Verwijderen van de prostaat met de robot
Behandeling
Robot-geassisteerde radicale prostatectomie (RARP)
Inleiding
Tijdens uw bezoek aan de polikliniek urologie heeft uw behandelend uroloog met u gesproken over de wenselijkheid of noodzaak van een prostaatverwijdering in verband met prostaatkanker.
Op deze pagina kunt u thuis alles nog eens rustig doorlezen. We hebben geprobeerd voor u alle belangrijke informatie zo goed mogelijk op een rijtje te zetten. Het is beslist niet de bedoeling dat deze pagina de persoonlijke gesprekken met uw uroloog vervangt. Met problemen of vragen, ook naar aanleiding van deze pagina, kunt u bij hem of bij de oncologieverpleegkundige/gespecialiseerd verpleegkundige van de polikliniek urologie terecht.
Samenwerking
Het Catharina Ziekenhuis Eindhoven (CZE), het Radboud Universitair Medisch Centrum (Radboudumc) en CWZ hebben een samenwerkingsverband op het gebied van prostaatkanker. Binnen dit samenwerkingsverband worden alle robot-geassisteerde prostaatoperaties op locatie CWZ verricht door urologen uit deze 3 ziekenhuizen. In CWZ staat de modernste operatierobot, de Da Vinci Xi, en is er ruime ervaring bij al het betrokken personeel van operatiekamer tot verpleegafdeling.
U wordt in principe geopereerd door een uroloog uit het ziekenhuis waar bij u ook de diagnose prostaatkanker is gesteld, tenzij anders met u is afgesproken. De urologen uit de 3 ziekenhuizen opereren met dezelfde robot en volgens dezelfde techniek. Gedurende de opname in CWZ zijn de urologen en verpleegkundigen van CWZ verantwoordelijk voor uw zorg. Voor en na de opname ligt de verantwoordelijkheid van zorg weer bij de urologen en oncologieverpleegkundige/gespecialiseerd verpleegkundige uit uw eigen ziekenhuis.
Prostaatkanker
De prostaat is een klier die erg wisselend van grootte kan zijn en zich bevindt rondom de plasbuis onder de blaas. De prostaat en de zaadblazen produceren een vloeistof, het prostaatvocht. Dit vocht komt tijdens de zaadlozing samen met het zaad (dat in de zaadbal wordt gemaakt) naar buiten en houdt de zaadcellen in leven tijdens hun tocht naar de eicel.
In Nederland worden jaarlijks meer dan 10.000 mannen met de diagnose prostaatkanker geconfronteerd, waarvan het grootste deel bij vaststelling van prostaatkanker nog geen uitzaaiingen (metastasen) heeft. Deze kwaadaardige tumor kan al voorkomen vanaf de leeftijd van 40 jaar, maar wordt meestal vastgesteld bij mannen boven de 60 jaar.
Waarom robotchirurgie?
In overleg met uw uroloog is gekozen voor een robot-geassisteerde operatie, dit is een soort kijkoperatie. Bij deze operatie gebeurt hetzelfde als bij een ‘gewone’ operatie: het wegnemen van een ziek orgaan. Bij de robot-geassisteerde operatie hoeft geen grote snee/wond in de buik gemaakt te worden. Het opereren zelf gebeurt via een televisiescherm. De chirurg zit in een kijkkast (console) en bedient de instrumenten via de robot die vlakbij de operatietafel staat.
Het robot-geassisteerde verwijderen van de prostaat heeft een aantal voordelen boven de klassieke open operatie.
Deze voordelen zijn:
vergroot driedimensionaal zicht voor de uroloog;
minder bloedverlies;
nauwkeurig kunnen hechten onder direct goed zicht;
minder pijn na de operatie;
een sneller herstel na de operatie, waardoor u minder lang in het ziekenhuis hoeft te verblijven.
Voorbereiding operatie
De operatie vindt plaats onder volledige narcose. Hierover kunt u meer lezen op de pagina ‘Verdoving (anesthesie) bij volwassenen’.
