Pleurapunctie

Onderzoek

Inleiding

Uw longarts heeft met u afgesproken om bij u een pleurapunctie te doen. Deze pagina informeert u over de gang van zaken tijdens het onderzoek.

Waarom een pleurapunctie?

Met een pleurapunctie kan de longarts nagaan of er vocht tussen de longvliezen (pleurabladen) aanwezig is. Ook kan - middels verder laboratoriumonderzoek - de aard van het vocht worden vastgesteld. Bij een pleurapunctie kan vocht worden verwijderd, waardoor de klachten van de vochtophoping verminderen. Vocht kan de long in verdrukking brengen en daardoor benauwdheid veroorzaken.

Waardoor ontstaat een vochtophoping tussen de longvliezen?

Aanwezigheid van vocht tussen de longvliezen (pleuraholte) kan onder andere veroorzaakt zijn door:

  • ontsteking van de longvliezen (pleurabladen)

  • een hartafwijking waarbij de pompwerking van het hart onvoldoende is, en het hart de bloedstroom onvoldoende door het bloedvatenstelsel pompt

  • een kwaadaardig gezwel van de long of longvliezen of uitzaaiingen van een andere tumor in het lichaam

  • een bloeding in de borstholte

  • een klaplong

Voorbereiding

U hoeft voor dit onderzoek niet nuchter te zijn. Als u acenocoumarol (Sintrom mitis®), fenprocoumon (Marcoumar®), acetylsalicylzuur (Ascal®) of clopidogrel (Plavix®) voor bloedverdunning gebruikt moet u dit met de arts bespreken, soms moet u hiermee tijdelijk stoppen.
Meestal krijgt u voor dit onderzoek geen verdoving. De injectie voor de verdoving voelt namelijk hetzelfde als de injectie om de naald tussen de longvliezen te brengen.
De pleurapunctie gebeurt meestal op de behandelkamer van de operatie-afdeling.
U krijgt dan ook een operatiejasje aan. De verpleegkundige brengt u in bed naar de afdeling waar het onderzoek plaats vindt.
De pleurapunctie kan soms ook op bed op de verpleegafdeling of op de polikliniek worden gedaan.

Het onderzoek

Voor het onderzoek trekt u uw bovenkleding uit en gaat op de rand van het bed/onderzoekstafel zitten. De longarts staat meestal aan uw rugzijde en brengt de naald in tussen twee ribben, tot in de holte tussen de twee longbladen (de pleuraholte). Op de naald zit een spuit die het vocht opzuigt. Het afgenomen vocht wordt zonodig opgestuurd voor onderzoek. De ingreep duurt vijf tot tien minuten, soms wat langer als de arts langzaam veel vocht moet opzuigen bij een ontlastende punctie. Wanneer veel vocht verwijderd moet worden, kan de arts een kleine catheter (dun slangetje) inbrengen om het vocht af te voeren.
Daarna wordt de naald verwijderd en een pleister op de punctieplaats geplakt.

Na het onderzoek

Een verpleegkundige controleert het wondje, waarop een pleister is geplakt. Deze pleister blijft vier à vijf dagen zitten.
U hoeft geen bedrust te houden. Wel is het verstandig om een uurtje rustig aan te doen.

Risico’s en complicaties

Complicaties tijdens een pleurapunctie komen niet vaak voor. Soms ontstaat plotseling een lage bloeddruk en een langzame hartslag. Het onderzoek wordt dan onderbroken en zo mogelijk later herhaald. Over het algemeen kan men na enkele uren zonder problemen het onderzoek herhalen.
Wanneer een grote hoeveelheid vocht is weggehaald, kan een longoedeem (vochtophoping) ontstaan op een andere plaats in de long. Dit oedeem verdwijnt normaal gesproken vanzelf binnen drie tot vier dagen.
Soms voelt de schouder wat pijnlijk aan als er vocht uit de pleuraholte wordt gezogen.
Zelden is de pleurapunctie de aanleiding voor een klaplong.

Uitslag

Na het onderzoek vertelt de arts u of er veel/weinig vocht is weggehaald en hoe het er - met het blote oog gezien - uitziet. Als er vocht voor onderzoek naar het laboratorium gaat, krijgt u na enkele dagen de uitslag van de longarts of zaalarts.

Vragen

Als u nog vragen heeft over het onderzoek, stel deze dan rustig aan de verpleegkundige of de longarts. Zij geven u graag meer informatie. De verpleegkundige en longarts vertellen u tijdens het onderzoek steeds wat er gaat gebeuren. U kunt ook dan aan hen vragen stellen.

G497Laatst bijgewerkt op 2 februari 2026

Inhoudsopgave