Totale of halve knieprothese

Behandeling

Inleiding

Veel mensen met een versleten kniegewricht hebben baat bij een operatie waarbij het kniegewricht vervangen wordt door een kunstknie (knieprothese). Samen met uw arts/de verpleegkundig specialist heeft u het besluit genomen om deze operatie te plannen.

‘Een goed begin is het halve werk’ geldt ook voor een knieoperatie. Een goede voorbereiding zal bijdragen aan een vlot herstel. Deze pagina is bedoeld om u hierbij te helpen.

Op deze pagina kunt u lezen over:

  • het fast-track-project

  • de operatie

  • wat u zelf kunt doen ter voorbereiding

  • de opname in het ziekenhuis

  • adviezen voor de herstelperiode thuis

Het kniegewricht

Er bestaan verschillende soorten gewrichten. De knie is een scharniergewricht en vormt de verbinding tussen bovenbeen en onderbeen. In de gewrichtsspleet bevinden zich aan de binnen- en buitenzijden de meniscus. Aan de voorzijde zit de knieschijf die via de knieschijfpees vastzit aan het onderbeen.

G352 gezond kniegewricht met tekst

Oorzaak van pijnklachten
Er zijn verschillende afwijkingen die slijtage van het kniegewricht kunnen veroorzaken, zoals kraakbeen- en stofwisselingsziekten en kraakbeenbeschadigingen door een breuk. Wanneer in het verleden de meniscus is verwijderd, is er een verhoogde kans op slijtage. Reumapatiënten bijvoorbeeld hebben vaker knieproblemen omdat deze ziekte het kraakbeen aantast. Het kniegewricht kan zo ernstig beschadigd zijn dat vervanging door een knieprothese noodzakelijk is.

G352 versleten kniegewricht met tekst

Klachten
Een beschadigde of versleten knie kan allerlei klachten veroorzaken:

  • Pijn, meestal bij (trap)lopen en lang staan. Ook startpijn komt voor. Fietsen levert doorgaans de minste pijnklachten op.

  • In een vergevorderd stadium treedt verstijving op. Er ontstaat dan bewegingsbeperking waardoor volledige strekking van de knie onmogelijk wordt.

  • Ook kan zich een X- of O-beenstand ontwikkelen waarbij de knie in toenemende mate moe en instabiel aanvoelt.

Verminderen van de klachten
Er zijn verschillende mogelijkheden om de klachten te verminderen:

  • Met behulp van pijnstillers die de arts voorschrijft.

  • Met behulp van fysiotherapie. De fysiotherapeut zal door middel van oefeningen de pijn proberen te verlichten en uw kniegewricht zo beweeglijk mogelijk proberen te houden.

  • Door middel van een operatie. Als pijnstillers en fysiotherapie onvoldoende helpen, is een operatie vaak de enige oplossing.

Besluit om te opereren

Voordat u zich aan uw knie laat opereren, moet u goed weten waarom een operatie nodig is, wat de operatie inhoudt en hoe het herstel na de operatie zal verlopen. Wanneer u deze pagina leest, heeft de orthopedisch chirurg/ verpleegkundig specialist met u besproken dat een operatie nodig is.

Afspraak opname
Op de polikliniek, na het bezoek aan uw behandelend arts of verpleegkundig specialist, heeft u van de afdeling operatieplanning orthopedie een datum en tijd van opname meegekregen, of dit wordt telefonisch met u afgesproken. Daarnaast worden er enkele vooronderzoeken gepland.

Het fast-track-project

In CWZ wordt voor alle totale en halve knieoperaties en totale heupoperaties gewerkt volgens een herstelprogramma dat in principe 1 tot 2 dagen duurt. Dit wordt ‘fast-track’ genoemd. Het programma is een van de belangrijkste ontwikkelingen van de laatste jaren in de chirurgie. Het is gebleken dat een sneller herstelprogramma zorgt voor een beter resultaat. U bent sneller weer op de been, kunt sneller naar huis en kunt ook weer uw normale leven oppakken.

In tegenstelling tot de zorg die vroeger werd gegeven heeft u nu een veel actievere rol in uw eigen herstel. Zo wordt er van u verwacht dat u direct na de operatie start met bewegen. Deze extra inspanning zorgt voor een sneller herstel, immers: ‘rust roest’. We benaderen u niet als ‘ziek’, maar gaan juist uit van wat u allemaal wel kunt. Het herstel vraagt van u een actieve houding, inzet en doorzettingsvermogen. U bent zo min mogelijk in bed en heeft overdag uw eigen kleding aan.

De dag van de operatie begint u met fysiotherapie en op de eerste of tweede dag na de operatie kunt u naar huis. We streven ernaar dat u verblijft op een kamer met patiënten die het zelfde traject volgen Op deze manier leren patiënten met een nieuwe knieprothese van elkaar.

Het fast-track-project in het kort

  • Op de dag van de operatie meldt u zich op het afgesproken tijdstip op de afdeling die u is doorgegeven.

  • U krijgt een goede verdoving en pijnstilling.

  • In de namiddag na de operatie komt de fysiotherapeut bij u. U gaat voor het eerst oefenen op bed, u gaat op de bedrand zitten en mogelijk maakt u een begin met staan en lopen.

  • Vanaf de eerste dag na de operatie draagt u uw eigen kleding en bent u veel uit bed.

  • De fysiotherapeut oefent twee keer per dag met u.

