Inleiding
Uw behandelend arts heeft u vanwege uw spataderklachten voor een onderzoek en of behandeling naar de poli flebologie van CWZ verwezen. Deze pagina geeft u informatie over wat de arts en/of nurse practitioner met u bespreekt, zodat u zich kunt voorbereiden op het gesprek of na het gesprek alles nog eens rustig kunt nalezen. Ook zijn de gebruikelijke behandelingsmogelijkheden voor u op een rij gezet.
Wat zijn spataderen?
Met spataderen (varices) worden abnormale verwijdingen van aders bedoeld. Aders zijn bloedvaten die als functie hebben dat ze het bloed vanuit de weefsels weer laten terugstromen naar het hart.
Spataderproblemen doen zich voornamelijk in de benen voor. Hier moet het bloed van de tenen via de aderen weer helemaal terug kunnen stromen naar het hart. Om te voorkomen dat het bloed daarbij naar beneden zakt, zijn er kleppen in deze aderen. Bij spataderen sluiten de klepjes niet goed.
In de oppervlakkige aders, die vrij dicht onder de huid loopt, doen zich de meeste spataderproblemen voor. Bij het ouder worden krijgen veel mensen last van spataderen.
Wanneer sprake is van klachten, is het van belang om verder onderzoek naar de spataderen te laten doen.
Wie krijgt spataderen?
Eigenlijk kan iedereen spataderen krijgen, maar er zijn mensen die een verhoogde kans hebben op het ontstaan van spataderen:
mensen, bij wie het in de familie voorkomt;
zwangere vrouwen;
mensen, die veel en lang moeten (stil) staan tijdens hun werk of bezigheden;
mensen, die in het verleden een trombosebeen hebben gehad. Door de trombose kunnen de kleppen beschadigd zijn.
Wat zijn de klachten?
In veel gevallen geven spataderen geen klachten. Wel ervaren veel mensen de aanwezigheid van spataderen als storend of lelijk. Wanneer er wel klachten zijn, zijn dat doorgaans de volgende:
een moe, loom en zwaar gevoel in de benen;
wisselende pijn, steken, krampen of jeuk in het been;
trillingen in de benen, de benen niet goed stil kunnen houden in bed;
meer vocht in het onderhuids weefsel van enkel en voet waardoor deze gezwollen en pijnlijk zijn;
een gevoel alsof er ‘iets over de benen kruipt’;
er gaat een spatader bloeden (komt zelden voor);
soms ontstaat er een stolsel in de spatader waardoor deze gaat ontsteken. De verschijnselen zijn dan warm, rood, gezwollen en pijnlijk;
in een latere fase kunnen wonden in het been ontstaan die slecht genezen, het zogenoemde ulcus cruris of ‘open been’.
Moeten spataderen worden behandeld?
Spataderen hoeven vanuit medisch oogpunt lang niet altijd behandeld te worden. Behandeling is alleen nodig als de bloedsomloop in het been zodanig is gestoord, dat hierdoor ook andere aandoeningen (zoals een open been) kunnen ontstaan of al zijn ontstaan.
Of dit bij u het geval is, kan alleen worden bepaald door aanvullend onderzoek. Dan kan de arts op verantwoorde wijze vast stellen of uw spataderen kunnen en moeten worden behandeld.
Onderzoek
Naast lichamelijk onderzoek door de arts, is vaak aanvullend onderzoek gewenst. Dit is meestal een kleurendoppler echografie/duplex. Het is een onderzoek met ultrageluidsgolven, waarbij een indruk kan worden verkregen over de doorgankelijkheid van de bloedvaten, de stroomrichting van het bloed en de functie van de kleppen. Het onderzoek is volstrekt pijnloos, onschadelijk (geen stralen) en wordt poliklinisch uitgevoerd.
De behandeling
Strippen van spataderen
Wanneer er meerdere kleppen lek zijn in de oppervlakkige ader, kan deze ader door de chirurg operatief verwijderd worden. Meestal gebeurt dit door op twee of meer punten in het verloop van de spatader het bloedvat bloot te leggen.
In de lies of knie wordt er een kabeltje in het bloedvat gevoerd en de spatader wordt uit het been getrokken.
Door deze behandeling wordt meestal ook de druk minder - dus uitzetting - op kleinere spataderen die uitmonden in de grote spatader. Wanneer dit niet gebeurt, kan eventueel later alsnog sclerocompressietherapie (inspuiten vloeistof in kleine spatader) worden uitgevoerd.
Na de behandeling is het noodzakelijk gedurende 48 uur dag en nacht en daarna nog 1 week alleen overdag, een aangemeten elastische kous te dragen.
