Inleiding
Uw behandelend arts heeft voorgesteld om vanwege uw snurkklachten een onderzoek en of behandeling door de KNO-arts te laten verrichten. Deze pagina geeft u informatie over wat de KNO-arts in CWZ met u bespreekt, zodat u zich kunt voorbereiden op het gesprek of na het gesprek alles nog eens rustig kan nalezen.
Wat is slaapapneu?
Bij een klein deel van de snurkende personen wordt het snurken tijdens de slaap onderbroken door pauzes in de ademhaling, waarbij geen enkele inademing meer plaats vindt. Wanneer de ademstilstand meer dan 10 seconden duurt, noemt men een dergelijke pauze ‘apneu’. Men spreekt van obstructief slaapapneu (OSA) wanneer een dergelijke ademstilstand minimaal vijf maal per uur optreedt. Na een apneu kan iemand wakker worden met een gevoel van kortademigheid of benauwdheid, veroorzaakt door een daling van het zuurstofgehalte in het bloed. Hierdoor kunnen concentratiestoornissen en vergeetachtigheid optreden evenals een onregelmatige hartslag, hoge bloeddruk en hartvergroting. Wanneer de slaap te vaak onderbroken wordt door deze ademstilstanden is men ‘s ochtends niet goed uitgerust en staat men vermoeid op. Overdag kunnen klachten ontstaan van (extreme) slaperigheid in allerlei omstandigheden zoals in rust tijdens het lezen van een boek of een krant maar soms ook bij activiteiten als autorijden. Dit kan tot gevaarlijke situaties leiden, niet alleen voor degene met OSA zelf, doch ook voor anderen.
Om vast te stellen of er inderdaad sprake is van OSA wordt uw gedrag tijdens het slapen met meetapparatuur vastgelegd (polygrafie of polysomnografie). Zie ook de pagina ‘Slaaponderzoek’.
Behandeling van slaapapneu
De behandeling van OSA hangt samen met de ernst van de gevonden afwijking. Er zijn verschillende mogelijkheden om OSA te behandelen.
De behandeling met een gezichtsmasker: Continuous Positive Airway Pressure (CPAP)
U krijgt een masker (er bestaan verschillende varianten) dat is verbonden met een blaasapparaat, waarbij tijdens de slaap extra lucht in de keel wordt geblazen. De hoeveelheid lucht zorgt ervoor dat de weke delen in de keel elkaar niet meer kunnen raken. De lucht wordt onder druk via mond en neus ingeblazen. Daardoor staat het weefsel onder spanning en kan het moeilijker trillen.
De behandeling met een ‘positietrainer’
Dit apparaat is mogelijk geschikt voor mensen die met name of uitsluitend snurken of last hebben van een licht OSA (weinig ademstops) in rugligging. U draagt dit apparaat gedurende de nacht; het geeft een trilling af wanneer u op de rug gaat liggen en stimuleert u zo om op de zij te gaan liggen.
De behandeling met een ‘snurkbeugel’
Een ‘snurkbeugel’ (Mandibulair Repositie Apparaat, MRA) is regelmatig de aangewezen behandeling bij OSA en/of snurken. Meestal gaat het hierbij om een licht of matig OSA. Deze (door een hierin gespecialiseerde tandarts) op maat gemaakte beugel (‘bitje’) trekt de onderkaak naar voren ten opzichte van de bovenkaak, waardoor er meer ruimte achterin de keel ontstaat zodat met name de tong minder naar achteren zal zakken terwijl iemand slaapt: de keel wordt meer open gehouden. Uw KNO-arts weet welke tandartsen in de regio u van dienst kunnen zijn.
Operatieve behandelingen
Naast behandeling met een CPAP-masker of MRA zijn er verschillende operatieve mogelijkheden voor de behandeling van OSA. Uw KNO-arts zal eerst een ‘slaapendoscopie’ (Drug Induced Sleep Endoscopy: DISE, zie pagina ‘Slaapendoscopie (DISE)’) verrichten om duidelijkheid te krijgen over de plaats van de belemmering van de luchtweg. Hierna zal door uw KNO-arts met u besproken worden wat de eventuele mogelijkheden zijn. Te denken valt aan verschillende neusoperaties (zie desbetreffende pagina’s), een verwijdende keeloperatie, of Celon-behandeling (verhitting en verlittekening van het verhemelte en de basis van de tong middels naalden: zie pagina ‘Keeloperaties bij snurken en Obstructief Slaap Apneu (OSA)’), of het verwijderen van de amandelen (zie pagina ‘Operatie aan de amandelen bij volwassenen’).