  • In de namiddag van de 1e of in de ochtend van de 2e dag na de operatie kunt u, als u voldoet aan de ontslagcriteria, weer naar huis. Dat wil zeggen als u een bepaalde mate van zelfstandigheid heeft, de pijn onder controle is, de wond rustig is en er geen complicaties zijn opgetreden. Wanneer er nazorg nodig is hoort u van de verpleegkundige of dit geregeld is.

  • Het is de bedoeling dat u voorafgaande aan uw operatie zelf fysiotherapie inschakelt voor als u thuis bent.

Voorbereiding op de operatie

Een goede voorbereiding op de operatie is belangrijk. Hieronder kunt u lezen wat voor u belangrijk kan zijn.

De arbodienst
De bedrijfsarts begeleidt de terugkeer naar uw werk. Daarom is het belangrijk dat uw bedrijfsarts op de hoogte is van uw aandoening of behandeling. Afspraken over uw werk zullen vaak soepeler verlopen als u de bedrijfsarts al vóór de ingreep informeert.

Roken
Uit onderzoek is gebleken dat ongeveer de helft van de patiënten die roken een complicatie krijgt. Een complicatie is een onvoorziene gebeurtenis tijdens of na de operatie waar extra onderzoek of behandeling voor nodig is of die leidt tot een verlengde opnameduur. De kans op een complicatie is met maar liefst 50% (!) te verminderen door rondom de operatie te stoppen met roken.
Als u rookt willen wij u daarom vragen om minimaal acht weken rondom de operatie te stoppen met roken. Van vier weken voor en tot minstens vier weken na de operatie. Daarmee maakt u de kans op schade aan uw gezondheid zo klein mogelijk.

Stoppen met roken doet u niet alleen
Wij begrijpen dat tijdelijk stoppen met roken misschien een grote stap voor u is. Daarom bieden wij u graag onze hulp bij het stoppen aan. Bij de planning van de operatie is u gevraagd of u rookt. Er bestaan medicijnen of een begeleid programma die u kunnen helpen met het stoppen met roken: www.rookvrijenfitter.nl/sportqube

Anesthesie (verdoving)
Meer informatie hierover kunt u lezen op de pagina van anesthesie.

Verpleegkundig spreekuur
Voorafgaande aan de operatie heeft u een intakegesprek met de orthopedisch verpleegkundige van de polikliniek orthopedie. Tijdens dit gesprek worden er gegevens over u genoteerd die belangrijk zijn voor de opname op de verpleegafdeling, wordt u geïnformeerd over hoe u zich zo goed mogelijk kunt voorbereiden en wordt de nazorg besproken. Daarnaast bestaat de mogelijkheid om de groepsvoorlichting bij te wonen. Hier krijgt u informatie over wat u kunt verwachten, voor, tijdens en na de operatie. Dat wordt bij het plannen van de operatie aan u voorgesteld.

App
Download de CWZ Zorgapp met belangrijke informatie over uw orthopedische behandeling.

  • Zoek in de App Store of Google Play naar ‘Patient Journey’ app en download de gratis app.

  • Vervolgens kiest u in de app voor ‘CWZ Zorgapp’.

  • Selecteer orthopedie en kies uw behandeling.

Via deze app krijgt u de komende tijd informatie op maat.
Iedereen kan deze app downloaden.

Wat moet u meenemen?
Tijdens uw opname heeft u nodig:

  • Gemakkelijk zittende kleding (niet te strakke kleding);

  • Toiletartikelen (geen handdoek en washandjes);

  • Goede schoenen, evt. met elastische veters (geen slippers);

  • Geldige legitimatie (paspoort, ID-kaart of rijbewijs).

Waardevolle bezittingen
Het is raadzaam om sieraden en andere kostbaarheden thuis te laten. Het ziekenhuis kan niet aansprakelijk worden gesteld voor verlies of diefstal van uw eigendommen.

Medicijnen
De medicijnen die u tijdens uw verblijf nodig heeft, krijgt u van de ziekenhuisapotheek.
Maar we vragen u om uw eigen medicijnen, in de originele verpakking, bij uw opname mee te nemen. Neem geen medicijnen van uzelf in zonder te overleggen met de verpleegkundige. Een combinatie van geneesmiddelen kan namelijk gevaarlijk zijn.

Dieet
Als u een bepaald dieet volgt, vragen wij u dit aan de verpleegkundige mee te delen. Dan kan daar rekening mee gehouden worden tijdens de opname.

Bloedverdunners (antistollingsmiddelen)

  • Gebruikt u bloedverdunnende medicijnen meldt dit dan aan uw behandelend arts in CWZ.

  • Als u bekend bent bij de trombosedienst, neem uw doseerkaart dan altijd mee naar het ziekenhuis.

  • Het kan zijn dat u tijdelijk moet stoppen met deze bloedverdunnende medicijnen. Uw behandelend arts vertelt u hoelang voor de ingreep of operatie u moet stoppen met het innemen en wanneer u weer kunt beginnen met de medicijnen.

  • Als u medicijnen gebruikt of overgevoelig bent voor bijvoorbeeld jodium, verdovingsvloeistof, pleisters of andere stoffen zeg dit dan tegen de arts of de verpleegkundige.

  • Zeg het ook als u een pacemaker of een ICD draagt.

Krukken
Op de verpleegafdeling A44 kunt u krukken huren of kopen. U kunt ze ook zelf huren via bijvoorbeeld de thuiszorgwinkel.
De fysiotherapeut in het ziekenhuis zal de krukken voor u op de juiste hoogte afstellen.

