Opname op de intensive care (IC)

Afdelingsinformatie

Inleiding

Uw familielid (of naaste) is opgenomen op de afdeling intensive care (IC). Op deze pagina leggen we zo goed mogelijk uit wat dit voor u en uw familielid als patiënt kan betekenen. Deze informatie is een aanvulling op de mondelinge informatie die u van de artsen en verpleegkundigen op de IC krijgt. Met vragen kunt u altijd bij een van hen terecht.

Alle informatie over de IC in één app (CWZ Zorgapp)

In de CWZ Zorgapp vindt u informatie over wat er op de Intensive Care (IC) gebeurt.

U leest hier alles over de behandelingen, de apparatuur die gebruikt wordt en praktische informatie. Daarnaast ziet u in de CWZ Zorgapp welk zorgpersoneel u tegen kunt komen op de IC. De CWZ Zorgapp is gratis.

Meer over zorginformatie in app

De app downloaden

  • Ga naar de pagina ‘CWZ Zorgapp’ om de app te downloaden (Google Play of de App Store).

  • Zoek op ‘Patient Journey’ en download de app.

  • Open de app, typ ‘CWZ’ in de zoekbalk en kies voor ‘CWZ Zorgapp’.

  • Kies ‘IC’ en daarna ‘Op de Intensive Care’.

  • Kies ‘Start’.

  • Alle informatie is direct zichtbaar op uw tijdlijn.

Praktische informatie

CWZ heeft een moderne afdeling IC met plek voor 15 bedden, waarvan een wisselend aantal wordt gebruikt. U kunt de IC bereiken via routenummer B44. Voor informatie kunt u ons 24 uur per dag bereiken op:

  • (024) 365 75 60

Als het druk is, kunnen wij u niet altijd snel telefonisch te woord staan. Wij vragen u dan om het na 15 minuten nog een keer te proberen. We werken in een drie-ploegensysteem. Het is belangrijk om de informatie zorgvuldig van de ene dienstploeg naar de andere over te dragen. Daarom vragen we u om niet te bellen tijdens deze overdrachtsmomenten.

Wanneer kunt u ons wél bellen?

  • tussen 8.00 en 15.00 uur

  • tussen 16.00 en 23.00 uur

  • tussen 23.30 en 7.30 uur

Op de IC worden patiënten behandeld en verzorgd die ernstig ziek zijn of om een andere reden intensieve of complexe zorg nodig hebben. Een deel van onze patiënten wordt gepland op de IC opgenomen na een grote operatie. Maar de meerderheid van onze opnames zijn niet gepland. Veel van onze patiënten krijgen enige tijd ondersteuning bij de ademhaling (beademing).

Tijdens de IC-periode heeft de patiënt deze artikelen nodig:

  • Toiletartikelen, zoals: tandenborstel, tandpasta, deodorant, kam of borstel en scheerapparaat (scheermesjes met scheerschuim).

  • Pantoffels, sloffen of makkelijk zittende schoenen.

Behandelteam

Op de IC wordt 24 uur per dag, 7 dagen per week voor de patiënten gezorgd. Hierbij zijn veel mensen betrokken. De persoon die het dichtst bij uw naaste is betrokken, is de intensive care- of medium care-(MC)verpleegkundige. Deze verpleegkundige verzorgt vaak 1, soms ook 2 patiënten. Bij hen kunt u terecht met veel van uw vragen. Er zijn ook leerling-MC- en -IC-verpleegkundigen. Zij werken onder supervisie van een gediplomeerd verpleegkundige. De artsen die op de IC werken zijn: intensivisten, arts-assistenten (artsen in opleiding tot specialist) en coassistenten (artsen in opleiding) onder supervisie. Op de IC is de intensivist de behandelaar die de medische zorg voor uw naaste coördineert. Daarmee is deze arts ook het eerste aanspreekpunt. Er is regelmatig overleg met andere specialisten zoals: chirurgen, internisten, longartsen en neurologen.

