Inleiding
Als u COPD heeft is het belangrijk dat u een gezond lichaamsgewicht heeft. Op deze pagina staat beschreven wat u zelf kunt doen, door de juiste voeding te nemen.
Wat is COPD?
COPD is de afkorting van de Engelse term chronic obstructive pulmonary disease. Het is een verzamelnaam voor de longaandoeningen chronische bronchitis en longemfyseem. Deze longaandoeningen zijn niet te genezen en geven verschillende klachten, zoals: kortademigheid, vermoeidheid en chronisch hoesten met opgeven van slijm. Welke klachten iemand met COPD heeft, ligt aan het stadium van de aandoening. Er zijn vier stadia, waarbij stadium 1 staat voor lichte COPD en stadium 4 voor zeer ernstige COPD.
COPD-klachten en de behandeling met bepaalde medicijnen kunnen invloed hebben op de behoefte aan energie en de inname van voedsel.
COPD en lichaamsgewicht
Een goed lichaamsgewicht is belangrijk voor uw gezondheid. Een goed lichaamsgewicht wordt weergegeven in BMI. Dat is de afkorting voor de Engelse term Body Mass Index. Deze maat geeft de verhouding weer tussen het lichaamsgewicht en de lichaamslengte. BMI = gewicht/lengte2. U kunt uw BMI zelf berekenen: deel uw gewicht (in kilo’s) door uw lengte (in meters). Deel deze uitkomst nogmaals door uw lengte. U kunt uw BMI ook berekenen via de website van het voedingscentrum (www.voedingscentrum.nl/nl/bmi-meterhttp://www.voedingscentrum.nl/nl/bmi-meter).
Overgewicht
Uit onderzoek blijkt dat mensen met COPD met een goede BMI minder kans hebben op infecties en ziekenhuisopnames. Als u een BMI heeft boven de 30 raden wij u aan om af te vallen onder begeleiding van een diëtist.
Ondergewicht
Bent u jonger dan 65 jaar en heeft u COPD, dan spreken we bij een BMI onder de 21 van ondergewicht.
Bent u ouder dan 65 jaar en heeft u COPD, dan spreken we van ondergewicht bij een BMI onder de 24.
Wij raden u aan om te controleren of uw gewicht stabiel blijft. Weeg uzelf daarom één keer per week of één keer per twee weken. Wij raden u aan om bij ondergewicht begeleiding van een diëtist op te starten
De rol van voeding bij COPD
Voor mensen met COPD is het erg belangrijk dat ze genoeg eten en dat ze goede voeding binnen krijgen.
Als u COPD heeft, kunt u onbedoeld afvallen of ondergewicht krijgen. Ondergewicht krijgt u als u minder eet dan uw lichaam nodig heeft. U loopt dan ook een risico op ondervoeding: dat is een tekort aan energie en/of voedingsstoffen. Bij COPD verbruikt het lichaam extra veel energie, omdat het vecht tegen de ontstekingen in uw longen en omdat ademhalen meer energie kost. Als u afvalt, verliest u ook spiermassa. Niet alleen de spieren van de armen en de benen worden zwakker, maar ook de ademhalingsspieren. Het is dan ook heel belangrijk om op gewicht te blijven of te komen. Zo kunt u de achteruitgang van de ademhalingsspieren beperken.
Hierna leest u welke voedingsmiddelen belangrijk zijn als u COPD heeft.
Eiwitten
Bij COPD spelen voornamelijk eiwitten een belangrijke rol. Eiwitten zijn bouwstoffen van ons lichaam en zorgen voor de opbouw van lichaamsweefsels zoals (ademhalings)spieren, organen en bloed. Eiwitten zijn belangrijk voor het genezen van wonden. In combinatie met beweging zijn eiwitten ook belangrijk voor het behouden en weer opbouwen van uw spierkracht en conditie.
