Verwijderen van stenen in de urineleider via de plasbuis

Behandeling

Ureterorenoscopie (URS)

Inleiding

Tijdens uw bezoek aan de polikliniek urologie heeft uw behandelende (assistent) uroloog met u gesproken over de wenselijkheid of noodzaak van een operatie om stenen in de urineleider te verwijderen.

Op deze pagina kunt u thuis alles nog eens rustig doorlezen. We hebben geprobeerd voor u alle belangrijke informatie zo goed mogelijk op een rijtje te zetten.

Het is niet de bedoeling dat deze pagina de persoonlijke gesprekken met uw (assistent) uroloog vervangt. Met problemen of vragen, ook naar aanleiding van deze pagina, kunt u altijd bij hem terecht of een afspraak maken bij een van de verpleegkundigen.

Stenen in de urineleider

G538-I nieren en plasbuis met tekst.PNG

Onderzoek heeft aangetoond dat er bij u een (nier)steen in de urineleider (ureter) zit. De urineleider is een dun buisje dat tussen de nier en de blaas loopt, en zorgt voor de afvloed van urine van de nier naar de blaas. Een klein steentje in de urineleider wordt over het algemeen vanzelf uitgeplast. Maar grotere stenen, worden doorgaans niet spontaan uitgeplast en maken een ingreep nodig. Een relatief grote steen kan soms worden vergruisd en/of verwijderd door middel van een kijkoperatie. Tegenwoordig is het soms mogelijk ook stenen in de urineleider te vergruizen met een niersteenvergruizer, waarna de stukjes van de steen vanzelf uitgeplast worden. Wanneer een behandeling met de niersteenvergruizer geen resultaat heeft gehad of wanneer deze methode voor u niet geschikt lijkt, kan worden gekozen voor het verwijderen van stenen in de urineleider via de plasbuis (Ureterorenoscopie (URS)). Soms is de steen in de urineleider zo groot dat de afvoer van urine vanuit de nier gehinderd wordt. De nier raakt dan gestuwd; er blijft een te grote hoeveelheid urine in de nier die niet kan passeren. Het gevaar dreigt dat de nier op den duur minder goed zal functioneren. In dat geval wordt meestal sneller gekozen voor een Ureterorenoscopie. Ook bestaat er een groter risico op infectie wanneer de nier afgesloten is. Weer een andere reden om te besluiten tot een Ureterorenoscopie zijn koliekpijnen (heftige buikpijnaanvallen), die langere tijd bestaan.

De Ureterorenoscopie

Bij een Ureterorenoscopie brengt de (assistent) uroloog een dun kijkbuisje (de Ureterorenoscopie) via de plasbuis en blaas in de urineleider waar de steen zich bevindt (zie figuur hieronder). Wanneer de Ureterorenoscopie op de plaats van de steen is, wordt de steen verwijderd met behulp van speciale tangetjes en ‘vangnetjes’. Soms is het nodig de steen in stukjes te breken. Dit gebeurt middels een laserstraal. Ureterorenoscopie is een veilige en beproefde operatiemethode.

G538-I ureterorenoscopie met tekst.png

Voorbereiding operatie

De operatie vindt onder volledige narcose (algehele anesthesie) of een ruggenprik (regionale anesthesie) plaats. Hierover kunt u meer lezen op de pagina ‘Verdoving (anesthesie) bij volwassenen’. Voor de operatie en de anesthesie zijn meestal enige voorbereidingen noodzakelijk, dit wordt ook wel preoperatieve voorbereiding genoemd. Daarom bezoekt u het spreekuur van de anesthesioloog en heeft u aansluitend een afspraak voor een verpleegkundig intakegesprek. Deze ingreep vindt indien mogelijk plaats in dagbehandeling. In een enkel geval kan het noodzakelijk zijn dat u een nacht in het ziekenhuis verblijft. Op de pagina ‘Opname in CWZ’ kunt u algemene informatie over de opname lezen.

Als u op de dag van de operatie wordt opgenomen blijft u nuchter volgens de afspraken met de anesthesioloog en bent u eventueel gestopt met (bloedverdunnende) geneesmiddelen. Zie voor informatie de pagina ‘Verdoving (anesthesie) bij volwassenen’. U meldt zich op het afgesproken tijdstip op de verpleegafdeling urologie (C40).

