Schouderprothese
Behandeling
Operatie aan de schouder met plaatsing van een schouderprothese
Inleiding
Uw behandelend arts heeft u geadviseerd om een schouderoperatie te ondergaan om zo de klachten te laten behandelen. Deze pagina geeft u informatie over hetgeen de orthopeed in CWZ met u heeft besproken, zodat u na het gesprek alles nog eens rustig kunt lezen en zich voor kunt bereiden op de opname.
Het schoudergewricht
Het schoudergewricht wordt gevormd door een kom, dat een deel van het schouderblad is, en de kop van de bovenarm. De kop en de kom zijn bekleed met kraakbeen. Hierdoor is er een glad elastisch oppervlakte waardoor de schouder soepel kan bewegen. Om het gewricht bevindt zich een gewrichtskapsel. Daar omheen lopen spieren en pezen. Het gewrichtskapsel, de spieren en pezen vormen samen de ‘cuff’. De beweging in het schoudergewricht is afhankelijk van een groep van vier spieren (rotatoren). Deze spieren liggen als een soort manchet om de kom van het schoudergewricht. De spieren monden uit in pezen, waarvan de uiteinden aan de bovenarm vastzitten. Om de bovenarm soepel te laten bewegen, functioneren slijmbeurzen rondom de pezen als een soort stootkussen. Normaal glijden zo de pezen gladjes tussen het schouderdak en bovenarm. Wanneer de rotatorspieren aanspannen kan de schouder verschillende kanten op bewogen worden. Door de vorm van het schouderblad is de ruimte die de spieren en pezen hebben om te bewegen heel klein.
Oorzaak van de klachten
Door een ongeval kan er een botbreuk ontstaan. Soms is de ernst van de breuk zodanig dat dit niet meer te repareren is en er een prothese geplaatst moet worden om de pijn te verminderen.
Ook kan het kraakbeen door een ongeval of een botbreuk na verloop van tijd slijtage gaan vertonen. Dit noemt men artrose.
Dit kan ook optreden bij reumatoïde artritis, de artrose van het gewricht wordt dan veroorzaakt door ontsteking van het gewricht.
Klachten
Als het kraakbeen versleten is, kan het gewricht niet meer soepel bewegen. Dit geeft pijn en stijfheid van de schouder of arm.
Door de irritatie die ontstaat bij bewegen wordt ook meer gewrichtsvocht aangemaakt, waardoor de schouder/arm dikker kan worden.
Verminderen van de klachten
Er zijn verschillende mogelijkheden om de klachten te verminderen:
Wanneer er sprake van pijn is kunnen pijnstillers voorgeschreven worden om deze pijn te verminderen.
Met behulp van fysiotherapie. De fysiotherapeut zal door middel van oefeningen de pijn proberen te verlichten en de spierkracht en coördinatie proberen te herstellen.
Met behulp van injecties met ontstekingsremmende werking kan de schouder tot rust gebracht worden.
Door middel van een operatie. Als voorgaande maatregelen onvoldoende helpen, is een operatie vaak de enige oplossing.
Diagnose en onderzoek
De arts stelt de diagnose aan de hand van:
de aard van de klachten
het lichamelijk onderzoek
röntgenfoto’s
eventueel een MRI-scan of echo
Wat is een schouderprothese-operatie?
De operatie vindt plaats via een snede aan de voorzijde van uw schouder. Er zijn 2 verschillende types schouderprotheses. Afhankelijk van uw leeftijd, de kwaliteit van de spieren en pezen en de graad van slijtage, zal beslist worden welke prothese het meest geschikt is. Vaak is er sprake van slijtage van de hele schouder. Het is al voldoende om alleen een nieuwe schouderkop, al of niet in combinatie met een steel, te plaatsen.
De halve (hemi) schouderprothese
Bij deze operatie vervangt de orthopedisch chirurg de schouderkop door een metalen nieuwe kop. Deze kop is bevestigd op een steel die voor een deel in de arm geplaatst wordt. Uw spieren en pezen rondom de schouder moeten hiervoor intact zijn en goed werken. Soms kan ook alleen een deel van de schouderkop vervangen worden. Dit heet de resurfacing-prothese.
Bij deze operatie verwijdert de orthopedisch chirurg het beschadigde kraakbeen van de schouderkop. Het verwijderde deel wordt vervangen door een bolvormige metalen overdekking. De schouderkom wordt niet vervangen.
