Peritoneaal dialyse katheter

Behandeling

Inleiding

G998 peritonale dialyse katheter met tekst.jpgWat is een peritoneale dialyse katheter?

De Katheter is een kunststof slangetje van ongeveer 40 centimeter lang en 4 millimeter dik. Tijdens de operatie brengt de arts het slangetje tot 20 cm in uw buikholte. Zo ontstaat er een toegang tot de buikholte. De andere helft van de katheter van ongeveer 20 cm, blijft buiten uw lichaam. De plek waar de katheter uit de buik komt noemen we “de huidpoort”. Aan het einde van het slangetje zit een dopje dat de katheter afsluit. Via de katheter kunt u spoelvloeistof in uw buikholte brengen, waardoor de dialyse plaats kan vinden.

Vooronderzoek

Voor de operatie heeft u een afspraak met de chirurg op de polikliniek. De chirurg beoordeelt of bij u een katheter kan worden ingebracht. Als de chirurg akkoord is met de ingreep wordt u doorgestuurd naar de anesthesist. De anesthesist is verantwoordelijk voor de verdoving via narcose.

Neuszalf

In sommige gevallen kan het zijn dat u de neuszalf Bactroban moet gebruiken voor de operatie. Hiervoor nemen we altijd een neuskweek af om te kijken of u drager bent van de bacterie staphylococcus aureus. Als hieruit een positieve test komt moet u 5 dagen voor uw operatie starten met 2 keer per dag de zalf aanbrengen in de binnenkant van uw neus.

Voorbereiding op de operatie

Uw behandelend arts en/of de chirurg geeft u instructies of u al uw medicijnen mag blijven gebruiken. Als u bloedverdunners heeft, kan het zijn dat u hier enkele dagen voor de ingreep mee moet stoppen. Om de katheter goed zijn plaats in de buik te laten innemen is het belangrijk dat u gelaxeerd wordt voor de operatie. Recepten hiervoor ontvangt u via de polikliniek nierziekten of via de chirurg. De opname duurt meestal 1 dag. Afhankelijk van het tijdstip van de operatie moet u nuchter zijn of mag u nog (licht) ontbijten.

Voor de ingreep, dit kan ook al voor de opname zijn, heeft u een gesprek met een dialyseverpleegkundige. De verpleegkundige zal samen met u de plaats bepalen waar de katheter uit de buik moet komen. Het is belangrijk dat de katheter niet in een huidplooi ligt of wordt afgekneld door de band van uw rok of broek. Met een markeerstift zal de verpleegkundige de plaats aanduiden waar de katheter uit de buik moet komen. Om medische redenen kan de chirurg tijdens de operatie besluiten om van deze plaats af te wijken.

De operatiedag

De operatie zal plaats vinden onder volledige verdoving. Dit noemen we ook wel algehele narcose. Tijdens de operatie brengt de chirurg de katheter in uw buik in. De chirurg zal het uiteinde van de katheter eerst ongeveer 5cm onder de huid leiden en daarna zal de katheter via de huidpoort naar buiten komen. Er ontstaat een soort tunnel vlak onder de huid waar de katheter naar buiten komt. De katheter wordt in uw lichaam vastgezet met twee cuffs. Dit zijn verdikkingen om de katheter heen die ervoor zorgen dat de katheter niet naar buiten of naar binnen kan schieten. De operatie duurt ongeveer 45 minuten.

Tijdens de operatie komt een peritoneaal dialyseverpleegkundige meekijken als de katheter word door gespoeld om te kijken of deze goed functioneert. Zij zal daarna het verband goed fixeren. Dit is belangrijk, omdat de katheter dan goed vast kan groeien in de huid. Dit verband moet u laten zitten tot de volgende controle. Ook zal zij u instructies meegeven over de nazorg en wat u moet doen bij problemen. Als dit nodig is, wordt er nog een overzichtsfoto van de buik gemaakt om de ligging van de katheter te controleren.

Op het plaatje hieronder ziet u hoe de katheter geplaatst wordt in de buikwand.

G998 schema katheter plaatsen in buikwand met tekst.jpg

Na de operatie wordt u naar de uitslaapkamer gebracht, waar verpleegkundigen uw bloeddruk en hartslag controleren. Als de bloeddruk en hartslag stabiel blijven, gaat u terug naar de verpleegafdeling. U heeft 2 wondjes. Uit 1 van de wondjes komt de katheter, het andere wondje is gehecht. De wond is verbonden met verband. U kunt pijn voelen rondom het operatiegebied. Vraagt u vooral om een pijnstiller als u deze nodig heeft.

Na de operatie

Als alles goed gaat mag u na de operatie met ontslag. De eerste tijd na de operatie heeft de buik rust nodig om de katheter goed vast te laten groeien. De onderhuidse tunnel en de huidpoort zijn vaak gevoelig. Hier mag u een pijnstiller voor nemen. Douchen is in de eerste 2 weken niet toegestaan om het verband en de katheter te beschermen. Na deze 2 weken wordt een douchepleister aangebracht. Draag kleding die comfortabel zit en niet knelt op de huidpoort en de katheter. Vermijd tillen van zware voorwerpen. Nabloeding van de huidpoort kan nog tot 1 dag na de operatie optreden. Als de bloeding blijft bestaan en u bent al met ontslag, neem dan contact op met de afdeling heelkunde.

Indien het verband eerder verschoond moet worden dan de controleafspraak die u heeft gekregen, kunt u contact opnemen met de dialyseverpleegkundige van de peritoneale dialyse afdeling. Het verband moet verschoont worden als het niet meer goed plakt aan de huid door bijvoorbeeld nalekken van de wondjes. Daarnaast is het belangrijk dat het verband overal goed aangesloten zit op de huid. Verder is een goede stoelgang belangrijk. Blijf elke dag Movicolon gebruiken om de stoelgang te bevorderen, zodat de katheter op de goede plaats blijft in de buik.

Klachten die u na de operatie kunt krijgen

  • Schouderpijn: tijdens de operatie wordt de buik gevuld met een hoeveelheid koolzuurgas om de chirurg de ruimte te geven goed in de buik te kunnen kijken en werken. Vaak blijft er wat van dit gas in de buik achter. Dit kan geen kwaad. Normaal gesproken is het gas binnen enkele dagen verdwenen.

  • Opgeblazen gevoel: dit is gedeeltelijk het gevolg van het gas dat in de buik is achtergebleven en deels doordat de darmen na de operatie weer op gang moeten komen. Dit gaat ook vaak gepaard met winderigheid.

  • Prikkeling rond de blaas en anus: het einde van de katheter ligt onder in de buikholte die bekleed is met buikvlies. Hierin lopen bloedvaten en zenuwen. Wanneer de katheter het buikvlies raakt, veroorzaakt dit een prikkeling. Dit straalt vaak uit naar de blaas en de anus. Als u hier veel last van heeft helpt het als er via de katheter, door de dialyseverpleegkundige, wat vloeistof in de buik achter gelaten wordt zodat de katheter in het vocht drijft.

Wanneer moet u contact opnemen met de Dialyse afdeling?

  • Bij een flinke nabloeding

  • Loslaten pleister/verband

  • Koorts (vanaf 38°C);

  • Obstipatie.

Heeft u vragen of zijn er acute problemen met de katheter dan kunt u maandag tot en met vrijdag bellen van 8.30 tot 14.30 naar 024 365 74 92. U kunt ons ook mailen dialpd@cwz.nl. Bij acute problemen en buiten deze tijden kunt u bellen naar de centrale van het ziekenhuis 024 365 76 57.

Laatst bijgewerkt op 27 januari 2026

Inhoudsopgave