Inleiding
Uw behandelend arts heeft u geadviseerd om uw schouder te stabiliseren door middel van een operatie om uw klachten te behandelen. Deze pagina geeft u informatie over hetgeen de orthopeed in CWZ met u heeft besproken, zodat u na het gesprek alles nog eens rustig kunt lezen en zich voor kunt bereiden op de opname.
Het schoudergewricht
Het schoudergewricht wordt gevormd door een kom, dat een deel is van het schouderblad, en de kop, dat een deel is van de bovenarm. Om het gewricht bevindt zich een gewrichtskapsel. Daar omheen lopen spieren en pezen (rotatorcuff). De beweeglijkheid en stabiliteit in het schoudergewricht is mede afhankelijk van deze cuff. Wanneer de rotatorspieren aanspannen kan de schouder verschillende kanten op bewogen worden.
Door de vorm van het schouderblad is de ruimte, die de spieren en pezen hebben om te bewegen, heel klein.
De bovenzijde van de schouder wordt gevormd door het buitenste uiteinde (= laterale) van het sleutelbeen (= clavicula) en een gedeelte van het schouderblad (=acromion). Deze delen vormen het acromioclaviculaire gewricht (ac-gewricht).
%2520%257B%2520%255Bnative%2520code%255D%2520%257D&w=1080&q=100)
Wat is instabiliteit en wat is de oorzaak daarvan?
Soms is de beweeglijkheid van de schouder te groot en voelt het alsof de schouder te los is. Dit noemen we instabiliteit. Ook kan de kop uit de kom schieten wanneer de arm boven schouderniveau wordt gebracht. Dit gebeurt vooral bij ongecontroleerde of onverwachte bewegingen. Wanneer een gooibeweging wordt gemaakt, ontstaat er soms pijn. Er zijn verschillende oorzaken van het ontstaan van schouderinstabiliteit. Schouderinstabiliteit kan ontstaan nadat de schouder door bijvoorbeeld een ongeval, uit de kom is geweest (traumatische luxatie). Soms is een instabiele schouder het gevolg van te elastisch bindweefsel, zonder dat er een ongeval heeft plaats gevonden. Het bindweefsel in de schouder heeft dan te weinig spanning en zit als het ware te los. Dit komt vaak bij jonge vrouwen voor, die erg lenig zijn. Het herhaaldelijk uit de kom schieten van de schouder is niet alleen vervelend, maar kan verdere schade toebrengen aan het schoudergewricht.
Verschijnselen
Een schouderluxatie is duidelijk te herkennen. De verwonding is pijnlijk en de schouder ziet er abnormaal uit. Elke poging tot bewegen is pijnlijk. Een geluxeerde schouder kan de zenuwen beschadigen rondom het schoudergewricht. Als deze zenuwen zijn opgerekt zal er aan de buitenzijde, net onder de punt van de schouder een dove plek op de schouder te voelen zijn. Verschillende spieren rondom de schouder zullen verzwakken totdat de zenuwen weer genezen zijn. De verzwakking is meestal tijdelijk. Chronische instabiliteit kan verschillende problemen/ oorzaken hebben. De schouder kan luxeren in bepaalde posities. Een positie waarbij dat veel voorkomt is de bovenhandse beweging. Een sub-luxatie kan een scherpe pijnsensatie geven, alsof er geknepen wordt in de schouder. Het kan hierdoor gebeuren dat er angst bestaat om de schouder in bepaalde standen te belasten en dat het vertrouwen in het gewricht minder wordt. Dit kan het werken en sporten ernstig belemmeren.
Verminderen van de klachten:
Er zijn verschillende mogelijkheden om stabiliteit aan het schoudergewricht terug te geven:
Door middel van fysiotherapie de spieren rondom het gewricht te trainen. Hierbij start u met een afgestemd fysiotherapeutisch oefenschema, dat zich richt op de twee belangrijkste elementen voor de stabiliteit: de spieren en de coördinatie.
Door middel van een operatie. Als voorgaande maatregelen onvoldoende helpen, is een operatie vaak de enige oplossing.
Diagnose en onderzoek
De diagnose van schouderinstabiliteit wordt vastgesteld aan de hand van de aard van de klachten, lichamelijk onderzoek, maken van röntgenfoto’s en eventueel een aanvullende MRI-scan. Op de röntgenfoto kan bij een luxatie de richting van de luxatie (naar voren of naar achteren) en een eventuele botbreuk gezien worden. Bij een MRI-scan wordt contrast in het gewricht gespoten. Daarna kan bekeken worden of het kapsel en labrum (een soort meniscus) of andere delen van het gewricht beschadigd zijn. Wanneer het kapsel met labrum aan de voorzijde is losgescheurd spreekt men van een Bankart-laesie.
