Tromboseprofylaxe

Algemeen

Het voorkomen van trombose

Inleiding

U bent opgenomen in het ziekenhuis. Hierbij krijgt u mogelijk prikken om een trombose te voorkomen. Op deze pagina wordt uitgelegd wat deze prikken zijn en waarom ze gegeven worden.

Wat is een trombose?

Trombose is een verstopping van een bloedvat (ader) door een bloedstolsel (bloedprop). Meestal gebeurt dat in een been. Dit heet een trombosebeen. Het gevolg is dat het bloed niet meer door die ader kan stromen met mogelijke schade voor het been.

Kleine delen van zo’n bloedstolsel kunnen losschieten en ergens anders in het lichaam een ander bloedvat afsluiten. Vaak is dit dan in een slagader van de long, dan spreekt men van een longembolie.

Wanneer heeft u meer risico op een trombose?

Het risico op een trombosebeen of longembolie kan verhoogd zijn bij mensen die opgenomen zijn in het ziekenhuis. In sommige gevallen krijgt u daarom preventief een bloedverdunner toegediend om trombose te voorkomen. Dit heet tromboseprofylaxe.

Alleen patiënten met risicofactoren krijgen tromboseprofylaxe.

Risicofactoren zijn:

  • Niet of nauwelijks bewegen (bedrust moeten houden of te ziek zijn om nog uit bed te kunnen);

  • Bepaalde ziektes, zoals: een eerdere trombose, kanker, een beroerte, hart- of longziekten;

  • In de afgelopen maand een operatie of ongeluk hebben gehad;

  • Ouder zijn dan 70 jaar;

  • Overgewicht hebben (BMI > 30);

  • Het hebben van een ernstige infectie of reumatische aandoening.

Het voorkomen van trombose door tromboseprofylaxe

U kunt het risico op het krijgen van trombose zelf verkleinen door te bewegen en uit bed te komen zodra het medisch verantwoord is. Daarnaast krijgen patiënten die risicofactoren hebben ook tromboseprofylaxe. Vaak is dit medicijn een prik met een lage dosering van een bloedverdunner (antistollingsmiddel). Dit medicijn wordt eenmaal per dag onder de huid geprikt door de verpleegkundige.

Gebruikt u thuis al een bloedverdunner? Vaak kunt u deze in het ziekenhuis doorgebruiken en krijgt u geen extra tromboseprofylaxe. Niet alle bloedverdunners werken goed genoeg om trombose te voorkomen, dus het kan zijn dat u naast uw gewone bloedverdunner óók een prik krijgt.

In sommige gevallen is het niet mogelijk om bloedverdunners toe te dienen. Bijvoorbeeld als een patiënt een grote bloeding heeft, of een grote operatie heeft ondergaan. In dat geval kan er worden gekozen voor speciale kousen die de bloedstroom in de benen ondersteunen. Dit helpt ook trombose te voorkomen.

Hoewel trombose in het ziekenhuis nauwelijks voorkomt met de juiste tromboseprofylaxe, kan het helaas toch zijn dat patiënten onder de behandeling een trombosebeen of longembolie krijgen. In dat geval zal uw arts met u bespreken hoe deze trombose het beste behandeld kan worden.

Bijwerkingen van tromboseprofylaxe

De tromboseprofylaxe is een lage dosering van een bloedverdunner. Door de lage dosering komen weinig bijwerkingen voor, maar het kan wel. Mogelijke bijwerkingen:

  • Het bloeden van een wond kan langer aanhouden. Mocht u tromboseprofylaxe krijgen en er ontstaat een bloeding, meldt dit dan gelijk bij de verpleegkundige.

  • Er ontstaat een infiltraat onder de huid waar de tromboseprofylaxe gespoten wordt. Een infiltraat is een harde, pijnlijke en jeukende schuif in de huid. Dit is onschuldig, maar wel erg vervelend.

  • In zeer zeldzame gevallen reageren patiënten allergisch op de prik, uw behandeld arts zal dan een verder behandelplan met u maken.

Het stoppen van tromboseprofylaxe

Zolang u in het ziekenhuis blijft en u risico heeft op trombose, krijgt u prikken. Als u tijdens uw verblijf in het ziekenhuis weer mobiel bent, kan het zijn dat de tromboseprofylaxe niet meer nodig is. Uw arts houdt elke dag in de gaten of de tromboseprofylaxe nog nodig is.

Bij de meeste patiënten die weer naar huis gaan, stopt de tromboseprofylaxe bij ontslag uit het ziekenhuis. In sommige gevallen moeten patiënten de tromboseprofylaxe nog een tijdje thuis doorgebruiken. Dit heet ‘verlengde profylaxe’. Mocht u thuis moeten doorgaan met de verlengde profylaxe, dan zal uw arts dit met u bespreken voordat u met ontslag gaat.

Als u met verlengde profylaxe naar huis gaat, krijgt u thuis dezelfde prikken als in het ziekenhuis. Voordat u met ontslag gaat zal worden uitgelegd hoe u, of een naaste, de prikken kunt toedienen. Mocht u dit niet zelf willen of kunnen doen, dan kan er ook thuiszorg geregeld worden.

Mocht u na het lezen van deze pagina nog vragen hebben, stel ze dan aan uw verpleegkundige of behandelend arts.

Contact

G945Laatst bijgewerkt op 9 februari 2026

Inhoudsopgave