RFA behandeling bij zwelling in de schildklier
Behandeling
(Radio Frequente Ablatie)
Inleiding
In overleg met uw behandelaar of verpleegkundig specialist heeft u besloten tot een Radio Frequente Ablatie (RFA) van de zwelling in uw schildklier. U krijgt deze behandeling om de goedaardige zwelling in de schildklier, ook wel schildkliernodus genoemd, te verkleinen. De behandeling die uitgevoerd gaat worden noemen we RFA. Op deze pagina leest u meer over deze RFA en de nazorg.
De behandeling vindt plaatst op de dagbehandeling en wordt uitgevoerd door een interventieradioloog. U wordt hiervoor een dag opgenomen in CWZ. De opnamedatum, behandeldatum en de plaats waar u zich meldt in CWZ, krijgt u door van uw behandelaar, verpleegkundig specialist of op de polikliniek.
Let op: op deze pagina wordt de algemene gang van zaken beschreven. Het is mogelijk dat de behandeling in uw geval net iets anders verloopt.
Wat is RFA en wat houdt de behandeling in?
RFA
RFA staat voor Radio Frequentie Ablatie. De schildkliernodus wordt verhit door de energie van radiogolven. Door deze behandeling sterft het weefsel van de nodus af. De nodus krimpt hierdoor langzaam en er blijft uiteindelijk een inwendig litteken over. Uw behandelaar heeft u hier al over verteld.
Doel van de behandeling
Het doel van de behandeling is om de nodus te laten verschrompelen zodat u minder hinder van de nodus ondervindt. Het gezonde weefsel blijft intact, waardoor de schildklierfunctie behouden blijft. De zwelling wordt niet verwijderd maar kan tot 70-80% in omvang afnemen. Dit is een langzaam proces 1 tot 12 maanden kan duren. Het kan nodig zijn de behandeling te herhalen.
Belangrijk
Gebruikt u medicijnen?
Het is belangrijk dat u altijd aan uw behandelaar of verpleegkundig specialist doorgeeft dat u bloedverdunners gebruikt. Het is soms nodig om met bloed verdunnende medicijnen tijdelijk te stoppen.
U hoort van uw behandelaar of verpleegkundig specialist wanneer en voor hoelang u met bepaalde medicijnen moet stoppen. Doe dit altijd in overleg.
Slikt u andere medicijnen, dan kunt u deze gewoon innemen.
Heeft u metalen apparaatjes in uw lichaam?
De behandeling kan mogelijk niet plaatsvinden als u een pacemaker, ICD, neurostimulator, insulinepomp of cochleair implant heeft. Meldt dit altijd van tevoren bij uw behandelaar. Er moet dan een andere naald worden gebruikt.
Bent u zwanger of geeft u borstvoeding?
De RFA behandeling kan veilig uitgevoerd worden tijdens een zwangerschap of wanneer u borstvoeding geeft. Als u zwanger bent is inname van oxazepam niet verstandig. Het onderzoek kan zonder oxazepam worden gedaan.
Neem van tevoren contact op met uw behandelaar of verpleegkundig specialist.
Voorbereiden voor de behandeling
Voor deze behandeling is het nodig dat u wordt opgenomen op de dagverpleging.
Van de afdeling opnameplanning krijg u bericht hoe laat en waar u in het ziekenhuis wordt verwacht.
U hoeft niet nuchter te zijn, dus u kunt gerust eten en drinken voor het onderzoek.
Op de verpleegafdeling wordt, als het nodig is, bloed geprikt om te kijken of de bloedstolling goed is.
Vervolgens krijgt u zo nodig een tablet oxazepam. Dit heeft een kalmerende en ontspannende werking.
Van de verpleegkundige krijgt u een speciaal jasje met drukknopen aan dat u tijdens het onderzoek draagt. Uw ondergoed kunt u aanhouden.
Wij raden u aan om tijdens de behandeling sokken aan te trekken. Het kan wat koud zijn in de behandelkamer.
In bed wordt u door een CWZ-medewerker naar de afdeling radiologie gebracht.
Wat kunt u verwachten van de behandeling?
Specialistisch laboranten en een interventieradioloog voeren de behandeling uit.
Tijdens de behandeling ligt u op een onderzoekstafel met het hoofd iets achterover. Op elk been wordt een aardingssticker (een soort grote plakker) gelegd.
Wij zorgen ervoor dat u zoveel mogelijk toegedekt wordt met dekens.
Met behulp van echografie bepaalt de interventieradioloog de exacte plaats van de behandeling en krijgt u plaatselijk verdovingsmiddel ingespoten.
Bij de prikplek wordt uw huid goed schoongemaakt en afgedekt met een steriele doek. De interventieradioloog prikt vervolgens de zwelling aan met een speciale naald. Doordat het puntje van deze naald telkens kort wordt verwarmd, gaan de cellen van de schildkliernodus stuk en zal de nodus geleidelijk gaan verschrompelen. De naald wordt steeds een klein stukje verplaatst, totdat de hele nodus is behandeld.