%2520%257B%2520%255Bnative%2520code%255D%2520%257D&w=750&q=100)
De omgekeerde schouderprothese
Als u ook een onherstelbare scheur in uw pees heeft, kiest de orthopedisch chirurg voor deze schouderprothese. Dit is een aangepast type prothese waarbij de delen omgekeerd geplaatst worden. Dat wil zeggen: een bol op de plaats van de kom en een kom op de plaats van de originele schouderkop. De prothese werkt dan met behulp van de kracht van de grote schouderspier. Hierdoor wordt een deel van de kracht en functie hersteld terwijl de oorspronkelijke pezen van de schouder er niet meer zijn. Na de operatie wordt de wond gehecht. Dit gebeurt meestal met oplosbare hechtingen. De operatie duurt ongeveer 60 tot 90 minuten. Na de operatie rust de schouder in een draagband (shoulder immobilizer: soort mitella).
%2520%257B%2520%255Bnative%2520code%255D%2520%257D&w=750&q=100)
Voordelen van een operatie
Het belangrijkste voordeel is een afname van de pijn. De pijnklachten verdwijnen na de operatie vrijwel helemaal.
Ook de beweeglijkheid van de schouder kan verbeterd worden.
Als er sprake was van een complexe schouderbreuk zal de pijn meestal goed verminderen maar verbetering van de schouderbeweeglijkheid is niet altijd aanwezig.
De operatie kent wel een revalidatieperiode, waarin er sprake zal zijn van een ander soort pijn, dit wordt in de loop van de tijd minder.
Mogelijke complicaties
Na een schouderoperatie treden niet vaak complicaties op. Er zijn algemene complicaties en complicaties die specifiek bij deze operatie horen.
Algemene complicaties bij een operatie:
Omdat er sneden in de huid worden gemaakt, kan een huidzenuw beschadigd raken. Dit geeft een doof gevoel in een gedeelte van de huid. Meestal verdwijnen deze klachten in de loop van de tijd vanzelf, soms zijn deze blijvend.
Er kan een nabloeding optreden.
Een wondinfectie.
Omdat u tijdens en vlak na de operatie veel stilligt in bed en dus minder loopt, kan er een verstopping van een bloedvat in het been (trombose) ontstaan. Wanneer dit niet behandeld wordt, kan er een stolsel naar de longvaten of hersenvaten schieten. Dit kan zeer ernstige gevolgen hebben. Trombose kan ook ontstaan in de arm. Trombose is herkenbaar aan een dikke en pijnlijke kuit of arm.
Specifieke complicaties bij de schouderoperatie:
Frozen shoulder: de schouder kan in enkele gevallen als gevolg van littekenvorming stijf worden. Het is dus erg belangrijk de oefeninstructies die u krijgt van uw fysiotherapeut goed op te volgen en actief te revalideren.
Luxatie van het schoudergewricht: het uit de kom schieten van de kop.
Loslating van de prothese; dit kan op langere termijn ontstaan, als gevolg van slijtage van de prothese.
Voorbereiding operatie
De arbodienst
De bedrijfsarts begeleidt de terugkeer naar uw werk. Daarom is het belangrijk dat uw bedrijfsarts op de hoogte is van de operatie en nabehandeling. Afspraken over uw werk zullen vaak soepeler verlopen als u de bedrijfsarts al vóór de operatie informeert.
Roken
Uit onderzoek is gebleken dat ongeveer de helft van de patiënten die rookt, een complicatie krijgt. Een complicatie is een onvoorziene gebeurtenis tijdens of na de operatie die extra onderzoek of behandeling behoeft of leidt tot een verlengde opnameduur. De kans op een complicatie is echter met 50% (!) te verminderen door rondom de operatie te stoppen met roken. Als u rookt willen wij u daarom vragen om minimaal 8 weken rondom de operatie te stoppen met roken. 4 weken voor, tot minstens 4 weken na de operatie. Dit om de kans op schade aan uw gezondheid zo klein mogelijk te maken.
Stoppen met roken doet u niet alleen
Wij begrijpen dat tijdelijk stoppen met roken misschien een grote stap voor u is. Daarom bieden wij u graag onze hulp bij het stoppen aan. Bij de planning van de operatie is u gevraagd of u rookt. Er bestaan medicijnen en een begeleid programma die u kunnen helpen bij het stoppen met roken: www.rookvrijenfitter.nl/sportqubehttp://www.rookvrijenfitter.nl/sportqube
Fysiotherapie
Het is zeer belangrijk dat u na thuiskomst uit het ziekenhuis direct kunt starten met fysiotherapie. Om er zeker van te zijn dat dit mogelijk is, maakt u voor opname al een afspraak met een fysiotherapeut bij u in de buurt.