Preoperatief spreekuur anesthesioloog
Voor de operatie en de verdoving zijn voorbereidingen noodzakelijk (preoperatieve voorbereiding). Daarom bezoekt u het spreekuur van de anesthesioloog in CWZ. De anesthesioloog stemt de vorm van de verdoving zo goed mogelijk af op uw wensen en uw gezondheid.
Het gesprek duurt ongeveer een half uur en kan gecombineerd worden met een bezoek aan de polikliniek urologie (B28) waar een intakegesprek volgt met een gespecialiseerd verpleegkundige.
U krijgt informatie over de opname, de operatie en de nazorg.
Als de operatiedatum al bekend is, krijgt u deze meteen te horen. U wordt voor deze ingreep in het algemeen 1tot 2 dagen in het ziekenhuis opgenomen.
Als voorbereiding op de operatie zijn ook de volgende voorbereidingen van belang:
Bekkenbodemtherapie
U ontvangt van uw uroloog of oncologieverpleegkundige/gespecialiseerd verpleegkundige op de polikliniek informatie over bekkenbodemspiertraining. U wordt doorverwezen naar een gespecialiseerde bekkenbodemtherapeut bij u in de buurt. Het is raadzaam om voor de operatie de bekkenbodemtherapeut te bezoeken.
Medicijnen
Gebruikt u bloedverdunnende medicijnen of bent u onder controle van de trombosedienst? Meldt dit dan aan uw behandelend arts.
Als u bekend bent bij de trombosedienst, neem dan uw doseerkaart altijd mee naar het ziekenhuis. Het kan zijn dat u tijdelijk moet stoppen met deze bloedverdunnende medicijnen. Uw behandelend arts vertelt u hoe lang u voor de ingreep of operatie met het innemen moet stoppen en wanneer u weer kunt beginnen met de medicijnen.
Meldt ook of u preventief antibiotica nodig heeft.
Allergie
Als u overgevoelig bent voor bijvoorbeeld jodium, verdovingsvloeistof, pleisters of andere stoffen meldt dit dan aan de arts, de verpleegkundige of assistente van de polikliniek.
Pacemaker/ICD
Meldt ook als u een pacemaker (of een ICD) draagt.
Laxeren
3 dagen voor de operatie begint u met Movicolon®. Dit is een poeder om de ontlasting soepel te houden. Na de operatie mag u niet hard persen omdat dit het operatiegebied te veel belast.
Wat neemt u mee voor de operatie?
Actueel medicijnenoverzicht. Deze kunt u opvragen bij uw apotheek.
Een geldig legitimatiebewijs.
Nachtkleding, ondergoed en toiletartikelen.
Opname verpleegafdeling electieve opname afdeling (EOA)
Het moment van opname wordt bepaald door de voorbereidingen die nodig zijn voor uw operatie.
Beperkt eten en drinken (nuchter)
Als u op de dag van de operatie wordt opgenomen blijft u nuchter volgens de afspraken met de anesthesioloog en de verpleegkundige van het verpleegkundig spreekuur.
De operatiedag
Rondom uw operatie zijn diverse veiligheidsmomenten ingebouwd. Vlak voordat de operatie van start gaat wordt bijvoorbeeld door het gehele operatieteam een zogenaamde ’Time out’ verricht. Tijdens dit controlemoment wordt uw naam, geboortedatum en het te opereren lichaamsdeel en de operatiebenodigdheden gecontroleerd.
Voor de operatie krijgt u de voorbereidende medicijnen voor de narcose (premedicatie). Dit zijn medicijnen waarvan u wat slaperig wordt, zodat u rustig naar de operatiekamer gaat. Ook krijgt u alvast een pijnstiller.
Wanneer u een gebitsprothese en/of contactlenzen draagt moet u deze voor dat u naar de operatiekamer gaat uitdoen.
U mag tijdens de operatie geen sieraden dragen.
Tijdens de operatie draagt u een operatiejasje en sokken.
Een verpleegkundige rijdt u met uw bed naar de voorbereidingsruimte van de operatieafdeling.
Daar krijgt u een infuus.
