Voedselprovocatietest

Onderzoek

Informatie voor ouders

Inleiding

Er is bij uw kind verdenking van een voedselallergie, daarbij is door uw kinderarts over een voedselprovocatietest gesproken. Hier leest u uitleg over voedselallergie en de provocatietest zoals die in CWZ wordt gedaan.

Sommige kinderen kunnen bepaalde voedingsmiddelen niet verdragen. Ze kunnen daarvoor intolerant zijn of een allergie hebben. Een allergie wordt in de geneeskunde gebruikt om een bijzonder type overgevoeligheidsreactie te beschrijven. Bij een allergie is sprake van antistoffen (IgE) tegen allergenen, zoals: voedingsmiddelen of huisstofmijt of pollen én een reactie op deze allergenen. Deze IgE-antistoffen kunnen ook aangetoond worden bij kinderen die het voedingsmiddel wel verdragen en er tolerant voor zijn, dan is er dus geen sprake van allergie.

Een allergische reactie op voedingsmiddelen kan leiden tot verschillende klachten, zoals zwelling, galbulten, eczeem, astmatische klachten, maag- en darmklachten tot zelfs ernstige shock (anafylaxie). De ervaring leert dat het niet eenvoudig is om te bepalen welke voedingsmiddelen nu werkelijk tot klachten leiden. Dit leidt er vaak toe dat veilige voedingsmiddelen worden gemeden en soms strenge diëten worden gevolgd die kunnen leiden tot voedingstekorten. Wanneer er wel sprake is van een allergie blijkt het vaak moeilijk om het middel nauwkeurig te mijden. Het is dus belangrijk om duidelijkheid te krijgen over welke middelen een allergie veroorzaken en welke middelen uw kind moet vermijden.

Voedselprovocatie

Helaas laat laboratoriumonderzoek ons in de steek bij het vaststellen van een voedselallergie. Aanwezigheid van specifiek IgE zegt alleen dat een reactie tegen een bepaald voedingsmiddel kan optreden, maar niet dat die reactie zal optreden. De enige manier om duidelijkheid te krijgen is een provocatie met het voedingsmiddel onder gecontroleerde omstandigheden.

Kinderen met een allergie zullen tijdens de provocatietest opnieuw de allergische klachten krijgen. Een belangrijk principe is dat een allergische reactie op een bepaald voedingsmiddel bij hetzelfde kind steeds hetzelfde verloopt: als een kind op een voedingsmiddel reageert met galbulten zal hij bij de volgende blootstelling aan dit voedingsmiddel op dezelfde manier reageren.

Dubbelblinde placebogecontroleerde voedselprovocatie

De meest betrouwbare manier van een voedselprovocatie is de dubbelblinde voedselprovocatie. Op twee verschillende dagen krijgt het kind testvoeding aangeboden. Op een van de twee dagen zit het verdachte voedingsmiddel verborgen in de testvoeding, op de andere testdag niet. Op het moment van testen weet niemand die bij de test betrokken is op welke dag het verdachte voedingsmiddel wordt gegeven. Zowel de patiënt als de arts en verpleegkundige zijn ‘blind’ hiervoor. Hierdoor kan zonder vooroordeel naar de reactie worden gekeken. Pas enkele dagen na de twee testdagen wordt door de diëtiste de code gebroken en kunnen we bekijken of er inderdaad alleen klachten waren op de dag dat het verdachte voedingsmiddel is gegeven.

Risico’s en nadelen

Het doel van het provocatieonderzoek is duidelijk maken of een voedingsmiddel veilig gebruikt kan worden of tot allergische klachten leidt. In dat laatste geval zal tijdens de test een reactie optreden. Hoewel er veel aandacht is besteed aan het veilig verrichten van de test door heel geringe aanvangshoeveelheden, is er toch kans dat er een uitgebreide reactie optreedt. Dit is dan ook reden dat de test in het ziekenhuis plaatsvindt en er voorzorgsmaatregelen worden genomen om optredende klachten zo goed mogelijk op te vangen. Daarnaast is het onderzoek tijdrovend, omdat het twee keer ruim tot in de middag duurt. Wij verzoeken u alleen met het kind te komen wat de testen krijgt, in verband met de drukte op de afdeling.