Anesthesie (verdoving)
Meer informatie hierover kunt u lezen in de pagina van anesthesie.
Verpleegkundig spreekuur
Voorafgaande aan de operatie heeft u een intakegesprek met de orthopedisch verpleegkundige van de polikliniek orthopedie. Tijdens dit gesprek worden er gegevens over u genoteerd die belangrijk zijn voor de opname op de verpleegafdeling, wordt u geïnformeerd over hoe u zich zo goed mogelijk kan voorbereiden en wordt de nazorg besproken.
App
Download de ‘Patient Journey’ app met belangrijke informatie over u orthopedische behandeling!
Zoek in de App Store of Google Play Store naar Patient Journey en downloadde gratis app
Vervolgens kiest u in de app voor CWZ Zorgapp
Selecteer orthopedie en kies uw behandeling
Via deze app krijgt u de komende tijd informatie op maat.
Iedereen kan deze app downloaden.
Wat moet u meenemen?
Tijdens uw opname heeft u nodig:
gemakkelijk zittende kleding (bovenkleding met voorsluiting)
ondergoed en kleding voor de nacht
toiletartikelen (geen handdoek en washandjes)
geldig legitimatiebewijs (paspoort, ID-kaart of rijbewijs)
Waardevolle bezittingen
Het is raadzaam om, sieraden en andere kostbaarheden thuis te laten. Het ziekenhuis kan niet aansprakelijk worden gesteld voor diefstal of zoekraken van uw spullen
Medicijnen
De medicijnen die u tijdens uw verblijf nodig heeft, ontvangt u van de ziekenhuisapotheek.
Echter verzoeken wij u om uw eigen medicijnen, in de originele verpakking, bij opname mee te nemen. Neem geen eigen medicijnen in zonder te overleggen met de verpleegkundige. Een combinatie van geneesmiddelen kan namelijk gevaarlijk zijn.
Dieet
Als u een bepaald dieet volgt, vragen wij u dit aan de verpleegkundige mede te delen. Dan kan daar rekening mee worden gehouden tijdens de opname
Allergie
Bent u allergisch (overgevoelig) voor bepaalde stoffen, zeg dit dan tegen uw behandelaar. Hiermee wordt dan rekening gehouden bij uw behandeling en verpleging.
Bloedverdunners
Bij het gebruik van bloedverdunnende geneesmiddelen is het soms nodig deze voor de operatie te stoppen. Uw arts geeft aan of dit voor u van toepassing is. Stop nooit op eigen initiatief met het gebruik van bloedverdunners. Bent u onder controle bij de trombosedienst, neem dan bij opname de doseringskaart mee.
Nuchter
Meer informatie hierover kunt u vinden in de pagina van anesthesie.
De operatiedag
U meldt zich op het afgesproken tijdstip bij de afdeling die u doorgekregen heeft van de operatieplanning, u kunt dit ook terug vinden in Mijn CWZ. Op deze afdeling vindt de voorbereiding plaats voor uw operatie.
Verpleegkundig specialist
U wordt door het hele traject begeleid door de verpleegkundig specialist. Zij is uw vaste aanspreekpunt op de verpleegafdeling. De orthopedisch verpleegkundigen op de polikliniek geven u voorlichting voor de operatie en zijn telefonisch te bereiken bij vragen of problemen. Zij staan nauw in contact met de verpleegkundig specialist. Meer informatie over hen vindt u op de pagina ‘Medisch ondersteunend personeel binnen de zorgeenheid orthopedie’.
Voorbereiding operatie
Voordat u naar de operatiekamer gaat, krijgt u eerst op de afdeling de voorbereidende medicatie voor de anesthesie (premedicatie). Het is belangrijk dat u deze medicatie voor de ingreep inneemt. Dit heeft als doel een spiegel in uw bloed op te bouwen zodat na de operatie de pijnmedicatie meer effect heeft.
Het is belangrijk dat u voor de ingreep nog even plast, zodat de blaas leeg is.
Wanneer u een gebitsprothese heeft, moet u deze uit doen.
U mag geen sieraden/piercings dragen
U mag geen make-up of bodylotion gebruiken.
Nagellak, gellak, acryllak of nepnagels mogen blijven zitten.