U gaat daarna naar de operatiekamer en schuift over op de operatietafel.
De bewakingsapparatuur wordt aangesloten.
De anesthesioloog geeft u de verdovingsmiddelen via het infuus.
De operatie
Tijdens de operatie wordt de hele prostaat, inclusief zaadblaasjes, verwijderd.
Ook wordt het deel van de plasbuis dat door de prostaat loopt, weggehaald.
De operatie verloopt in een aantal stappen.
Eerst wordt de buikholte ‘opgeblazen’ met koolzuurgas (CO2). Hierdoor ontstaat meer werkruimte, waardoor het operatiegebied goed te zien is.
Daarna worden 6 buisjes in de onderbuik ingebracht, van 0.5 tot 1.0 cm dik.
Aan deze buisjes worden de robotarmen vastgemaakt. Via deze buisjes worden de camera en de operatie-instrumenten ingebracht. Deze worden door de chirurg in de kijkkast (console) bediend.
Vervolgens wordt de verbinding tussen blaas en prostaat doorgenomen. De zaadblazen die aan de achterzijde van de blaas liggen worden losgemaakt en de bloedvaten van de prostaat worden doorgenomen.
Als het mogelijk is worden de zenuwen gespaard om de kans op het behoud van erecties zo groot mogelijk te maken. De uroloog bespreekt deze mogelijkheid voor de operatie met u.
Hierna wordt de prostaat losgemaakt van de plasbuis. Dit is een belangrijk onderdeel, omdat dit uw continentie na de operatie deels bepaalt.
De prostaat wordt nu samen met de zaadblaasjes verwijderd.
De blaas wordt vervolgens weer aan de plasbuis gehecht.
Soms worden (afhankelijk van de agressiviteit van de prostaatkanker, de uitgebreidheid van de tumordoorgroei en de PSA-waarde in uw bloed) ook de lymfklieren in het bekken verwijderd. Dit om eventuele uitzaaiingen in deze lymfklieren uit te sluiten. De uroloog zal voor de operatie met u bespreken of het bij u nodig is om deze lymfklieren te verwijderen.
Na de operatie worden een blaaskatheter en als het nodig is een wonddrain achtergelaten. Deze zorgen ervoor dat de nieuwe verbinding (tussen blaas en urinebuis) goed geneest.
Met de blaaskatheter gaat u ook naar huis.
Een eventuele drain wordt in de meeste gevallen tijdens de opname nog verwijderd.
Na de operatie
Na de operatie ontwaakt u op de uitslaapkamer.
Als u wakker bent gaat u in principe terug naar de verpleegafdeling (C40).
Daar controleert de verpleegkundige regelmatig de bloeddruk, het hartritme, de wond en de urineproductie.
U krijgt nu volgens een vast schema pijnstillers. Het kan zijn dat u desondanks pijn blijft houden. U kunt dit aangeven bij de verpleegkundige. Zie hiervoor ‘pijnmeting’ in de pagina ‘Verdoving (anesthesie) bij volwassenen’. De verpleegkundige zal u, in overleg met de zaalarts, aangepaste pijnstillers geven.
Als u niet misselijk bent, mag u ’s avonds beginnen met drinken.
Ongeveer 6 uur na de operatie krijgt u een injectie om ongewenste stolling van het bloed (trombose) te voorkomen. Dit is een antistollingsmiddel (LMWH) en moet u 30 dagen na de operatie blijven gebruiken.
Wat kunt u verwachten na de operatie?
Direct na de operatie heeft u een infuus in uw arm of hand (voor het toedienen van vocht).
Eventueel heeft u een slangetje (drain) aan de rechterzijde van de buik om het lymfevocht af te voeren.
Vaak heeft u een slangetje in de neus om u tijdelijk zuurstof toe te dienen.
Na de ingreep heeft u een katheter. Dit is een slangetje dat via de plasbuis in de blaas ligt en ervoor zorgt dat de urine kan aflopen. U hoeft dan niet zelf te plassen. De katheter kan de blaas soms irriteren. Dit geeft het gevoel dat u moet plassen of geeft pijn aan de top van de penis. Dit noemen we blaaskrampen. Bespreek deze klachten met uw verpleegkundige. Zij kan u hiervoor extra medicijnen geven.
