Reconstructie met behulp van eigen weefsel (LD-lap)
Behandeling
De rugspiermethode (LD-lap)
Inleiding
Met de rugspiermethode verplaatst de plastisch chirurg huid en spier van de rug (die latissimus dorsi wordt genoemd) onder de oksel door naar de borststreek om de borst te reconstrueren. De rugspier wordt verschoven waarbij de bloedvoorziening behouden blijft.
Omdat deze huidlap doorgaans dunner is dan die van de buik wordt deze methode van reconstructie vaak uitgevoerd in combinatie met een borstimplantaat. Zo ontstaat meer volume en een natuurlijkere vorm van de nieuwe borst.
Voor wie is de rugspiermethode geschikt?
De rugspiermethode is een betrouwbare procedure en is geschikt voor vrouwen bij wie het overgebleven borst- en/of huidweefsel te gering is of onvoldoende rekbaar meer is (door onder andere bestraling) om alleen een implantaat te plaatsen. Het is een betrouwbare methode. Er moet voldoende weefsel op de rug aanwezig zijn. Dat geldt ook wanneer u al eens eerder op deze plaats geopereerd bent U moet zich bij deze methode wel realiseren dat er een litteken ontstaat op de rug. We proberen zoveel mogelijk rekening te houden met kleding. Het gemis van deze rugspier ervaren vrouwen niet als belemmerend. De rug en schoudergordel bestaat immers uit veel spieren, waarvan een aantal met dezelfde functie. Wees u er zich van bewust dat de eigen weefselmethode in de regel een grote operatie is. Vrouwen die roken komen niet in aanmerking voor de rugspiermethode. U moet daarom minimaal 6 weken voor de operatie tot minimaal 6 weken na de operatie te stoppen met roken. Een goede algemene gezondheid en een sterke motivatie zijn hierbij belangrijke voorwaarden.
Hoe lang duren operatie en herstel met de rugspiermethode?
De operatie met de rugspiermethode duurt zo’n 2 tot 4 uur onder algehele verdoving. U zult daarna nog 2 tot 3 dagen in het ziekenhuis moeten blijven. Na 4 tot 6 weken kunt u uw dagelijkse bezigheden weer oppakken. U zult tijdelijk misschien wat stijfheid in uw schouder hebben en deze wat moeilijk kunnen bewegen.
De voor- en de nadelen
Het voordeel van de rugspiermethode is, net als bij de buikspiermethode, dat eigen weefsel wordt gebruikt om een nieuwe borst te vormen. De rugspiermethode kan ook gebruikt worden wanneer een grotere borst gewenst is en dit niet haalbaar is met een prothese alleen. U zult na de operatie 2 tot 3 dagen in het ziekenhuis moeten blijven en het herstel duurt wat langer dan bij reconstructie met alleen een borstimplantaat. Op uw rug krijgt u een litteken, dat afhankelijk van de gekozen richting door de BH kan worden bedekt. Ook de gereconstrueerde borst vertoont meer littekens dan bij reconstructie met alleen een borstimplantaat. Ook moet u bij deze methode rekening houden met een licht kleurverschil; de huid van de rug is over het algemeen iets anders gekleurd dan die van de borst.
Symmetrie
Het is niet altijd mogelijk om de borsten symmetrisch te maken en ook de vorm en de gevoeligheid van de gereconstrueerde borst(en) kunnen anders zijn dan u had verwacht.
Voorbereiding operatie
Als u samen met uw arts heeft besloten tot een operatie worden een aantal zaken voor u afgesproken.
Verzekering
De secretaresse van de plastische chirurg vraagt bij uw zorgverzekeraar de operatie aan. Borstreconstructie valt onder verzekerde zorg.
Medische fotograaf
De medische fotograaf zal foto’s maken van uw borsten voor de operatie.
Eventueel worden er een aantal maanden na de operatie weer foto’s gemaakt.