Wat gebeurt er tijdens een Bankart-repair?
De operatieve behandeling is afhankelijk van de aard en de ernst van de afwijkingen in de schouder. De operatie kan plaatsvinden met een open procedure of met een kijkoperatie. De gekozen operatietechniek wordt door de arts met u besproken. Na de narcose maakt de orthopedisch chirurg een wondje in de huid ter grootte van 1 cm en brengt hij de arthroscoop in het schoudergewricht. Soms is de instabiliteit dusdanig dat er een grotere huidsnede noodzakelijk is (open Bankart-repair). Door de open ingreep moet wel een pees tijdelijk losgemaakt worden om het gewricht te kunnen bereiken, maar kan tevens het kapsel verder (ingenomen) worden. Zowel bij de artroscopische als bij de open Bankart-repair wordt het losgescheurde en vaak opgerekte kapsel en labrum door middel van hechtingen en oplosbare botankertjes (soort schroefjes) weer bevestigd aan het bot van de kom. Na de ingreep wordt er een absorberend verband en een immobilizer (soort mitella) aangelegd. De immobilizer moet voorkomen dat u ongecontroleerde bewegingen maakt met uw bovenarm.
%2520%257B%2520%255Bnative%2520code%255D%2520%257D&w=1080&q=100)
Mogelijke complicaties
Na een schouderoperatie treden niet vaak complicaties op.
Toch zijn er een aantal algemene complicaties
Omdat er sneden in de huid worden gemaakt, kan een huidzenuw beschadigd raken. Dit geeft een doof gevoel in een gedeelte van de huid. Meestal verdwijnen deze klachten in de loop van de tijd vanzelf. Soms zijn ze echter blijvend.
Er kan een nabloeding optreden. Hiervoor is het soms noodzakelijk om een extra hechting te plaatsen.
Een wondinfectie
Meer specifieke complicaties voor deze ingreep
Als gevolg van een arthroscopische ingreep kan er tijdelijk vocht worden opgestapeld in de schouder.
Schouderstijfheid (“frozen shoulder”): is soms aanwezig na een schouderoperatie en meestal van tijdelijke aard. Om dit te voorkomen zal de fysiotherapeut bepaalde oefeningen met u doornemen.
Het is soms moeilijk in te schatten hoeveel het gerekte kapsel moet worden ingekort. Iets te veel inkorten levert een te strakke schouder op, waardoor met behulp van oefeningen de schouder weer wat losser gemaakt moet worden. Iets te weinig inkorten kan ervoor zorgen dat de instabiliteitsklachten opnieuw optreden.
Voorbereiding operatie
De arbodienst
De bedrijfsarts begeleidt de terugkeer naar uw werk. Daarom is het belangrijk dat uw bedrijfsarts op de hoogte is van de operatie en nabehandeling. Afspraken over uw werk zullen vaak soepeler verlopen als u de bedrijfsarts al vóór de operatie informeert
Anesthesie (verdoving)
Meer informatie hierover kunt u lezen in de pagina van anesthesie.
Verpleegkundig spreekuur
Voorafgaande aan de operatie heeft u een intakegesprek met de orthopedisch verpleegkundige van de polikliniek orthopedie. Tijdens dit gesprek worden er gegevens over u genoteerd die belangrijk zijn voor de opname op de verpleegafdeling, wordt u geïnformeerd over hoe u zich zo goed mogelijk kan voorbereiden en wordt de nazorg besproken.
App
Download de ‘Patient Journey’ app met belangrijke informatie over u orthopedische behandeling!
Zoek in de App Store of Google Play Store naar Patient Journey en download de gratis app.
Vervolgens kiest u in de app voor ‘CWZ Zorgapp’.
Selecteer orthopedie en kies uw behandeling.
Via deze app krijgt u de komende tijd informatie op maat.
Iedereen kan deze app downloaden.
Wat moet u meenemen?
Tijdens uw opname heeft u nodig:
gemakkelijk zittende kleding (bovenkleding met voorsluiting)
geldig legitimatiebewijs (paspoort, ID-kaart of rijbewijs)
Waardevolle bezittingen
Het is raadzaam om, sieraden en andere kostbaarheden thuis te laten. Het ziekenhuis kan niet aansprakelijk worden gesteld voor diefstal of zoekraken van uw spullen.
Medicijnen
De medicijnen die u tijdens uw verblijf nodig heeft, ontvangt u van de ziekenhuisapotheek.
