Poliklinische operatie chirurgie-heelkunde

Behandeling

Voorbereiding en nazorg bij poliklinische operaties onder plaatselijke verdoving

Inleiding

Uw huisarts heeft u naar de afdeling chirurgie-heelkunde van het Canisius Wilhelmina Ziekenhuis (CWZ) verwezen voor een poliklinische operatie onder plaatselijke verdoving.

In de meeste gevallen meldt de huisarts u aan op de polikliniek chirurgie-heelkunde.

U ontvangt hiervan een schriftelijke bevestiging en informatie over de ingreep, de voorbereidingen en de nazorg.

De ingreep vindt direct plaats op de geplande datum, zonder voorafgaand polikliniekbezoek. U kunt na de ingreep vrijwel direct naar huis, tenzij er complicaties optreden.

In een enkel geval besluit de behandelend arts dat de ingreep niet direct kan worden uitgevoerd. Bijvoorbeeld vanwege de aard van de ingreep (te groot voor lokale verdoving) of vanwege uw algehele lichamelijke conditie. Soms kan dan de operatie beter in dagbehandeling of tijdens een opname gebeuren. U krijgt dan eerst een afspraak op de polikliniek chirurgie-heelkunde. Daar bespreekt de (assistent)chirurg wat voor u betere mogelijkheden zijn en maakt eventueel met u een nieuwe afspraak.

Operatie onder lokale verdoving

Tenzij anders is afgesproken vindt het onderzoek of de behandeling onder plaatselijke verdoving (lokale anesthesie) plaats in:

  • Behandelcentrum, melden bij meldpunt 2C

  • Poli Heelkunde, melden bij meldpunt 2B

  • Wijkkliniek CWZ Waalsprong.

De arts die de ingreep uitvoert, verdooft met plaatselijke injectie(s) het gebied dat onderzocht of behandeld wordt. U hoeft niet nuchter te zijn.

Voorbereidingen thuis

Medicijnen

Als u bloedverdunnende - of antistollingsmiddelen gebruikt, overlegt u met uw huisarts over het gebruik van deze middelen voor de ingreep. Het is raadzaam om het gebruik van Sintromitis (acenocoumarol) 3 dagen voor de ingreep en Marcoumar (fenprocoumon) 5 dagen voor de ingreep te stoppen in overleg met de trombosedienst. Acetylsalicylzuur of Ascal kunt u meestal gewoon blijven innemen. Overige medicijnen mag u gewoon innemen.

Infectie voorkomen

Om infecties te voorkomen moet uw huid goed schoon zijn. Daarom kunt u het beste op de dag van de operatie douchen. De huid op de plaats van de ingreep scheren is niet nodig en zelfs niet wenselijk. Verwijder nagellak en gebruik geen make-up. De kleur van de huid geeft de arts tijdens de ingreep belangrijke informatie over uw lichamelijke toestand.

Het is raadzaam sieraden van tevoren af te doen en thuis te laten.

Kleding

Draag kleding die u makkelijk aan en uit kunt trekken. Bij een behandeling aan been of knie een wijde broek of rok. En bij een behandeling aan hand of arm een wijde blouse of trui. U krijgt na de behandeling misschien een dik verband.

Vervoer

Het is raadzaam om vooraf het vervoer naar huis te regelen. De behandeling kan uw rijvaardigheid zodanig beïnvloeden dat zelf terugrijden per auto of fiets onverantwoord is. Ook reizen per openbaar vervoer wordt sterk afgeraden.

Hulp/gezelschap

Het is vaak raadzaam om gedurende de eerste 24 uur na de behandeling iemand in de buurt te hebben die u kan helpen als dat nodig is. Ook moet er een contactpersoon bereikbaar zijn gedurende de tijd dat u in het ziekenhuis bent.

Bericht van verhindering

Als u ziek bent, koorts heeft – temperatuur meer dan 38 °C – of om andere redenen verhinderd bent op het afgesproken tijdstip voor de operatie te komen, neem dan zo spoedig mogelijk contact op met de polikliniek chirurgie-heelkunde. In uw plaats kan dan iemand anders geholpen worden. Met u maken we dan een nieuwe afspraak.

Dag van de operatie

Wat neemt u mee?

  • Uw afspraakbevestiging en identiteitsbewijs.

  • Een lijstje met medicijnen die u regelmatig inneemt en laat deze registreren bij de medicijnregistratie (B80);

  • Naam en telefoonnummer van een contactpersoon; dit kan ook degene zijn die u eventueel begeleidt.

Aanmelden

Op de dag van de operatie meldt u zich op de afgesproken tijd aan de balie die op de brief of in de mail staat. Dit kan meldpunt 2C, meldpunt 2B of bij CWZ Wijkkliniek Waalsprong zijn. Bij het maken van de afspraak en in de bevestigingsbrief of op de mail wordt duidelijk vermeld waar u moet zijn. Na het aanmelden neemt u plaats in de wachtkamer waar een verpleegkundige u ophaalt. De verpleegkundige legt u de gang van zaken uit en treft voorbereidingen zoals zo nodig ontharen van de plaats van de ingreep. De (assistent)chirurg bespreekt met u de ingreep. De persoon die u eventueel begeleidt (contactpersoon), kan gedurende de wachttijd gebruik maken van de restauratieve voorzieningen in de Binnenhof.

Complicaties

Geen enkele ingreep is zonder risico’s. Gelukkig komen bij kleine operatieve ingrepen nabloedingen weinig voor, evenals infecties. Op de pagina over de ingreep kunt u lezen of er complicaties kunnen voorkomen die bij de specifieke ingreep horen.

