Percutane Transluminale Angioplastiek (PTA) van de shunt via de dialyseafdeling
Behandeling
Inleiding
Tijdens het echo duplex onderzoek of de angiografie zijn er één of meerdere vernauwingen gezien in of bij de shunt. Deze vernauwingen verminderen de effectiviteit van de dialysebehandeling en verhogen de kans dat de shunt gaat stollen. Daarom krijgt u een PTA, ook wel een dotterbehandeling genoemd. Voorafgaand aan een PTA wordt u verwacht op de dialyse afdeling A08.
Voorbereiding
Voorbereidingen op de ingreep
Op het aangegeven tijdstip meldt u zich op de dialyseafdeling. Een dialyseverpleegkundige zal u voorbereiden op de ingreep. Mogelijk wordt er bloed afgenomen en u krijg ongeveer 1 uur voor de ingreep pijnmedicatie.
Kleding
Draag kleding die u makkelijk aan en uit kunt trekken. U krijgt een operatiejasje aan, verder mag u uw eigen kleding aanhouden.
De ingreep
Bij een dotterbehandeling wordt er met behulp van een katheter, met aan het uiteinde een ballonnetje, geprobeerd om de vernauwing in de shunt op te heffen.
De radioloog voert de dotterbehandeling uit. Hij wordt hierbij geassisteerd door laboranten.
U komt op de röntgentafel te liggen, uw shuntarm ligt opzij. Meestal wordt er in de shuntarm geprikt, maar in enkele situaties moet het via de lies.
Uw arm wordt gedesinfecteerd met chloorhexidine. U wordt afgedekt met een steriel laken.
Vervolgens geeft de radioloog u een prik in de shuntarm voor de plaatselijke verdoving.
Daarna wordt het bloedvat aangeprikt met een holle naald en vervolgens wordt er een dun hol plastic buisje (sheat) ingebracht. Dit dunne holle plastic buisje geeft een toegang tot het bloedvat. Hierdoorheen kan bijvoorbeeld contrastvloeistof worden ingespoten of een katheter worden ingebracht. Van de contrastvloeistof kunt u een warm gevoel krijgen, dit is normaal en verdwijnt binnen enkele minuten.
De radioloog beslist aan de hand van de opnames de exacte plaats van de vernauwing en de maat van de dotterballon. Als er vernauwingen aan zowel de slagader- als aan de aderzijde zitten, kan het nodig zijn om 2 dunne holle buisjes in te brengen.
Via het dunne holle buisje legt de radioloog de dotterballon op de plek van de vernauwing.
Door de ballon op te blazen wordt geprobeerd de vernauwing op te heffen. Het opblazen van de ballon kan pijnlijk zijn. Op het moment dat de ballon leeg wordt gelaten, verdwijnt dit gevoel direct.
Via het dunne holle buisje wordt er weer contrastvloeistof ingespoten en een aantal röntgenfoto’s gemaakt om het resultaat van het dotteren te bekijken.
Als het nodig is wordt de dotterballon nog een keer ingebracht en opgeblazen.
De procedure duurt gemiddeld 60 tot 90 minuten.
Risico’s en complicaties
Bij een dotterbehandeling kunnen soms complicaties ontstaan. Als een complicatie optreedt, kan deze meestal door de radioloog of de (vaat-) chirurg worden hersteld.
De meest voorkomende complicaties tijdens de procedure zijn:
kapot gaan van het bloedvat (ruptuur).
De meest voorkomende complicaties na de procedure zijn:
bloeduitstorting bij de prikplaats;
nabloeding bij de prikplaats;
zwelling;
geen trilling in de shunt;
pijnlijke of harde shunt;
gevoelloze, koude of blauwe vingers.
De contrastvloeistof die gebruikt wordt kan soms bij mensen met een allergie bijwerkingen veroorzaken. U kunt daarvan gaan niezen, jeuk krijgen of misselijk worden. Vertel altijd aan uw arts of verpleegkundige wanneer u overgevoelig bent (of denkt te zijn) voor contrastvloeistof.
Na een PTA van de shunt
Na de dotterbehandeling komt u weer terug op de dialyseafdeling. Als u diezelfde dag moet dialyseren, kan dit aansluitend plaatsvinden.
Als u wel moet dialyseren, wordt de laatste sheat verwijderd na de dialyse. Als u niet moet dialyseren, wordt de laatste sheat verwijderd door de interventie radioloog of bij terugkomst op de dialyseafdeling. Hierna mag u weer naar huis.
Het is vaak raadzaam om tijdens de eerste 24 uur na een dagbehandeling iemand in de buurt te hebben die u kan helpen als dat nodig is. Ook moet er een contactpersoon bereikbaar te zijn gedurende de tijd dat u in het ziekenhuis bent.
Vragen en/of problemen
Ontstaan er ondanks de voorbereidingen toch problemen of zijn er na het lezen van deze pagina nog vragen, neem dan contact op met een dialyse verpleegkundige. Telefoonnummers staan aan het einde van deze pagina
Bij problemen - als u na de behandeling weer thuis bent - kunt u contact op nemen met de spoedeisende hulp (SEH). De dialyseafdeling of de dienstdoende dialyse verpleegkundige kan u zo nodig verwijzen naar de spoedeisende hulp (SEH) van CWZ.
G893Laatst bijgewerkt op 27 januari 2026