De operatiedag

U meldt zich op het afgesproken tijdstip bij de afdeling die u doorgekregen heeft van de operatieplanning, u kunt dit ook terug vinden in Mijn CWZ. Op deze afdeling vindt de voorbereiding plaats voor uw operatie.

Nuchter
Meer informatie hierover kunt u vinden op de pagina van anesthesie.

Voorbereidingen

  • Voordat u naar de operatiekamer gaat, krijgt u eerst op de afdeling de voorbereidende medicatie voor de anesthesie (premedicatie). Het is belangrijk dat u deze medicatie voor de ingreep inneemt. Dit heeft als doel een spiegel in uw bloed op te bouwen zodat na de operatie de pijnmedicatie meer effect heeft.

  • Het is belangrijk dat u voor de ingreep nog even plast, zodat de blaas leeg is.

  • Wanneer u een gebitsprothese heeft, moet u deze uit doen.

  • U mag geen sieraden/piercings dragen

  • U mag geen make-up of bodylotion gebruiken.

  • Nagellak, /gellak, acryllak of nepnagels mogen blijven zitten.

  • Tot 3 dagen voor de operatie mag u nog scheren of ontharingscrème gebruiken, dit om wondjes te voorkomen

  • Tijdens de operatie draagt u een operatiejasje dat u op de afdeling krijgt. Bovengenoemde maatregelen zijn bedoeld om de hygiëne op de operatiekamer te waarborgen en de kans op een infectie te verminderen.

  • De verpleegkundige zal, samen met u, een pijl op de te opereren been zetten, dit is ter controle

  • Een kwartier voor de ingreep wordt u naar de voorbereidingsruimte van de operatieafdeling gebracht. Hier wordt u verder voorbereid op de operatie.

  • U gaat in uw bed naar de operatiekamer en schuift op een smalle operatietafel. De anesthesioloog geeft u de verdoving die met u besproken is. Als de operatie begint zal de bewakingsapparatuur aangesloten worden, om lichaamsfuncties zoals bloeddruk, hartslag en ademhaling tijdens de operatie goed te kunnen observeren.

Verpleegkundig specialist
U wordt door het hele traject begeleid door de verpleegkundig specialist. Zij is uw vaste aanspreekpunt op de verpleegafdeling. De orthopedisch verpleegkundigen op de polikliniek geven u voorlichting voor de operatie en zijn telefonisch te bereiken bij vragen of problemen. Zij staan in nauw contact met de verpleegkundig specialist. Meer informatie over hen vindt u op de pagina ‘Medisch ondersteunend personeel binnen de zorgeenheid orthopedie’.

De totale knieprothese operatie
Bij de operatie wordt de knie opengemaakt door een snee van ongeveer twintig centimeter over de voorkant van de knie. Tijdens de operatie verwijdert de chirurg de aangetaste gewrichtsvlakken en de meniscussen. Vervolgens wordt met speciale instrumenten het bot aangepast aan de vorm van de prothese waardoor een goede verankering met botcement in het boven- en onderbeen mogelijk is. Een kunststof schijf tussen de metalen delen van de prothese zorgt voor een soepel scharnieren. Soms is de knieschijf aangetast en wordt deze ook deels verwijderd en vervangen door een prothese. Zo niet, dan wordt deze weer op de plaats gebracht. Tot slot wordt er ter plekke een verdovingsmiddel in hoge concentratie achtergelaten. Dit zorgt voor een goede pijnstilling. Het gewrichtskapsel, de spieren, wordt weer dichtgemaakt. De huid wordt gehecht met oplosbare hechtingen en er wordt een drukverband aangelegd. De operatie duurt ongeveer twee uur. Is er gekozen voor een ruggenprik (regionale anesthesie) dan bent u tijdens de operatie wakker. U hoort dan alle geluiden van de operatie. Dus het geluid van kloppen of boren is normaal. Wilt u deze geluiden liever niet horen, dan kunt de anesthesioloog om een licht slaapmiddel vragen.

G352 totale knieprothese met tekst

De halve knieprothese operatie

Bij de operatie wordt de knie opengemaakt door een snee van ongeveer 8 centimeter over de voorkant van de knie.

G352 halve knieprothese vooraanzichtVooraanzicht halve knieprothese

G352 halve knieprothese zijaanzichtZijaanzicht halve knieprothese

Spieren blijven hierbij intact. Tijdens de operatie verwijdert de chirurg het aangetaste gewrichtsvlak en de meniscus. Vervolgens wordt met speciale instrumenten het bot aangepast aan de vorm van de prothese waardoor een goede verankering in het boven- en onderbeen mogelijk is.
Een kunststofschijf tussen de metalen delen van de prothese zorgt voor een soepel scharnieren.
Het gewrichtskapsel, de spieren worden weer dichtgemaakt. De huid wordt gehecht met oplosbare hechtingen. De operatie duurt ongeveer 2 uur.