Er zijn twee soorten eiwitten: dierlijke en plantaardige eiwitten:
Dierlijke eiwitten zitten in vlees(waren), vis, kip, ei, kaas en zuivelproducten.
Plantaardige eiwitten zitten in vegetarische vleesvervangers, peulvruchten (bijvoorbeeld: kikkererwten, linzen, bonen, kapucijners, spliterwten), brood, plantaardige zuivelproducten en noten. Plantaardige eiwitten hebben een lagere kwaliteit dan dierlijke. Wie geen of minder dierlijke eiwitten binnenkrijgt, heeft daarom wat meer eiwitten nodig.
Het advies volgens de Schijf van Vijf van het Voedingscentrum is om minder dierlijke producten te eten en vaker te kiezen voor plantaardige producten. Dit is goed voor uw gezondheid en het milieu.
Zuivel kan vervangen worden door producten op basis van soja met toegevoegd calcium, vitamine B12 en B2. In andere zuivelvervangers, bijvoorbeeld op basis van haver, rijst of kokos, zitten niet genoeg eiwitten.
In de tabellen hieronder ziet u voorbeelden van de gemiddelde hoeveelheden eiwit per portie in dierlijke producten en in plantaardige producten. Vraag aan uw diëtist hoeveel gram eiwitten u nodig heeft.
Product | Gemiddelde hoeveelheid eiwit per portie |
Dierlijke eiwitten |
|
Gevogelte, zoals kip (100 gram onbereid product) | 25 gram |
Vis (100 gram onbereid product) | 20 gram |
Rund- of varkensvlees (100 gram onbereid product) | 18 gram |
Kwark (150 ml) | 10 gram |
Ei (per stuk) | 6 gram |
(Karne)melk, pap, yoghurt (150 ml) | 5-6 gram |
Kaas (20 gram per snee brood) | 5 gram |
Drinkontbijt (150 ml) | 3 gram |
Vla (150 ml) | 3 gram |
Vleeswaren (15 gram per snee brood) | 2 gram |
Bron: Voedingscentrum
Plantaardige eiwitten | Gemiddelde hoeveelheid eiwit per portie |
Vleesvervangers, zoals Quorn (100 gram onbereid product) | 12-14 gram |
Tempé, tahoe, tofu (75 gram bereid product) | 9 gram |
(Ongezouten) noten, pinda’s (25 gram = een handje) | 5-6 gram |
Peulvruchten (60 gram = een opscheplepel, bereid product) | 5 gram |
Zuivelvervangend sojaproduct (150 ml) | 5 gram |
100% Pindakaas, 100% notenpasta’s (20 gram per snee brood) | 4-5 gram |
Pitten, zaden (15 gram = een eetlepel) | 3-4 gram |
Brood (35 gram per snee) | 3 gram |
Pasta (45 gram = een opscheplepel, bereid product) | 2-3 gram |
Rijst (60 gram = een opscheplepel, bereid product) | 2 gram |
Aardappelen (100 gram = een opscheplepel, bereid product) | 2 gram |
Bron: Voedingscentrum
Energie (calorieën)
Calorieën zijn de brandstof voor ons lichaam. Hoeveel energie u nodig heeft, hangt onder andere af van uw lengte, gewicht, leeftijd, activiteit en ziekte. Door de ziekte kunt u bijvoorbeeld minder zin hebben in eten of sneller vol zitten. Als het doel is om aan te komen in gewicht, dan is het de bedoeling dat u meer energie inneemt dan u verbruikt. U kunt bijvoorbeeld volvette producten gebruiken om meer energie binnen te krijgen.
U eet dan tijdelijk meer dan de Schijf van Vijf adviseert. Soms kan een eerste doel zijn om op gewicht te blijven. Uiteindelijk zal daardoor uw conditie verbeteren en zult u zich minder slap en moe voelen. Als u uw doel heeft gehaald, eet dan weer volgens de Schijf van Vijf.