Opname op de EOA

U word opgenomen op de EOA (Electieve Opname Afdeling).

De operatiedag

  • Voor de operatie krijgt u de voorbereidende medicijnen voor de anesthesie (premedicatie).

  • Wanneer u een gebitsprothese en/of contactlenzen draagt moet u deze uitdoen. Ook mag u tijdens de operatie geen sieraden/piercings dragen.

  • Tijdens de operatie draagt u een operatiejasje.

  • Een verpleegkundige rijdt u met uw bed naar de voorbereidingsruimte van de operatieafdeling. Daar krijgt u een infuus.

  • U gaat daarna naar de operatiekamer en schuift over op de operatietafel. Gedurende de operatie moeten uw benen in beensteunen liggen.

  • Voordat de anesthesioloog u de narcosemiddelen via het infuus toedient, wordt eerst de bewakingsapparatuur aangesloten. Daarna worden enkele vragen aan u gesteld.

De operatie

De kijkbuis (Ureterorenoscopie) wordt via de plasbuis en blaas door de afvoeropening van de urineleider in de blaaswand geleid tot in de urineleider. De kijkbuis wordt voortdurend met spoelvloeistof doorstroomd, wat voor verwijding van de urineleider zorgt. De (assistent) uroloog kan het instrument daardoor opschuiven tot op de steen. Soms is het mogelijk de steen met behulp van speciale instrumenten (paktangetje, vangnetje) vast te pakken en geheel te verwijderen. Het kan zijn dat de steen eerst verkleind moet worden, meestal met een laserapparaat. Daarna worden de kleine deeltjes van de steen verwijderd.

Tijdens de operatie wordt röntgendoorlichting gebruikt en er wordt ook contrastvloeistof in de urineleider gebracht om de steen beter te kunnen zien. Na verwijdering van de steen(deeltjes) wordt soms een dun slangetje achtergelaten (double J katheter) in de urine- leider om de urineafvloed te vergemakkelijken en koliekaanvallen te voorkomen. Dit slangetje wordt, zodra dat mogelijk is, in de polikliniek verwijderd.

Kort na de operatie

Na de operatie ontwaakt u op de uitslaapkamer. Als u goed wakker bent (na narcose) en als het gevoel in de benen terug begint te komen (na een ruggenprik) gaat u terug naar de verpleegafdeling C40. Daar controleert de verpleegkundige regelmatig de bloeddruk, de polsslag en de urineproductie.

Na de operatie krijgt u volgens een vast protocol pijnstillers. Het kan zijn dat u toch pijn blijft houden. U kunt dit aangeven bij de verpleegkundige. Zie hiervoor ook het kopje ‘Pijnmeting’ in de pagina ‘Verdoving (anesthesie) bij volwassenen’. De verpleegkundige zal u, in overleg met de zaalarts, aangepaste pijnstillers geven.

Direct na de operatie kan het zijn dat u een katheter heeft in de blaas. Dit is een slangetje via de plasbuis dat ervoor zorgt dat de urine uit de blaas kan lopen. U hoeft dan niet zelf te plassen. De katheter wordt meestal verwijderd als u zelf weer goed uit bed kunt komen.

Wanneer u voldoende hersteld bent, mag u dezelfde dag het ziekenhuis verlaten. Het maken van een röntgenfoto of CT-scan zal zo nodig door de (assistent) uroloog postoperatief afgesproken worden. Deze scan volgt meestal poliklinisch om te controleren of alle steenstukjes verwijderd zijn.

Wat u thuis kunt verwachten

De urine kan geruime tijd na de ingreep wat bloederig zijn. Het is ook mogelijk dat u nog wat reststeentjes uit plast, wat soms met een schrijnende pijn in de plasbuis of penis gepaard gaat. Eventuele koliekpijnen, die na de ingreep kunnen optreden, zijn meestal binnen enkele dagen verdwenen en kunnen goed worden bestreden met pijnstillers. Hiervoor krijgt u een recept mee. Als tijdens de operatie een double-J geplaatst is, gaat u met dit inwendige slangetje gewoon naar huis. Een double-J kan aandranggevoel geven en soms pijn in de flank tijdens het plassen. Als dit hinderlijk is dan kunt u hier medicijnen voor krijgen. In ongeveer 20% van de gevallen is een tweede operatie nodig om alle steenresten te verwijderen.