Anesthesie (verdoving)
Een goede verdoving bij een operatie is belangrijk. Deze verdoving kan bij de rugspier-methode alleen door middel van algehele narcose, dat wil zeggen dat u slaapt. U zult tijdens de operatie geen pijn voelen. Hierover kunt u meer lezen op de pagina ‘Verdoving (anesthesie) bij volwassenen’.
Voor de operatie en de anesthesie zijn meestal enige voorbereidingen noodzakelijk, dit wordt ook wel preoperatief onderzoek of preoperatieve voorbereiding genoemd. De anesthesioloog schat in welke risico’s in uw geval aan de anesthesie verbonden zijn en hoe deze kunnen worden beperkt.
Bloedverdunners/medicijnen
Gebruikt u antistollingsmedicijnen (bloed verdunnende medicijnen) of bent u onder controle van de trombosedienst? Meld dit dan aan uw behandelend arts in CWZ.
Denk bij antistollingsmedicijnen (bloed verdunnende medicijnen) aan bijvoorbeeld acenocoumarol, fenprocoumon (Marcoumar®), aspirine, ascal, carbasalaat, calcium,dipyridamol, Persantin®, Asasantin®, Duoplavin®, clopidogrel (Plavix®, Grepid®), ticagrelor (Brilique®), apixaban (Eliquis®), dabigatran (Pradaxa®), edoxaban (Lixiana®), rivarixaban (Xarelto.
Als u bekend bent bij de trombosedienst, neem dan altijd uw doseerkaart mee naar het ziekenhuis.
Het kan zijn dat u tijdelijk moet stoppen met deze antistollingsmedicijnen (bloed verdunnende medicijnen).
Uw behandelend arts vertelt u hoe lang u voor de ingreep of operatie met het innemen moet te stoppen en wanneer u weer kunt beginnen met de medicijnen.
Als u medicijnen gebruikt of overgevoelig bent voor bijvoorbeeld jodium, verdovingsvloeistof, pleisters of andere stoffen meld dit dan aan de arts, de verpleegkundige of assistente van de polikliniek.
Meld ook als u een pacemaker (of een ICD) draagt.
Meld ook of u preventief antibiotica nodig heeft.
Overige medicijnen mag u gewoon innemen
Wat moet u meenemen?
Tijdens uw opname heeft u nodig:
een passende sport BH;
ondergoed en nachtkleding (voorkeur nachtkleding met een voorsluiting);
kamerjas, pantoffels;
toiletartikelen;
lectuur en dergelijke.
Waardevolle bezittingen
Het is raadzaam grotere geldbedragen, sieraden en andere kostbaarheden thuis te laten. De ervaring leert dat het gevaar van zoekraken en diefstal in een openbaar gebouw aanwezig is. Het ziekenhuis kan hiervoor niet aansprakelijk worden gesteld.
Voedingsadviezen ter voorbereiding op de operatie
Om een voorspoedig herstel na de operatie te bevorderen is het belangrijk dat u vóór de operatie een zo goed mogelijke conditie heeft. Een goede voeding met voldoende voedingsstoffen vóór de operatie is van belang om een voorspoedig herstel/genezing na de operatie te bevorderen. Een niet volwaardige voeding kan het herstel vertragen en de conditie verslechteren, waardoor u meer vatbaar bent voor infecties en/of complicaties en dit leidt tot een vertraagd herstel.
Een volwaardige voeding bevat per dag minimaal:
Brood | Minimaal 3 sneden |
Aardappelen of aardappelvervanging | Naar behoefte |
Groente | 150-200 gram |
Fruit of vruchtensap | 2 porties |
Melk en/of melkproducten | 3-4 glazen/schaaltjes |
Kaas/vleeswaren | 3-4 plakken |
Vlees, vis, kip, ei of vegetarische vleesvervangers | 100-120 gram |
(dieet)margarine/boter | Naar behoefte |
Noten (ongezouten) | 25 gram |
Vocht | 1,5-2 liter (= 12-16 kopjes) |
De dag van de operatie
U meldt zich op het afgesproken tijdstip op de afdeling waar u wordt opgenomen. Op de afdeling krijgt u een kort opnamegesprek met de verpleegkundige. Dit is om te controleren of er de laatste weken nog veranderingen zijn opgetreden in uw gezondheid en uw persoonlijke omstandigheden. Tevens vertelt de verpleegkundige u nog kort het een en ander over de gang van zaken rond de operatie.