Uw balzak (scrotum) en penis kunnen na de operatie gezwollen zijn door vochtophoping (oedeem). Deze zwelling verdwijnt vanzelf. Om het scrotum sneller te ‘ontzwellen’ kan een opgerolde handdoek onder het scrotum worden gelegd of een strakke onderbroek/zwembroek worden gedragen
De eerste dag na de operatie
Op de eerste dag helpt de verpleegkundige u bij uw lichamelijke verzorging, als dit nodig is.
U kunt ongeveer een half uur op een stoel zitten of zelfs een stukje lopen.
Om zacht te zitten kunt u een kussen in de stoel leggen.
Probeer deze dag tenminste 2 keer uit bed te gaan.
Wanneer u trek in eten of drinken heeft, kunt u hiermee beginnen. Wanneer u normaal kunt eten en drinken, wordt het infuus verwijderd.
Het is belangrijk dat u minimaal 2 liter per dag drinkt.
Als er weinig vochtproductie is via de drain, wordt de drain verwijderd. Dit beslist de arts.
De verpleegkundige legt u uit hoe uzelf de wondjes en de blaaskatheter kunt verzorgen. Zij geeft ook uitleg over de LMWH-injecties en de medicijnen die u mee naar huis krijgt.
Er wordt met u besproken of alles thuis goed geregeld is.
Vaak kunt u de eerste dag na de operatie in de loop van de middag naar huis.
Naar huis
U gaat naar huis als:
u geen koorts heeft;
de wondjes er goed uitzien;
u weer normaal eet en drinkt;
de drain verwijderd is en het drainzakje opgeplakt is;
u zelfstandig uzelf, de katheter en wondjes kunt verzorgen;
u thuis de LMWH-injecties toegediend kan krijgen door uzelf, uw naaste of door de thuiszorg;
de ontslagpapieren in orde zijn;
u op de hoogte bent van de leefregels, zie het kopje ‘Leefregels’ in deze pagina. U weet wanneer en hoe u een arts of verpleegkundige moet waarschuwen.
u kunt zichzelf vanaf dag 2 zelfstandig verzorgen
u kunt lang op uw stoel zitten en regelmatig een wandeling maken.
Ontslagmedicijnen
U zult de dag van ontslag uitleg krijgen over de medicatie door de apothekersassistente.
Pijnstilling
Zorg dat u voldoende paracetamol 500 mg in huis heeft voor als u thuiskomt. Mocht u het nodig hebben, dan mag u 2 tabletten van 500mg, 4 x per dag innemen om de 6 uur. Goede pijnbestrijding is belangrijk voor het genezingsproces. U krijgt daarnaast een recept mee voor de volgende medicijnen:
Movicolon ®
Het is belangrijk niet te hard te persen bij de ontlasting. Het advies is om vezelrijke voeding te gebruiken. De Movicolon ® (vezels) gebruikt u 6 weken, 1 x per dag 1 zakje en zo nodig 1 tot 3 zakjes extra. Mocht er diarree optreden dan mag u zelf 1 of meerdere dagen stoppen met de Movicolon® tot de ontlasting weer normaal is. Als dit zo is dan weer starten met Movicolon® gebruik.
LMWH
Om de kans op trombose te verminderen gebruikt u 30 dagen LMWH-injecties. U heeft hiervoor instructies gekregen tijdens de opname.
Oxybutynine tabletten Doel is om blaaskrampen te verminderen. De tabletten gebruikt u totdat de katheter verwijderd wordt. Als u glaucoom (verhoogde oogboldruk) heeft, overleg dan met de uroloog of verpleegkundig specialist.
Leefregels
De volgende leefregels moeten in acht genomen worden voor een sneller herstel na de operatie:
6 weken matig alcoholische dranken gebruiken (1 glas per dag is toegestaan).