Werkhervatting

Vraagt u zich af of uw aandoening of behandeling consequenties heeft voor het uitoefenen van uw werk? Overleg dan met uw specialist. Zo wordt duidelijk of u (tijdelijk) beperkingen heeft en zo ja, welke. De bedrijfsarts begeleidt de terugkeer naar uw werk. Daarom is het belangrijk dat uw bedrijfsarts op de hoogte is van uw aandoening of behandeling.

Afspraken over uw werk zullen vaak soepeler verlopen als u de bedrijfsarts al vóór de ingreep informeert. U kunt een gesprek voeren met uw bedrijfsarts op het arbeidsomstandigheden-spreekuur van de arbodienst van het bedrijf of de organisatie waar u werkt. Om uw privacy te beschermen is uw toestemming nodig voor eventueel overleg tussen uw specialist en uw bedrijfsarts.

Contact opnemen

Neemt u tot de eerste poliklinische controle na ontslag uit het ziekenhuis contact op als:

  • U aanhoudende (buik)pijn heeft welke niet verdwijnt met gebruik van de voorgeschreven pijnstillers of met 4 keer per dag - om de 6 uur - 2 tabletten paracetamol van 500mg.

  • U koorts heeft boven de 38,5 graden of langer dan 24 uur vanaf 38 graden.

Tijdens kantooruren belt u de polikliniek urologie (024) 365 82 55. Buiten kantooruren belt u met de verpleegafdeling urologie (024) 365 78 00.

Controle

Volgens afspraak komt u op controle bij uw (assistent) uroloog. Enkele weken na de operatie kan het zijn dat er eerst door een röntgenfoto of CT-scan gecontroleerd wordt of alle gruis verdwenen zijn. Daarna wordt eventueel de double-J op de polikliniek verwijderd middels een ‘blaasinkijk’ (cystoscopie). Zie hiervoor de pagina ‘Blaasonderzoek/ cystoscopie). Hiervoor is geen verdoving nodig. Dit doet geen pijn.

Risico’s en complicaties

  • De Ureterorenoscopie kan niet altijd gemakkelijk in de urineleider worden gebracht. De urineleider is soms vernauwd of gekronkeld waardoor de Ureterorenoscopie niet opgeschoven kan worden. Soms raakt de wand van de urineleider beschadigd (perforatie). In dat geval wordt de ingreep meestal gestopt.

  • De spoelvloeistof die nodig is om de urineleider te verwijden, kan bij een perforatie buiten de urineleider komen. Een perforatie van de urineleider sluit meestal spontaan, maar soms is een operatie noodzakelijk om het defect te herstellen. Om de urineleider te laten herstellen wordt een double-J ingebracht.

  • De steen kan door het inbrengen van de scoop naar boven schieten de nier in. Soms is de steen dan niet terug te vinden.

  • Soms ontstaat na de operatie een urineweginfectie. Om dit te voorkomen kan tijdens en na de ingreep antibiotica worden toegediend.

  • Zelden ontstaat een vernauwing van de plasbuis (bij mannen) omdat de ingreep via de plasbuis wordt uitgevoerd.

Vragen?

Uw behandelend (assistent) uroloog bespreekt met u de verdere gang van zaken na de operatie. Als u nog vragen heeft over de operatie en de gevolgen ervan, dan kunt u deze met uw behandelend (assistent) uroloog of uw verpleegkundige bespreken.

Kunt u niet komen?

Bent u op het afgesproken tijdstip voor poliklinisch onderzoek of opname verhinderd, bel dan zo snel mogelijk de polikliniek urologie. Er kan dan nog een andere patiënt in uw plaats komen.

 

G538-ILaatst bijgewerkt op 6 februari 2026

Inhoudsopgave