Complicaties

De complicaties die kunnen ontstaan zijn:

  • Trombose
    Er kan een verstopping van een bloedvat in het been (trombose) ontstaan. Wanneer dit niet behandeld wordt, kan er een stolsel naar de longvaten of hersenvaten schieten. Dit kan zeer ernstige gevolgen hebben. Trombose is herkenbaar aan een gezwollen, glanzende en pijnlijke kuit. Om trombose tegen te gaan, krijgt u gedurende vier weken bloedverdunnende medicijnen. Als u zelf bepaalde bloedverdunnende medicijnen gebruikt is dit wellicht niet van toepassing. Dit hoort u van de arts of de verpleegkundig specialist.
    Er bestaat een kleine kans op specifieke complicaties na een knieprothese-operatie. Dit zijn onder andere:

  • Infectie
    Dit kan een oppervlakkige infectie zijn, maar ook een diepe infectie rond de delen van de prothese. Diepe infecties kunnen tot ernstige complicaties leiden.

  • Zwelling
    Na de operatie kan een zwelling van de knie en het onderbeen ontstaan. Dit is een normaal verschijnsel na een knieprothese en zal in de loop van enkele maanden verdwijnen.

  • Losraken
    De knieprothese wordt duurzaam en stabiel vastgezet. Toch kan het soms voorkomen dat deze gaat loszitten en pijn veroorzaakt. In dat geval is een extra operatie nodig (‘revisie’).

  • Slijtage
    Uw knieprothese is een mechanisch werkend geheel en is daarom onderhevig aan wrijving en slijtage. De slijtage is beperkt vanwege het ontwerp van de prothese. Maar het is niet mogelijk om slijtage helemaal te voorkomen.

  • Looppatroon
    Na het plaatsen van een knieprothese is het looppatroon van sommige patiënten niet optimaal. Dit kan meerdere oorzaken hebben, bijvoorbeeld pijn, verkeerd looppatroon voor de operatie. Normaal gesproken moet dit na drie maanden geheel of grotendeels verdwenen zijn. Een klein deel van de patiënten houdt deze problemen.

Landelijke registratie
Uw operatiegegevens zullen worden geregistreerd in de Landelijke Registratie Orthopedische Implantaten. Als u hier bezwaar tegen heeft, kunt u dit zeggen tegen uw behandelend specialist.

Na de operatie

Na de operatie gaat u naar de uitslaapkamer (verkoeverkamer). Hier worden regelmatig uw bloeddruk, hartslag, temperatuur en ademhaling gecontroleerd. Er wordt ook regelmatig naar de pijn gevraagd en naar de wond gekeken.
Als u weer goed wakker bent, en de pijn onder controle is, gaat u naar de verpleegafdeling.

Pijn
Na de operatie kunt u pijn hebben. Met behulp van een speciale pijnbestrijdingsmethode (zie hoofdstuk pijnmeting in de pagina ‘Verdoving bij volwassenen’) wordt de pijn onder controle gehouden, zodat u sneller van de operatie kunt herstellen. Vertel het altijd tegen de verpleegkundige als u pijn heeft. Wacht niet te lang met het aangeven van de pijn en de inname van de pijnmedicatie!

Duizeligheid en misselijkheid
Duizeligheid en misselijkheid komen regelmatig voor na de operatie. Meestal is dit een reactie op de anesthesie en medicijnen. Als u misselijk bent krijgt u hier medicijnen voor.

Medicijnen
U krijgt via een injectie bloedverdunnende middelen gedurende 4 weken. Het is de bedoeling dat u tijdens de opname leert om uzelf de bloedverdunnende injecties te geven.

Infuus
Na de operatie heeft u een infuus in uw arm. Het infuus zorgt ervoor dat u voldoende vocht krijgt. Verder krijgt u via het infuus een antibioticum toegediend. Het infuus wordt in de loop van de avond verwijderd.

Drukverband
Om uw knie is een drukverband aangelegd. Dit voorkomt zwelling. Het drukverband wordt de volgende dag verwijderd en vervangen door de elastische kous.

Wondpleister
Op de wond zit een comfortabele en flexibele pleister (anti-allergeen) waar u goed mee kunt bewegen en zelfs mee kunt douchen. De pleister kan veel vocht absorberen en vasthouden en moet zo lang mogelijk blijven zitten (maximaal 7 dagen) Dit voorkomt onnodige verbandwisselingen en daarmee de kans op blaarvorming. Het vormt een barrière voor bacteriën en virussen waardoor de kans op een wondinfectie geminimaliseerd wordt. Indien de wond droog is hoeft u geen pleister meer te plakken.

Eten en drinken
Wanneer u na de operatie op de verpleegafdeling bent, mag u water drinken en als dit goed gaat mag u beginnen met eten. Het komt vaak voor dat mensen een gebrek aan eetlust hebben. Dit kan soms tot een aantal weken na de operatie aanhouden. Het is het belangrijk dat u gezond eet en voldoende drinkt om uw herstel te bevorderen. Het kan helpen om niet te grote porties in een keer te nemen maar vaker op de dag kleinere porties.

Liggen, slapen
Het is belangrijk dat uw knie zoveel mogelijk gestrekt ligt.
Vandaar dat er geen kussen onder de geopereerde knie mag liggen. U mag op uw beide zijden liggen eventueel met een kussen tussen de benen.

Fysiotherapie
In de middag na de operatie start u onder begeleiding van een fysiotherapeut met oefenen. U krijgt oefeningen op bed en leert hoe u uit bed moet komen.
Ook gaat u als de situatie het toelaat, oefenen met lopen. Dit wordt op de dag na de operatie verder uitgebreid. Gedurende de opname in het ziekenhuis wordt aandacht besteed aan de dingen de u moet kunnen om weer zelfstandig te zijn. Denk hierbij aan: in en uit bed komen, opstaan en gaan zitten, lopen, in en uit de auto stappen, indien nodig traplopen. Meestal loopt u met elleboogkrukken. Als u al loopt met een rollator of als dat voor het evenwicht nog beter is, is een rollator ook een geschikt hulpmiddel.