Behalve artsen en verpleegkundigen zijn er diverse andere hulpverleners betrokken bij de zorg voor de patiënten, zoals: fysiotherapeuten, diëtisten, voedingsassistenten, afdelingsassistenten, logopedisten en ergotherapeuten. Ook hen kunt u tegenkomen bij het bed van uw naaste.

Bezoektijden en -regels

Op de IC mag u 24 uur per dag op bezoek komen. Natuurlijk gebeurt dit in goed overleg met de verpleegkundige. Voorop staat dat de patiënt voldoende rust krijgt. Veel en lang bezoek is voor IC- en MC-patiënten vaak te belastend.

  • Er is een rustuur tussen 12.30 en 13.30 uur. We vragen u om uw bezoek in deze periode te beperken.

  • Er mogen maximaal 2 personen tegelijk bij de patiënt op bezoek komen. Als u met meer personen bezoek komt, kunt u elkaar aflossen.

  • Bij elk bezoek aan de IC vragen wij u zich te melden bij de secretaresse of aan te bellen via de intercom. De intercom vindt u naast de deur aan de ingang van afdeling B44.

  • Bij elk bezoek desinfecteert u uw handen bij de ingang. Dit doet u ook als u de afdeling verlaat.

  • Bloemen en planten zijn om hygiënische redenen niet toegestaan.

  • Mobiele telefoons zijn beperkt toegestaan op de afdeling, mits het gebruik ervan geen overlast of storing veroorzaakt. Op de afdeling zijn afsluitbare kluisjes met opladers aanwezig (‘charge to go’). Hier kunt u veilig uw telefoon opladen.

  • Als een patiënt tijdens het bezoek een behandeling of verzorging nodig heeft, kan het zo zijn dat het bezoek tijdelijk de kamer moet verlaten. Wij vragen hiervoor uw begrip.

  • Als er een ouder of naaste van kinderen op de IC is opgenomen, kan dit een spannende tijd voor de kinderen zijn.

Meer over bezoek op de intensive care

Meer over kind op bezoek op de intensive care

Bewakingscamera voor patiëntveiligheid

Op elke patiëntenkamer op de IC is een bewakingscamera. Deze wordt alleen ingezet voor de patiëntveiligheid. De camera wordt ingeschakeld als de situatie van de patiënt vraagt om extra observatie. Hierbij kunt u denken aan bijvoorbeeld een acuut optredende verwardheid (delier). De beelden van de camera zijn altijd rechtstreeks en kunnen niet worden opgeslagen.

Gebruik familiekamers

In sommige gevallen is het wenselijk dat u als naaste in het ziekenhuis verblijft, vanwege de toestand van de patiënt. Het kan ook zo zijn dat u ver weg woont en niet in korte tijd naar het ziekenhuis kunt komen, mocht dat nodig zijn. Voor die situaties zijn een paar familiekamers beschikbaar, niet allemaal dichtbij de IC. Hier kunt u als dat nodig is gebruik van maken. Ook worden hier vaak gesprekken met de intensivist gevoerd. Het aantal kamers is beperkt en ze zijn bedoeld voor kortdurend gebruik of verblijf. De verpleegkundige kan u zo nodig vragen de familiekamer af te staan aan een andere familie.

Familiezorg-verpleegkundige

Als het nodig is dat de familie langere tijd in het ziekenhuis verblijft, kunt u bij de familiezorg-verpleegkundige terecht. Deze zorgt dan voor slaapgelegenheid en dergelijke. Onze familiezorg-verpleegkundigen zijn elke dag aanwezig in CWZ. Zij kunnen familieleden en kennissen als het nodig is ontvangen en begeleiden. U kunt met onze familiezorg-verpleegkundigen in contact komen via de verpleegkundigen. U kunt ze ook zelf bellen op telefoonnummer (024) 365 85 60 of (024) 365 20 66. Wij hebben ook geestelijke verzorging om u ondersteuning te bieden. Informeer bij de verpleegkundigen hoe u met hen in contact komt.

