Inleiding
Deze pagina geeft informatie over de gebruikelijke gang van zaken bij een vaginale kunstverlossing. Dit is een bevalling via de vagina, waarbij de gynaecoloog met een verlostang of een vacuüm cup helpt bij de geboorte van uw kind. Naar schatting krijgt ongeveer één op de vijf vrouwen die voor het eerst bevalt, te maken met een vaginale kunstverlossing.
In het geval u van huis naar het ziekenhuis moet komen óf poliklinisch bevalt, zal de verloskundige die u begeleidt de zorg overdragen aan de gynaecoloog als er reden is voor een vaginale kunstverlossing. Afhankelijk van de omstandigheden blijft de verloskundige bij de bevalling aanwezig om u te ondersteunen. Ook is het mogelijk dat u al in het ziekenhuis bent, omdat de gynaecoloog om een andere reden bij uw zwangerschap en/of bevalling betrokken is. Dan vindt er alleen overdracht van zorg naar de gynaecoloog of arts-assistent plaats als de bevalling begeleid werd door de klinisch verloskundige.
Waarom een kunstverlossing?
Als u medisch bevalt, registreert de verpleegkundige de hartslag van de baby met een CTG apparaat. Tijdens het persen wordt de hartslag van de baby continu geregistreerd. Soms lijkt het op het hartfilmpje dat de baby in nood is of begint te raken. De arts kan dan beslissen dat het verstandig is om de bevalling wat te versnellen. Meestal gebeurt dit door een vacuümextractie.
Het kan ook gebeuren dat u al een tijd aan het persen bent. Na verloop van tijd kunt u uitgeput raken. In dat geval kan de arts, in overleg met u (en uw partner), voorstellen om te helpen met een kunstverlossing.
Voorwaarden voor een vaginale kunstverlossing
De arts kan een vacuümextractie of een tangverlossing alleen uitvoeren bij volledige ontsluiting. Dat wil zeggen dat de baarmoedermond helemaal open staat. Bovendien moet het hoofdje van de baby naar beneden en al diep in het bekken liggen. Dan is het namelijk bijna zeker dat het hoofdje door de uitgang past. De arts kiest in de meeste gevallen voor een vacuümextractie. Een tangverlossing wordt tegenwoordig nog maar weinig gedaan.
Voorbereiding
De verpleegkundige haalt de onderste helft van het bed weg, zodat de gynaecoloog ruimte heeft om de kunstverlossing uit te voeren. Hierbij legt u uw benen in beensteunen. De arts maakt de blaas leeg met behulp van een katheter (een slangetje dat in de blaas wordt gebracht). Meestal zal de arts een knip zetten tijdens de kunstverlossing. Dit komt omdat de kans op te uitscheuren toeneemt bij een kunstverlossing. Bij inknippen geeft de arts van tevoren plaatselijke verdoving. Daardoor merkt u van het inknippen zelf niet veel.
Vacuümextractie
De vacuüm wordt in CWZ uitgevoerd met een “kiwi” cup. Deze vacuüm heeft een handmatig pompsysteem, waarmee de arts het vacuüm kan creëren. De kiwi wordt op het hoofdje van de baby geplaatst. Wanneer u een wee krijgt en gaat persen, trekt de gynaecoloog aan de cup. Hij of zij helpt u als het ware een beetje. Als het hoofdje van de baby is geboren, wordt de vacuüm weggehaald. Hierna kan de baby verder geboren worden. Op de plaats waar de cup heeft gezeten ziet u na de bevalling een zwelling. Dit is een opeenhoping van vocht die gewoonlijk binnen twee dagen weer verdwijnt. Deze zwelling kan geen kwaad voor de baby, maar de baby kan hier wel wat hoofdpijn van hebben. Daarom krijgen baby’s die met een vacuüm geboren zijn altijd in overleg met u paracetamol en is het advies om uw kindje zoveel mogelijk (bed)rust te gunnen. Uiteraard mogen u en uw partner uw kindje wel bij zich nemen als dat nodig is voor verzorging of troost.
Tangverlossing
Een verlostang bestaat uit twee metalen lepels met handgrepen. De gynaecoloog brengt de lepels los van elkaar aan beide kanten van het hoofdje van de baby in. Hij of zij schuift de handgrepen, die buiten de vagina steken, in elkaar. Tijdens de weeën leidt de gynaecoloog het hoofdje met de lepels door het baringskanaal naar buiten. Zodra het hoofdje is geboren, verwijdert hij of zij de lepels weer. Hierna kan de baby verder geboren worden. Na de geboorte kan de afdruk van de lepels op het hoofdje van de baby zichtbaar zijn. Deze afdruk verdwijnt geleidelijk in de daarop volgende dagen. Ook baby’s die met een tang geboren zijn krijgen hiervoor paracetamol en geldt hetzelfde ‘rustadvies’. Een tangverlossing wordt bijna niet uitgevoerd. De meest voorkomende kunstverlossing is een vacuüm.
