Inleiding
Zwangerschapsdiabetes is een vorm van diabetes die ontstaat tijdens de zwangerschap. Bij diabetes is de bloedglucose (= bloedsuiker) verhoogd. Daarom ontvangt u deze informatie.
Wat is glucose?
Glucose wordt normaal gesproken aan het lichaam geleverd door koolhydraten uit de voeding. Koolhydraten zijn grofweg in te delen in zetmeel en suiker. Zetmeel is een relatief langzame koolhydraat die in het lichaam wordt omgezet in glucose. Zetmeel komt voor in voedingsmiddelen als brood, aardappelen, rijst, pasta, crackers en peulvruchten. Snelle suikers (korte keten koolhydraten) worden relatief snel opgenomen in het lichaam en zullen de bloedglucose sneller laten stijgen.
Snelle suikers komen in verschillende voedingsmiddelen voor:
Als vruchtensuiker in fruit en vruchtensappen
Als melksuiker in melk en melkproducten
Als suiker in snoep, frisdrank, gebak, koek, honing en suiker uit de suikerpot
Het is niet de bedoeling dat u al deze producten weg laat uit uw voeding. Voor een goede groei van uw kind is het namelijk erg belangrijk dat u een volwaardige basisvoeding binnenkrijgt en daarbij hoort ook fruit en zuivel. Verdeel uw voeding zoveel mogelijk over de dag (6-7 eetmomenten) en zorg voor een gelijkmatige verdeling van koolhydraten over de verschillende eetmomenten.
De rol van het hormoon insuline
De cellen kunnen alleen glucose opnemen met behulp van het hormoon insuline. Insuline werkt eigenlijk als een sleutel: het opent de deuren van de lichaamscellen zodat de glucose naar binnen kan gaan. Insuline wordt in de alvleesklier gemaakt. In een normale situatie zorgt het lichaam er automatisch voor dat er genoeg insuline is om de glucose uit het bloed in de cellen te krijgen.
Tijdens de zwangerschap produceert de placenta een aantal hormonen, die het hormoon insuline tegenwerken. Hierdoor is de behoefte aan insuline in de zwangerschap groter. Als het lichaam niet aan de stijgende insulinebehoefte kan voldoen, ontstaan verhoogde bloedglucoses en daarmee zwangerschapsdiabetes.
Na de bevalling verdwijnt deze verhoogde insulinebehoefte meestal. Bij een eventuele volgende zwangerschap bestaat er een verhoogde kans op het opnieuw ontwikkelen van zwangerschapsdiabetes. Ook heeft iemand die zwangerschapsdiabetes heeft gehad een verhoogde kans op het ontwikkelen van diabetes mellitus type 2.
De gevolgen voor het kind en voor de zwangerschap
Een voortdurende verhoging van de bloedglucose of een "af en toe" verhoogde bloedglucose betekent dat het kind via de placenta teveel glucose ontvangt. De alvleesklier van het kind probeert de eigen bloedglucose normaal te houden en gaat extra insuline afgeven. Daardoor wordt er extra glucose in de weefsels van het kind gebracht en omgezet in vet. Dat is ook de reden dat kinderen van moeders met zwangerschapsdiabetes bij de geboorte vaak groot en zwaar zijn. Is tijdens de zwangerschap de diabetes goed geregeld (dus is de bloedglucosespiegel genormaliseerd) dan is het geboortegewicht meestal niet zo hoog.
Het kind wordt na de geboorte de eerste 24 uur extra goed in de gaten gehouden omdat het een te lage bloedglucose (hypoglycemie) kan krijgen. De alvleesklier van het kind moet er namelijk aan wennen dat het afgeven van veel insuline nu niet meer nodig is, omdat er geen extra glucose van de moeder meer komt.
Dit kunt u doen om uw bloedglucose niet onnodig hoog te laten worden
Bij zwangerschapsdiabetes wordt gestreefd naar een normale of zo normaal mogelijke bloedglucosespiegel:
Nuchtere bloedglucose waarde van < 5.3 mmol/l
Bloedglucose 2 uur na de maaltijd < 6.7 mmol/l.