Opbouw van andere activiteiten zoals bijvoorbeeld fietsen en autorijden worden ook met u besproken. Tijdens de loopoefeningen is het raadzaam om makkelijk zittende kleding en stevige schoenen (met veters) aan te hebben. Belangrijk is dat u zelf veel oefent, hiermee werkt u aan uw eigen herstelproces.

Hechtingen/bloeduitstorting/zwelling
De huid is gesloten met hechtingen die na ongeveer 6 weken vanzelf oplossen. Het is dus niet nodig hechtingen te verwijderen. Soms ontstaat er een bloeduitstorting rondom de wond en/of zwelling van het been. Dit verdwijnt weer na enkele weken. Het helpt hierbij om regelmatig te lopen. Ook kunt u uw geopereerde been hoger leggen als u zit of ligt. Daarnaast draagt u een elastische kous om zwelling tegen te gaan, de eerste 3 dagen 24 uur, daarna overdag aan en ‘s nachts uit; deze kous draagt u de eerste 2 weken, daarna bekijkt u samen met uw fysiotherapeut of de kous nog zinvol is.

Moeilijke stoelgang (obstipatie)
Het komt vaak voor dat de eerste dagen na een operatie de stoelgang lastiger is of nog op zich laat wachten. Dit wordt meestal veroorzaakt door minder beweging, verandering in leefritme, medicatie en andere voeding. Als u merkt dat uw stoelgang slechter gaat of als u gevoelig bent voor verstopping (obstipatie) zeg dit dan tegen de verpleegkundige.

De eerste dag na de operatie
De eerste dag heeft u bij uw lichamelijke verzorging wellicht hulp nodig van een verpleegkundige. Het is echter de bedoeling dat u zo snel mogelijk weer dingen zelf gaat doen. Uw versleten knie is namelijk vervangen en verder bent u niet ziek. De dag na de operatie wordt er bloed afgenomen om te controleren of u tijdens de operatie niet te veel bloed heeft verloren. Ook wordt er een röntgenfoto gemaakt ter controle.

Naar huis

Voorbereiding
Wanneer u zich zelfstandig en veilig met een hulpmiddel kunt bewegen en u geen medische zorg meer nodig heeft, gaat u met ontslag. Dit is in de middag van de eerste dag na de operatie. Is dit niet haalbaar dan gaat u op de tweede dag na de operatie met ontslag. De verpleegkundige checkt indien dit voor u van toepassing is of de nazorg die vooraf met u besproken is, geregeld is. Voordat u naar huis gaat, neemt de verpleegkundige met u de ontslagpapieren door. Een medewerker van de apotheek neemt met u de medicatie door die u thuis gaat gebruiken.

Aanpassingen in huis
Het is prettig voor na de operatie als u thuis vooraf voor deze dingen heeft gezorgd:

  • Zorg voor een hoge rechte stoel met leuningen.

  • Verwijder losse kleedjes op een gladde vloer, vanwege het gevaar van uitglijden.

  • Zorg voor een stevig bevestigde trapleuning bij de trap; eventuele trapbekleding moet veilig en vlak zijn.

  • Plaats een toiletverhoger (indien nodig) en handgrepen in de douche en toiletruimte.

  • Zorg voor een lange schoenlepel en een helping-hand (grijptang).

Uw bed hoeft niet speciaal verhoogd te zijn, maar een verlaagd bed of waterbed is niet praktisch. Bij een te laag bed kunt u eventueel klossen lenen bij de Thuiszorgwinkel.
Wanneer u ‘s nachts vaak naar het toilet moet, kan het fijn zijn om tijdelijk een postoel naast uw bed te hebben. Deze hulpmiddelen kunt u lenen of kopen bij de Thuiszorgwinkel. Het is raadzaam om dit voor uw opname te regelen.

Fysiotherapie thuis
Bij ontslag krijgt u een verwijsbrief/ overdrachtsbrief mee voor vervolg fysiotherapie. U moet zelf contact opnemen met een fysiotherapeut. U kunt het beste een fysiotherapeut bij u in de buurt kiezen. De fysiotherapeut kan zich, samen met u richten op doelen die u graag weer wilt bereiken. Ook is begeleiding van de fysiotherapeut belangrijk bij het werken aan een goed looppatroon en het afbouwen van het gebruik van de loophulpmiddelen. Wij adviseren u om minimaal 6 weken zelf thuis en bij de fysiotherapeut door te gaan met oefenen.

Weer thuis

Pijn, zwelling en spierpijn
De eerste tijd na de operatie zullen uw knie en het gebied rondom de wond dik en warm aanvoelen. Dit wordt geleidelijk minder, maar kan terugkomen door het oefenen met lopen. Ook kunt u enkele bloeduitstortingen (blauwe plekken) bij de wond hebben, deze verdwijnen vanzelf. U kunt de wond zelf koelen met ijs, bij de drogist of apotheek kunt u coldpacks kopen die u thuis in de vriezer koelt. Pak deze wel in een doek om bevriezing van de huid te voorkomen en koel niet langer dan 15 minuten per keer en maximaal 3x per dag.