Contactpersoon en wettelijk vertegenwoordiger

Als behandelteam proberen we de patiënt en de familie of de naasten zo goed mogelijk te informeren over de medische toestand van de patiënt. Hierbij kunt u denken aan informatie over een diagnose of onderzoeken om tot een diagnose te komen, de ingezette behandeling en de verwachtingen op de korte en langere termijn. Strikt genomen hebben wij alleen een behandelrelatie met de patiënt, maar deze is op een IC niet altijd in staat om actief deel te nemen aan gesprekken. Ook kan een patiënt op de IC zeker niet altijd belangrijke beslissingen over zijn of haar behandeling nemen. Wij kunnen en mogen niet aan iedereen informatie over patiënten verstrekken en om die reden willen we duidelijk vastleggen wie het aanspreekpunt van de patiënt is. Dat is dan voor ons de eerste contactpersoon van de patiënt. Wij gaan er dan vanuit dat deze de informatie die wij geven verder verspreidt. Graag noteren we de gegevens van een tweede contactpersoon voor het geval we de eerste contactpersoon niet kunnen bereiken.

Als uw naaste (tijdelijk) niet in staat is belangrijke beslissingen te nemen dan vragen we dit aan de contactpersoon. Meestal is dit de (huwelijks)partner of een eerstegraads familielid die de patiënt goed kent. Behalve contactpersoon bent u dan ook wettelijk vertegenwoordiger van de patiënt en bent u bevoegd om beslissingen te nemen over de behandeling. Hierover wordt u vooraf uitgebreid geïnformeerd. Lees ook de informatie hieronder over informed consent.

Informed consent

Toestemming voor IC-behandeling – informed consent

Informed consent is een Engelstalige term en betekent letterlijk ‘geïnformeerde toestemming’. Volgens de wet geneeskundige behandelingsovereenkomst (WGBO) moeten patiënten toestemming geven voor een medische behandeling, nadat ze goed en volledig geïnformeerd zijn over hun toestand (diagnose) en eventuele behandeling.

De behandelaren moeten uitleggen:

  • wat de voorgestelde behandeling inhoudt

  • wat de risico’s zijn

  • wat de voor- en nadelen zijn

  • wat de gevolgen zijn van afzien van een behandeling

  • of er eventueel alternatieven zijn

Op grond van deze informatie kan een patiënt kiezen om wel of geen toestemming te geven voor de behandeling. Als dit niet met de patiënt zelf kan worden besproken, dan wordt deze keuze voorgelegd aan de wettelijke vertegenwoordiger.

De medische en verpleegkundige zorg op de intensive care kan variëren van relatief eenvoudig tot buitengewoon complex. Belangrijke functies en organen van het lichaam kunnen worden ondersteund, zoals: de bloedsomloop, de ademhaling, de nierfunctie en de stofwisseling. De totale behandeling bestaat uit verschillende onderdelen. Voorbeelden van standaard IC-zorg zijn:

  • het monitoren van onder andere de hartslag, de bloeddruk en het zuurstofgehalte in het bloed

  • het inbrengen van infusen, blaaskatheters en maagsondes

  • het ondersteunen van de ademhaling en het toedienen van medicijnen en bloedproducten.

Als de patiënt of de wettelijk vertegenwoordiger toestemming geeft voor opname op de intensive care, wordt er van uitgegaan dat er toestemming is voor deze onderdelen van IC-zorg. Er zal dan niet voor elke aparte handeling steeds opnieuw toestemming worden gevraagd.

Op deze pagina kunt u uitgebreide informatie vinden over wat een IC-behandeling inhoudt en wat mogelijke risico’s en voor- en nadelen zijn van een IC-opname.