Echter verzoeken wij u om uw eigen medicijnen, in de originele verpakking, bij opname mee te nemen. Neem geen eigen medicijnen in zonder te overleggen met de verpleegkundige. Een combinatie van geneesmiddelen kan namelijk gevaarlijk zijn.
Dieet
Als u een bepaald dieet volgt, vragen wij u dit aan de verpleegkundige mede te delen. Dan kan daar rekening mee worden gehouden tijdens de opname
Allergie
Bent u allergisch (overgevoelig) voor bepaalde stoffen, zeg dit dan tegen uw behandelaar. Hiermee wordt dan rekening gehouden bij uw behandeling en verpleging.
Bloedverdunners
Bij het gebruik van bloedverdunnende geneesmiddelen is het soms nodig deze voor de operatie te stoppen. Uw arts geeft aan of dit voor u van toepassing is. Stop nooit op eigen initiatief met het gebruik van bloedverdunners. Bent u onder controle bij de trombosedienst, neem dan bij opname de doseringskaart mee.
Nuchter
Meer informatie hierover kunt u vinden in de pagina van anesthesie.
De operatiedag
U meldt zich op het afgesproken tijdstip bij de afdeling die u doorgekregen heeft van de operatieplanning, u kunt dit ook terug vinden in Mijn CWZ. Op deze afdeling vindt de voorbereiding plaats voor uw operatie.
Voorbereiding operatie
Voordat u naar de operatiekamer gaat, krijgt u eerst op de afdeling de voorbereidende medicatie voor de anesthesie (premedicatie). Het is belangrijk dat u deze medicatie voor de ingreep inneemt. Dit heeft als doel een spiegel in uw bloed op te bouwen zodat na de operatie de pijnmedicatie meer effect heeft.
Het is belangrijk dat u voor de ingreep nog even plast, zodat de blaas leeg is.
Wanneer u een gebitsprothese heeft, moet u deze uit doen.
U mag geen sieraden/piercings dragen
U mag geen make-up of bodylotion gebruiken.
Nagellak, gellak, acryllak of nepnagels mogen blijven zitten.
Tot 3 dagen voor de operatie mag u nog scheren of ontharingscrème gebruiken, dit om wondjes te voorkomen
Tijdens de operatie draagt u een operatiejasje dat u op de afdeling krijgt. Bovengenoemde maatregelen zijn bedoeld om de hygiëne op de operatiekamer te waarborgen en de kans op een infectie te verminderen.
De verpleegkundige zal, samen met u, een pijl op de te opereren arm zetten, dit is ter controle
Een kwartier voor de ingreep wordt u naar de voorbereidingsruimte van de operatieafdeling gebracht. Hier wordt u verder voorbereid op de operatie.
U gaat in uw bed naar de operatiekamer en schuift op een smalle operatietafel. De anesthesioloog geeft u de verdoving die met u besproken is. Als de operatie begint zal de bewakingsapparatuur aangesloten worden, om lichaamsfuncties zoals bloeddruk, hartslag en ademhaling tijdens de operatie goed te kunnen observeren.
Na de operatie
Na de operatie gaat u naar de uitslaapkamer (verkoeverkamer) Hier zal men regelmatig uw bloeddruk, polsslag, temperatuur en ademhaling controleren. Er wordt ook regelmatig naar de wond gekeken en naar de pijn gevraagd. Als u weer goed wakker bent en de pijn onder controle is, gaat u naar de verpleegafdeling.
Infuus
Na de operatie heeft u een infuus in uw arm. Het infuus zorgt ervoor dat u voldoende vocht krijgt. Enige tijd na de operatie zal deze verwijderd worden door de verpleegkundige
De wondjes
Na de operatie kan de arm nog gevoelloos zijn door de verdoving. Er wordt een immobilizer (soort mitella) aangemeten waarin uw arm kan rusten. De schouder kan in het begin nog gezwollen en pijnlijk zijn. De wondjes zijn meestal onderhuids gehecht met oplosbare hechtingen. Deze hoeven dus niet verwijderd te worden en lossen na 6 tot 8 weken vanzelf op.
