Reconstructie met behulp van borstimplantaat

Behandeling

Inleiding

Een borstreconstructie met behulp van een prothese is een beproefde methode. De functie van het implantaat is het compenseren van het verlies aan klierweefsel. Deze operatie kan worden uitgevoerd in dezelfde operatie als het verwijderen van het klierweefsel door de chirurg (directe reconstructie) of in tweede instantie als u in het verleden een amputatie heeft ondergaan (secundaire reconstructie). Om de prothese goed te bedekken is het noodzakelijk deze onder de borstspier te plaatsen. Dit vraagt om een voorbereidende ingreep.

Borstimplantaat

Een borstimplantaat bestaat uit een siliconen omhulsel dat tegenwoordig meestal wordt gevuld met siliconengel (cohesive gel). Deze gel zorgt ervoor dat de vorm van het implantaat beter behouden blijft. De schil van het implantaat is eveneens van siliconen en heeft een ruw oppervlak. Kapselvorming is een normale reactie van het lichaam dat ontstaat rond elk lichaamsvreemd materiaal, zoals een heupprothese, een pacemaker of zelfs een splinter in de huid. Bij borstimplantaten trekt het kapsel soms na de vorming samen(kapselcontractie), wat harde en pijnlijke borsten kan veroorzaken. Bij een ruw oppervlak is weefsel ingroei mogelijk waardoor de kans op kapsel samentrekking kleiner is.

Tissue expander

Als er te weinig weefsel is om direct een borstimplantaat te plaatsen wordt de huid en borstspier eerst gedurende enige tijd opgerekt met behulp van een tissue expander. Een tissue expander is een soort ballonnetje, dat stap voor stap wordt gevuld met een zoutoplossing waardoor de huid en de spier oprekt. Zo ontstaat ruimte voor de uiteindelijke prothese. De tissue expander wordt na 4 tot 6 maanden vervangen door het definitieve borstimplantaat. Dit betekent wel dat er twee operaties nodig zijn, maar dat veroorzaakt geen extra littekens.

De eerste operatie: het plaatsen van de tissue expander

Bij de eerste ingreep wordt gebruik gemaakt van het litteken van de borstamputatie. De tissue expander wordt achter de grote borstspier geplaatst. De tissue expander wordt regelmatig bijgevuld met een zoutwater oplossing. Het vullen gebeurt met een fijne naald, direct door de huid. Dit is pijnloos, u voelt alleen de prik. Soms kunt u een licht gespannen gevoel in de borst voelen, dat over het algemeen snel wegtrekt. Zo wordt de huid en spier dus steeds een beetje verder opgerekt. Meestal wordt het gewenste volume na 6 tot 8 weken bereikt. Om te garanderen dat het weefsel opgerekt blijft, is het belangrijk dat de tissue expander nu nog een aantal maanden blijft zitten, gemiddeld 4 tot 6 maanden.

De tweede operatie: het plaatsen van de definitieve borstimplantaat

Tussen de 4 en 6 maanden na de eerste operatie kan de tissue expander vervangen worden door het definitieve implantaat. De plastisch chirurg kiest samen met u voor de definitieve vorm. Daar spelen uiteraard uw wensen en voorkeuren een belangrijke rol. Bij deze operatie kan de positie van het definitieve implantaat worden aangepast en indien nodig littekens gecorrigeerd.

De prothese

Omdat iedere vrouw uniek is en een borst dus nooit hetzelfde kan zijn, bestaan er ook implantaten in verschillende vormen en maten. Sommige implantaten zijn rond, anderen hebben een meer druppelvormig uiterlijk, dat de vorm van een natuurlijke borst benadert (deze worden ook wel anatomische implantaten genoemd). Ronde implantaten geven uw borst meer vulling in het bovenste gedeelte van de borst. Alwaar anatomische implantaten meer projectie aan onderzijde van de borst geven. Beide implantaten vergroten de borstomvang.

Voor wie is de tissue expander methode geschikt?