Calcium en vitamine D
Mensen met COPD hebben een verhoogd risico op botontkalking (osteoporose). Hierdoor is de kans op botbreuken hoger. Om dit risico kleiner te maken is het belangrijk dat uw voldoende calcium binnenkrijgt.
Zeker als u Prednison gebruikt, is het belangrijk dat u voldoende calcium binnenkrijgt. Het medicijn Prednison is een corticosteroïd, dat er onder andere voor zorgt dat infecties en ontstekingen worden onderdrukt. Bij mensen met COPD wordt Prednison vaak gegeven in de vorm van een stootkuur of onderhoudsdosering. Prednison heeft onder andere als bijwerking dat het zorgt voor uitscheiding van calcium (kalk) uit de botten. Dit zorgt voor poreuze botten, of botontkalking (osteoporose). Om dit proces tegen te gaan, is het belangrijk dat uw voeding voldoende calcium bevat.
Bij langdurig Prednison-gebruik zal uw arts ook bot-beschermende medicijnen met calcium voorschrijven. Ook beweging is heel belangrijk, want als u minder lichamelijk actief bent, wordt de kans op botontkalking groter.
Calciumrijke voedingsmiddelen zijn: melk, melkproducten, zuivelvervangers met toegevoegd calcium (bijvoorbeeld sojadrink), kaas, groente, noten en peulvruchten. Zie het overzicht ‘aanbevolen dagelijkse hoeveelheden voor volwassenen’ dat u heeft meegekregen. Met deze hoeveelheden krijgt u dagelijks voldoende calcium binnen.
Het is ook belangrijk om voldoende vitamine D binnen te krijgen. Dat is belangrijk voor een goede opname van calcium in het lichaam. Het lichaam kan vitamine D zelf in de huid aanmaken, onder invloed van de ultraviolette straling uit daglicht. Het is dus belangrijk dat u voldoende buiten komt. Het advies volgens het voedingscentrum is om in het voorjaar, de zomer en het najaar elke dag een kwartier tot een half uur tussen 11.00 uur en 15.00 uur met in ieder geval je hoofd en handen onbedekt in de zon te zijn. Maar dit is niet voor iedereen, en onder alle omstandigheden, genoeg.
Vitamine-D-rijke voedingsmiddelen zijn: vette vis, eieren, vlees, volle melkproducten. Vitamine D wordt toegevoegd aan halvarine, margarine en bak- en braadproducten.
Let op: In olijfolie, zonnebloemolie en andere soorten olie zit geen vitamine D.
Voor onder andere deze doelgroepen wordt een supplement van 10 microgram vitamine D per dag aanbevolen:
Mensen tussen de 4 en 70 jaar met een donkere huidskleur, of die een sluier dragen.
Vrouwen vanaf 50 jaar.
Voor deze doelgroepen wordt een supplement van 20 microgram vitamine D per dag aanbevolen:
Mensen die botontkalking hebben of in een verzorgings- of verpleeghuis wonen.
Vrouwen en mannen vanaf 70 jaar.
Vitamine-D-supplementen kunt u kopen bij de apotheek of bij de drogist en worden niet vergoed. Als u bot-beschermende medicatie heeft, zit hier mogelijk al calcium en/of vitamine D in. Vraag dit na bij uw arts.
Overige tips en adviezen
Algemene adviezen bij een verminderde eetlust
Verdeel de maaltijden over de dag. Probeer ongeveer 6 keer per dag te eten.
Eet niet te grote porties.
Zorg voor variatie in kleur en wissel koude en warme gerechten met elkaar af.
Wissel af tussen zoete, zure, zoute en bittere producten.
Eet met aandacht, kauw goed en neem de tijd om te eten.
Drink genoeg over de hele dag: gemiddeld 1,5 tot 2 liter.
Bekijk de flyer voor voorbeelden van dranken, maaltijden en tussendoortjes die u kunt nemen. Plak deze op uw koelkast of bewaar deze goed op een andere plek.