Het kan voorkomen dat er dusdanige spoed is dat er voorafgaand aan een behandeling geen tijd is om toestemming te verkrijgen. Als uitstellen van de behandeling in afwachting van toestemming ernstig nadeel voor de patiënt zal veroorzaken, kan de behandeling worden gestart zonder toestemming. Daarbij wordt rekening gehouden met de eventueel eerder afgesproken behandelwensen.

Standaard IC-behandeling

Bewaking en monitoring

Vitale functies zoals hartslag, bloeddruk en ademhaling worden continu bewaakt met behulp van monitoren.

Perifeer infuus

Een perifeer infuus is een gewoon infuus, dat meestal in een ader op de onderarm wordt ingebracht. Via een infuus kan vocht of medicatie worden toegediend. Ook als een patiënt een centrale lijn heeft, kan het nodig zijn om daarnaast een of meerdere perifere infusen in te brengen. Bijvoorbeeld omdat een patiënt veel medicijnen gebruikt, die niet tegelijkertijd via hetzelfde infuus kunnen of mogen worden toegediend. Aan het inbrengen van een perifeer infuus zijn geen ernstige complicaties verbonden. Wel kan het bloedvat waarin het infuus is geplaatst na verloop van tijd gaan ontsteken. Dat is een reden om het infuus te verwijderen. Verder kan een infuus gaan lekken waarbij de toegediende vloeistoffen en medicatie ook onder de huid terecht kunnen komen. Ook dan moet het infuus worden verwijderd. Doordat we dagelijks de insteekplaatsen van lijnen en infusen controleren kunnen deze problemen tijdig worden gesignaleerd.

Blaaskatheter

Bijna alle patiënten op de IC hebben een blaaskatheter, waarmee urine direct vanuit de blaas naar buiten wordt afgevoerd. Praktisch gezien is het niet mogelijk om naar het toilet te gaan en de patiënt kan meestal niet aangeven dat hij/zij moet plassen. Daarnaast is het voor het behandelend team belangrijk om de hoeveelheid urine nauwgezet in de gaten te houden. De urineproductie zegt iets over de doorbloeding van vitale organen (in dit geval over de nieren). Een blaaskatheter wordt via de plasbuis ingebracht.

Maagsonde

Een maagsonde is een slangetje dat via de neus of mond door de slokdarm in de maag wordt gelegd en dient meestal om sondevoeding te kunnen toedienen. Dit geldt vooral voor mensen die beademd worden, omdat ze vanwege de tube niet normaal kunnen eten en drinken. Ook niet-beademde mensen worden vaak via een maagsonde gevoed, bijvoorbeeld bij slikproblemen of ernstige zwakte. Naast voeding kunnen ook medicijnen via de sonde worden toegediend. Een andere reden om een maagsonde in te brengen, kan zijn om maag- en darmsappen af te voeren als de darmen niet goed werken. Het inbrengen van een maagsonde is een relatief eenvoudige handeling, wat een enkele keer kan leiden tot een bloedneus. Voor alle patiënten, maar in het bijzonder voor ernstig zieke patiënten, is het belangrijk dat ze goed gevoed worden. Voordat met voeding wordt gestart wordt gecontroleerd of de sonde goed ligt.

Arterielijn

Bij de meeste patiënten op de IC wordt een arterielijn geplaatst. Dit is een kathetertje dat in de slagader wordt ingebracht om continu de bloeddruk te kunnen meten. Het effect van bepaalde medicatie kan hierdoor nauwkeurig in de gaten gehouden worden en worden bijgestuurd. Ook kan via de arterielijn bloed worden afgenomen en kan het effect van de beademing worden geëvalueerd aan de hand van het zuurstof- en koolzuurgehalte in het bloed.