De operatieve behandeling van spataders vindt plaats in dagbehandeling. De operatie wordt verricht onder algehele anesthesie of met een ruggenprik.
Plaatselijk onderbinden
Wanneer alleen de klep in de lies of knieholte lek is, kan met een kleine snede in de lies of in de knieholte de verbinding van de oppervlakkige ader met de grote beenader worden opgeheven. Ook andere zijverbindingen met de oppervlakkige ader worden dan opgeheven. Eventueel kunnen later de nog aanwezige en zichtbare spataders poliklinisch worden weggespoten.
Gevolgen en risico’s van de operatie
In het gebied waar de ader heeft gezeten ontstaat vaak een bloeduitstorting, die in de loop van een aantal weken vanzelf wegtrekt.
Ook kan een aderontsteking in een achtergebleven ader ontstaan.
Dit is vaak wat pijnlijk maar niet ernstig.
Zelden is er een wondinfectie of trombose.
De doorbloeding van de benen verandert niet door de spataderoperatie, aangezien andere aderen de functie overnemen.
Voorbereiding voor de operatie
Een goede verdoving bij een operatie is belangrijk. Deze verdoving kan narcose (algehele anesthesie) of een ruggenprik (regionale anesthesie) zijn. Voor de operatie en de anesthesie zijn meestal enige voorbereidingen noodzakelijk, dit wordt ook wel preoperatief onderzoek of preoperatieve voorbereiding genoemd. Daarom bezoekt u het spreekuur van de anesthesioloog. Hierover kunt u meer lezen op de pagina ‘Verdoving (anesthesie) bij volwassenen’.
Verpleegkundig spreekuur
U heeft meestal ook een gesprek met de intake-verpleegkundige van de afdeling heelkunde.
De verpleegkundige stelt u vragen zodat duidelijk wordt welke verpleegkundige zorg u tijdens de opname nodig heeft.
De verpleegkundige bespreekt met u:
Waar en hoe de opname is geregeld.
De gang van zaken voor en tijdens de opname en de vermoedelijke opnameduur.
Welke voorbereidingen nodig zijn.
De nazorg: wat u zelf moet doen voor een goed herstel.
De vragen die u nog heeft over de behandeling, de voorbereiding en de nazorg.
Wie u wanneer kunt bellen als u nog vragen heeft over de opname.
Na de behandeling
Na een operatieve behandeling wordt een drukverband of elastische windsel (zwachtels) om het been aangelegd. Dit moet ervoor zorgen, dat de vorming van bloeduitstortingen beperkt blijft en dat de spataderen worden dichtgedrukt. De zwachtels blijven 24 uur zitten.
Daarna draagt u, nog 24 uur de elastische steunkous, gevolgd door 1 week alleen overdag.
Nazorg na het strippen van de spatader
Wondverzorging
De eerste nacht na de ingreep mag u de zwachtel nog niet verwijderen. De dag na de ingreep mag u ‘s avonds de zwachtel en het gaasje verwijderen en kort zittend douchen of kort baden (maximaal 10 minuten). De wond is dan voldoende dicht.
Als gaasjes vastzitten aan de wond kunt u ze onder de douche losweken. Na het douchen de wond droogdeppen.
U mag niet zwemmen totdat de hechtingen opgelost zijn of bij kleine wondjes zonder hechtingen gedurende de eerste week. Droog houden van de wond bevordert een goede wondgenezing, dus kunt u beter ook geen afsluitende pleister op de wond gebruiken. Echter in verband met het dragen van de steunkous kan dit wel prettiger zijn.
Steunkousen
Om zwelling te voorkomen en een goed resultaat van de behandeling te bereiken, moet u op een juiste wijze elastische kousen dragen. Daarmee begint u de dag na de ingreep nadat de zwachtel verwijderd is.
U draagt de kous eerst 24 uur continue. Daarna nog 1 week alleen overdag. U doet dit als volgt:
u trekt de elastische kous aan ’s morgens vóór u opstaat, zittend in bed.
Daarna doet u ze ’s avonds voor het naar bed gaan uit en trekt u ze de volgende dag vóór u opstaat weer aan.
Daarom is het raadzaam om ’s avonds zittend te douchen of kort te baden in plaats van ‘s ochtends.
Beweging
Het is belangrijk dat u spoedig probeert zo normaal mogelijk te lopen. Bij voorkeur maakt u de dag na de operatie een kleine wandeling en voert u de duur en het aantal wandelingen langzaam op.
Pijnbestrijding
Een goede pijnbestrijding is belangrijk voor het genezingsproces. Daarom is het raadzaam dat u de eerste twee dagen de pijn met pijnstillers onderdrukt en dit langzaam afbouwt. Dit doet u als volgt.