Tongzenuwstimulator
Als andere behandelingen, zoals hierboven besproken, niet werken, is de stimulatie van de tongzenuw voor sommige patiënten een mogelijkheid. Deze behandelmethode wordt ook wel Upper Airway Stimulation (UAS), Nervus Hypoglossus Stimulator (NHS) of behandeling met een tong pacemaker genoemd. De naam van de fabrikant van dit type tongzenuwstimulator, Inspire, wordt ook veel gebruikt.
Bij deze behandeling plaatsen we een kleine stimulator in uw borstkas (implantaat). Deze stimulator activeert de tongzenuw tijdens de slaap op basis van signalen van een meetelektrode vlakbij de longen. Hierdoor wordt uw luchtweg open gehouden. Voordat u gaat slapen, zet u met een afstandsbediening de stimulator aan. Bij het wakker worden zet u hem weer uit. De prikkel moet sterk genoeg zijn om de tongzenuw te stimuleren zodat de luchtweg open blijft, maar ook weer zo zwak dat u er niet wakker van wordt.
Voor wie is de tongzenuwstimulator bedoeld?
Implantatie van een tongzenuwstimulator is een behandeling die alleen mag worden ondergaan als u aan de volgende voorwaarden voldoet.
Matig tot ernstig slaapapneu (tussen de 20 en 50 ademstops per uur).
Aandeel centrale apneus: minder dan 25%.
Body Mass Index (BMI) minder dan 32.
Aangetoond falen (het werkt niet) of het niet verdragen van behandeling met CPAP (Continuous Positive Airway Pressure).
Aangetoond falen van andere behandelingen zoals mandibulair repositie-apparaat (MRA) en/of andere keel-, neus- en kaakoperaties.
Geen positioneel OSA (waarbij in zijligging de OSA nagenoeg over is).
Onderzoeken
Om te bepalen of u in aanmerking zou kunnen komen voor een implantatie met een tongzenuwstimulator krijgt u onderzoeken:
Een slaapregistratie tijdens de nacht: polysomnografie. We meten dan de ernst van de slaapapneu en sluiten uit dat er andere slaapstoornissen een rol spelen bij uw klachten.
Een slaapendoscopie (DISE, Drug Induced Sleep Endoscopy), om te onderzoeken waar uw luchtweg samenvalt tijdens de slaap (zie pagina slaapendoscopie (DISE)).
Voorbereiding op de operatie
Deze operatie vindt onder volledige narcose plaats. U bent in slaap tijdens de operatie. Voor de operatie en de anesthesie zijn meestal enige voorbereidingen noodzakelijk, dit wordt ook wel preoperatief onderzoek of preoperatieve voorbereiding genoemd.
Aandachtspunten
Gebruikt u bloedverdunnende medicijnen of bent u onder controle van de trombosedienst? Zeg dit dan tegen uw behandelend arts in CWZ. Denk bij bloedverdunnende medicijnen aan bijvoorbeeld acenocoumarol of fenprocoumon en/of aspirine.
Als u bekend bent bij de trombosedienst, neem uw doseerkaart altijd mee naar het ziekenhuis. Het kan zijn dat u tijdelijk moet stoppen met deze bloedverdunnende medicijnen.
Uw behandelend arts vertelt u hoe lang u voor de ingreep of operatie met het innemen moet te stoppen en wanneer u weer kunt beginnen met de medicijnen.
Als u medicijnen gebruikt of overgevoelig bent voor bijvoorbeeld jodium, verdovingsvloeistof, pleisters of andere stoffen zeg dit dan tegen de arts, de verpleegkundige of assistente van polikliniek.
Zeg het ook als u een pacemaker (of een ICD) draagt.