Om zwelling tegen te gaan, draagt u een kous die op de 1e dag na de operatie aangemeten wordt op de afdeling, de eerste drie dagen draagt u deze 24 uur, daarna draagt u de kous overdag en doet u hem voor de nacht uit. Daarna blijft u de kous dragen tot de zwelling van het been verdwenen is. Minimaal 2 weken.

De eerste periode heeft u nog last van spierpijn. Dit wordt geleidelijk aan minder, maar dit kunt u tot een half jaar na de operatie blijven voelen.
Tot 3 à 4 maanden na de operatie treedt er nog steeds verbetering op. Startpijn of pijn bij de eerste stappen kan nog een poosje aanhouden. Sommige mensen voelen een doffe pijn na lange wandelingen, tot ongeveer een jaar na de operatie.

Deelnemen aan het verkeer
Als u voor de operatie ook al regelmatig fietste, mag u ongeveer 6 weken na de operatie weer buiten gaan fietsen. Hiervoor moet u voldoende controle over uw been hebben. Gebruik een damesfiets vanwege de lage instap. Het is aan te raden van tevoren te oefenen op een hometrainer, u kunt hier in overleg met uw fysiotherapeut mee starten. Meestal kunt u 4 tot 6 weken na de operatie weer autorijden. Om gas te kunnen geven, te schakelen en remmen heeft u een goede controle over uw been nodig. Als leidraad kunt u aanhouden dat het veilig is om auto te rijden als u geen krukken meer nodig heeft.

Weer aan het werk
U kunt 6 tot 9 weken na de operatie weer aan het werk en het is afhankelijk van het soort werk dat u doet. Zittend werk kan soms al eerder gedeeltelijk hervat worden. Iedereen herstelt echter in zijn of haar eigen tempo.

Reizen
U mag vanaf 6 weken na de operatie weer vliegen. Houdt u er wel rekening mee dat wanneer de vlucht langer dan 2 uur duurt, u wel tussendoor even de benen strekt. Het zou kunnen dat bij de douane de metaaldetector af gaat door uw metalen prothese. Ons advies is daarom om vooraf bij de douane te melden dat u een prothese heeft. Er wordt door ons geen schriftelijk bewijs voor afgegeven.

Seksuele activiteiten
U kunt weer seksueel actief zijn zodra u daar behoefte aan heeft. Waarschijnlijk zijn bepaalde houdingen prettiger dan andere. Ontdek samen met uw partner wat prettig en mogelijk is.

Wanneer een arts waarschuwen?
Het is belangrijk dat u in de volgende gevallen contact opneemt met het telefonisch spreekuur orthopedie:

  • Als de operatiewond meer gaat lekken na 7 dagen of als de operatiewond weer opengaat nadat de wond gesloten is.

  • Als het wondgebied erg gezwollen en rood blijft.

  • Als de wond steeds meer pijn gaat doen, ook al bent u minder gaan oefenen en bewegen.

  • Als u niet meer op het geopereerde been kunt staan, terwijl u dat eerst wel kon.

  • Als u koorts krijgt hoger dan 38,5°C.

Bezoek huisarts of tandarts
Zolang u de prothese heeft, blijft het risico van infectie bestaan. In verband hiermee is het belangrijk dat u alert bent bij een operatieve ingreep.
Uw huisarts is van de operatie op de hoogte gebracht. Als u bij andere specialisten in behandeling komt, zeg dan altijd dat u een prothese heeft.
Antibioticagebruik bij tandheelkundige ingrepen is niet nodig.
Een goede mondhygiëne is wel belangrijk bij het voorkomen van infecties.

Controle
Via de CWZ Zorgapp vragen wij u wekelijks om vragen te beantwoorden. Op deze manier monitoren wij u vanuit het ziekenhuis. Via deze app kunt u ook chatten met ons.
8 weken na de operatie heeft u een controleafspraak bij de arts of de verpleegkundig specialist.

Tips en richtlijnen bij de uitvoering van diverse dagelijkse handelingen:

Onderstaande adviezen kunt u gebruiken bij allerlei dagelijkse handelingen. Ze zijn gericht op energiebesparing en zorgen ervoor dat u uw knie niet overbelast.

  • Als u lang moet staan kunt u een hoge kruk of stoel gebruiken. Denk hierbij aan activiteiten als afwassen, strijken, koken etc.

  • Probeer staan en lopen af te wisselen met zitten. Hierdoor kunnen de spieren weer geleidelijk wennen aan het belasten. Ook voorkomt dit dat de nieuwe knie langdurig wordt belast.

  • Zorg ervoor dat u niet ver hoeft te reiken. De kans om uw evenwicht te verliezen is dan groter. Doe liever een stapje erbij, zodat u steeds zoveel mogelijk in het midden voor u werkt.

  • Plan uw activiteiten per dag. Stel prioriteiten en wissel zware en lichte taken af. Laat voldoende ruimte voor pauzes.

  • Richt uw woon- en werkomgeving zo praktisch mogelijk in. Zorg dat de spullen die u regelmatig nodig heeft tussen heup- en schouderhoogte opgeborgen zijn.

  • Bereid uw werkplek voor voordat u ergens aan begint. Verzamel alles wat u nodig heeft van tevoren.

Adviezen per activiteit

Slapen
Als u op uw zij slaapt is het aan te raden een kussen tussen de benen te plaatsen voor comfort. Heeft u een laag bed, dan kunt u een extra matras erop leggen of bedklossen gebruiken. Een hoogte van ongeveer 50 cm is voldoende.