Dranken
In koffie, thee, water en bouillon zitten geen eiwitten en geen energie. Kies liever voor bijvoorbeeld (volle) melkproducten, proteïnewater of plantaardige zuivelvervangers op basis van soja.
Dranken waar geen eiwitten in zitten maar waar wel energie in zit zijn bijvoorbeeld: limonade, frisdranken, vruchtensappen en plantaardige zuivelvervangers op basis van bijvoorbeeld haver, rijst of kokos.
Broodmaaltijd en broodvervangers
Kies voor brood, beschuit, knäckebröd, notenbrood, harde of zachte bolletjes of tosti’s. Kies het liefst voor volkoren- of tarweproducten.
Kies voor de afwisseling voor een croissant*, rozijnen- of krentenbrood*, suikerbrood*, pannenkoeken* of poffertjes*.
Deze producten kunnen eiwitrijk gemaakt worden door eiwitrijk beleg te gebruiken.
Kies voor de afwisseling voor een saucijzen-, worsten- of kaasbroodje.
Besmeer het brood ruim met (dieet)margarine* of roomboter*.
Beleg het brood ruim met eiwitrijk beleg:
(smeer)kaas
salade (zoals eier-, kip-, vissalade)
zuivelspread
vleesvervangers zoals vegetarische paté
vleeswaren, paté
gebakken vis, vis uit blik, gerookte vis
knakworstjes
(100%) pindakaas, (100%) notenpasta of pinda-hazelnoot-cacao-pasta
ragout of kroket
eiergerechten (gebakken, gekookt, geroerd)
hummus
Kies voor de afwisseling eens avocado* of fruit* op brood.
Neem (plantaardige) zuivel zoals: havermout-, Brinta®-, rijstebloem-, griesmeel-, rijstepap, vla, yoghurt, drinkontbijt.
Neem het liefst de volle en/of eiwit-verrijkte varianten zoals IJslandse yoghurt/kwark (bijvoorbeeld Skyr®) of producten van Melkunie Protein®/Melkunie Breaker High Protein®. U kunt deze gerechten verder verrijken met bijvoorbeeld gemengde noten.
Denk ook eens aan toevoegingen* zoals muesli/cruesli, cornflakes, wafels, lange vingers, puddingsaus, slagroom, suiker, honing, (vruchten)hagelslag, chocoladevlokken of fruit(moes).
Kies voor de afwisseling voor een maaltijdsoep op basis van peulvruchten, zoals: spliterwten, (bruine) bonen of linzen. Of soep met vlees, kip of vis.
Kies voor de afwisseling voor een saladeschotel op basis van rundvlees, vis of ei, of een huzarensalade.
Een maaltijdsalade kan ook de broodmaaltijd vervangen. Voeg hier bijvoorbeeld gerookte kip, hamblokjes, kaas, vis, ei, peulvruchten, vegetarische vleesvervangers en/of noten en zaden aan toe. Of voeg avocado* of (olijf)olie* toe voor meer energie.
*In deze producten zit veel energie, maar weinig eiwit.
Warme maaltijd
Het is belangrijk om elke dag een warme maaltijd te eten. In een warme maaltijd zitten meestal meer calorieën en eiwitten dan in een broodmaaltijd of een tussendoortje.
Aardappelen*, rijst, pasta
In plaats van gekookte aardappelen kunt u ook gebakken aardappelen, frites, aardappelpuree of stamppot nemen. Voeg hieraan bijvoorbeeld een extra klontje (dieet)margarine*, roomboter* of een scheutje (volle) melk of room* toe. Het is ook lekker om noten, zaden, blokjes kaas of uitgebakken spekjes toe te voegen aan de stamppot.
Wissel aardappelen af met (zilvervlies)rijst, pasta, gnocchi, couscous, bulgur, mie(hoen), taco’s, wraps of peulvruchten. Gebruik het liefst volkorenproducten.