Een voorwaarde voor de huid oprekmethode is dat zowel uzelf als de huid van uw borst in goede conditie moeten zijn. Dat betekent dat de methode minder geschikt is voor vrouwen die een langdurige bestraling hebben moeten ondergaan. Vooral vrouwen die kiezen voor een reconstructie tijdens de borstamputatie komen voor de methode in aanmerking. Hij is met name geschikt voor vrouwen met kleine of middelgrote borsten. Het reconstrueren van grotere borsten wordt vaak gedaan met lichaamseigen weefsel met of zonder implantaat.

Hoe lang duren operatie en herstel met huid oprekmethode

Het plaatsen van de huid-oprekker (tissue expander) is een betrekkelijk kleine ingreep, die zo’n één tot anderhalf uur in beslag neemt. De eventuele tweede operatie duurt minder dan één uur, ook deze operatie is in dagbehandeling. Na vier tot zes weken kunt u uw normale dagelijkse werkzaamheden weer hervatten.

De voor- en de nadelen

Het voordeel van deze methode is dat de plastisch chirurg uw borst kan reconstrueren zonder extra littekens en grote operatieve ingrepen. Dat betekent een geringere aanslag op uw lichaam. Vergeleken met reconstructies met behulp van eigen weefsel, is de ingreep met de expander aanmerkelijk korter, zowel voor wat betreft de operatietijd als de herstelperiode. Het is één van de meest gebruikte methodes voor borstreconstructie. Een nadeel kan zijn dat u twee keer geopereerd moet worden. Het regelmatig laten bijvullen van de expander is weliswaar lichamelijk niet erg belastend maar betekent wel dat u daarvoor een aantal keren op de poli komt. Kapselcontractie is een welbekende complicatie, waarbij het kapsel samentrekt rond de prothese, zodat de borst kan vervormen en soms pijnlijk wordt. Met de recente prothesen is het risico op kapselcontractie erg klein geworden. Maar als het zich voordoet kan een nieuwe ingreep vereist zijn. Indien na een ingreep een infectie ontstaat ondanks de toegediende antibiotica, kan het gebeuren dat de prothese voorlopig moet worden weggenomen. Echter dit gebeurt zelden.

Littekens

Deze ingreep/operatie veroorzaakt geen extra littekens omdat dezelfde littekens van de borstamputatie worden gebruikt.

Symmetrie

Het is niet altijd mogelijk om de borsten symmetrisch te maken en ook de vorm en de gevoeligheid van de gereconstrueerde borst(en) kunnen ander zijn dan u had verwacht. Als reconstructie aan één borst wordt uitgevoerd kan het zijn dat de andere (gezonde) borst moet worden aangepast om symmetrie (in kleding) te verbeteren.

Voorbereiding

Als u samen met uw arts heeft besloten tot een operatie worden een aantal zaken voor u afgesproken.

Roken

Roken zorgt voor een slechte wondgenezing, daarom moet u vanaf 6 weken vóór tot en met 6 weken ná de operatie stoppen met roken.

Verzekering

De secretaresse van de plastische chirurg vraagt bij uw zorgverzekeraar de operatie aan. Borstreconstructie valt altijd onder verzekerde zorg.

Medische fotograaf

De medische fotograaf zal foto’s maken van uw borsten voor de operatie. Eventueel worden er een aantal maanden na de operatie weer foto’s gemaakt.

Gewichtstoename

Overgewicht verhoogd risico op wondproblemen.

Anesthesie (verdoving)

Een goede verdoving bij een operatie is belangrijk. Deze verdoving kan bij de huid-oprek methode alleen via algehele narcose, dat wil zeggen dat u slaapt. U zult tijdens de operatie geen pijn voelen. Hierover kunt u meer lezen op de pagina ‘Anesthesie bij volwassenen’. Voor de operatie en de anesthesie zijn meestal enige voorbereidingen noodzakelijk, dit wordt ook wel preoperatief onderzoek of preoperatieve voorbereiding genoemd. De anesthesioloog schat in welke risico’s in uw geval aan de anesthesie verbonden zijn en hoe deze kunnen worden beperkt. Via de afdeling opname krijgt u een afspraak bij de anesthesioloog.