Zitten en opstaan
Maak gebruik van armleuningen van een stoel bij het opstaan en gaan zitten. Het meest comfortabel is een stoel met vlakke stevige zitting en van waaruit u gemakkelijk opstaat en waar u niet te veel in wegzakt. Een (hoge) rugleuning en armleuningen geven veel steun (een tuinstoel voldoet ook). U kunt het gaan zitten of staan vergemakkelijken door het geopereerde been iets naar voren te plaatsen. Een toilet moet hoog genoeg zijn (een hoogte van ongeveer 50 cm is voldoende). Als u een te laag toilet heeft, kunt u tijdelijk een losse toiletverhoger lenen bij de thuiszorgwinkel. Een seniorentoilet heeft al de juiste hoogte.

Baden en douchen
Het kan prettig zijn om de eerste tijd zittend te douchen. Enkele tips hiervoor:

  • Maak gebruik van een douchekruk/-stoel.

  • Gebruik een antislipmat in de douchebak; dit voorkomt uitglijden en geeft stabiliteit.

  • Heeft u een douche in de badkuip dan kunt u na enige tijd na de operatie gebruikmaken van een badplank.

  • Voor extra steun en veiligheid kunt u een handgreep aan de muur bevestigen.

  • Wij raden u af om de eerste paar weken na de operatie te baden. Dit in verband met het in en uit bad stappen en omdat zitten te belastend kan zijn voor de heup. Vaak is dit na ongeveer 6 weken geen probleem meer.

De hulpmiddelen zijn verkrijgbaar in een thuiszorgwinkel.

Aan- en uitkleden
Kleed u gedurende de eerste weken zoveel mogelijk zittend aan. Gebruik bij het aan- en uittrekken van (onder)broek, sokken en schoenen hulpmiddelen zoals de helping hand, kousen-aantrekhulp, lange schoenlepel. Deze zijn verkrijgbaar in een thuiszorgwinkel.

Spullen van de grond rapen
Bukken is mogelijk. Als u merkt dat de knie nog moeite heeft bij het uitvoeren van deze beweging, maak dan gebruik van een helping hand, zo kunt u staand of zittend spullen oprapen van de grond.

Traplopen
U mag traplopen. Dit oefent u met de fysiotherapeut.
Omhoog: eerst het beste been (niet-geopereerde), dan bijsluiten; het geopereerde been met de elleboogkruk.
Omlaag: eerst de elleboogkruk met het geopereerde been, dan bijsluiten. Een stevige trapleuning is nodig.
In de CWZ Zorgapp vindt u uitleg en een filmpje hierover.

Huishoudelijke activiteiten
Probeer tijdens alle activiteiten staan en zitten goed af te wisselen. Neem voldoende rustpauzes. Zorg dat de spullen niet te laag in de keukenkastjes staan. Voor zwaardere werkzaamheden zoals stofzuigen, bed verschonen en ramen zemen heeft u vlak na de operatie hulp nodig.

Vervoer per auto
Zorg dat u vanaf de straat instapt (niet vanaf trottoir; dat maakt de instap lager).
Zet de autostoel zover mogelijk naar achteren en de rugleuning iets naar achteren zodat u makkelijk kunt instappen. Leg evt. een stevig kussen op de zitting om hem een beetje op te hogen. Een plastic vuilniszak op de zitting maakt de draaibeweging, om in en uit de auto te gaan makkelijker.

Aandachtspunten bij het gebruik van elleboogkrukken
De krukken worden door de fysiotherapeut afgesteld. De krukken staan op de goede hoogte afgesteld wanneer u kunt staan met de handen op de handgrepen van de krukken en de ellebogen bijna gestrekt.

De meest gestelde vragen na het plaatsen van een knieprothese

Hoe lang blijft mijn knie pijnlijk?
De eerste periode heeft u nog last van spierpijn. Dit wordt geleidelijk aan minder, maar dit kunt u tot een half jaar na de operatie blijven voelen.
Tot 3 à 4 maanden na de operatie treedt er nog steeds verbetering op. Startpijn of pijn bij de eerste stappen kan nog een poosje aanhouden. Sommige mensen voelen een doffe pijn na lange wandelingen tot ongeveer een jaar na de operatie.

Hoe lang blijft mijn knie dik?
De zwelling vermindert de eerste maanden na de operatie.
De zwelling is meestal ’s avonds het grootst en neemt af als u goed blijft oefenen. De zwelling vermindert als u regelmatig uw been hoog legt (op een stoel).

Hoe vaak moet ik oefenen?
De eerste paar keer komt u de fysiotherapeut bij u thuis. De fysiotherapeut zal met u het revalidatietraject bespreken. U krijgt oefeningen voor in lig-, zit- en sta-houding die u regelmatig kunt herhalen. Uw fysiotherapeut zal u hierin begeleiden.

Wanneer mag ik weer gaan autorijden/fietsen?
U mag weer autorijden / fietsen als u zonder hulpmiddel kunt mobiliseren, meestal is dit na 4 tot 6 weken na de operatie. U moet wel voldoende controle over uw been hebben en uw knie 95 tot 100 graden kunnen buigen.
Als u voor de operatie ook al regelmatig fietste, mag u ongeveer 6 weken na de operatie weer buiten gaan fietsen. Hiervoor moet u voldoende controle over u been hebben. Gebruik een damesfiets vanwege de lage instap. Het is aan te raden van tevoren te oefenen op een hometrainer, u kunt hier in overleg met uw fysiotherapeut mee starten.