U mag 6 weken niet fietsen of sporten.
Zorg voor een regelmatig ontlasting patroon en vermijd hard persen, onder andere door vezelrijke voeding te gebruiken.
6 weken geen zware lichamelijke arbeid verrichten.
Zorg voor voldoende lichaamsbeweging, maak dagelijks een wandeling.
6 weken mag u geen seksuele gemeenschap hebben of masturberen.
2 weken na de operatie mag u weer autorijden (afhankelijk van de bepalingen van uw verzekering).
Drink per dag 1,5 tot 2 liter vocht. Als u te weinig drinkt, heeft u meer kans op urineweginfecties en harde ontlasting.
Nadat de katheter is verwijderd, probeert u regelmatig te plassen, ongeveer 6 keer per dag. Let er bij het plassen op dat u niet geforceerd plast (niet persen). Ga bij voorkeur zittend plassen.
Gebruik geen zeep om de penishuid te reinigen. Het is beter de huid wat vaker te wassen met alleen lauw water.
Wat kunt u verwachten als u thuis bent?
Pijn
Goede pijnbestrijding is belangrijk voor het genezingsproces. Daarom is het raadzaam dat u eventuele pijn met pijnstillers onderdrukt en dit langzaam afbouwt. Dit doet u als volgt:
De eerste 2 dagen gebruikt u 4 x per dag - om de 6 uur - 2 tabletten paracetamol van 500 mg.
Dan 2 dagen 4 x per dag - om de 6 uur - 1 tablet paracetamol van 500 mg gebruiken.
Daarna stopt u en gebruikt alleen zo nodig bij pijn 2 tabletten paracetamol van 500 mg (maximaal 4 x per dag).
Paracetamol is verkrijgbaar bij iedere apotheek en drogist, en wordt niet vergoed door de ziektekostenverzekeraars.
Wond
Na de operatie heeft u enkele kleine wondjes op uw buik met (oplosbare) hechtingen.
Deze hechtingen worden na 1 tot 2 weken verwijderd bij de eerstvolgende policontrole.
U mag gewoon douchen, maar haal vooraf wel de eventuele pleister eraf.
Het advies is om de wondjes schoon en droog te houden.
U mag pas na 2 weken in bad, mits de wondjes gesloten zijn.
Als er geen vocht meer uit de wondjes komt, hoeft u er geen pleister meer op te doen.
Het is normaal wanneer er een klein beetje helder vocht uit de wondjes komt. Soms kan er uit een wondje wondvocht lekken. Dit is niet erg. Dit kunt u opvangen met een drainzakje, dat u meekrijgt bij het ontslag.
Neem contact op met de polikliniek urologie van uw eigen ziekenhuis als:
de lekkage niet verzorgbaar is voor u;
de lekkage niet minder wordt na 3 dagen.
Blaaskatheter
Tijdens de operatie wordt een blaaskatheter ingebracht. Dit is een slangetje dat via de plasbuis in de blaas ligt en ervoor zorgt dat de urine kan aflopen. U hoeft dan niet zelf te plassen. De blaaskatheter is van groot belang omdat hij ervoor zorgt dat de nieuwe aansluiting tussen blaas- en plasbuis goed geneest.
U gaat met blaaskatheter naar huis en deze zal 1 tot 2 weken blijven zitten.
U heeft van de afdelingsverpleegkundige een startpakket gekregen met uitleg over de verzorging van de katheter.
Blaaskrampen
De katheter kan de blaas soms irriteren. Dit geeft het gevoel dat u moet plassen of geeft pijn aan de top van de penis. Dit noemen we blaaskrampen. Door blaaskrampen kan er lekkage langs de katheter ontstaan. U krijgt een recept oxybutynine mee om deze blaaskrampen te verminderen. Als de blaaskrampen blijven aanhouden neem dan tijdens kantooruren contact op met uw eigen ziekenhuis (zie contactgegevens).
Kleur urine
De urine kan nog 4 tot 6 weken na de operatie rosé/rood van kleur zijn. Zorg ervoor dat u voldoende drinkt, minimaal 2 liter per dag. Neem contact op met het ziekenhuis indien de urine donkerrood blijft of als de katheter verstopt zit.
