Stuitligging

Behandeling

Inleiding

Deze pagina geeft informatie over de zwangerschap van een kindje in stuitligging. Hierbij ligt het kindje niet met het hoofdje naar beneden wat beschouwd wordt als de meest gunstige ligging om geboren te worden. Deze pagina geeft u informatie over de stuitligging en de gevolgen die deze liggingsafwijking met zich mee kan brengen.

Bij een stuitligging ligt een kind met het hoofd boven in de baarmoeder en met de stuit naar beneden. Meestal is niet bekend waarom een kind in stuitligging ligt. Een stuitligging komt vaker voor bij een tweeling- of meerlingzwangerschap, bij een afwijkende vorm van de baarmoeder of het bekken, bij een moederkoek of vleesboom die voor de uitgang ligt, bij aangeboren afwijkingen van het kind en vaker in de eerste maanden van de zwangerschap.

Een kind in stuitligging kan vaginaal geboren worden waarbij de billen of voeten als eerste worden geboren. Ook kan een kind in stuitligging door middel van een keizersnede worden geboren. Het kind in stuitligging kan tijdens de zwangerschap soms gedraaid worden naar een hoofdligging. Dit wordt een versie genoemd. In Nederland hebben de gynaecologen een aantal voorwaarden afgesproken waaronder een kind in stuitligging vaginaal geboren kan worden.

Er zijn verschillende vormen van een stuitligging:

Onvolkomen stuitligging:

De benen liggen helemaal omhoog naast het lichaam, zodat het kind als het ware op zijn tenen kan sabbelen.

Volkomen stuitligging: 

De bovenbenen zijn langs het lichaam gestrekt en de knieën gebogen, zodat de voeten naast de billen liggen (kleermakerszit).

Half onvolkomen stuitligging: 

Het ene been ligt gestrekt naar boven, zoals bij een onvolkomen stuitligging. Het andere been ligt naar beneden, zoals bij een volkomen stuitligging.

Voetligging:

Het kind ligt met één of beide benen gestrekt naar beneden, zodat één of twee voetjes onder de billen liggen.

Hoe vaak komt een stuitligging voor?

Vroeg in de zwangerschap komen stuitliggingen veel voor. In de periode tussen de 20 en 25 weken ligt ongeveer één derde van alle kinderen met het hoofd naar boven. De meeste kinderen draaien daarna op een bepaald moment met hun hoofd naar beneden. Acht weken voor de uitgerekende datum, bij 32 weken, ligt nog 10-15% van de kinderen in stuitligging. Rondom de uitgerekende datum is dat nog slechts 3%.

Waarom ligt een kind in stuitligging?

Bij meer dan 85% van de stuitliggingen is het onbekend wat de oorzaak is.

Wel zijn er een aantal dingen die mee kunnen spelen. Een stuitligging komt vaker voor bij:

  • Een meerlingzwangerschap;

  • Een kind dat te vroeg geboren wordt;

  • Een afwijkende vorm van de baarmoeder of het bekken;

  • Een voorliggende placenta (moederkoek) of een myoom (vleesboom) bij de ingang van het bekken;

  • Aangeboren afwijkingen van het kind.

Onderzoek bij een stuitligging

Bij een stuitligging vindt doorgaans echoscopisch onderzoek via de buik plaats. De arts of echoscopist kijkt naar duidelijk zichtbare aangeboren afwijkingen, die zeldzaam zijn, maar eventueel de stuitligging kunnen verklaren. Ook wordt gekeken naar de stand van het hoofd van de baby en wordt de hoeveelheid vruchtwater beoordeeld. Daarnaast wordt gekeken naar de ligging van de moederkoek en of er vleesbomen of andere afwijkingen zijn die de ingang van het bekken blokkeren.

De bevalling bij een stuitligging

Veel Nederlandse gynaecologen vinden dat bij de meeste stuitliggingen een vaginale bevalling verantwoord is. Ook is het mogelijk dat er een keizersnede plaatsvindt. Het is belangrijk dat je weet welke problemen zich bij een vaginale stuitbevalling of bij een keizersnede kunnen voordoen.

Wanneer is een vaginale bevalling verantwoord?

De gynaecoloog overlegt samen met u of een vaginale bevalling verantwoord is of dat het beter is om een keizersnede te doen. Voorwaarden voor een veilige vaginale bevalling zijn:

  • Dat er bij een vorige bevalling geen ernstige problemen waren, zoals een moeizame vacuüm- of tangverlossing;

  • Dat het geschatte gewicht van het kindje niet te hoog is;

  • Dat het hoofd van het kindje voorover gekanteld ligt (met de kin op de borst);

  • Dat het kindje een beetje in het bekken is ingedaald;

  • Dat de ontsluiting en het persen voorspoedig gaan.