Zeg het ook als u preventief antibiotica nodig heeft.
Afspraak spreekuur anesthesioloog
De anesthesioloog schat in welke risico’s in uw geval aan de operatie en de anesthesie verbonden zijn en hoe deze kunnen worden beperkt. Daarom bezoekt u het spreekuur van de anesthesioloog. Dit kan vaak telefonisch.
De dag van de operatie
Volgens de afspraken met de anesthesioloog op het anesthesiespreekuur blijft u nuchter en bent u eventueel gestopt met (bloedverdunnende) geneesmiddelen. U meldt zich op het afgesproken tijdstip bij Meldpunt 2C (dagkliniek). Daar wordt u doorverwezen naar de opnameafdeling. Na een opnamegesprek met de verpleegkundige krijgt u de voorbereidende medicatie voor de anesthesie (premedicatie). Het is belangrijk dat u voor de ingreep nog even plast, zodat de blaas leeg is. Als u een kunstgebit en/of contactlenzen draagt moet u deze uitdoen. Ook mag u tijdens de operatie geen sieraden, make-up of nagellak dragen. Tijdens de operatie draagt u een operatiehemd dat u alvast aantrekt. Een verpleegkundige rijdt u met uw bed naar de voorbereidingsruimte van de operatieafdeling. Vervolgens krijgt u een infuus. U gaat naar de operatiekamer en schuift over op de operatietafel. Voordat de anesthesioloog u de narcosemiddelen via het infuus toedient, wordt eerst de bewakingsapparatuur aangesloten. Na toediening van een snelwerkend slaapmiddel bent u binnen een halve minuut in een diepe slaap.
De operatie
De KNO-arts plaatst via een klein sneetje in de hals (eigenlijk altijd de rechter zijde) een soort klemmetje om de tongzenuw. Dit heet een ‘cuffje’. Dit klemmetje wordt onder de huid met een draadje verbonden aan een apparaatje onder het sleutelbeen, de stimulator. Vanuit de stimulator (Implantaat Pulse Generator, ook wel IPG genoemd) loopt een draadje naar de borstspieren. Hieraan zit een zogenaamde sensor. Wanneer de stimulator aanstaat, geeft de sensor bij de borstspieren een signaal over de ademhaling naar de IPG. De IPG stimuleert vervolgens de tongzenuw, waardoor de tongspieren aangespannen worden en de luchtweg vrijgemaakt wordt, elke ademhaling opnieuw.
De operatie duurt ongeveer 2 uur. U verblijft voor de behandeling ongeveer één dag in het ziekenhuis.
Na de operatie
Na de ingreep onder narcose blijft u in de uitslaapruimte (verkoeverkamer) van de operatieafdeling tot u goed wakker bent. Daarna haalt een verpleegkundige van de verpleegafdeling u weer op.
Meestal mag u de dag van de operatie naar huis. U mag op eigen gelegenheid naar huis, maar u mag niet zelf de auto besturen.
Er wordt altijd een controle röntgenfoto gemaakt van de borstkast en de hals.
Herstel en mogelijke complicaties
Tijdens de eerste 2 tot 6 weken kunt u mogelijk last hebben van een van de wonden, zoals pijn, zwelling of roodheid.
Ook kunt u hoofdpijn hebben of misselijk zijn, meestal in de eerste uren na de operatie.
Verder kan de tong tijdelijk zwak zijn, of kunt u moeite met spreken hebben. We maken ter controle een röntgenfoto van de borst en de hals, om de uitgangspositie van de implantaten vast te leggen.
Als het goed met u gaat, mag u een aantal uren na de operatie naar huis. U mag weer gewoon eten en drinken.
Meestal kunt u na enkele dagen tot een week uw dagelijkse werkzaamheden weer oppakken, afhankelijk van uw werk en uw reactie op de narcose.
De ingreep is niet pijnlijk. U kunt wel spierpijn krijgen en een drukgevoel op de plaats waar de stimulator geplaatst is.
Meestal is paracetamol voldoende om de pijn/het ongemak te onderdrukken.
Belangrijk is om gedurende enkele weken met uw hoofd driemaal per dag 10 rondjes linksom en 10 rondjes rechtsom te draaien: dit om wat speling in de elektroden (‘draadjes’) in de hals te houden.
