Poliklinische (kleine) punctie onder echogeleide

Onderzoek

Inleiding

Uw behandeld arts heeft, in overleg met u, een echo-onderzoek aangevraagd met een punctie of biopsie. Deze punctie vindt plaats op de afdeling radiologie van CWZ.

Op deze pagina wordt het onderzoek beschreven zoals dit meestal verloopt.

Doel van het onderzoek

Voor onderzoek in het laboratorium zijn cellen of een stukje weefsel nodig. Bij een punctie worden met een dunne naald cellen opgezogen en bij een biopsie wordt een klein stukje weefsel weggenomen.

Duur

Het onderzoek duurt in totaal 10 tot 20 minuten.

Voorbereiding

Voor dit onderzoek zijn geen speciale voorbereidingen nodig. Gebruikt u bloedverdunnende medicijnen? Lees dan het kopje ‘Medicijngebruik’.

Medicijngebruik

Gebruikt u bloedverdunnende medicijnen? Overleg dan met uw arts of u deze medicijnen kunt blijven innemen. Als u moet stoppen met bepaalde medicijnen spreek dan duidelijk af wanneer u deze weer mag innemen.

Het onderzoek

  • De radiologisch assistente die u begeleidt bij het onderzoek zal u vertellen als u zich uit moet kleden.

  • Tijdens het onderzoek komt u op een onderzoekstafel te liggen. De punctie wordt uitgevoerd door een radioloog .

  • Eerst bepaalt de radioloog met het echoapparaat de plek waar de naald geplaatst moet worden. Daar wordt de huid schoongemaakt.

Cytologische punctie

  • Het prikken vindt plaats zonder verdoving omdat de punctienaald net zo klein is als de verdovingsnaald.

  • De radioloog prikt de huid aan en ondertussen wordt het met de echo gecontroleerd.

  • Zodra de naald op de juiste plaats zit, worden de cellen via de naald opgezogen.

  • Na het onderzoek wordt de huid weer schoongemaakt.

  • U krijgt een gaasje of pleister op de plaats waar de punctie heeft plaatsgevonden.

Histologische punctie (biopsie)

  • Bij een biopsie wordt de huid wel verdoofd.

  • Als de verdoving werkt, maakt de radioloog een kleine opening in de huid.

  • De radioloog neemt vervolgens met een holle naald, via de opening, een reepje weefsel weg.

  • Meestal worden er 1 tot 3 reepjes weefsel weggenomen via hetzelfde punctiegaatje.

  • Het weefsel of de cellen gaan naar het laboratorium voor verder onderzoek.

  • Uw huid wordt weer schoon gemaakt en de punctieplek wordt verbonden.

  • Na afloop van het onderzoek kunt u weer naar huis.

Bijwerkingen/complicaties

Over het algemeen is dit een probleemloos onderzoek. Soms is de plaats van de punctie gevoelig en er kan een zwelling ontstaan. Tegen de pijn kunt u een pijnstiller innemen (bij voorkeur paracetamol). Er is een zeer kleine kans op een bloeding vanuit de plaats van de punctie.

De kans op een bloeding is groter als u bloedverdunnende medicijnen gebruikt of als u een ziekte hebt met een verhoogde bloedingsneiging. Overleg in dit geval met uw behandelend arts (zie ‘Medicijngebruik’) en meldt dit vóór het onderzoek aan de radioloog.

Heeft u na de punctie andere klachten, neem dan ook contact op met uw behandelend arts.

Uitslag

Met uw arts maakt u duidelijke afspraken over het krijgen van de uitslag.

Vragen

Heeft u na het lezen van deze informatie nog vragen, neem dan contact op met uw behandelend arts of met de afdeling radiologie.

Bij vragen of problemen (zoals nabloeden of veel pijn) kunt u contact opnemen met de huisarts, de polikliniek waar u onder behandeling bent of met de afdeling radiologie. Buiten kantooruren kunt u contact opnemen met de huisartsenpost.

G909Laatst bijgewerkt op 22 december 2025

Inhoudsopgave