Ontlasting
Het is belangrijk niet te hard te persen bij de ontlasting. Het advies is om vezelrijke voeding te gebruiken U heeft ook zakjes Movicolon® op recept meegekregen om de ontlasting zacht te houden.
Bloedverdunnende injectie
Om de kans op trombose te verminderen gebruikt u 4 weken LMWH-injecties. U heeft hiervoor instructies gekregen tijdens de opname.
Vermoeidheid
Als gevolg van de operatie is uw conditie afgenomen. U merkt dat u sneller vermoeid bent en u zich minder goed kan concentreren. Wij raden u aan om voor een goede verdeling van activiteiten en rust te zorgen. Uw conditie zal langzaam verbeteren. In het algemeen duurt het 3 maanden tot een half jaar, voordat u weer op het oude conditieniveau zit van voor de operatie.
Mogelijke complicaties
Langdurige lymfelekkage via de drain
Lymfevloeistof, wondvocht en bloed wordt via een wonddrain afgevoerd. Als de productie van de wonddrain te veel is door lymfelekkage zal de wonddrain langer in de buik blijven. Dit is onschuldig en kan in een uitzonderlijk geval enkele weken duren. Soms wordt in overleg met u besloten om met drain naar huis te gaan en dit poliklinisch te vervolgen. In de meeste gevallen wordt geen drain achtergelaten.
Nabloeding
Na iedere operatie kan een nabloeding optreden, ondanks dat alle bloedende bloedvaten tijdens de operatie zorgvuldig worden gestelpt. Als er zich een nabloeding voordoet kan bloedtransfusie of zelfs een tweede operatie noodzakelijk zijn.
Wondinfectie
Na iedere operatie kan een wondinfectie optreden. Deze moet vaak met antibiotica behandeld worden en soms moet ook alsnog een drain geplaatst worden.
Urineweginfectie
Na de operatie kan een ontsteking van de urinewegen optreden die met antibiotica behandeld moet worden.
Schade aan omliggende organen
De prostaat ligt in de onderbuik en heeft een nauwe relatie met de omliggende organen zoals endeldarm, blaas en dunne darm. Doordat er door de buikholte geopereerd wordt, is er altijd een, weliswaar zeer kleine (<1%), kans dat er schade ontstaat aan omliggende organen. Dit zal tijdens of na de operatie hersteld moet worden.
Vernauwing van de plasbuis
Ter hoogte van de nieuw aangelegde verbinding tussen de blaas en de plasbuis kan soms een vernauwing ontstaan door littekenvorming. Deze kan in een later stadium opgeheven worden door een kleinere ingreep die vaak via de plasbuis verricht kan worden. Het is echter zelden dat een dergelijke vernauwing blijvende problemen geeft.
Verwijdering blaaskatheter
Na 10 tot 14 dagen krijgt u een controle-afspraak voor het verwijderen van de hechtingen en katheter. Als het nodig is wordt er een röntgenfoto gemaakt met contrastvloeistof voordat de katheter wordt verwijderd. Op deze manier wordt de nieuwe verbinding tussen blaas en urinebuis gecontroleerd op eventuele lekkage. Als er geen lekkage zichtbaar is, zal de katheter worden verwijderd en blijft u eventueel kortdurend ter observatie in het ziekenhuis.
De verpleegkundige verwijdert de hechtingen en de katheter.
U krijgt incontinentiemateriaal mee.
U mag na het verwijderen van de katheter weer starten met bekkenbodemoefeningen onder begeleiding van een bekkenbodemtherapeut.
Uitslag weefsel
U krijgt op de dag dat de katheter en hechtingen worden verwijderd ook de uitslag van het weefselonderzoek van de prostaat. De patholoog kijkt de hele prostaat na. De gevolgen van de uitslag en eventuele vervolgbehandeling zal de uroloog met u bespreken.