Bloedverdunners/medicijnen

  • Gebruikt u antistollingsmedicijnen (bloed verdunnende medicijnen) of bent u onder controle van de trombosedienst? Meld dit dan aan uw behandelend arts in CWZ. Denk bij antistollingsmedicijnen aan bijvoorbeeld acenocoumarol, fenprocoumon (Marcoumar®), aspirine, ascal, carbasalaat calcium, dipyridamol, Persantin®, Asasantin®, Duoplavin®, clopidogrel (Plavix®, Grepid®), ticagrelor (Brilique®), apixaban (Eliquis®), dabigatran (Pradaxa®), edoxaban (Lixiana®), rivarixaban (Xarelto®).

  • Als u bekend bent bij de trombosedienst, neem dan altijd uw doseerkaart mee naar het ziekenhuis.

  • Het kan zijn dat u tijdelijk moet stoppen met deze antistollingsmedicijnen.

  • Uw behandelend arts vertelt u hoe lang u voor de ingreep of operatie met het innemen moet te stoppen en wanneer u weer kunt beginnen met de medicijnen.

  • Als u medicijnen gebruikt of overgevoelig bent voor bijvoorbeeld jodium, verdovingsvloeistof, pleisters of andere stoffen meld dit dan aan de arts, de verpleegkundige of assistent van assistente van de polikliniek.

  • Meld ook als u een pacemaker (of een ICD) draagt.

  • Meld ook of u preventief antibiotica nodig heeft.

  • Overige medicijnen mag u gewoon innemen

Wat moet u meenemen?

Tijdens uw opname heeft u nodig:

  • een passende zwarte sport bh;

  • ondergoed en nachtkleding (eventueel nachtkleding met een voorsluiting);

  • kamerjas, pantoffels;

  • toiletartikelen;

  • lectuur en dergelijke.

Waardevolle bezittingen

Het is raadzaam grotere geldbedragen, sieraden en andere kostbaarheden thuis te laten. De ervaring leert dat het gevaar van zoekraken en diefstal in een openbaar gebouw aanwezig is. Het ziekenhuis kan hiervoor niet aansprakelijk worden gesteld.

De dag van de operatie

U meldt zich op het afgesproken tijdstip op de afdeling waar u wordt opgenomen. Op de afdeling krijgt u een kort opnamegesprek met de verpleegkundige. Dit is om te controleren of er de laatste weken nog veranderingen zijn opgetreden in uw gezondheid en uw persoonlijke omstandigheden. Tevens vertelt de verpleegkundige u nog kort het een en ander over de gang van zaken rond de operatie. Als u vragen heeft kan de verpleegkundige deze beantwoorden. Uw partner/begeleider kan bij het opnamegesprek aanwezig zijn, als u dat prettig vindt.

Niet eten en beperkt drinken (nuchter zijn)

U wordt in principe op de dag van de operatie opgenomen. Omdat de operatie onder anesthesie plaatsvindt, is het nodig dat u nuchter bent. Hierover heeft de anesthesioloog op het spreekuur afspraken met u gemaakt. Meer hierover kunt u lezen op de pagina ‘Verdoving (anesthesie) bij volwassenen’. Hebt u een langdurige voorbereiding nodig dan wordt u een dag eerder opgenomen.

Pijnstilling

Voor de operatie start u met de pijnmedicatie. De pijnmedicatie wordt op de verpleegafdeling aan u gegeven. Dit heeft als doel een spiegel in uw bloed op te bouwen zodat na de operatie de pijnmedicatie meer effect heeft. Meer hierover vindt u op de pagina ‘Verdoving (anesthesie) bij volwassenen’ onder het kopje ‘Pijnmeting’.

Antibiotica

Rondom de operatie en daarna krijgt u antibiotica om infectie te voorkomen.

Scheren

Scheren mag tot 5 dagen voor de operatie.

Aftekenen van de (borsten)

Voor de operatie worden uw (borst(en) door de plastisch chirurg afgetekend. Dit gebeurt in principe op de verkoeverkamer.

