TRH-test
Onderzoek
Informatie voor ouders/verzorgers over de TRH-test (een hypofysefunctietest)
Inleiding
De kinderarts heeft u voorgesteld om bij uw kind een TRH-test te doen. Tijdens deze test wordt onderzocht in welke mate de schildklier (hormoonklier in de hals) te stimuleren is tot het maken van schildklierhormoon.
TRH
TRH is een hormoon dat in de hypothalamus (een gebied in de hersenen) wordt geproduceerd. Als uw kind TRH via het infuus krijgt toegediend, wordt de hypofyse (een klier in de hersenen) aangezet tot het afgeven van TSH. TSH stimuleert op zijn beurt de schildklier om schildklierhormonen te maken. Bij een teveel of tekort van deze hormonen kunnen er verschillende klachten optreden.
Schildklierhormonen spelen een belangrijke rol bij de stofwisseling en groei van uw kind. De door de hypofyse geproduceerde hoeveelheid TSH kunnen we meten in het bloed.
Voorbereiding
Voor deze test mag uw kind gewoon eten en drinken.
Het is belangrijk om uw kind thuis al goed voor te bereiden. Leg uit dat uw kind wordt opgenomen in het ziekenhuis en dat uw kind een infuus gaat krijgen. Uw kind ligt tijdens de test op bed. Er is de mogelijkheid om een andere dag voor de test al op de afdeling te komen kijken, hiervoor kan een afspraak gemaakt worden.
Medicijnen
Als uw kind medicijnen gebruikt, moet hij/zij deze op de normale tijd innemen, tenzij uw arts dit anders met u heeft besproken.
Ziekte
Wij verzoeken u contact met ons op te nemen als uw kind in de dagen voorafgaand aan de test ziek is geworden. Neemt u ook contact op als uw kind in aanraking is geweest met een ander kind dat een besmettelijke (kinder)ziekte heeft zoals waterpokken, rodehond, bof, mazelen of kinkhoest. Dit kan betekenen dat we de test moeten uitstellen.
Locatie en duur
Deze test vindt plaats op de kinderafdeling A24. Op de dag van de test meldt u zich daar op het afgesproken tijdstip. Tijdens het onderzoek kunt u bij uw kind blijven. De totale test duurt ongeveer 4 uur.
De test
Tijdens de test moet uw kind in bed blijven.
Op de dag van de test moet er meerdere keren bloed worden afgenomen. Dat is voor veel kinderen een angstig idee. Wij proberen dit voor uw kind zo soepel mogelijk te laten verlopen door een infuus in te brengen.
Eerst brengen we verdovingszalf aan. Hierdoor wordt de huid op de plaats waar geprikt gaat worden enigszins verdoofd.
Daarna brengen we het infuus in en vervolgens gaan alle bloedafnamen via dit infuus.
Er kan in overleg met de kinderarts besloten worden om de verdovingszalf mee te krijgen naar huis zodat dit thuis al aangebracht kan worden op de ochtend van de test.
Nadat we het infuus hebben ingebracht en een eerste bloedafname hebben gedaan, krijgt uw kind de medicijnen toegediend.
De toediening van de medicijnen vindt plaats via het infuus.
Na toediening van de medicijnen nemen we nog een aantal keren bloed af.
Zodra de test is afgelopen, verwijdert de verpleegkundige het infuus en als uw kind zich goed voelt mag hij/zij weer met u naar huis.
Bijwerking
Een bijwerking kan zijn dat uw kind zich even minder goed voelt, misselijk is of een vreemde smaak in de mond heeft. Ook kan uw kind krampen in de bekkenbodem krijgen of de drang hebben om te plassen. Als deze bijwerkingen al optreden, is het vaak van korte duur. Als zich na de test nog andere problemen voordoen, neemt u dan contact met ons op.
Nazorg
Er zijn geen problemen te verwachten na ontslag. Als zich toch problemen voordoen na de test dan kunt u contact met ons opnemen.
Uitslag
De uitslag van de test is na één a twee weken bekend. Voor het bespreken van de uitslag krijgt u een (telefonische) afspraak met de behandelend kinderarts.
Vragen
Heeft u vragen? Bel dan de polikliniek kindergeneeskunde, telefoonnummer (024) 365 82 20.
G855Laatst bijgewerkt op 16 januari 2026