In welk stadium van de bevalling wordt een vacuümverlossing of tangverlossing toegepast?
Een bevalling kent drie verschillende fasen: de ontsluitingsfase, de uitdrijvingsfase en de periode na de geboorte. Tijdens de ontsluitingsfase gaat de baarmoedermond open, doordat de weeën druk geven op de baarmoedermond en hierdoor ontsluiting ontstaat. De verloskundige of arts bepaalt de mate van ontsluiting door middel van inwendig onderzoek. Bij volledige ontsluiting daalt het hoofd verder in. Tijdens de weeën krijgt u meestal in toenemende mate het gevoel mee te moeten persen. Zo begint de uitdrijvingsfase, die eindigt met de geboorte van uw kind. Een tang of vacuümverlossing vindt plaats tijdens deze tweede fase: de uitdrijvingsfase. Om een vacuüm te kunnen uitvoeren, is noodzakelijk dat er volledige ontsluiting bereikt is en het hoofd diep genoeg in het bekken is ingedaald.
Het niet vorderen van de uitdrijving
Zeker bij een eerste bevalling komt het regelmatig voor dat een baby ondanks krachtig persen niet spontaan geboren wordt. Soms is het kind aan de grote kant of is de stand van het hoofd minder gunstig, zodat dat het bekken moeizamer gepasseerd kan worden. In andere gevallen zijn de weeën niet sterk genoeg of zwakken deze tijdens de bevalling af. Moeheid en gebrek aan kracht kunnen ook een rol spelen. Vaak is er een combinatie van factoren. Bovendien neemt naarmate het persen langer duurt, de kans dat de conditie van het kindje achteruitgaat toe. Degene die uw bevalling begeleidt, adviseert dan hulp om uw kindje geboren te laten worden.
Mogelijk zuurstoftekort bij het kind
Tijdens het persen worden de harttonen van de baby gecontroleerd. Bij een bevalling op medische indicatie past men een CTG-registratie toe (een doorlopende harttonenregistratie via de buikwand of via een elektrode die op het hoofdje van het kind geplaatst wordt). De harttonen geven aan hoe de conditie van het kind is op dat moment. Langdurig of ernstig afwijkende harttonen kunnen een teken zijn van dreigend zuurstoftekort bij het kind.
Soms wordt een beetje bloed van de hoofdhuid van het kind afgenomen (microbloedonderzoek MBO) om te bepalen of het kind voldoende zuurstof krijgt en het kind niet in nood is.
Na een ongestoorde zwangerschap is de kans op mogelijk zuurstoftekort heel klein. Als er bijzonderheden zijn tijdens de zwangerschap, zoals groeiachterstand van het kind, hoge bloeddruk of ruim over de uitgerekende datum zijn, neemt de kans op afwijkende harttonen toe. Daarmee neemt dan ook de kans dat een vacuüm-of tangverlossing noodzakelijk is toe.
De baby na de geboorte
Een tang- of vacuümverlossing wordt niet zonder reden verricht. Meestal is er sprake van een langdurige uitdrijving en/of dreigend zuurstoftekort bij het kind. Afhankelijk van de reden van de kunstverlossing wordt uw kind na de geboorte door een kinderarts onderzocht. Als uw kind rond de uitgerekende datum in goede conditie wordt geboren, is couveuseopname meestal niet nodig. Als uw kindje na de geboorte extra zorg of observatie moet krijgen, is opname op de neonatologie-afdeling wel noodzakelijk. Na een vacuümverlossing ziet en voelt u nog enkele dagen de afdruk van de vacuüm cup op het hoofd van uw kindje als een blauwrode verdikking. Dit komt doordat zich vocht onder de huid heeft opgehoopt. De zwelling is binnen een dag bijna helemaal weg en de verkleuring verdwijnt na enkele dagen. Ook na een tangverlossing kan enkele dagen een afdruk op de zijkant van het hoofd zichtbaar zijn.
Het kind kan na een tang- of een vacuümverlossing hoofdpijn hebben en soms wat misselijk zijn. Men adviseert de komende 24 uur (bed)rust. Het advies is dat u uw kind dan alleen uit het bedje haalt voor noodzakelijke handelingen zoals verschonen, het geven van voeding en het bieden van troost. Ook schrijft de kinderarts een pijnstiller voor in de vorm van een paracetamol zetpil. Dit wordt altijd met u besproken.
Complicaties
De kans op complicaties van een tang- of vacuümverlossing is klein. Een enkele keer schiet de vacuüm cup van het hoofd terwijl de gynaecoloog trekt. Dit ziet er soms erg indrukwekkend uit, maar is niet ernstig en niet altijd te voorkomen. Soms is het hoofd al zo diep gekomen dat de cup niet opnieuw geplaatst worden. Is het hoofdje nog niet ver genoeg gevorderd, dan zal de gynaecoloog de cup opnieuw plaatsen, of alsnog besluiten een verlostang te gebruiken. Ook kan besloten worden om een keizersnede te doen.