Wees de eerste week voorzichtig met douchen, zodat de wondjes niet nat worden.
Til niet zwaar en sport niet tot 4 weken na de operatie.
Wanneer u een CPAP (Continuous Positive Airway Pressure), MRA (Mandibulair Repositie Apparaat) of SPT (Sleep Position Trainer) gebruikt, kunt u deze blijven gebruiken tot aan het moment van activatie van de tongzenuwstimulator.
Neem bij vragen of twijfel contact op met uw behandelend KNO-arts.
Controle afspraken
Een week na de operatie heeft u bij de arts een controle-afspraak op de polikliniek om de wonden te bekijken en de hechtingen te verwijderen. Na ongeveer 4 tot 6 weken heeft u een afspraak om de eerste keer het implantaat te activeren: hierbij wordt de juiste instelling bepaald. Daarna krijgt u een op maat geprogrammeerde afstandsbediening mee naar huis. Hiermee kunt u de therapie aanzetten, uitzetten en bijstellen. U kunt de volgende periode (weken tot maanden) wennen aan de therapie. Ongeveer 3 maanden na de wordt een slaaponderzoek met fijnafstelling herhaald. Tijdens deze slaapregistratie bekijken we uw slaappatroon en ademhaling en passen we de instellingen van het implantaat zo nodig aan. In principe volgt er elk jaar een controle, soms in combinatie met een standaard slaaponderzoek (polygrafie).
Behandelteam Nervus Hypoglossus Stimulator
Het behandelteam bestaat uit artsen en zorgprofessionals van verschillende specialismen. Ook heeft u afspraken op verschillende afdelingen in het ziekenhuis.
U komt bij de KNO-arts en de zorgcoördinator Nervus Hypoglossus Stimulator (ook wel ‘Navigator’ genoemd).
U komt op de operatiekamer voor de slaapendoscopie en voor het plaatsen van de stimulator, op de afdeling Klinische Neurofysiologie voor het slaaponderzoek en voor het instellen van uw implantaat.
Uw vaste contactpersoon is de zorgcoördinator NHS. De zorgcoördinator kent uw situatie en heeft regelmatig contact met uw behandelend arts. U kunt bij uw zorgcoördinator terecht met al uw vragen. Deze kunt u bereiken via het daarvoor ingestelde telefoonnummer.
Vragen?
Als u na het lezen van de informatie nog vragen heeft, schrijf deze dan op of vraag iemand met u mee te gaan. De KNO-arts beantwoordt graag uw vragen over uw snurkklachten en de behandeling daarvan.
De anesthesioloog zal de vragen over de anesthesie beantwoorden. Voor vragen over de operatie, de opname en de nazorg kunt u bij de verpleegkundige terecht.
Meer informatie
https://www.cwz.nl/behandelingen/tongzenuwstimulator/https://www.cwz.nl/behandelingen/tongzenuwstimulator/
https://www.inspiresleep.nl/https://www.inspiresleep.nl/
https://www.beterdichtbij.nl/https://www.beterdichtbij.nl/
https://apneuvereniging.nl/https://apneuvereniging.nl/
Kunt u niet komen?
Kunt u op het afgesproken tijdstip niet komen, zeg dit dan zo snel mogelijk tegen het secretariaat KNO. Er kan dan nog een andere patiënt in uw plaats gepland worden. U kunt het secretariaat ook een e-mail sturen: secretariaat.kno@cwz.nlmailto:secretariaat.kno@cwz.nl.
Contact
- Longziekten
- KNOPolikliniek KNO (B66)
Bij verhinderingen: secretariaat KNO, telefoonnummer (024) 365 87 11. Er kan dan nog een andere patiënt in uw plaats gepland worden.
U kunt het secretariaat dan ook mailen: secretariaat.kno@cwz.nlmailto:secretariaat.kno@cwz.nl
(024) 365 82 25 of (024) 365 87 10 (secretariaat)
Maandag tot en met vrijdag van 8.30 tot 16.30 uur
G1070Laatst bijgewerkt op 4 februari 2026