Centrale lijn

Naast een arterielijn wordt bij veel patiënten een centrale lijn ingebracht. Dit is een infuus in een grote ader met meerdere aansluitingen. Deze arterielijn heeft een meervoudige functie. De belangrijkste reden is het toedienen van bepaalde medicijnen. Als patiënten niet via het maagdarmstelsel gevoed kunnen worden is een centrale lijn noodzakelijk. Via deze lijn kan speciale voeding worden toegediend. Ook kunnen (bloed)drukken nabij het hart gemeten worden, waarop de behandeling van de patiënt deels kan worden gestuurd.

Beademing

Veel patiënten op de IC worden geholpen met ademen (beademing) omdat ze dat zelf niet kunnen.

Twee soorten beademing

Er zijn verschillende soorten beademing:

  • Invasieve beademing: een buisje (tube) wordt dan tot in de luchtpijp gebracht. Dit wordt intubatie genoemd, daarover leest u hieronder meer. Dit wordt gedaan via de mond. In een later stadium kan dit via de hals gebeuren. Daarbij wordt met een operatie via de hals een opening in de luchtpijp gemaakt. Deze operatie heet een tracheotomie.

  • Niet-invasieve beademing: het is in sommige gevallen mogelijk om niet-invasief (zonder buisje) te beademen. De beademingsmachine wordt dan aangesloten op een masker dat strak over de neus en de mond wordt geplaatst. Niet-invasieve beademing is bij lang niet alle patiënten mogelijk. Soms kan het eerst wel en moet er later alsnog een beademingsbuisje worden ingebracht voor invasieve beademing.

Intubatie

De term ‘intubatie’ betekent ‘het inbrengen van een beademingsbuis’. Zo’n beademingsbuis wordt ook wel een ‘tube’ genoemd. Dat is een Engelse term. Een tube is nodig om een patiënt invasief te kunnen beademen en wordt over het algemeen via de mond ingebracht. Het kan ook via de neus. Aan het einde van de tube zit een ballonnetje. Dat wordt opgeblazen zodat er geen lekkage is van de lucht die de beademingsmachine in de longen blaast. De tube loopt tussen de stembanden door en daardoor kan de patiënt met een tube niet praten. Om een beademingsbuisje in te kunnen brengen moet de patiënt onder narcose worden gebracht. Het inbrengen van een tube is niet zonder risico’s, maar het is noodzakelijk als een patiënt moet worden beademd. De belangrijkste risico’s van intubaties zijn: weefselschade (aan keel, stembanden en luchtpijp) en schade aan de gebitselementen (meestal het bovengebit). Daarnaast bestaat ook het risico op verslikken, waarbij de maaginhoud in de longen terechtkomt. Dit wordt ook wel ‘aspiratie’ genoemd. Ernstige complicaties van intubatie zijn gelukkig zeldzaam. Elke intubatie wordt (ook bij spoed) zorgvuldig voorbereid en de uitvoering is in handen van goed getrainde, ervaren artsen en verpleegkundigen.

Contact maken met de patiënt

Bij invasieve beademing kan de patiënt niet praten. Dit komt doordat de tube tussen de stembanden door loopt. Deze tips maken contact vaak toch mogelijk:

  • Stel gerichte vragen waarop de patiënt ja kan knikken of nee kan schudden.

  • Stimuleer de patiënt om te schrijven.

  • Laat de patiënt letters aanwijzen op een letterkaart.

  • Soms is het mogelijk om te liplezen.

U moet ervan uitgaan dat patiënten die in slaap gehouden worden, alles kunnen horen en voelen. U hoort de verpleegkundige dan ook vaak tegen de patiënt praten. Misschien vindt u dit in het begin een beetje onwennig, maar u kunt de patiënt ook dingen vertellen, een kus geven of aanraken.

Nadelen beademing

Er zitten ook nadelen aan beademing en om die reden wordt steeds zorgvuldig afgewogen of het nog nodig is en in welke mate. Als de toestand van de patiënt verbetert, moet deze weer zelf gaan ademen. De machine ondersteunt de ademhaling steeds minder, totdat de patiënt weer zelfstandig kan ademen. Deze procedure heet ontwennen of met een Engelse term ‘weanen’.