Controle
6 Weken na de operatie komt u op controle bij de verpleegkundig specialist of uroloog voor het bespreken van de eventuele praktische problemen rondom het herstel van de continentie en impotentie. Voor deze controle zal ook uw PSA-waarde worden geprikt. Nadien wordt de PSA-waarde periodiek gecontroleerd.
Lange-termijn-gevolgen van de operatie
De belangrijkste lange termijn gevolgen van een radicale prostatectomie kunnen zijn: ongewild urineverlies (incontinentie) en erectiestoornissen.
Incontinentie
De eerste weken tot maanden kunt u last hebben van incontinentie (ongewild urineverlies). Na de operatie moet de bekkenbodem wennen aan de ‘nieuwe situatie’ en moet de bekkenbodem ‘getraind’ worden. Voor het trainen van de bekkenbodem gaat u naar de bekkenbodemfysiotherapeut. Dat kan al direct na het verwijderen van de katheter. Zodra u de datum van het bezoek aan de polikliniek weet voor het verwijderen van de katheter, kunt u bij uw bekkenbodemfysiotherapeut kort daarna een afspraak maken voor een volgend bezoek. De mate van incontinentie betreffende de eerste dagen tot weken na de operatie zeggen nog niets over het uiteindelijke eindresultaat. 3 Tot 6 maanden na de operatie is het merendeel van de patiënten continent, maar sommigen blijven ook daarna urineverlies houden. In het algemeen wordt na een jaar een stabiele situatie bereikt, waarna weinig verandering meer te verwachten is.
Voor de operatie wordt u door de intakeverpleegkundige geïnformeerd. Meer informatie vindt u op de pagina ‘Bekkenbodemfysiotherapie rondom een prostaatoperatie’.
Incontinentiemateriaal
Als de katheter verwijderd is, krijgt u incontinentiemateriaal mee. Breng het incontinentieverband altijd zorgvuldig aan, zodat geen lekkage langs het verband optreedt. Hier krijgt u uitleg over.
Seksualiteit
De operatie heeft vaak gevolgen voor uw seksueel functioneren. Omdat de prostaat en zaadblaasjes verwijderd zijn, is het niet meer mogelijk een zaadlozing te krijgen. Het is nog wel mogelijk een orgasme te krijgen, maar omdat dit orgasme plaatsvindt zonder zaadlozing noemt men het ook wel een ‘droog orgasme’. Het kan voorkomen dat tijdens de operatie blijkt dat de zenuwen die op de prostaat zitten verwijderd moeten worden. Hierdoor kunnen erectiestoornissen optreden.
Ook kunnen er erectiestoornissen optreden ondanks dat deze zenuwen gespaard zijn gebleven. Of erectiestoornissen optreden is ook afhankelijk van de mate van potentie voor de operatie. U moet er rekening mee houden dat het meestal niet lukt direct na de operatie een erectie te krijgen.
De zenuwen hebben meestal enkele maanden tot soms jaren nodig om te herstellen. Ook kunnen in het begin psychische spanningen leiden tot erectiestoornissen. Laat u zich niet ontmoedigen en bespreek uw verwachtingen en onzekerheden met uw partner. Ook kunt u uw ervaringen bespreken met uw uroloog, de verpleegkundig specialist of oncologieverpleegkundige, verbonden aan de polikliniek urologie. Als u daar behoefte aan heeft, zijn er mogelijkheden om de erecties met medicijnen of andere maatregelen te ondersteunen, bespreek dit met uw uroloog of verpleegkundig specialist. Zie folder ‘Kanker en Seksualiteit’ (KWF).
Werk en kanker
De gevolgen van de behandeling raken ook tijdelijk uw werk. Er is geen pasklare formule om hier mee om te gaan. Iedereen reageert anders op de behandeling. Werkgever en werknemer moeten, eventueel met de bedrijfsarts, samen om tafel om een passende vorm te vinden.
De bedrijfsarts begeleidt de terugkeer naar uw werk. Afspraken over uw werk zullen vaak soepeler verlopen als u de bedrijfsarts al vóór de ingreep informeert of zo spoedig mogelijk na de ingreep op de hoogte brengt. U kunt een gesprek voeren met uw bedrijfsarts op het arbeidsomstandigheden-spreekuur van de Arbodienst van het bedrijf of de organisatie waar u werkt.