Tot 3 dagen voor de operatie mag u nog scheren of ontharingscrème gebruiken, dit om wondjes te voorkomen
Tijdens de operatie draagt u een operatiejasje dat u op de afdeling krijgt. Bovengenoemde maatregelen zijn bedoeld om de hygiëne op de operatiekamer te waarborgen en de kans op een infectie te verminderen.
De verpleegkundige zal, samen met u, een pijl op de te opereren arm zetten, dit is ter controle
Een kwartier voor de ingreep wordt u naar de voorbereidingsruimte van de operatieafdeling gebracht. Hier wordt u verder voorbereid op de operatie.
U gaat in uw bed naar de operatiekamer en schuift op een smalle operatietafel. De anesthesioloog geeft u de verdoving die met u besproken is. Als de operatie begint zal de bewakingsapparatuur aangesloten worden, om lichaamsfuncties zoals bloeddruk, hartslag en ademhaling tijdens de operatie goed te kunnen observeren.
Na de operatie
Na de operatie gaat u naar de uitslaapkamer (verkoeverkamer) Hier zal men regelmatig uw bloeddruk, polsslag, temperatuur en ademhaling controleren. Er wordt ook regelmatig naar de wond gekeken en naar de pijn gevraagd. Als u weer goed wakker bent en de pijn onder controle is, gaat u naar de verpleegafdeling.
Pijn
Na de operatie kunt u pijn hebben. Vertel altijd tegen de verpleegkundige als u pijn heeft. Wacht niet te lang met het aangeven van de pijn en de inname van de pijnmedicatie!
Infuus
Na de operatie heeft u een infuus in uw arm. Het infuus zorgt ervoor dat u voldoende vocht krijgt. Enige tijd na de operatie zal deze verwijderd worden door de verpleegkundige.
De wond
Na de operatie kan de arm nog gevoelloos zijn door de verdoving. Er wordt een draagband (shoulder immobilizer; soort mitella) aangemeten waarin uw arm kan rusten. De schouder kan in het begin nog gezwollen en pijnlijk zijn. De wond is onderhuids gehecht met oplosbare hechtingen. Deze hoeven dus niet verwijderd te worden en lossen na zes tot acht weken vanzelf op. Soms ontstaat er een bloeduitstorting rondom de wond, dit verdwijnt weer naar enkele weken. Op de wond zit een pleister (anti allergeen) waar u goed mee kunt bewegen en zelfs mee kan douchen. De pleister kan veel vocht absorberen en vasthouden en moet zo lang mogelijk blijven zitten (maximaal 7 dagen). Dit voorkomt onnodige verbandwisselingen en daarmee de kans op blaarvorming. Het vormt een barrière voor bacteriën en virussen waardoor de kans op een wondinfectie geminimaliseerd wordt.
Eten en drinken
Bij terugkomst van de operatiekamer mag u vrij snel beginnen met het drinken van water. Uitbreiding daarvan is afhankelijk van uw misselijkheidsklachten
De eerste dag na de operatie
De zaalarts/ verpleegkundig specialist komt in de ochtend bij u langs.
De verpleegkundige verwijdert het wondverband en controleert de wond
De verpleegkundige zal u waar nodig is helpen bij de lichamelijke verzorging.
U start deze dag met het oefenprogramma, onder leiding van een fysiotherapeut. De fysiotherapeut zal u een aantal oefeningen leren. Deze oefeningen mag u ook een aantal keren per dag zelfstandig herhalen.
Naar huis
Wanneer naar huis?
Wanneer u zelfstandig de oefeningen uit kunt voeren, de pijn onder controle is en eventueel zorg voor thuis geregeld is, mag u weer naar huis. Dit zal ongeveer 2dagen na de operatie zijn.
Het is belangrijk om thuis meteen begeleiding te krijgen van een fysiotherapeut. Dit om verstijving van het gewricht te voorkomen. U regelt zelf uw fysiotherapeut voor thuis. Twee keer per week hulp van de fysiotherapeut is voldoende.
De overige dagen kunt u zelf de oefeningen doen. In principe mag u passief (dat wil zeggen tijdens het oefenen) bewegen op geleide van de pijn. De schouder mag niet te veel naar buiten of naar binnen draaien en alleen onderhandse bewegingen zijn toegestaan.
De eerste vier weken is het de bedoeling om de schouder rust te geven doormiddel van het dag en nacht dragen van de shoulder immobilizer. Deze mag echter even af om bijvoorbeeld een boterham te smeren of bij het douchen en aan/uitkleden. Tijdens deze vier weken mag u langzaam het dragen van de immobilizer afbouwen. Dit kunt u in overleg met uw fysiotherapeut doen.