Als u vragen heeft kan de verpleegkundige deze beantwoorden. Uw partner/begeleider kan bij het opnamegesprek aanwezig zijn, als u dat prettig vindt.
Niet eten en beperkt drinken (nuchter)
U wordt in principe op de dag van de operatie opgenomen. Omdat de operatie onder anesthesie plaatsvindt, is het nodig dat u nuchter bent. Hierover heeft de anesthesioloog op het spreekuur afspraken met u gemaakt. Meer hierover kunt u lezen op de pagina ‘Verdoving (anesthesie) bij volwassenen’.
Hebt u een langdurige voorbereiding nodig dan wordt u een dag eerder opgenomen.
Pijnstilling
Voor de operatie start u met de pijnmedicatie. De pijnmedicatie wordt op de verpleegafdeling aan u gegeven. Dit heeft als doel een spiegel in uw bloed op te bouwen zodat na de operatie de pijnmedicatie meer effect heeft. Meer hierover vindt u op de pagina ‘Verdoving (anesthesie) bij volwassenen’ onder het kopje ‘Pijnmeting’.
Scheren
Om het infectierisico te beperken, vragen wij u het operatiegebied minimaal 5 dagen voor de operatie niet meer te scheren.
Aftekenen van de borsten
Voor de operatie worden uw rug/borsten door de plastisch chirurg afgetekend. Dit gebeurt in principe op de verkoeverkamer. Het kan ook zijn dat dit op de verpleegafdeling wordt gedaan. Dit is afhankelijk van het operatieprogramma.
De operatie
Voordat u naar de operatiekamer gaat, krijgt u de voorbereidende medicatie voor de algehele anesthesie (premedicatie). Het is belangrijk dat u deze medicatie voor de ingreep inneemt. Ook is het belangrijk dat u voor de ingreep nog even plast, zodat de blaas leeg is. U mag tijdens de operatie geen sieraden dragen.
Op de afdeling krijgt u een operatiejasje aangetrokken.
Deze maatregelen zijn er om de hygiëne op de operatiekamer te waarborgen en daardoor infecties te voorkomen. Een kwartier voor de ingreep wordt u naar de verkoeverkamer gebracht, hier worden u nog wat vragen gesteld waarna u naar de operatiekamer wordt gereden. Daar moet u overstappen op een smalle operatietafel. De anesthesioloog geeft u de verdoving, die met u besproken is.
Ook zal er voordat de operatie begint algemene of specifieke bewakingsapparatuur aangesloten worden, om lichaamsfuncties zoals bloeddruk, pols en ademhaling tijdens de operatie goed te kunnen observeren.
Direct na de operatie
Na de ingreep blijft u in de uitslaapruimte (verkoeverkamer) van de operatieafdeling tot u goed wakker bent en tot alle controles (o.a. bloeddruk, polsslag, ademhaling en pijn) goed zijn. Een verpleegkundige haalt u weer op. Op de verpleegafdeling belt de verpleegkundige uw contactpersoon/begeleider.
De verpleegkundigen controleren regelmatig de pols, bloeddruk en de doorbloeding van de nieuw gereconstrueerde borst(en) en de rug. Na de operatie kunt u pijn hebben en misselijk zijn. Met behulp van een speciale pijnbestrijdingsmethode wordt de pijn zoveel mogelijk verlicht, zodat u sneller van de operatie herstelt. Tegen de misselijkheid krijgt u eventueel medicijnen.
Infuus
Na de operatie heeft u een infuus in uw arm. Het infuus zorgt ervoor dat u voldoende vocht krijgt. Als u op de operatiedag ’s avonds weer zelf kunt eten en drinken en alle controles goed zijn mag het infuus de volgende dag verwijderd worden.