Als u nagaat wat u eet en drinkt, ontdekt u dat in heel veel voedingsmiddelen koolhydraten zitten.
Onderstaande hoeveelheden worden geadviseerd binnen de Richtlijnen Goede Voeding voor zwangere vrouwen.
Let op! Dit is een algemene richtlijn. Individuele verschillen zijn mogelijk.
Volkorenbrood: 4-7 sneetjes per dag
Aardappelen, zilvervliesrijst, volkoren pasta of peulvruchten: 4-5 stuks/ opscheplepels
Groenten: minimaal 5 opscheplepels (minimaal 250 gram)
Fruit: 2 stuks (200 gram)
Zuivel: 2-3 porties (450ml) melkproducten en 40 gram kaas (2 plakken)
Vlees(waren), vis, ei en vleesvervanger: 1 portie (100-125 gram) onbereid gewicht
Halvarine, (dieet)margarine, vloeibare bak- en braadproducten: 40-50 gram (5 gram per sneetje brood)
Dagelijks 1 klein handje ongezouten, ongesuikerde noten (25 gram)
Dranken: 1,5-2,0 liter per dag (inclusief zuivel)
Om te voorkomen dat uw bloedglucose na de maaltijd te hoog wordt, is het belangrijk om niet teveel koolhydraten in een keer te gebruiken. Daarom is het verstandig om elke dag niet alleen 3 hoofdmaaltijden te eten, maar ook 3 tot 4 keer iets tussendoor. Daardoor worden de koolhydraten beter verdeeld over de dag.
Snelle suikers, vooral in vloeibare vorm, laten de bloedglucose snel stijgen. Daarom is het goed om op het volgende te letten:
Gebruik geen suiker in koffie of thee. U kunt suiker eventueel vervangen door zoetstof. Zoetstoffen zijn ook tijdens de zwangerschap niet schadelijk. Voor alle zoetstoffen geldt dat u er niet meer van binnen mag krijgen dan de Aanvaardbare Dagelijkse Inname (ADI). Meer informatie op de website van het Voedingscentrum.
Gebruik géén gewone frisdrank, (light) vruchtensap, limonadesiroop enzovoorts.
Light/zero frisdrank (zoals sinas-light, cassis-light of bronwater met een smaakje) en siroop met 0% suiker zijn wel toegestaan. De voorkeur gaat altijd uit naar water of thee.
Eet niet meer dan 2 porties fruit per dag.
Eet zo min mogelijk snoep, koek, chips, gebak enzovoorts.
U kunt in plaats hiervan bijvoorbeeld een volkoren cracker, een volkoren boterham, groenten (bijvoorbeeld komkommer, tomaatjes, worteltjes etc.) of fruit (maximaal 2 per dag) bij de koffie/thee eten.
Eet zo min mogelijk zoet beleg op brood. Als u toch zoet beleg wilt eten, doe dit dan dun en op maximaal 1 snee brood per maaltijd.
Eet of drink geen melkproducten met toegevoegde suikers zoals vla, vruchtenyoghurt, vruchtenkwark en chocolademelk.
Ongezoete melkproducten (gewone melk, yoghurt, kwark) en melkproducten gezoet met zoetstoffen zijn wel toegestaan.
Overig
Advies over supplementen: gebruik tot de 10e week van de zwangerschap 400µg foliumzuur en tijdens de gehele zwangerschap 10µg vitamine D.
Er zijn video’s beschikbaar over voeding bij zwangerschapsdiabetes op www.dieetvideo.nlhttp://www.dieetvideo.nl
Meer informatie over voeding tijdens zwangerschap kunt u vinden op: www.voedingscentrum.nlhttp://www.voedingscentrum.nl
“Zwangerschapsdiabetes & dagelijkse kost”, zowel in het Nederlands als met een Turkse of Marokkaans Arabische voice-over.
Heeft u vragen?
Bij vragen en/of onduidelijkheden kunt u van maandag tot en met vrijdag tussen 8.30 uur en 16.30 uur contact opnemen met de afdeling diëtetiek.
Telefoonnummer: 024 365 85 59.
G650Laatst bijgewerkt op 23 januari 2026