Ontslag
Bij ontslag uit het ziekenhuis krijgt u van de verpleegkundige toelichting over de controleafspraak, die ongeveer zes weken na de operatie plaatsvindt. De brief voor de huisarts wordt digitaal verstuurd. Een verwijzing en overdracht voor de fysiotherapie krijgt u mee. De verpleegkundige neemt nog enkele praktische zaken met u door en u krijgt pijnmedicatie mee naar huis. (Zie pagina ‘Instructie bij ontslag uit het ziekenhuis’ voor verdere informatie over pijnstilling).
U kunt niet zelf met de auto of fiets naar huis rijden. Het is verstandig om af te spreken dat iemand u komt halen.
Weer thuis
Resultaat van de operatie
De eerste tijd na de operatie zal uw schouder en het gebied rondom de wond dik en warm aanvoelen. Dit wordt geleidelijk minder.
Ook heeft u mogelijk enkele bloeduitstortingen (blauwe plekken) bij de wond maar deze verdwijnen vanzelf.
De eerste tijd zult u ook nog pijn hebben, ook tijdens het oefenen van de schouder. Deze klachten zullen steeds meer afnemen maar een vage pijn kan soms nog drie tot vier maanden na de operatie aanwezig zijn.
De gemiddelde tijd voor revalidatie is dan ook drie tot vier maanden.
Wanneer een arts waarschuwen?
Het is belangrijk dat u in de volgende gevallen contact opneemt met het telefonisch spreekuur orthopedie of met uw huisarts:
Als de operatiewond meer gaat lekken;
Als de wond steeds meer pijn gaat doen ook al bent u minder gaan bewegen;
Als u koorts gaat ontwikkelen hoger dan 38,5º Celsius;
Als de schouder steeds moeilijker beweegt en pijnlijker wordt bij het bewegen;
Wanneer u kortademig bent en/of pijn hebt in uw borststreek bij het ademen;
Als de arm dikker wordt met toenemende pijn.
Adviezen voor thuis
Afhankelijk van de operatie en individuele factoren, ondervindt u na de operatie nog enige tijd hinder van het operatiegebied.
Er volgen nog enkele adviezen:
Na het douchen de wond droog deppen. Indien de wond droog is hoeft u geen pleister meer te plakken
Voor de pijn gebruikt u de voorgeschreven medicatie, in combinatie met paracetamol. Wanneer de pijn minder wordt kunt u dit langzaam weer afbouwen.
Koelen van de pijnlijke schouderregio kan verlichting geven (leg de koude pakking niet direct op de huid en koel maximaal 15 minuten)
Afhankelijk van de operatie en individuele factoren, ondervindt u na de operatie nog enige tijd hinder van het operatiegebied. Er volgen nog enkele adviezen:
Douche en baden
Het kan prettig zijn de eerste tijd zittend te douchen, maak hierbij gebruik van een douchekruk/-stoel. U mag de eerste week niet baden, dit maakt de wond week en belemmert een goede wondgenezing
Gebruik een antislipmat in de douchebak, dit voorkomt uitglijden en geeft stabiliteit.
Aan- en uitkleden
Kleed u gedurende de eerste weken zoveel mogelijk zittend aan.
Maak gebruik van bovenkleding met een voorsluiting, dit maakt het aan en uitkleden makkelijker.
Slapen
Slaap eventueel de eerste 6 weken met een kussen onder uw arm. Na 6 weken mag u weer op de geopereerde schouder gaan liggen.
Spullen van de grond rapen
Bukken is mogelijk, maar de kans dat u uw evenwicht verliest is aanwezig, wilt u toch iets van de grond rapen, zak dan door de knieën of maak gebruik van het hulpmiddel de helping hand. Bij het aantrekken van de schoenen kan u gebruik maken van een lange schoenlepel. Deze hulpmiddelen zijn verkrijgbaar in een thuiszorgwinkel.
Fietsen en autorijden
Wanneer u de draagband niet meer nodig heeft en u voldoende controle over u arm heeft, kunt u weer gaan autorijden en fietsen. Dit is meestal na ongeveer 6 weken. Laat uw fysiotherapeut dit mede beoordelen.
Werken
U kunt na 6 weken weer beginnen met werken. Dit is afhankelijk van de inhoud van het werk. Zittend werk kan vaak na 6 weken hervat worden. Zwaarder lichamelijk (ook huishoudelijk) werk kan vaak pas na 8 weken hervat worden.