De operatie

Voordat u naar de operatiekamer gaat, krijgt u de voorbereidende medicatie voor de anesthesie (premedicatie). Het is belangrijk dat u deze medicatie voor de ingreep inneemt. Ook is het belangrijk dat u voor de ingreep nog even plast, zodat de blaas leeg is. U mag tijdens de operatie geen sieraden dragen. Op de afdeling krijgt u een operatiejasje aangetrokken. Bovengenoemde maatregelen zijn er om de hygiëne op de operatiekamer te waarborgen en daardoor infecties te voorkomen. Een kwartier voor de ingreep wordt u naar de verkoeverkamer gebracht, hier worden u nog wat vragen gesteld waarna u naar de operatiekamer wordt gereden. Daar moet u over stappen op een smalle operatietafel. De anesthesioloog geeft u de verdoving, die met u besproken is. Ook zal er voordat de operatie begint algemene of specifieke bewakingsapparatuur aangesloten worden, om lichaamsfuncties zoals bloeddruk, pols en ademhaling tijdens de operatie goed te kunnen observeren.

Direct na de operatie

Na de ingreep blijft u in de uitslaapruimte (verkoeverkamer) van de operatieafdeling tot u goed wakker bent en tot alle controles (o.a. bloeddruk, polsslag, ademhaling en pijn) goed zijn. Een verpleegkundige haalt u weer op. Op de verpleegafdeling belt de verpleegkundige uw contactpersoon/begeleider. De verpleegkundigen controleren regelmatig de pols, bloeddruk en de wond van de nieuw gereconstrueerde borst(en).

Infuus

Na de operatie heeft u een infuus in uw arm. Het infuus zorgt ervoor dat u voldoende vocht krijgt. Als u op de operatiedag ’s avonds weer zelf kunt eten en drinken en alle controles goed zijn mag het infuus de volgende dag verwijderd worden.

De wond

Na de operatie zijn de borsten verbonden met gazen en pleisterverband. Ook kunnen er één of meerdere slangetjes (drains) zitten in het wondgebied. Deze zijn verbonden aan flesjes om het vocht uit de operatiewond op te vangen. De verpleegkundige controleert regelmatig de wonden.

Eten en drinken

Bij terugkomst van de operatiekamer mag u vrij snel beginnen met het drinken van water. Uitbreiding daarvan is afhankelijk van uw misselijkheidklachten.

Met ontslag

Uw plastisch chirurg zal aan het eind van de operatiedag op de verpleegafdeling bij u langskomen om de operatie met u door te spreken, tenzij dit anders met u is afgesproken. Als alles goed gaat mag u dezelfde dag naar huis. De verpleegkundige neemt nog enkele praktische zaken met u door zoals bijvoorbeeld de leefregels. U krijgt een controle afspraak mee, die ongeveer 10 dagen na de operatie plaatsvindt. Op de polikliniek worden de huid-oprekkers (tissue expanders) wekelijks gevuld met een zoutoplossing tot het gewenste resultaat is bereikt. De verpleegkundige neemt nog enkele praktische zaken met u door zoals bijvoorbeeld de leefregels. Zo nodig krijgt u een recept voor verbandmateriaal en of medicijnen.

Weer thuis

Na de operatie ontstaat een sterke spanning in de weefsels. Het is dus raadzaam om onderstaande adviezen op te volgen. Hoe meer rust u de operatiewond geeft, hoe mooier het litteken geneest. Na ongeveer vier weken kan u de meeste dagelijkse huishoudelijke werkzaamheden weer zelf verrichten.

De eerste zes weken na de operatie mag u niet:

  • zwaar tillen

  • vooroverbuigen

  • rek/strek/duwbewegingen maken

  • geen bewegingen maken waarbij veel kracht gebruikt moet worden zoals zwaar huishoudelijk werk of beroepsmatig zwaar lichamelijk werk

  • sporten

  • op uw buik/borst liggen

  • in de zon noch onder de zonnebank, daarna een half jaar met beschermingsfactor 30+ of bedekt met badpak/bikini

  • in bad

De eerst vier weken na de operatie mag u niet:

  • fietsen

  • autorijden zonder stuurbekrachtiging

Pijnbestrijding

Als pijnstillers nodig zijn, is paracetamol (500 mg) vaak voldoende. Een goede pijnbestrijding is belangrijk voor het genezingsproces. Als het nodig is kunt u de eerste twee dagen de pijn met pijnstillers onderdrukken en dit langzaam afbouwen.