Tijdens de behandeling vraagt de interventieradioloog regelmatig aan u of last heeft van de behandeling.
Aan het eind van de behandeling wordt de naald verwijderd en krijgt u een pleister op de aanprikplek.
De behandeling duurt 20 tot 30 minuten.
Einde van de behandeling
Om nabloeden te voorkomen, drukt u zelf met een platte hand en gestrekte vingers op de prikplek. U doet dit gedurende een half uur. De interventieradioloog legt u uit hoe u dit moet doen.
U gaat na afloop van de behandeling terug naar de afdeling.
Na de behandeling
Na de behandeling kunt u weer gewoon eten en drinken.
Wij adviseren u tot 48 uur na de behandeling rustig aan te doen, niet te sporten en niet zwaar te tillen. Ook het masseren van de prikplek raden wij af. U houdt hiermee het risico op nabloeden zo klein mogelijk.
Pleister
De pleister kunt u na 24 uur verwijderen.
Blauwe plek
In uw hals ontstaat mogelijk een kleine blauwe plek door het aanprikken. Dit is normaal.
Pijn
Er is in uw hals geprikt en dit kan na afloop gevoelig zijn. Eventueel kunt u na afloop van de behandeling paracetamol innemen tegen de pijn, maximaal 4 x 1.000 mg per dag. Neem geen andere pijnstillers (dus geen aspirine of NSAID’s zoals diclofenac).
Geen alcohol
Wij adviseren u in de eerste uren na het onderzoek geen alcohol te gebruiken, omdat alcohol het effect van oxazepam kan versterken en u daardoor suf kunt worden.
Medicijnen
Als u gestopt bent met bloed verdunnende medicijnen dan kunt u, in overleg met uw behandelaar, weer beginnen met het innemen ervan. Zie kopje ‘Gebruikt u medicijnen?’
Vervoer naar huis
Omdat u oxazepam heeft gekregen mag u na afloop niet zelf naar huis rijden of machines bedienen. Oxazepam kan uw reactievermogen verminderen. Zorg dat iemand u op komt halen.
Nazorg
U krijgt 2-3 weken na de behandeling een controle afspraak bij de (assistent) internist of verpleegkundig specialist van de polikliniek interne geneeskunde of algemene heelkunde.
Daarna volgt na 6 en 12 maanden een poliklinische controle met bloedonderzoek en een echo van uw hals om het effect van de behandeling vast te leggen.
Wanneer alles naar wens verloopt stopt de nazorg na een jaar.
Mogelijke complicaties/medische klachten
Elke behandeling kent een risico op complicaties. De kans op complicaties bij een RFA behandeling is klein en de behandeling verloopt meestal zonder problemen.
Complicaties die kunnen optreden zijn:
bloeduitstorting ter plaatse van de aanprikplek
heesheid (meestal van tijdelijke aard)
De specialist die het onderzoek heeft geadviseerd, weegt samen met u, de kans op complicaties af tegen de voordelen van het uitvoeren van het onderzoek.
Neem contact op met de verpleging of met de polikliniek van uw behandelaar als u klachten krijgt waarvan u vermoedt dat deze met de behandeling te maken kunnen hebben. Het telefoonnummer van uw polikliniek vindt u op uw afsprakenkaartje of op internet.
Als u binnen 24 uur na de behandeling klachten krijgt kunt u ’s avonds en in het weekend de spoedeisende hulp van CWZ bellen, telefoonnummer 024 365 83 22. Vertel dat u een behandeling op de afdeling radiologie heeft gehad.
Neem direct contact op bij de volgende klachten:
ernstige pijn
duizelig
koorts
grote bloeduitstorting
u zich niet goed voelt en u het vermoeden heeft dat dit met het onderzoek te maken kan hebben
Controle afspraak
U krijgt 2 tot 3 weken na de behandeling een telefonische afspraak met uw behandeld arts / verpleegkundig specialist van de polikliniek interne geneeskunde. Daarna volgt een controle na 6 en 12 maanden.
Heeft u vragen?
Aarzel niet om vragen te stellen aan de behandelaar, de radioloog, laborant of verpleegkundige als u iets niet begrijpt of als u meer wilt weten. Zij beantwoorden uw vragen graag.
De informatie op deze pagina is bedoeld als aanvulling op het gesprek dat u heeft gehad met uw behandelaar. Heeft u na het lezen van deze informatie nog vragen? Neemt u dan telefonisch contact op met de polikliniek.
Bent u verhinderd?
Is het niet mogelijk om op de afspraaktijd te komen? Bel dan zo snel mogelijk de afdeling radiologie, telefoonnummer 024 365 74 31. Er kan dan een andere patiënt in uw plaats komen.
Contact
- Radiologie
G984Laatst bijgewerkt op 9 februari 2026