Oefeningen na de operatie
Dit schema is bedoeld als geheugensteuntje in de thuissituatie. Doe alleen die oefeningen die door de fysiotherapeut worden aangegeven. Voor alle oefeningen geldt: oefen minimaal 3x per dag, doe dit zonder immobilizer en oefen regelmatig voor de spiegel. Tijdens het oefenen kan er een drukkend, trekkend en zeurend gevoel ontstaan, ook kan de schouder vermoeid aan gaan voelen. Dit is geen reden om te stoppen met de oefeningen. Forceer niets en blijf binnen de pijngrens.
Oefening 1: elleboog
Laat de geopereerde arm langs het lichaam hangen. Ondersteun met uw gezonde arm de bovenarm tegen het lichaam. Strek en buig uw elleboog zover u kunt. Doe dit 10x.
%2520%257B%2520%255Bnative%2520code%255D%2520%257D&w=384&q=100)
Oefening 2: schoudergordel
Trek beide schouders op en laat ze weer zakken; zorg dat dit tegelijkertijd gebeurt. Doe dit 10x.%2520%257B%2520%255Bnative%2520code%255D%2520%257D&w=384&q=100)
Oefening 3: schoudergordel
Laat uw armen ontspannen langs uw lichaam hangen. Maak tegelijkertijd cirkelvormige bewegingen met uw schouders. Doe dit 10x vooruit en 10x achteruit.%2520%257B%2520%255Bnative%2520code%255D%2520%257D&w=640&q=100)
Oefening 4: Hals
Draai uw hoofd voorzichtig heen en weer. Bij duizeligheid moet u stoppen! Doe dit 10x naar beide kanten.%2520%257B%2520%255Bnative%2520code%255D%2520%257D&w=384&q=100)
Oefening 5: Schoudergewricht
Ga licht voorovergebogen staan en laat de geopereerde arm ontspannen hangen. Maak met de hele arm cirkelvormige bewegingen binnen de pijngrens. Doe dit 1 minuut rechtsom en 1 minuut linksom.%2520%257B%2520%255Bnative%2520code%255D%2520%257D&w=384&q=100)
Oefening 6: Schoudergewricht
Maak met de onderarm een draaiende beweging, alsof u een sleutel omdraait. Doe dit 10x.%2520%257B%2520%255Bnative%2520code%255D%2520%257D&w=384&q=100)
Oefening 7: Schoudergewricht
Ondersteun uw geopereerde arm met de gezonde arm en maak cirkelvormige bewegingen. Doe dit 10x linksom en 10x rechtsom.%2520%257B%2520%255Bnative%2520code%255D%2520%257D&w=384&q=100)
Oefening 8: Schoudergewricht
Ondersteun uw geopereerde arm met de gezonde arm. Hef de arm voor- en zijwaarts.
Doe dit voor beide richtingen 10x.%2520%257B%2520%255Bnative%2520code%255D%2520%257D&w=640&q=100)
De volgende beweging is voor u verboden!
U mag de geopereerde onderarm, totdat de orthopeed toestemming geeft, niet naar buiten draaien (dus niet van uw lichaam af draaien).%2520%257B%2520%255Bnative%2520code%255D%2520%257D&w=640&q=100)
Vragen en/of problemen
Ontstaan er ondanks de goede voorbereidingen toch problemen of heeft u na het lezen van de pagina nog vragen? Neem dan contact op met het telefonisch spreekuur orthopedie. Telefoonnummers vindt u onderaan deze pagina.
U kunt ook contact opnemen door een e-mail te sturen naar polikliniek.orthopedie@cwz.nlmailto:polikliniek.orthopedie@cwz.nl
Bij problemen - als u na de behandeling/operatie weer thuis bent - kunt u buiten kantooruren en in het weekend contact op nemen met de huisartsenpost.
Kunt u niet komen?
Kan de geplande operatiedatum niet doorgaan, bijvoorbeeld doordat:
er meer voorbereiding nodig blijkt te zijn door longarts of cardioloog
u ziek bent met koorts (griep)
u verhinderd bent door onverwachte privéomstandigheden
Laat dit dan zo snel mogelijk weten. U belt naar de afdeling operatieplanning orthopedie, bereikbaar op werkdagen tussen 8.30 - 12.00 uur, op telefoonnummer (024) 365 88 36. Als u tijdig belt, kan er nog een andere patiënt gepland worden en maken wij met u een nieuwe afspraak.
G324-MLaatst bijgewerkt op 3 februari 2026

