect hebben, overlegt de verpleegkundige met de arts.
De arts geeft toestemming voor de toepassing van vrijheidsbeperkende interventie, als het risico niet anders kan worden afgewend. Ook vindt er overleg plaats met de familie. Als zich een noodsituatie voordoet, dan vindt het overleg tussen de arts en de verpleegkundige achteraf plaats. Ook de familie wordt dan op een later tijdstip ingelicht.
Van een noodsituatie is sprake als een patiënt een direct gevaar vormt voor zichzelf of zijn omgeving, en het niet mogelijk is om het gevaar op een andere wijze af te wenden. Bij de inzet van vrijheidsbeperkende interventies wordt altijd de minst ingrijpende maatregel gekozen. Na afloop van de vrijheidsbeperkende interventie vindt altijd een evaluatie plaats.
Risico’s en controles
We streven altijd naar een zo kort mogelijk duur van vrijheidsbeperking. Het kan ook leiden tot risico’s, daar wordt dan ook extra aandacht aan besteed.
Zo is er bijvoorbeeld extra aandacht voor:
toiletbezoek;
voldoende opname vocht en voeding;
voorkomen van verwondingen;
voorkomen van doorligwonden (decubitus).
Familie
Het kan een emotionele gebeurtenis zijn om uw familielid/naasten te zien wanneer er een vrijheidsbeperkende interventie is toegepast. De verpleegkundige zal regelmatig contact met u hebben over het effect van de vrijheidsbeperkende interventie. En ook of die onderbroken kan worden als u op bezoek bent bij uw familielid. De verpleegkundige observeert hoe de patiënt reageert op het bezoek bij eventuele onderbreking van de vrijheidsbeperkende interventie.
Soms kan bezoek onrust veroorzaken, dit kan zich uiten in roepen/overmatig bewegen. Dit kan het gevolg zijn van bijvoorbeeld te veel prikkels. Het is dan goed om het bezoek te beperken, bijvoorbeeld niet te lang en maximaal twee personen per keer. Soms neemt de onrust duidelijk af wanneer er bezoek is: in zo’n situatie vragen wij de familie om langer te blijven, soms ook ’s avonds en ’s nachts. Dan hoeven we minder of geen vrijheidsbeperkende interventies toe te passen.
Heeft u nog vragen?
Als u nog vragen of opmerkingen heeft na het lezen van deze pagina, kunt u terecht bij de verpleegkundige/arts op de verpleegafdeling.
Contact
- Geriatrie
G313Laatst bijgewerkt op 2 februari 2026