Kunt u kiezen?

Doorgaans kunt u na een adviserend gesprek met uw gynaecoloog kiezen tussen een keizersnede of een vaginale bevalling. Voorwaarde is wel dat de gynaecoloog, welke de vaginale bevalling begeleidt, dit ook verantwoord vindt.

In de volgende situaties hebt u géén keuze meer:

  • Het is te laat om een keizersnede te doen: het kind staat op het punt geboren te worden;

  • Het is te vroeg om een keizersnede te doen: bij een bevalling die nog niet op gang is gekomen, zal de gynaecoloog pas een keizersnede wegens stuitligging pas uitvoeren na 38 zwangerschapsweken. Vóór deze termijn bestaat een te hoog risico op ademhalingsproblemen bij uw baby;

  • De gynaecoloog vindt het niet verantwoord om u vaginaal te laten bevallen om één van eerdergenoemde redenen.

Het maken van een keuze

Kunt u kiezen tussen een vaginale bevalling of een keizersnede? Dan is het belangrijk dat u alle informatie hebt. Als u alle informatie hebt, kunt u de voor- en nadelen tegen elkaar afwegen en met de arts bespreken wat uw voorkeur is.

Het draaien van een kind in stuitligging (versie)

Als een kind van stuitligging naar hoofdligging kan worden gedraaid (versie) is er een kleinere kans op een keizersnede.

Wanneer wordt de stuitligging gedraaid?

Vóór de 36-37 weken zwangerschap draaien veel kinderen zelf nog in een hoofdligging. Het is dan ook verstandig om pas na deze termijn te proberen om het kind te draaien. Soms wordt het advies gegevens iets eerder of later te draaien, meestal afhankelijk van de hoeveelheid vruchtwater. Wanneer de stuitligging later ontdekt is, kan tot aan de bevalling het draaien bijna altijd geprobeerd worden.

Onderzoek

Voorafgaand aan het draaien van de baby wordt altijd echoscopisch onderzoek gedaan. Hierbij kijkt de arts of verloskundige naar de hoeveelheid vruchtwater en hoe de placenta ligt. Er wordt gekeken naar duidelijk zichtbare, grote aangeboren afwijkingen, die een enkele keer een oorzaak van de stuitligging zijn. Ook kijkt de arts of verloskundige of de baby niet met het hoofd achterover gekanteld ligt. Dit maakt het draaien namelijk moeilijker.

Hoe verloopt een versie?

In sommige ziekenhuizen vindt draaien van een kind plaats op de polikliniek, andere ziekenhuizen nemen u hiervoor kortdurend op. Degene die uw kind probeert te draaien is de gynaecoloog, assistent of een in het ziekenhuis werkzame verloskundige. U ligt op een bed of onderzoeksbank. Voordat men met het draaien begint, controleert de verpleegkundige de hartslag van het kind met een hartfilmpje (CTG). U krijgt een infuus, waarin een weeën remmend middel wordt gegeven. Dit zorg ervoor dat uw baarmoeder ontspannen blijft en niet samentrekt tijdens de poging om het kindje te draaien. Een mogelijke bijwerking hiervan is dat uw hartslag versnelt en u last van hartkloppingen krijgt. Na een paar uur is het middel volledig uitgewerkt en verdwijnen deze bijwerkingen weer.

Het is belangrijk dat u zo ontspannen mogelijk ligt, uw buikspieren niet aanspant en een lege blaas hebt. Soms is een kussen onder de knieën prettig. Als u een goede houding hebt gevonden, pakt de verloskundige of arts het kindje via de buik ‘vast’. De ene hand pakt daarbij net boven uw schaambeen de billen van het kind en probeert deze omhoog te drukken. De andere hand pakt aan de bovenkant van uw buik het hoofd van het kind en probeert dit naar beneden te duwen. Op deze manier probeert men het kind te draaien tot het met zijn hoofd beneden ligt. De duur van het draaien kan verschillen: van minder dan 30 seconden tot soms meer dan 5 minuten. Een enkele keer, als de billen al wat in het bekken zijn ingedaald, drukt een assistent via de vagina de billen van het kind omhoog, om zo het draaien makkelijker te maken. Na afloop controleert men opnieuw de hartslag van uw kindje door middel van een hartfilmpje (CTG).

Hoe vaak lukt het om een kind te draaien?