De eerste twee dagen vier maal daags - om de zes uur - twee tabletten paracetamol van 500 mg.
Dan twee dagen vier maal daags - om de zes uur - één tablet paracetamol van 500 mg.
Daarna stopt u en gebruikt u alleen zonodig bij pijn twee tabletten paracetamol van 500 mg. (maximaal 4 maal daags).
Werkhervatting
Voorkom zoveel mogelijk langdurig staan of zitten met de benen omlaag. Regelmatig lopen of de benen bewegen bevordert het genezingsproces.
Vraagt u zich af of uw aandoening of behandeling consequenties heeft voor het uitoefenen van uw werk? Overleg dan met uw bedrijfsarts.
De bedrijfsarts begeleidt de terugkeer naar uw werk. Daarom is het belangrijk dat uw bedrijfsarts op de hoogte is van uw aandoening of behandeling. Afspraken over uw werk zullen vaak soepeler verlopen als u de bedrijfsarts al vóór de ingreep informeert of zo spoedig mogelijk na de ingreep op de hoogte brengt.
U kunt een gesprek voeren met uw bedrijfsarts op het arbeidsomstandighedenspreekuur van de arbodienst van het bedrijf of de organisatie waar u werkt.
Bij de arbodienst kan men u vertellen hoe u dit spreekuur kunt bezoeken. Dit spreekuur kunt u ook bezoeken als u niet verzuimt. Zo komt u te weten of er gevolgen zijn voor uw werk en wat deze zijn.
Tips bij de hervatting van diverse activiteiten thuis
Gouden regel is dat u geleidelijk aan weer van alles mag gaan doen en uitproberen, zolang dit geen aanhoudende toename van klachten geeft.
Wissel de eerste dagen rust en activiteit steeds af, waarbij u geleidelijk aan steeds actiever wordt en minder hoeft te rusten. Afhankelijk van de soort behandeling kunt u een tot twee weken na de operatie alle activiteiten weer doen die u voor de operatie ook kon.
Fietsen
Zodra u zich probleemloos kunt bewegen, mag u het fietsen, mits u dat tevoren ook deed, weer gaan uitproberen.
Autorijden
Als u zich probleemloos kunt bewegen, kunt u ook weer gaan autorijden.
Sporten
Als u gewend was om te sporten, kunt u dat meestal na een week weer langzaam oppakken. Wanneer de dagelijkse dingen en wandelen weer probleemloos gaan kunt u, als u dat gewend was, weer rustig beginnen met joggen. Start op een vlakke, zachte ondergrond en draag goede schokabsorberende sportschoenen.
Voer de afstand en het tempo geleidelijk op naar kunnen, waarbij u goed let op de reacties van uw lijf. Zorg steeds dat u volledig hersteld bent voordat u wéér gaat joggen.
Als u gewend was om te zwemmen of te fitnessen en u hebt het gevoel dit weer te kunnen, probeer het dan rustig uit.
Begin met ontspannen bewegen en bouw dit uit naar het niveau van voor de operatie.
Seks
Vrijen hoeft geen probleem te zijn mits u hierbij de gouden regel in acht neemt. Dus dat u geleidelijk aan weer van alles mag gaan doen en uitproberen, zolang dit geen aanhoudende toename van klachten geeft
Wanneer contact opnemen?
Neemt u de eerste week na ontslag uit het ziekenhuis contact op bij:
Hevige pijnklachten die niet verdwijnen als u pijnstillers gebruikt;
Infectie:
de wond is gezwollen, rood en warm, gaat open en/of er komt wondvocht uit;
Temperatuur hoger dan 38,5 graden kort na de operatie.
Tijdens kantooruren belt u de polikliniek heelkunde (024) 365 82 60.
Buiten kantooruren belt u het CWZ (024) 365 76 57 en vraagt naar de dienstdoende chirurg.
Vragen
Mocht u na het lezen van deze pagina nog vragen hebben, stel ze dan gerust aan uw behandelend arts of aan een verpleegkundige.
Verhindering
Bent u op de dag van de opname voor operatie onverhoopt verhinderd, laat dit dan zo snel mogelijk weten. U belt dan naar de afdeling opname- en patiëntenplanning, tijdens kantooruren bereikbaar op telefoonnummer (024) 365 71 30.
Kunt u een afspraak op de polikliniek of voor een onderzoek niet nakomen, bel dan zo spoedig mogelijk de betreffende afdeling.
Contact
- Chirurgie
G493-ILaatst bijgewerkt op 11 januari 2026