Na de ingreep

De arts en/of verpleegkundige bespreken met u welke nazorg in uw geval van toepassing is. U krijgt instructie en advies voor een spoedig herstel. Het is daarom raadzaam om deze pagina mee te nemen. De verpleegkundige kruist dan aan wat voor u van toepassing is.

Meestal kunt u direct weer naar huis. Soms is het verstandig even van de ingreep bij te komen. De verpleegkundige zal u hiervoor zo nodig de gelegenheid bieden. U krijgt een brief voor de huisarts, eventueel een recept voor medicijnen.

Voor de nacontrole zijn er verschillende mogelijkheden:

  • Een afspraak op de polikliniek chirurgie-heelkunde voor nabehandeling of controle;

  • Telefonische afspraak met de (assistent)chirurg voor bijvoorbeeld de uitslag van het weefsel dat verwijderd is;

  • U maakt zelf een afspraak bij de huisarts voor het verwijderen van hechtingen;

  • Geen vervolgafspraak als er oplosbare hechtingen zijn gebruikt en er geen weefsel voor onderzoek is ingestuurd.

Nazorg

Pijnbestrijding

Als de verdoving uitgewerkt is, kunt u wat pijnklachten hebben, waarvoor u pijnstillers als paracetamol kunt gebruiken. Deze zijn te koop bij apotheek en drogist en het is raadzaam om voor de ingreep al vast deze pijnstillers in huis te hebben.

De pijn van de operatiewond na de ingreep is afhankelijk van de plaats en de grootte.

Heeft u pijn dan is het raadzaam dat u de eerste 2 dagen de pijn met pijnstillers onderdrukt en dit langzaam afbouwt. Dit doet u als volgt: de eerste 2 dagen gebruikt u 4 keer per dag - om de 6 uur - 2 tabletten paracetamol van 500 mg. Dan 2 dagen 4 keer per dag - om de 6 uur - 1 tablet paracetamol van 500 mg. Daarna stopt u en gebruikt alleen zo nodig bij pijn 2 tabletten paracetamol van 500 mg (maximaal 4 keer per dag).

Wondverzorging

  • Na 24 uur mag u de pleister van de wond verwijderen en weer douchen. De wond is dan voldoende dicht. Als het gaasje vastzit aan de wond kunt u het onder de douche losweken. Na het douchen de wond droogdeppen.

  • U mag niet baden en zwemmen totdat de hechtingen verwijderd zijn of bij kleine wondjes zonder hechtingen of oplosbare hechtingen gedurende de eerste week. Drooghouden van de wond bevordert een goede wondgenezing. Dus kunt u beter ook geen afsluitende pleister op de wond gebruiken, deze maken de wond vochtig.

Drukverband

Heeft u een drukverband dan staan hieronder enkele richtlijnen om het herstel zo spoedig mogelijk te laten verlopen. Het drukverband dient om zwelling te voorkomen.

De verpleegkundige spreekt met u af wanneer de zwachtel, watten en het gaasje mogen worden verwijderd.

  • Meestal mag u het drukverband na 24 uur verwijderen en volgt u de instructies over de ‘wondverzorging’ zoals hierboven vermeld.

  • In sommige gevallen mag het drukverband na 48 uur verwijderd worden.

  • Drukverband been/voet: u mag de eerste 2 dagen het been niet te veel belasten en u moet het regelmatig hoog te leggen. De eerste twee dagen kunt u eventueel krukken gebruiken. Daarna kan u meer gaan lopen zonder krukken. Pijn en zwelling zijn meestal een signaal dat u het been te veel belast. U kunt dan het beste uw been wat meer hoog leggen.

  • Drukverband arm/hand: U moet de eerste 2 dagen de arm in een mitella dragen of hoog op een kussen leggen. Verder is het goed de schouder en vingers regelmatig te bewegen.

Werkhervatting

Vraagt u zich af of uw aandoening of behandeling consequenties heeft voor het uitoefenen van uw werk? Overleg dan met uw bedrijfsarts. De bedrijfsarts begeleidt de terugkeer naar uw werk. Afspraken over uw werk zullen vaak soepeler verlopen als u de bedrijfsarts al vóór de ingreep informeert of zo spoedig mogelijk na de ingreep op de hoogte brengt. U kunt een gesprek voeren met uw bedrijfsarts op het arbeidsomstandigheden-spreekuur van de arbodienst van het bedrijf of de organisatie waar u werkt

Wanneer contact opnemen met het ziekenhuis?

  • Nabloeding: wanneer de wond langer dan een half uur ondanks dichtdrukken blijft bloeden.

  • Infectie: als de wond rood en pijnlijk wordt en gaat zwellen en u daarbij eventueel ook koorts krijgt, temperatuur hoger dan 38 °C.

  • Drukverband: als uw vingers of tenen gaan tintelen en wit of blauw worden, zit het drukverband te strak bijvoorbeeld doordat toch zwelling is ontstaan. Breng het drukverband opnieuw aan en houdt been hoog of arm in de draagdoek(mitella). Helpt dit niet, neem dan contact op.

Als er zich de eerste avond of nacht problemen voordoen, dan kunt u bellen naar de afdeling spoedeisende hulp, telefoonnummer (024) 365 83 22.

Vanaf de volgende ochtend belt u op werkdagen bij problemen de polikliniek chirurgie-heelkunde, telefoonnummer (024) 365 82 60.

Heeft u vragen?

Heeft u na het lezen van deze pagina nog vragen? Neem dan contact op met de polikliniek chirurgie-heelkunde. U kunt uw vragen ook stellen aan de arts en verpleegkundige voor de behandeling.

G480Laatst bijgewerkt op 16 januari 2026

Inhoudsopgave