Of het zal lukken om een kind te draaien, valt niet eenvoudig te voorspellen. Over het algemeen geldt: hoe vroeger in de zwangerschap en hoe meer vruchtwater, des te gemakkelijker is het om het kind te draaien. Dit heeft ook een nadeel: als er veel vruchtwater is, is de kans groot dat het kind uit zichzelf terugdraait naar een stuitligging. Naarmate de zwangerschapsduur vordert, neemt de hoeveelheid vruchtwater af, wordt het kind groter en het draaien dus moeilijker. Als de moederkoek op de voorwand van de baarmoeder ligt, is het moeilijker om het kind te kunnen vasthouden bij het draaien.

Ook geldt dat het draaien moeilijker wordt als u zelf kleiner en/of zwaarder bent. Bij een eerste zwangerschap zijn de baarmoeder en de buikwand nog stevig en zal het draaien minder kans op succes hebben dan bij een tweede of derde zwangerschap.

Gemiddeld is de kans op succes van het draaien ongeveer 40 – 60%. Bij een tweelingzwangerschap is het niet mogelijk om een of beide kinderen te draaien.

Bij een verhoogde bloeddruk of een litteken in de baarmoeder, kan de gynaecoloog soms besluiten om het kind niet te draaien.

Mogelijke gevolgen en complicaties van het draaien

Voor de moeder is kans op complicaties zeer klein. Wel hebben enkele vrouwen last van de bijwerkingen van het middel om de baarmoeder te ontspannen, maar dit gaat altijd vanzelf over. De buik kan door het duwen een paar dagen gevoelig en beurs zijn. Dat is vervelend, maar kan geen kwaad. Na het draaien is de hartslag van de baby soms wat trager, maar bijna altijd wordt deze vanzelf weer normaal. Een heel enkele keer (bij minder dan 1%) blijven de harttonen afwijkend en is het eventueel nodig direct een keizersnede te verrichten.

Na de versie

Als het is gelukt om uw kind te draaien, kunt u in principe gewoon thuis bevallen, tenzij u een andere reden hebt voor een ziekenhuisbevalling. Als het kind uit zichzelf weer terug is gedraaid naar een stuitligging, kan overwogen worden opnieuw te proberen te draaien. Dit gebeurd meestal na een week. Blijft het kind in stuitligging liggen, dan moet u in het ziekenhuis onder controle blijven voor de zwangerschap en de bevalling. Of het draaien nu wel of niet gelukt is: bij toenemende buikpijn, bij bloedverlies of als u uw kind minder voelt bewegen moet u altijd contact opnemen met het ziekenhuis of uw verloskundige.

Anti-D

Is uw bloedgroep rhesus-negatief, dan krijgt u na afloop van een draaipoging een injectie met anti-D, ongeacht of de poging succesvol is geweest.

De vaginale bevalling bij een stuitligging

Een vaginale stuitbevalling kent net als een bevalling van een kind in hoofdligging, drie verschillende fasen:

  • De ontsluitingsfase;

  • De fase van het persen;

  • De fase na de geboorte van het kind.

De ontsluitingsfase bij een stuitbevalling verloopt vaak iets anders. Bij een stuitligging liggen de billen, benen of voeten beneden en drukken op de baarmoedermond. Omdat de billen, benen en voeten een kleinere omvang hebben dan het hoofdje, kunnen de voeten door de baarmoedermond zakken en persdrang geven vóórdat er volledige ontsluiting is (10 cm). Bij een stuitligging kan persdrang daarom eerder ontstaan en moet u dan langer wachten met persen. Het persen verloopt hetzelfde als bij een kind in hoofdligging. Aan het einde, als het lichaam van de baby geboren is tot ongeveer halverwege, vraagt de gynaecoloog u te zuchten en te stoppen met persen. In de volgende wee kan dan het hoofd in één keer geboren worden. Bij de geboorte van het hoofd drukt een assistent soms boven uw schaambeen, om ervoor te zorgen dat het hoofd goed door het bekken gaat.

Bij een stuitbevalling maakt de verpleegkundige een dwarsbed. Dit betekent dat het voeteneinde van het verlosbed wordt weggehaald en u uw benen plaatst in beensteunen (net als bij inwendig onderzoek op een gynaecologische stoel). De gynaecoloog kan op deze manier tussen uw benen staan om te helpen bij de geboorte van het kind. Bij een kind in onvolkomen stuitligging (met de benen omhoog), worden eerst de billen geboren, daarna de rest van het lichaam en tot slot het hoofd. De geboorte van een kind in volkomen stuitligging verloopt hetzelfde, maar dan worden eerst één of beide benen geboren. Controle van de hartslag kan gewoon plaatsvinden, of uitwendig via de buik of inwendig via een elektrodedraadje op één van de billen van het kind.