U kunt ook pasta’s en rijst nemen op basis van peulvruchten zoals kikkererwten en linzen. In deze pasta-/rijstsoorten zit meer eiwit dan in ‘normale’ pasta/rijst.
Groente
In peulvruchten (zoals: witte bonen, bruine bonen, kidneybonen, spliterwten, kikkererwten en linzen) zitten veel eiwitten en meer calorieën dan in veel groenten.
Gekookte groente geeft een minder vol gevoel dan rauwe groente.
U kunt gekookte groente verrijken met een extra klontje (dieet)margarine*, roomboter* of met een sausje. Lees meer onder het kopje ‘Jus, saus’.
Vlees, vis, kip en vleesvervangers
Neem het liefst iedere dag een eiwitcomponent bij de warme maaltijd, zoals: vlees, vis, kip, een vleesvervanger op basis van tahoe, tempé, soja of peulvruchten. Of neem noten, eieren en/of kaas als vervanging.
Soms kan warm, gebraden vlees u tegenstaan. U kunt vlees ook op een andere manier eten, bijvoorbeeld: koud, gebraden vlees, vlees in dunne plakjes (bijvoorbeeld gehakt) of rolletjes vleeswaar, vlees van de grill, ragout met vlees of een vleessalade.
Jus*, saus*
Gebonden jus of saus geeft extra energie aan de maaltijd. U kunt beide nog verder verrijken met een klontje (dieet)margarine*, roomboter*, crème fraîche* of (kook)room*.
* In deze producten zit veel energie, maar weinig eiwit.
Maaltijdvervangers
Neem als vervanger van de warme maaltijd ook eens maaltijdsoep, brood, broodvervanger, maaltijdsalade zoals beschreven bij ‘Broodmaaltijd en broodvervangers’.
Tussendoortjes
Een extra broodmaaltijd of broodvervanger, zoals beschreven bij ‘Broodmaaltijd en broodvervangers’.
Rauwkost (zoals tomaatjes, wortel, komkommer) gecombineerd met een eiwitrijke dip, zoals: hummus, zuivelspread, heksenkaas.
Een gekookt ei, blokje kaas, stukje worst of plakje vleeswaren uit het vuistje.
Een handje (ongezouten) noten of pinda’s.
Een handje studenten- of elitehaver.
Een noten- of pindareep.
Vis, zoals: haring, zalm, makreel, witvis, paling.
Frituur- of ovensnacks op basis van vlees, kaas of een vegetarische vleesvervanger.
Ontbijtkoek* ruim besmeerd met (dieet)margarine* of roomboter*.
Gebak*, chips* of koek.
Een mueslireep*
Speciale energie- en eiwit-verrijkte producten. Deze zijn te koop in de supermarkt. Voorbeelden zijn: Bouwsteentje® (eiwitrijke petitfour = klein gebakje) en Easy-to-Eat® (eiwitrijk tussendoortje of nagerecht). Er zijn ook andere eiwit-verrijkte producten te koop, zoals brood, koeken en (sport)repen.
*In deze producten zit veel energie, maar weinig eiwit.
Praktische tips bij problemen met eten
Bij slijmvorming in de mond:
Het slijm dat u van melkproducten in uw mond krijgt, is een ander soort slijm dan het slijm dat u ophoest. Eigenlijk is het helemaal geen slijm, maar speeksel dat slijmerig aanvoelt. Dit slijmerige speeksel kunt u laten verdwijnen door een slokje water, vruchtensap of frisdrank te nemen nadat u een melkproduct heeft genomen.
Zure melkproducten zoals karnemelk, yoghurt en zure room zorgen voor minder slijmerig speeksel dan melk.
Bij een droge mond:
Goed kauwen zorgt ervoor dat u meer speeksel aanmaakt.
Neem bij elke hap een slokje drinken.
Houd altijd iets te drinken bij de hand.