De wond
Na de operatie zijn de gereconstrueerde borst(en) en de wond op de rug verbonden met huidvriendelijke pleisters. Ook bevinden zich één of meerdere drains (slangetjes) in het wondgebied. Deze zijn verbonden aan flesjes om het vocht uit de operatiewond op te vangen. De verpleegkundige controleert regelmatig de wonden en verwijdert de drains meestal enkele dagen na de operatie. Dit veroorzaakt een vreemd gevoel en meestal geen pijn. Ook wordt verband verwijderd. Na het verwijderen van de drains en het verband moet u een stevige sport bh dragen ter ondersteuning.
Eten en drinken
Bij terugkomst van de operatiekamer mag u vrij snel beginnen met het drinken van water. Uitbreiding daarvan is afhankelijk van uw misselijkheidklachten.
De dagen na de operatie
De plastisch chirurg die u geopereerd heeft zal aan het eind van de operatiedag op de verpleegafdeling nog bij u langskomen om de operatie met u door te spreken. Dagelijks loopt een plastisch chirurg met een verpleegkundige visite en spreekt het beleid af. De dag na de operatie mag u naar kunnen uit bed en wordt u zo nodig geholpen met verzorging tenzij anders met u is afgesproken. Na overleg met de plastisch chirurg worden de drains verwijderd.
Met ontslag
Op de 2de of 3de dag mag u met ontslag mits er geen complicaties zijn opgetreden. U krijgt een controle afspraak mee, die ongeveer 7 tot 14 dagen na de operatie plaatsvindt. De verpleegkundige neemt nog enkele praktische zaken met u door zoals bijvoorbeeld de leefregels. Zo nodig krijgt u een recept voor verbandmateriaal en of medicijnen.
Voedingsadviezen na de operatie
Ook na de operatie is het belangrijk om enige tijd (2 tot 3 weken) extra aandacht aan de voeding te besteden vanwege wondgenezing. Hiervoor zijn extra eiwitten nodig. De intake van eiwitten kan verhoogd worden door gebruik te maken van
ruim beleg van kaas/vleeswaren op het brood
eiergerecht en/of warm vlees en/of vis op het brood
gebruik extra melkproduct bij de maaltijd
plakjes vleeswaren/kaas uit het vuistje
diverse eiwitverrijkte gerechten die in de supermarkt te koop zijn (u vindt deze meestal in het koelvak bij de melkproducten)
Weer thuis
Gedurende de genezing ontstaat spanning in de weefsels. Het is dus raadzaam om onderstaande adviezen op te volgen. Hoe meer rust u de operatiewond geeft, hoe mooier het litteken geneest. Na ongeveer 4 tot 6 weken kan u de meeste dagelijkse huishoudelijke werkzaamheden weer zelf verrichten.
De eerste 6 weken na de operatie mag u niet:
liggen op de gereconstrueerde borst
zijligging aan de kant van de gereconstrueerde borst
op uw buik liggen
zwaar tillen
vooroverbuigen
rek/strek/duwbewegingen maken
geen bewegingen maken waarbij veel kracht gebruikt moet worden zoals zwaar huishoudelijk werk of beroepsmatig zwaar lichamelijk werk
sporten
in de zon noch onder de zonnebank, daarna een half jaar met beschermingsfactor 30 of bedekt met badpak/bikini
in bad of zwemmen, douchen mag wel
De eerste 4 weken na de operatie mag u niet:
fietsen
autorijden
Pijnbestrijding
Als pijnstillers nodig zijn, is paracetamol (500 mg) vaak voldoende. Een goede pijnbestrijding is belangrijk voor het genezingsproces. Als het nodig is kunt u de eerste 2 dagen de pijn met pijnstillers onderdrukken en dit langzaam afbouwen. Dit doet u als volgt:
De eerste 2 dagen neemt u 4 keer per dag - om de 6 uur - 2 tabletten paracetamol van 500 mg.
Dan 2 dagen 4 keer per dag - om de 6 uur - 1 tablet paracetamol van 500 mg.
Daarna stopt u en gebruikt u alleen zo nodig bij pijn 2 tabletten paracetamol van 500 mg. (maximaal 4 keer per dag).
