Preoperatieve fysiotherapie
Behandeling
Ademhalingsspiertraining en ademhalingstechnieken bij buik- of longoperatie
Inleiding
U heeft van uw medisch specialist gehoord dat u een operatie moet ondergaan en in aanmerking komt voor preoperatieve fysiotherapie. Uw conditie vóór de operatie bepaalt voor een groot gedeelte het herstel in de periode daarna. Na een buik- of longoperatie is uw lichamelijke conditie sterk afgenomen. Het herstel duurt lang. Vooral bij oudere patiënten kan het maanden duren voordat de conditie weer volledig is hersteld.
Hoe beter uw conditie bij binnenkomst in het ziekenhuis hoe groter de kans op een snel en volledig herstel na de operatie. Daarom bezoekt u vóór de operatie de fysiotherapeut in het ziekenhuis (C18).
De fysiotherapeut
Bespreekt uw conditie aan de hand van uw activiteitenniveau.
Geeft bewegingsadvies op maat om uw conditie en kracht op te bouwen.
Test uw ademspieren met een inademingstest.
Geeft uitleg over het thuis trainen met het ademspierapparaat (de threshold).
Geeft uitleg over het gebruik van de Borgschaal.
Neemt een ademhalings-en hoesttechniek met u door die belangrijk is voor de eerste periode ná de operatie.
Legt samen met u een telefonische afspraak vast om de voortgang bij het oefenen te bespreken.
De afspraak op de afdeling fysiotherapie duurt ongeveer 1 uur.
Leefstijladvies
Het verbeteren van uw conditie is één van de weinige dingen waar u zelf aan kunt werken voor een zo spoedig mogelijk herstel. Elke vorm van bewegen is goed voor uw conditie.
Voor iedereen geldt minimaal 5 x per week een half uur per dag stevig wandelen en/of fietsen. Het is daarbij goed dat u wat warmer wordt en dat de ademhaling zich versnelt en verdiept. U moet nog wel met iemand kunnen praten in volle zinnen.
Bent u een sporter? Probeer dan (zolang als u zich goed voelt) te blijven sporten tot aan de behandeling (operatie of andere therapie).
Bent u geen sporter, maar wel lichamelijk actief? Blijf dan op deze manier actief en breidt dit eventueel uit met het 5 x per week wandelen en/of fietsen.
Zijn er lichamelijke problemen waardoor het lastig wordt om op eigen initiatief actiever te worden? Dan kunt u er ook voor kiezen dit onder begeleiding van een fysiotherapeut te doen. Hiervoor zijn er speciaal oncologisch geschoolde fysiotherapeuten in de eerste lijn (te vinden op de website van de ONZG: oncologisch netwerk Zuid-Gelderland). Zo nodig kunnen wij u spierversterkende oefeningen meegeven, die u thuis zelfstandig kunt doen.
Aangezien de operatie een grote inspanning is voor uw lichaam doet u de dag vóór de operatie geen grote inspanningen meer, zodat u uitgerust aan de operatie begint.
Inademingstest
Met deze test wordt de kracht van de spieren die voor de inademing verantwoordelijk zijn gemeten. Hiermee wordt de beginwaarde van de ademspiertraining bepaald.
Trainen met het ademspierapparaat, de threshold (zie afbeelding)
De threshold bestaat uit een mondstuk en een huls met een veer en een ventiel. Bij de threshold hoort een neusklem, die voorkomt dat u tijdens het oefenen door uw neus ademt. U kunt de threshold schoonmaken met een sopje van afwasmiddel. De threshold mag niet in de vaatwasser.
%2520%257B%2520%255Bnative%2520code%255D%2520%257D&w=1080&q=100)
[afbeelding: G102 threshold ademspierapparaat]
Oefeninstructies voor de threshold
Oefen elke dag.
Oefen 1 keer per dag 20 minuten óf 2 keer per dag 10 minuten.
Probeer elke dag op het zelfde tijdstip te trainen.
Stel de stand in van de threshold, deze wordt aangegeven door de rode rand.
Koppel het mondstuk aan de threshold.
Ga rechtop zitten op een stoel.
Zet de neusklem op uw neus, zodat u alleen nog door uw mond ademhaalt.
Oefenen met de threshold
Adem met voldoende kracht in om het ventiel te openen. Wanneer u lucht door het apparaat hoort stromen gaat dit goed.
Hoort u een ander geluid? Dan betekent dit meestal dat u te weinig kracht gebruikt, probeer dan eens iets krachtiger aan te zetten.
Adem weer uit: dit kan door het mondstuk, maar u mag het mondstuk ook even uit de mond halen.
Blijf nu door het mondstuk krachtig inademen en rustig (iets langer) uitademen.
Oefen met uw normale ademfrequentie (niet te snel ademhalen) en uw normale ademdiepte (niet te diep inademen).
Een normaal ademritme heeft een korte pauze ná de uitademing.
Adem weer in als u het gevoel heeft dat u weer in moet ademen.
Stop met oefenen als u hoofdpijn krijgt, duizelig wordt of licht in het hoofd, mogelijk bent u dan aan het hyperventileren. De klachten moeten eerst verdwijnen vóórdat u de oefening weer hervat. Bedenk dan dat u waarschijnlijk te snel achter elkaar en/of te diep ademhaalt.
Na de training
Vul de Borgschaal in
Verhoog de weerstand van de threshold met 1 tot 2 stappen per keer als de ingevulde borgschaal lager wordt dan 5.
Borgschaal
Met de Borgschaal geeft u aan hoe zwaar u zelf de training vond die u net hebt gedaan. U kiest het cijfer dat het beste uw gevoel weergeeft. Deze score kunt u in uw dagboek opschrijven.
0 betekent géén moeite (rust)
10 betekent maximale inspanning (het kan niet zwaarder)
G102Laatst bijgewerkt op 20 januari 2026

