Reukstoornissen
Behandeling
Informatie voor patiënten over problemen met het ruiken
Inleiding
Uw behandelend arts heeft u voorgesteld om vanwege uw reuk en/of neusklachten een neusoperatie te laten verrichten. Deze pagina geeft u informatie over wat de KNO-arts in het CWZ met u bespreekt, zodat u zich kunt voorbereiden op het gesprek of na het gesprek alles nog eens rustig kan nalezen.
Wat zijn reukstoornissen
Er zijn vier soorten reukstoornissen: parosmie, kakosmie, hyposmie en anosmie.
Osmie betekent ruiken.
Bij parosmie ruikt u sommige (of alle) geuren anders dan voorheen. Para betekent 'naast';
Kakosmie houdt in dat u sommige geuren als stinkend ervaart terwijl ze dat voor andere mensen niet zijn. Kakos betekent 'lelijk';
Bij hyposmie is uw reukvermogen verminderd. Hypo betekent 'weinig';
Bij anosmie ruikt u helemaal niets meer. Het voorvoegsel an betekent 'niet'.
Kakosmie en parosmie kunnen op verschillende manieren ontstaan, bijvoorbeeld na een infectie, door een hormonale afwijking of na een trauma (een beschadiging, bijvoorbeeld door een ongeluk). Sommige mensen met epilepsie of met een psychose hebben last van kakosmie. Er is dan sprake van een hallucinatie.
Anosmie en hyposmie kunnen ontstaan als er geen lucht in de neus kan komen, bijvoorbeeld door een ontsteking, allergie of neuspoliepen. Maar deze stoornissen kunnen ook veroorzaakt worden door een beschadiging van het slijmvlies hoog in de neus of van de zenuwbanen die de reukprikkel naar de hersenen overbrengen. Een dergelijk beschadiging ontstaat bijvoorbeeld door een hersenschudding of een tumor. Hyposmie komt voor bij zeer uiteenlopende ziektebeelden zoals epilepsie, hiv-seropositiviteit, het syndroom van Korsakov, de ziekte van Huntington, het syndroom van Down, de ziekte van Alzheimer en de ziekte van Parkinson.
Oorzaken van reukstoornissen
Het reukvermogen is gerelateerd aan de leeftijd: na het veertigste jaar neemt het geleidelijk af. Verder ruiken vrouwen in het algemeen beter dan mannen. Daarbij varieert de geurgevoeligheid tijdens de menstruatiecyclus: rond de ovulatie is die het hoogst. Roken kan een oorzaak zijn van een vermindering van de reuk (hyposmie). Hoe langer en hoe meer u gerookt hebt, hoe langer het duurt voordat de reuk weer hersteld is. Een andere oorzaak van reukstoornissen is een verstopping van de neus door poliepen, een scheefgegroeid neustussenschot of een virusinfectie (bijvoorbeeld verkoudheid). Ook het inademen van giftige stoffen of een bestraling van het hoofd of het halsgebied (bij de behandeling van een tumor) veroorzaakt soms stoornissen in de reuk. Tot slot kan de reukzenuw beschadigd zijn, waardoor u geuren niet kunt benoemen, niet van elkaar kunt onderscheiden of niet kunt onthouden. Een dergelijk beschadiging kan veroorzaakt zijn door een ongeluk, een operatie of een aangeboren afwijking.
Diagnose stellen bij reukstoornissen
Er zijn verschillende tests waarmee geurstoornissen kunnen worden aangetoond. Met een reukdetectietest wordt de detectiedrempel bepaald, dat wil zeggen de laagste concentratie waarbij u een geur kunt waarnemen. U krijgt daarvoor steeds twee flesjes waarvan er één een geurstof bevat en de ander niet. Er zijn nog andere testen om het identificatievermogen voor geuren, het geurgeheugen en het discrimineren (onderscheiden) van geuren te bepalen.
Deze zijn echter weinig betrouwbaar en worden in het CWZ niet uitgevoerd.
Heeft u vragen?
Als u na het lezen van de informatie nog vragen heeft, schrijf deze dan op of vraag iemand met u mee te gaan naar uw afspraak. De KNO-arts beantwoordt graag uw vragen over uw reuk- en/of neusklachten en de behandeling daarvan.
U kunt ook terecht bij de patiëntenvereniging voor mensen met een reuk- en/of smaakstoornis: reuksmaakstoornis.nlhttp://reuksmaakstoornis.nl.
Deze vereniging heeft als doel mensen met een reuk- of smaakstoornis deskundig en zo breed mogelijk te informeren over de oorzaak van de aandoening en over de invloed op iemands leven, de eventuele behandelmethoden en de medische ontwikkelingen. Daarnaast is de vereniging een verbindende factor tussen lotgenoten.
Kunt u niet komen?
Kunt u op het afgesproken tijdstip niet komen, bel dan zo snel mogelijk de polikliniek KNO. Er kan dan nog een andere patiënt in uw plaats komen.
Afspraken
Uw afspraaktijd op de polikliniek KNO B66 is:
............................................. dag ................................................................... om .................................... uur.
Contact
- KNOPolikliniek KNO (B66)
Bij verhinderingen: secretariaat KNO, telefoonnummer (024) 365 87 11. Er kan dan nog een andere patiënt in uw plaats gepland worden.
U kunt het secretariaat dan ook mailen: secretariaat.kno@cwz.nlmailto:secretariaat.kno@cwz.nl
(024) 365 82 25 of (024) 365 87 10 (secretariaat)
Maandag tot en met vrijdag van 8.30 tot 16.30 uur
G437-LLaatst bijgewerkt op 4 februari 2026