Pijn kan ook een signaal zijn dat u onvoldoende rustig aan doet of voor ontsteking. Houdt u dus hierboven beschreven adviezen goed in acht en controleer de wond op ontstekingsverschijnselen zoals toenemende zwelling, roodheid of wijken van de wond.
Douchen
Zodra de drains verwijderd zijn, mag u douchen. Na het douchen de wondjes droogdeppen. U mag de eerste 6 weken niet in bad en zwemmen. Droog houden van de wond bevordert een goede wondgenezing, dus kunt u beter ook geen afsluitende pleister op de wondjes gebruiken.
Hechtingen
De hechtingen zijn oplosbaar. Mochten er hechtingen zitten die niet oplosbaar zijn dan worden deze op de polikliniek verwijderd.
BH
Draag gedurende 4 tot 6 weken na de ingreep dag en nacht een goed passende sport BH.
Littekenzalf
Wilt u littekenzalf gebruiken om de littekens sneller soepel te maken, dan mag dit alleen op een volledig genezen wond worden aangebracht.
De arbodienst
U kunt met uw arts overleggen welke consequenties de operatie voor de uitoefening van uw werk heeft. De arts kan wanneer nodig informatie uitwisselen met uw bedrijfsarts. De bedrijfsarts moet hiervoor een schriftelijk verzoek indienen. Zo wordt duidelijk of u (tijdelijk) beperkingen heeft en zo ja, welke. Om uw privacy te beschermen is uw toestemming nodig voor overleg tussen uw specialist en uw bedrijfsarts. Uiteindelijk zal de bedrijfsarts uw terugkeer naar het werk begeleiden. Daarom is het belangrijk dat uw bedrijfsarts op de hoogte is van de operatie en nabehandeling. Afspraken over uw werk zullen vaak soepeler verlopen als u de bedrijfsarts al vóór de operatie informeert.
U kunt een gesprek voeren met uw bedrijfsarts op het arbeidsomstandighedenspreekuur van de arbodienst van het bedrijf of de organisatie waar u werkt. Bij de arbodienst kan men u vertellen hoe u dit spreekuur kunt bezoeken.
Mogelijke complicaties en risico’s
Deze komen gelukkig weinig voor. De belangrijkste zijn nabloeding, wondinfectie, wondnecrose, vochtopstapeling (seroom) en soms een slechte doorbloeding van de huidlap. Op de plaats waar de rugspier vandaan komt, bestaat een groot wondgebied onder de huid. Dit kan soms overmatig wondvocht produceren soms is het noodzakelijk om dit poliklinisch weg te zuigen.
Wanneer contact opnemen met het ziekenhuis?
Gaat de wond wijken en krijgt u ontstekingsverschijnselen (roodheid, toenemende zwelling en toenemende pijn of een kloppend gevoel) neem dan contact op met de polikliniek plastische chirurgie, telefoon (024) 365 82 35 tijdens kantoortijden. ’s Avonds, ’s nachts of in het weekend neemt u contact op met uw huisarts of met de Spoedeisende hulp van CWZ, telefoon (024) 365 83 22.
Bericht van verhindering
Mocht de geplande operatiedatum niet door kunnen gaan bijvoorbeeld omdat:
er meer voorbereiding nodig blijkt te zijn door longarts of cardioloog:
u ziek ben met koorts (griep)
u verhinderd bent door onverwachte privé-omstandigheden
Laat dit dan zo snel mogelijk weten. U belt dan naar de polikliniek plastische chirurgie.
Als u tijdig belt, kan er nog een andere patiënt gepland worden en maken we met u een nieuwe afspraak.
Vragen
U wordt naar beste kunnen behandeld, maar er kan geen garantie gegeven worden op een goed resultaat of een ongestoord verloop. Mocht u na het lezen toch nog vragen hebben, dan verzoeken wij u contact met ons op te nemen. Wij zijn u graag van dienst! U kunt uw vragen ook stellen aan de arts en verpleegkundige vóór de behandeling.
G637Laatst bijgewerkt op 10 februari 2026