Eten en drinken
Bij terugkomst van de operatiekamer mag u vrij snel beginnen met het drinken van water. Uitbreiding daarvan is afhankelijk van uw misselijkheidsklachten
Pijn na de operatie
Naast een algehele verdoving wordt er vaak gebruik gemaakt van een extra plaatselijke verdoving (zogenaamd block). Dit is vooral de eerste uren na de operatie erg prettig omdat het de pijn wegneemt. Op het moment dat het block is uitgewerkt (gemiddeld 12 uur na toediening) kunt u echter alsnog pijn krijgen. Daarom krijgt u pijnmedicatie mee naar huis. Uw krijgt instructie voor de inname hiervan. Om een zo goed mogelijk resultaat te krijgen van de werking van de pijnmedicijnen is het van belang om deze op tijd in te nemen (zie fig. 1 ‘op tijd’ en fig. 2 ‘te laat’). Wacht dus niet te lang met de inname van pijnmedicijnen!
Figuur 1 op tijd
Figuur 2 te laat
Tijdens uw opname
Tijdens uw opname is de verpleegkundig specialist verantwoordelijk voor uw de coördinatie van verpleegkundige en medische zorgverlening voor u. Zij staan in nauw contact met de orthopeed die u heeft geopereerd heeft. Zij komen na de operatie bij u langs om de bevindingen naar aanleiding van uw operatie met u te bespreken. Tevens neemt de verpleegkundig specialist de tijd om uw vragen te beantwoorden.
Als alle controles goed zijn en het herstel goed verlopen is, mag u dezelfde dag naar huis.
Revalideren
Op de operatiedag heeft u vóór of na uw operatie bezoek gekregen van een fysiotherapeut. Hij/zij heeft u instructie gegeven over de bewegingen en oefeningen na de operatie.
Na de ingreep moet u uw arm 4 weken in een immobilizer houden. De arm mag alleen uit de immobilizer voor pendel oefeningen met de arm (= het ronddraaien van een gestrekte hangende arm), het buigen en strekken van de onderarm tot aan de elleboog en douchen waarbij u de arm niet omhoog mag bewegen of draaien.
Na 4 weken zal onder begeleiding van de fysiotherapeut gestart worden met een individueel oefenprogramma. Na 4 maanden start u met oefenen van bovenhandse bewegingen. De eerste 6 maanden doet u geen contactsporten.
Naar huis
Voorbereiding
De verpleegkundige heeft met u een zorg/ontslaggesprek.
Besproken wordt of alles volgens verwachting is verlopen en of alles voor thuis is geregeld.
Ontslag
Bij ontslag uit het ziekenhuis krijgt u van de verpleegkundige toelichting over de controleafspraak, die ongeveer zes weken na de operatie plaatsvindt. De brief voor de huisarts wordt digitaal verstuurd. Een verwijzing en overdracht voor de fysiotherapie krijgt u mee. De verpleegkundige neemt nog enkele praktische zaken met u door en u krijgt pijnmedicatie mee naar huis. (Zie pagina ‘Instructie bij ontslag uit het ziekenhuis’ voor verdere informatie over pijnstilling).
U kunt niet zelf met de auto of fiets naar huis rijden. Het is verstandig om af te spreken dat iemand u komt halen.
Weer thuis
Resultaat van de operatie
De eerste tijd na de operatie zal uw schouder en het gebied rondom de wond dik en warm aanvoelen. Dit wordt geleidelijk minder. Ook heeft u mogelijk enkele bloeduitstortingen (blauwe plekken) bij de wond deze verdwijnen vanzelf.
‘s Nachts
De eerste nacht(en) na de operatie kunt u een vervelende zeurende pijn verwachten in uw schouder. Om deze pijn te verzachten heeft u pijnmedicijnen mee naar huis gekregen die u gedurende de nacht mag innemen.
Om een prettige houding te vinden voor uw schouder/arm bij het slapen, kan het handig zijn om gebruik te maken van één of meerdere kussens. Dit ter ondersteuning. De eerste 4 weken draagt u de immobilizer continu, ook ‘s nachts.
Wanneer een arts waarschuwen?
Het is belangrijk dat u in de volgende gevallen contact opneemt met het verpleegkundig spreekuur of uw huisarts:
Als de operatiewond meer gaat lekken
Als de wond steeds meer pijn gaat doen ook al bent u minder gaan bewegen
Als u koorts gaat ontwikkelen hoger dan 38,5°C
Adviezen voor thuis
Afhankelijk van de operatie en individuele factoren, ondervindt u na de operatie nog enige tijd hinder van het operatiegebied.
Er volgen nog enkele adviezen:
Na het douchen de wond droog deppen. Indien de wond droog is hoeft u geen pleister meer te plakken.
Voor de pijn gebruikt u de voorgeschreven medicatie, in combinatie met paracetamol. Wanneer de pijn minder wordt kunt u dit langzaam weer afbouwen.