Praktische gang van zaken

Als u met uw kinderarts bent overeengekomen dat er een dubbelblinde voedselprovocatie zal plaatsvinden, vindt er eerst een consult plaats bij de diëtist. Zij bekijkt of er toch sporen van het verdachte voedingsmiddel in de voeding zitten en of de voeding volwaardig is. Bovendien kan zij advies geven over het mijden van voedingsmiddelen. Daarna wordt de test gepland op twee dagen met minimaal één week ertussen.

3 dagen voorafgaand aan de testdagen mogen geen anti-allergiemedicijnen gebruikt worden. Voorbeelden van deze middelen zijn: Zyrtec, Cetirizine, Aerius, Xyzal. De overige medicatie kan wel gebruikt worden.

  • Wanneer het kind klachten heeft, ziek is of salbutamol-puffs heeft gebruikt in de week voor de test kunt u het beste telefonisch contact opnemen met uw kinderarts of de test wel door kan gaan (via de polikliniek, telefoonnummer: 024 365 82 20).

  • De ochtend van de test kan een klein ontbijt gegeten worden. Houdt u hierbij rekening met de hoeveelheid die het kind tijdens de stapjes moet eten of drinken.

  • De test vindt plaats op de kinderafdeling (A24), telefoonnummer: 024 365 79 50.

  • Het kind wordt nagekeken en er worden een aantal vragen gesteld.

  • Vervolgens wordt in kleine stapjes met een afgesproken tijdsinterval ertussen testvoeding aangeboden. Van belang is dat alle bijzonderheden die zich voordoen worden gemeld aan de verpleegkundige. Afhankelijk van de klachten wordt de test gestopt, wordt een teststap herhaald of wordt de test voortgezet.

  • Als alle stappen doorlopen zijn en er geen klachten zijn, mag het kind 2 uur na de laatste stap naar huis.

  • Als er wel klachten zijn, wordt hiernaar gehandeld en mag uw kind naar huis als het stabiel is. Vaak is dat 2 tot 6 uur na de reactie.

  • De tweede testdag verloopt op dezelfde manier.

Adviezen voor thuis na de testdag

  • Als uw kind thuis een reactie krijgt, kunt u allergiemedicijnen geven.

  • Hebben zich thuis nog bijzonderheden voorgedaan? Neem dan de dag na de test contact op met de polikliniek kindergeneeskunde.

Uitslag van de test

Na dag 2 wordt de test besproken in het voedselprovocatie-overleg en wordt de uitslag vastgesteld. Uw kinderarts of verpleegkundige bespreekt deze met u, evenals het advies ten aanzien van het voedingsmiddel.

Meestal geeft de dubbelblinde provocatie een duidelijke uitslag, soms is deze twijfelachtig. Dit kan voorkomen als de reactie onduidelijk is of anders dan de bekende reactie van het kind. Het advies kan dan zijn dat de test herhaald moet worden. Omdat veel kinderen in de loop van de jaren tolerant worden voor voedingsmiddelen waar ze eerder wel allergisch op reageerden, is het ook bij een positieve testuitslag zinvol de test na enige tijd (bijvoorbeeld een jaar) te herhalen. Bij een negatieve test kan het voedingsmiddel geïntroduceerd worden. Hiervoor krijgt u een schema.

Vragen

Heeft u naar aanleiding van deze informatie nog vragen? Neem dan gerust contact op met uw kinderarts. U kunt hiervoor bellen met de polikliniek kindergeneeskunde, telefoonnummer: 024 365 82 20.

Voedselprovocatietest CWZ Zorgapp

Lees alles over het onderzoek in de gratis CWZ Zorgapp. U ontvangt ook meldingen als er belangrijke informatie voor u klaarstaat.

Altijd goed voorbereid met de CWZ Zorgapp:

  • Alle informatie die u nodig heeft bij elkaar in één app.

  • U heeft altijd en overal de informatie bij de hand.

  • De informatie is overzichtelijk en altijd up-to-date.

CWZ Zorgapp

Hoe downloadt u de CWZ Zorgapp?

  • Ga naar de pagina ‘CWZ Zorgapp’ om de app te downloaden (App Store of Google Play) en zoek naar: ‘Patient journey’.

  • Klik op de afbeelding en download de app. Open daarna de app.

  • Kies ‘Sta toe’. U ontvangt nu berichten als bepaalde informatie belangrijk is voor u.

  • Zoek naar ‘CWZ Zorgapp’. Klik hierop.

  • Kies ‘Kindergeneeskunde’ en selecteer ‘Voedselprovocatietest’.

  • Klik op de knop ‘Start’.

G521

Inhoudsopgave