Gebruik veel jus, saus, melk, room of appelmoes om uw warme maaltijd smeuïger te maken.
Beleg uw boterhammen met een smeerbaar, zacht beleg.
Zuig op een zuurtje of een pepermuntje of neem een stukje kauwgom. Dit kan ervoor zorgen dat u meer speeksel aanmaakt.
Bij vermoeidheid:
Het is verstandig om te ontbijten voordat u zich wast en aankleedt. U heeft dan meer energie om te ontbijten en zo wordt de kans kleiner dat u het ontbijt overslaat en te weinig voedingsstoffen binnenkrijgt.
Bij de lunch en de avondmaaltijd kan het helpen om alle handelingen in stappen te verdelen. U kunt bijvoorbeeld eerder de tafel dekken, ruim voordat u gaat eten. U kunt voor de warme maaltijd eerder op de dag alles alvast snijden en/of klaarzetten. Dit kan u helpen bij het verdelen van uw energie.
Heeft u weinig tijd, bent u te moe of heeft u geen zin om te koken, neem dan een kant-en-klare (gekoelde of diepvries-)maaltijd. U kunt ook uw warme maaltijd bestellen bij een cateringbedrijf. U kunt de diëtist van CWZ vragen naar de CWZ-pagina ‘Maaltijdservice in Nijmegen’. Daarin staat een overzicht van kant-en-klaarmaaltijden en maaltijdvoorzieningen in Nijmegen en omstreken.
Diabetes mellitus
Heeft u diabetes mellitus, dan kunt u beter niet te veel ‘snelle’ suikers nemen, zoals: limonade, frisdrank en vruchtensap, of koek en snoep. Ook al zijn deze snelle suikers wel meegenomen in deze algemene richtlijn van voeding bij COPD, een energie- en eiwit-verrijkt dieet. Vraag uw diëtist om advies als u dat wilt.
Drinkvoeding en dieetproducten
Als het niet lukt om met normale voeding uw gewicht te stabiliseren of te laten toenemen kunt u beginnen met dieetproducten zoals drinkvoeding. In deze producten zit onder andere eiwit, energie, vitamines en mineralen. Ze kunnen een waardevolle aanvulling zijn op de voeding of deze zelfs vervangen. Deze producten kunt u kopen bij de apotheek of een facilitair bedrijf (dat is een medisch speciaalzaak).
De diëtist kan samen met u bepalen of extra dieetproducten nodig zijn en zo ja welke soorten het beste bij uw situatie passen. De diëtist zorgt dan voor een machtiging, zodat u de dieetproducten bij een facilitair bedrijf kunt bestellen. De kosten hiervan worden dan vergoed vanuit de basisverzekering.
Let op: de kosten voor dieetproducten gaan meestal van uw eigen risico af; dit kunt u navragen bij uw zorgverzekeraar.
Bewegen bij COPD
Het is goed om in beweging te blijven. Ook al bent u moe of kortademig. Door te bewegen houdt u uw conditie en spiermassa op peil. Alle vormen van beweging zijn goed voor het lichaam en belangrijk voor alle leeftijdsgroepen. Voeding en beweging versterken elkaars werking. Voor de beste opbouw van uw spieren neemt u kort nadat u heeft bewogen een eiwitrijk product.
Vraag uw fysiotherapeut om advies over uw beweegmogelijkheden en beweegprogramma.
Meer informatie
Meer informatie kunt u online vinden, bijvoorbeeld:
Website van het Voedingscentrum: www.voedingscentrum.nlhttp://www.voedingscentrum.nl
Website van Longfonds: www.longfonds.nlhttp://www.longfonds.nl
Informatieplatform over astma en COPD: www.luchtpunt.nlhttp://www.luchtpunt.nl
Heeft u vragen of zijn er onduidelijkheden? Neem dan contact op met de afdeling diëtetiek.
G1034Laatst bijgewerkt op 16 januari 2026