Bloeduitstorting op het hoofd van het kind
Een bloeduitstorting op het hoofd van het kind wordt een enkele keer na een vaginale kunstverlossing gezien, maar komt ook wel voor na een spontane (vaak langdurige) bevalling. Zo’n bloeduitstorting is meestal dan ook meer het gevolg van een langdurige bevalling dan van de kunstverlossing. Deze complicatie wordt wat vaker gezien bij een vacuüm- dan bij een tangbevalling. De bloeduitstorting verdwijnt vanzelf, maar kan wel tot gevolg hebben dat het kind langer geel blijft zien.
Totaalruptuur
Een totaalruptuur is het doorscheuren van de huid en het weefsel tussen de vagina en de anus. Ook de kringspier rond de anus scheurt dan geheel of gedeeltelijk in. Evenals bij een gewone bevalling kan ook bij een kunstverlossing een totaalruptuur ontstaan, maar deze complicatie komt wat vaker voor bij een tang- of vacuümbevalling. Een knip kan een totaalruptuur niet altijd voorkomen. Zorgvuldig hechten van een totaalruptuur is noodzakelijk om latere problemen met het ophouden van ontlasting te voorkomen. In CWZ gebeurt het hechten van dit soort rupturen altijd op de operatiekamer.
Emoties rond een tang- of vacuümverlossing
De beleving van een kunstverlossing wisselt sterk. Niet zelden betekent deze hulp een grote opluchting, zeker als vrouwen het gevoel hebben dat ze ondanks alle inspanningen niet opschieten of verder komen. Andere vrouwen vinden het moeilijk te verwerken dat de bevalling niet geheel spontaan is verlopen. Zij hebben soms het gevoel te hebben gefaald, omdat zij niet in staat waren hun kind zonder ingrijpen ter wereld te brengen.
Bespreek tijdens de nacontrole uw emoties en vragen, zoals bijvoorbeeld waarom de kunstverlossing nodig was op dat moment. Dit kan u ook helpen bij het verwerken van emoties. Schrijf uw vragen van tevoren op zodat u niets vergeet. Ook na langere tijd of voorafgaand aan een volgende zwangerschap kunt u met de gynaecoloog, de verloskundige of uw huisarts nog eens de hele gang van zaken bespreken als u daar behoefte aan hebt.
De partner
Voor de partner is de tang- of vacuümverlossing ook heftig om mee te maken: het vormt vaak een indrukwekkend beeld. Menig partner voelt zich machteloos omdat hij het gevoel heeft nauwelijks iets te kunnen doen. Belangrijk is dat u probeert alle gevoelens en teleurstellingen met elkaar te bespreken. Ook voor uw partner is het goed om vaak over deze ervaring na te praten.
Een volgende bevalling
Bij het allergrootste deel (meer dan 90%) van de vrouwen die tijdens een eerste bevalling een vacuüm- of een tangverlossing heeft ondergaan, verloopt een volgende bevalling zonder kunstverlossing. Over het algemeen is een vaginale kunstverlossing dan ook geen reden voor een volgende ziekenhuisbevalling onder begeleiding van de gynaecoloog. Controle van de zwangerschap kan dan ook gewoon door de verloskundige plaatsvinden. In uitzonderingsgevallen, bijvoorbeeld als de kunstverlossing erg moeizaam verliep of bij andere complicaties zoals een totaalruptuur, kan de gynaecoloog een medische indicatie stellen.
Borstvoeding
Na een tang- of vacuümverlossing kunt u over het algemeen zonder problemen borstvoeding geven. De eerste uren na de bevalling is het kind soms misselijk waardoor het minder zin in drinken heeft. Ook kan het hoofd van uw kindje gevoelig zijn wat het vinden van een goede houding voor het aanleggen iets moeilijker maakt. De verpleegkundige en eventueel de kinderarts adviseren u hoe u hier het beste mee om kunt gaan.
Ontslag uit het ziekenhuis
Hoe lang u in het ziekenhuis blijft na een vaginale kunstverlossing, hangt af van de reden van de kunstverlossing; hoe gemakkelijk of moeilijk deze verliep; de conditie van uw kindje bij de geboorte en de gebruikelijke gang van zaken in het ziekenhuis. In CWZ is het gebruikelijk dat de baby na een kunstverlossing 6 uur geobserveerd wordt en dat u, als de situatie het toelaat, samen met ontslag gaat. Wanneer u rond middernacht dit ontslagmoment bereikt, wordt vaak geadviseerd om de volgende ochtend met ontslag te gaan.
De tekst van deze pagina is mede gebaseerd op een tekst van de Nederlandse
Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie (NVOG): www.degynaecoloog.nl/http://www.degynaecoloog.nl/
G360-ZLaatst bijgewerkt op 25 januari 2026