Het is mogelijk om contact te leggen tussen de bedrijfsarts en de behandelend arts voor afstemming van de behandeling en effecten voor het werk. Dit kan alleen met toestemming van u.
Meer informatie kunt u vragen bij uw verpleegkundig specialist of vinden op de website www.kankerenwerk.nlhttp://www.kankerenwerk.nl.
Psychische klachten
Soms hebben mannen na de behandeling van prostaatkanker moeite om hun leven weer op te pakken. Ze zijn bijvoorbeeld snel vermoeid, hun conditie is achteruitgegaan of ze hebben last van angst en somberheid. U kunt dit bespreekbaar maken bij uw uroloog, verpleegkundig specialist of oncologieverpleegkundige. Die kunnen eventueel zorgen voor een verwijzing voor psycho-oncologische ondersteuning.
Lotgenotencontact
Prostaatkankerstichting.nl https://prostaatkankerstichting.nl/is een patiëntenorganisatie die lotgenoten contact biedt, voorlichting geeft en de belangen behartigt van mannen met prostaatkanker en hun naasten. Meer informatie kunt u vinden in de informatieklapper of op de website www.prostaatkankerstichting.nlhttps://prostaatkankerstichting.nl/.
Wanneer moet u na ontslag met uw specialist contact opnemen?
Als de blaaskatheter verstopt is.
Als de blaaskatheter eruit gevallen is.
Bij forse wondlekkage.
Bij koorts boven de 38,5 graden.
Bij pijn die niet onder controle is met paracetamol.
Neem in deze gevallen direct contact op met uw ziekenhuis.
Bericht van verhindering
Bent u op het afgesproken tijdstip voor poliklinisch onderzoek of opname verhinderd? Meldt u dan zo snel mogelijk af bij de polikliniek urologie van het ziekenhuis waar u verwacht wordt. Er kan dan een andere patiënt in uw plaats komen.
Contactgegevens
Oncologieverpleegkundigen polikliniek urologie zijn bereikbaar via de polikliniek urologie.
E-mail: uroonco@cwz.nlmailto:uroonco@cwz.nl
Website: www.cwz.nl/urologie
Voor patiënten uit het Catharina Ziekenhuis Eindhoven
Algemeen (receptie)
Telefoon (040) 239 91 11
Website: www.catharinaziekenhuis.nlhttp://www.catharinaziekenhuis.nl
Polikliniek urologie CZE (tijdens kantooruren)
Telefoon (040) 239 70 40
Spoedeisende hulp CZE (buiten kantoortijden)
Telefoon (040) 239 96 00
Oncologieverpleegkundigen polikliniek urologie is bereikbaar via polikliniek urologie en email: oncologische-urologie@catharinaziekenhuis.nlmailto:oncologische-urologie@catharinaziekenhuis.nl
Voor patiënten uit het Radboudumc
Telefoon (024) 361 11 11
Website: www.radboudumc.nlhttp://www.radboudumc.nl
Polikliniek urologie Radboudumc (tijdens kantooruren)
Telefoon (024) 361 38 03
Verpleegafdeling urologie C5 (buiten kantooruren)
Telefoon (024) 361 34 38
Bij geen gehoor (024) 361 11 11 (centrale)
Oncologieverpleegkundigen polikliniek
Telefonisch spreekuur maandag tot en met vrijdag van 8.00 tot 9.00 uur via 06 11079558.
Via mijnRadboud kunt u vragen stellen. Deze zullen doorgaans binnen twee werkdagen beantwoord worden.
Contact
- CWZCWZ Nijmegen
Canisius Wilhelmina Ziekenhuis
Weg door Jonkerbos 100
6532 SZ Nijmegen
www.cwz.nlhttp://www.cwz.nl(024) 365 76 57
- Urologie
G538-ZLaatst bijgewerkt op 11 februari 2026