Mogelijke complicaties bij de moeder

De kans op complicaties voor de moeder is bij een bevalling in stuitligging niet groter dan bij een bevalling in hoofdligging. Wel is er een grotere kans dat de gynaecoloog tijdens de bevalling besluit tot een keizersnede.

Mogelijke complicaties bij het kind

Kinderen in stuitligging die vaginaal worden geboren, worden in vergelijking met kinderen die in stuitligging geboren worden via een keizersnede, vaker kort na de geboorte op de neonatologie afdeling opgenomen. Na een vaginale stuitbevalling, na 38 zwangerschapsweken, is bij ongeveer één op de 20 kinderen een opname op de neonatologie afdeling nodig. Dat is tien keer vaker dan na een keizersnede vanwege stuitligging.

Er bestaan verschillende redenen voor een opname op de neonatologie afdeling. Soms heeft het kind na de geboorte behoefte aan extra zuurstof of moet het geholpen worden bij de ademhaling. Een andere reden voor een opname is een beschadiging die bij de geboorte is opgetreden, zoals een botbreuk, een zenuwbeschadiging of een hersenbloeding. Een dergelijke beschadiging komt zelden voor (bij ongeveer 1% van alle kinderen in stuitligging), maar ongeveer tweemaal vaker na een vaginale stuitbevalling vergeleken met een keizersnede vanwege stuitligging.

Na de bevalling

Op de lange termijn is er geen verschil in het risico op sterfte. Ook is de ontwikkeling van een kindje dat door middel van een keizersnede geboren wordt vanwege stuitligging, hetzelfde als een kindje dat vaginaal in stuitligging wordt geboren.

Mogelijke complicaties bij de moeder

De kans op ernstige complicaties ten gevolge van een keizersnede is voor een gezonde zwangere heel erg klein, maar toch altijd groter dan na een vaginale bevalling. Het gaat hier om niet-levensbedreigende complicaties. Sommige complicaties, zoals bloedarmoede of trombose, komen ook voor na een vaginale bevalling. Andere complicaties, zoals een nabloeding in de buik, bloeduitstorting, wondinfectie, beschadiging van de blaas, of het niet goed op gang komen van de darmen, kunnen voorkomen na een keizersnede. Ook komt een blaasontsteking na een keizersnede vaker voor. Aanhoudende pijn als gevolg van een zenuwbeschadiging bij het litteken na een keizersnede is een zeer zeldzame complicatie.

Mogelijke complicaties bij het kind

Een enkele keer is het bij een keizersnede moeilijk om een kind uit de baarmoeder te halen en kan een (zenuw)beschadiging optreden. Wanneer de keizersnede te vroeg in de zwangerschap wordt gepland, om zo een vaginale spontane bevalling te voorkomen, kan het kind longproblemen krijgen, waarvoor opname op de neonatologie afdeling noodzakelijk is. Om deze reden wordt de keizersnede wegens stuitligging in principe niet vóór 38 weken zwangerschap uitgevoerd.

Na de keizersnede, gevolgen voor latere zwangerschappen

U krijgt na een keizersnede het advies in het ziekenhuis te bevallen, omdat het litteken van de vorige keizersnede een verhoogde kans geeft op complicaties bij een volgende bevalling. Het kan voorkomen dat het litteken scheurt of de placenta vergroeit in het litteken in de baarmoeder. Hoewel deze complicaties zelden voorkomen, treden ze vaker op na een eerdere keizersnede, dan na een eerdere vaginale bevalling waarbij geen sprake is van een litteken in de baarmoeder.

Voordelen van een vaginale bevalling

De voordelen van een vaginale stuitbevalling zijn:

  • Korte ziekenhuisopname en een sneller herstel;

  • Eventuele volgende bevallingen hoeven niet per definitie in het ziekenhuis plaats te vinden.

Een nadeel van een vaginale stuitbevalling is dat er een verhoogde kans is op gezondheidsproblemen van het kindje kort na de geboorte.

Keizersnede

Het grootste voordeel van een keizersnede bij een stuitligging, is dat er een kleinere kans is op gezondheidsproblemen van het kindje na de geboorte.

De nadelen van een keizersnede bij een stuitligging zijn:

  • Langer herstel van de moeder;

  • Bij een volgende zwangerschap wordt een bevalling het ziekenhuis geadviseerd.

Vragen

Een kind in stuitligging geeft meestal aanleiding tot veel vragen. Heeft u nog verdere vragen, bespreek deze dan met uw gynaecoloog.

Meer informatie

In deze divi wordt de keizersnede stap-voor stap met tekst en animaties uitgelegd:

Keizersnede (gentle sectio)

G918Laatst bijgewerkt op 11 februari 2026

Inhoudsopgave