Dit doet u als volgt:

  • De eerste twee dagen neemt u vier maal daags - om de zes uur - twee tabletten paracetamol van 500 mg.

  • Dan twee dagen vier maal daags - om de zes uur - één tablet paracetamol van 500 mg.

  • Daarna stopt u en gebruikt u alleen zo nodig bij pijn twee tabletten paracetamol van 500 mg. (maximaal 4 maal daags).

Pijn kan ook een signaal zijn dat u onvoldoende rustig aan doet of voor ontsteking. Houdt u dus hierboven beschreven adviezen goed in acht en controleer de wond op ontstekingsverschijnselen zoals toenemende zwelling, roodheid of wijken van de wond.

Douchen

Douchen mag 24 uur na de operatie. Na het douchen de wondjes droogdeppen. U mag de eerste zes weken niet baden en zwemmen.

Hechtingen

De hechtingen zijn oplosbaar. Mochten er toch hechtingen zitten die niet oplosbaar zijn dan worden deze op de polikliniek verwijderd.

Littekenzalf

Wilt u littekenzalf gebruiken om de littekens sneller soepel te maken, dan mag dit alleen op een dichte wond worden aangebracht.

De arbodienst

U kunt met uw arts overleggen welke consequenties de operatie voor de uitoefening van uw werk heeft. De arts kan wanneer nodig informatie uitwisselen met uw bedrijfsarts. De bedrijfsarts moet hiervoor een schriftelijk verzoek indienen. Zo wordt duidelijk of u (tijdelijk) beperkingen heeft en zo ja, welke. Om uw privacy te beschermen is uw toestemming nodig voor overleg tussen uw specialist en uw bedrijfsarts. Uiteindelijk zal de bedrijfsarts uw terugkeer naar het werk begeleiden. Daarom is het belangrijk dat uw bedrijfsarts op de hoogte is van de operatie en nabehandeling. Afspraken over uw werk zullen vaak soepeler verlopen als u de bedrijfsarts al vóór de operatie informeert. U kunt een gesprek voeren met uw bedrijfsarts op het arbeidsomstandighedenspreekuur van de arbodienst van het bedrijf of de organisatie waar u werkt. Bij de arbodienst kan men u vertellen hoe u dit spreekuur kunt bezoeken.

Mogelijke complicaties en risico’s

Deze komen gelukkig weinig voor. De belangrijkste zijn nabloeding, wondinfectie, wondnecrose, vochtopstapeling (seroom).

Wanneer contact opnemen met het ziekenhuis?

Gaat de wond wijken en krijgt u ontstekingsverschijnselen (roodheid, toenemende zwelling en toenemende pijn of een kloppend gevoel) neem dan contact op met de polikliniek plastische chirurgie telefoon (024) 365 82 35 tijdens kantoortijden. ’s Avonds, ’s nachts of in het weekend neemt u contact op uw huisarts of met de Spoedeisende hulp van CWZ (024) 365 83 22.

Bericht van verhindering

Mocht de geplande operatiedatum niet door kunnen gaan bijvoorbeeld omdat:

  • er meer voorbereiding nodig blijkt te zijn door longarts of cardioloog

  • u ziek bent met koorts (griep)

  • u verhinderd bent door onverwachte privéomstandigheden.

Laat dit dan zo snel mogelijk weten. U belt dan naar de polikliniek plastische chirurgie. Als u tijdig belt, kan er nog een andere patiënt gepland worden en maken we met u een nieuwe afspraak.

Vragen?

U wordt naar beste kunnen behandeld, maar er kan geen garantie gegeven worden op een goed resultaat of een ongestoord verloop. Mocht u na het lezen toch nog vragen hebben, dan verzoeken wij u contact met ons op te nemen. Wij zijn u graag van dienst! U kunt u vragen ook stellen aan de arts en verpleegkundige vóór de behandeling.

G635Laatst bijgewerkt op 10 februari 2026

Inhoudsopgave