Koelen van de pijnlijke schouderregio kan verlichting geven (leg de koude pakking niet direct op de huid en koel maximaal 15 minuten)
Nabehandeling
De revalidatie verloopt in drie stappen:
De eerste 4 weken
In deze periode dient u de beweging van de schouder te beperken. Het kapsel en labrum hebben tijd nodig om goed vast te groeien aan de kom.
Om te voorkomen dat de schouder vast gaat zitten, moet u wel bepaalde oefeningen doen. In het begin zijn deze oefeningen pijnlijk, maar moeten toch worden uitgevoerd! De meeste mensen hebben niet veel pijn. Ook al heeft u geen pijn, de immobilizer moet toch gedragen worden en mag dus niet om die reden af gedaan worden.
Van de vijfde week tot ongeveer 3 maanden na de ingreep
U leert onder begeleiding van uw fysiotherapeut de beweging van de schouder uit te breiden en de coördinatie en kracht te verbeteren. Het is erg belangrijk om de kracht en de coördinatie van de rotator cuff spieren te vergroten. U kunt in deze periode weer beginnen met werken. Dit is uiteraard afhankelijk van de inhoud van het werk.
Zittend werk kan vaak na twee tot vier weken hervat worden.
Zwaarder lichamelijk werk kan vaak pas na drie maanden hervat worden.
De terugkeer naar zwaardere belasting en sport
In deze periode is sport-specifieke training van belang. Herstel van conditie en specifieke belasting dient te worden getraind.
Fysiotherapie
Gedurende de eerste 4 weken blijft u de draagband continu dragen (ook ‘s nachts).
Na 4 weken wordt fysiotherapie gestart in de praktijk van uw voorkeur en zal de oefentherapie verder worden voortgezet onder begeleiding van een fysiotherapeut. Het is de bedoeling dat u hier zelf op tijd een afspraak voor maakt.
Een verwijzing en overdracht voor de fysiotherapie krijgt u bij ontslag mee uit het ziekenhuis.
Oefeningen na de operatie
Dit schema is bedoeld als geheugensteuntje in de thuissituatie. Doe alleen die oefeningen die door de fysiotherapeut worden aangegeven. Voor alle oefeningen geldt: oefen minimaal 3x per dag, doe dit zonder immobilizer en oefen regelmatig voor de spiegel. Tijdens het oefenen kan er een drukkend, trekkend en zeurend gevoel ontstaan, ook kan de schouder vermoeid aan gaan voelen. Dit is geen reden om te stoppen met de oefeningen.
Forceer niets en blijf binnen de pijngrens.
| Oefening 1: schoudergewricht |
| Oefening 2: elleboog |
| Oefening 3: schoudergordel |
| Oefening 4: schoudergordel |
| Oefening 5: hals |
| Oefening 6: schoudergewricht |
Vragen en/of problemen
Ontstaan er ondanks de goede voorbereidingen toch problemen of heeft u na het lezen van de pagina nog vragen? Neem dan contact op met het telefonisch spreekuur orthopedie. Telefoonnummers vindt u onderaan deze pagina.
U kunt ook contact opnemen door een e-mail te sturen naar polikliniek.orthopedie@cwz.nlmailto:polikliniek.orthopedie@cwz.nl
Bij problemen - als u na de behandeling/operatie weer thuis bent - kunt u buiten kantooruren en in het weekend contact op nemen met de huisartsenpost.
Kunt u niet komen?
Mocht de geplande operatiedatum niet door kunnen gaan, bijvoorbeeld doordat:
er meer voorbereiding nodig blijkt te zijn door longarts of cardioloog
u ziek bent met koorts (griep)
u verhinderd bent door onverwachte privéomstandigheden
Laat dit dan zo snel mogelijk weten. U belt naar de afdeling operatieplanning orthopedie, bereikbaar op werkdagen tussen 8.30 - 12.00 uur, op telefoonnummer (024) 365 88 36.
Als u tijdig belt, kan er nog een andere patiënt gepland worden en maken wij met u een nieuwe afspraak.
G324-NLaatst bijgewerkt op 3 februari 2026


%2520%257B%2520%255Bnative%2520code%255D%2520%257D&w=640&q=100)
%2520%257B%2520%255Bnative%2520code%255D%2520%257D&w=640&q=100)
%2520%257B%2520%255Bnative%2520code%255D%2520%257D&w=640&q=100)
%2520%257B%2520%255Bnative%2520code%255D%2520%257D&w=750&q=100)
%2520%257B%2520%255Bnative%2520code%255D%2520%257D&w=640&q=100)
%2520%257B%2520%255Bnative%2520code%255D%2520%257D&w=640&q=100)