Wanneer mag ik weer gaan douchen of in bad?

U kunt al snel weer onder de douche. Als u een goede sta-functie heeft, kunt u in principe vanaf 2 dagen na de operatie onder de douche. De wondpleister mag nat worden. Zorg ervoor dat u onder de douche niet kunt uitglijden en dat u zich eventueel aan een stevige handgeep kunt vasthouden. Het is raadzaam de eerste 6 weken niet in bad te gaan vanwege de moeilijke instap.
U mag pas in bad als de wond helemaal dicht is en er geen korstjes meer op de wond zitten.

Wat voor soort schoenen kan ik het beste aantrekken?
Het is verstandig om stevige schoenen met een platte zool te dragen. Maak eventueel gebruik van elastische schoenveters.
Hoge hakken en slippers zijn de eerste 3 maanden niet aan te raden.

Wanneer mag ik weer op mijn zij slapen?
Dit mag meteen, als de pijn het toelaat. Het is vaak prettig om een kussen tussen uw benen te leggen als u op uw zij ligt.

Hoe verzorg ik mijn wond?
De pleister mag blijven zitten tot de 7e dag na de operatie. U kunt dan zelf de pleister verwijderen De pleister kunt u het beste verwijderen door een hoekje van het verband iets los te maken. U verwijdert de pleister vervolgens in de lengte. Door aan het verband te trekken en de huid in dezelfde richting wat tegen te houden, komt de pleister los van de huid. Indien de wond droog is hoeft u geen pleister meer te plakken.

De wond moet schoon en droog blijven. De huid/ het gebied rondom de wond kan er wat rood of geïrriteerd uitzien en is vaak gezwollen, deze roodheid en zwelling zullen langzaam afnemen.
Wanneer het wondgebied erg gezwollen is, rood wordt, warm aanvoelt of als er vocht uit komt, is het verstandig met de verpleegkundig specialist te overleggen wat u moet doen.

U kunt de wond gewoon wassen. Het is beter om deze van boven naar beneden te wassen, in plaats van links naar rechts. Let er ook op dat u rond het wondgebied geen crème of lotion gebruikt. Dit mag u pas gebruiken als de wond goed genezen is en vrij is van korstjes.

Waar moet ik op letten na de operatie?
Gedurende de eerste 3 maanden na de operatie is het erg belangrijk dat u de leefregels goed in acht neemt. Deze leefregels kunt u nog eens nalezen op deze pagina.

Mag ik sporten?
Zwemmen kan en mag na ongeveer 6-8 weken (eerst moet de wond volledig gesloten zijn en vrij van korstjes).
Wandelen, fietsen en een aantal andere laag-belastende sporten zijn toegestaan. Overleg dit met uw arts of fysiotherapeut.

Hoelang moet ik gebruikmaken van een loophulpmiddel?
Patiënten met een knieprothese lopen gemiddeld tot 2 maanden na de operatie met een loophulpmiddel.
In overleg met uw fysiotherapeut wordt dit afgebouwd. Hierbij geldt: ga niet te vroeg met één kruk lopen, omdat u anders een verkeerde houding/looppatroon kunt gaan aannemen.

Hoe ga ik om met bloedverdunnende middelen?
Als u in het ziekenhuis gestart bent met bloedverdunnende injecties, moet u deze gedurende 4 weken blijven gebruiken. Als u voor de operatie al bloedverdunnende middelen gebruikte dan heeft u na de operatie advies gekregen met betrekking tot de herstart van deze middelen.

Vragen en/of problemen

Mocht u na het lezen van de pagina of de app nog vragen hebben, neem dan contact op met het telefonisch spreekuur orthopedie. Telefoonnummers vindt u onderaan deze pagina.

U kunt ook contact opnemen door een e-mail te sturen naar polikliniek.orthopedie@cwz.nl.

Bij problemen - als u na de behandeling/operatie weer thuis bent - verwijzen wij u naar de pagina ‘Instructie bij ontslag uit het ziekenhuis’. Deze heeft u gekregen bij het ontslaggesprek op de afdeling orthopedie. Hierin staat precies beschreven hoe u contact kunt opnemen.
Buiten kantooruren en in het weekend kunt u contact op nemen met de huisartsenpost.

Kunt u niet komen?

Kunt u niet komen op de geplande operatiedatum, bijvoorbeeld doordat:

  • er meer voorbereiding nodig blijkt te zijn, door een andere specialist

  • u ziek bent met koorts (griep)

  • u verhinderd bent door onverwachte privéomstandigheden

Laat dit dan zo snel mogelijk weten. U belt naar de afdeling operatieplanning orthopedie, bereikbaar op werkdagen tussen 8.30 en 12.00 uur, telefoonnummer (024) 365 88 36. Als u tijdig belt, kan er nog een andere patiënt gepland worden en maken wij met u een nieuwe afspraak.

Het verhaal van de heer Wolf

Nijmegen staat in juli altijd helemaal in het teken van de Vierdaagse. De heer Wolf (88) loopt de Vierdaagse met twee knieprotheses die hij kreeg bij orthopedie in CWZ

De heer Wolf over Vierdaagse lopen met twee knieprotheses

G352Laatst bijgewerkt op 3 februari 2026

Inhoudsopgave