De manier waarop een beademingsmachine een patiënt beademt wijkt sterk af van de manier waarop een persoon normaal ademhaalt. Door de beademingsmachine kan schade aan de longen ontstaan. De longen kunnen stug worden, waardoor het beademen moeilijker wordt. Ook kan door de beademing een klaplong (pneumothorax) of longontsteking (pneumonie) ontstaan.

Bij niet-invasieve beademing is er een reëel risico op drukplekken door het masker en er is een verhoogde kans op verslikken.

Bij beademde patiënten met ernstig zieke longen kan het nodig zijn dat ze ook periodes in buikligging verpleegd worden. Het doel hiervan is vooral de zuurstofopname door de longen te verbeteren. De patiënt wordt dan meestal dieper in slaap gebracht en als de patiënt wordt teruggedraaid naar rugligging valt op dat het gezicht gezwollen kan zijn. Als familie of naaste is het goed om hierop voorbereid te zijn.

Anesthesie en sedatie

Voor sommige handelingen of behandelingen op de IC is het nodig om een patiënt onder anesthesie (narcose) te brengen. Voorbeelden hiervan zijn intubatie, zoals hiervoor beschreven is, of een tracheotomie. Deze wordt verderop toegelicht. Anesthesie (narcose) is een zeer diepe slaap, die snel intreedt na toediening van medicatie via een infuus. Patiënten onder anesthesie worden vrijwel altijd beademd.

Bij ernstig zieke patiënten brengt narcose risico’s met zich mee, vooral voor de bloedsomloop (hemodynamiek). Omdat heel zieke patiënten nog maar een beperkte reserve hebben, kan het toedienen van slaapmedicatie leiden tot een lage bloeddruk. Deze lage bloeddruk kan worden bestreden door extra vocht via het infuus toe te dienen en/of bloeddruk-verhogende medicijnen te geven. Een lage bloeddruk is de belangrijkste bijwerking van anesthesie en hierop zijn we vanzelfsprekend voorbereid. In sommige gevallen worden hiervoor van tevoren extra infusen ingebracht.

Sedatie is een kunstmatige slaap, die minder diep is dan narcose. Bij lichte sedatie is de patiënt nog goed te wekken. Bij diepe sedatie is een sterkere prikkel nodig om de patiënt te wekken. Wij sederen bijvoorbeeld om ongemak of angst te bestrijden of om effectiever te kunnen beademen bij ernstig zieke longen. Te lange en/of te diepe sedatie leidt tot een slechtere uitkomst, dus er wordt per patiënt goed afgewogen wat de beste keuze is.

Toediening van medicatie

Patiënten op de IC krijgen verschillende medicijnen. Dit kunnen medicijnen zijn die thuis ook worden gebruikt, maar het kan ook zijn dat de thuismedicatie tijdelijk wordt gestopt. Veelgebruikte medicijnen op onze afdeling zijn: slaapmiddelen, antitrombose middelen, bloeddruk-regulerende middelen en inhalatiemedicatie (vernevelingen). Bijna elke IC-patiënt heeft insuline nodig om de bloedsuiker op het gewenste niveau te houden. Het is belangrijk dat we op de hoogte zijn van eventuele allergieën of overgevoeligheidsreacties. Niet alleen voor medicijnen maar ook voor andere zaken zoals voedingsstoffen, pleisters of röntgencontrastmiddelen.

Toediening van antibiotica

Infecties (ontstekingen) vormen een belangrijk probleem op de IC. Veel patiënten worden opgenomen met een infectie. Bijvoorbeeld een ernstige luchtweginfectie of een gecompliceerde urineweginfectie. Zij worden behandeld met antibiotica gericht op de bacterie die de infectie veroorzaakt. Als de oorzaak (nog) niet bekend is, worden ze behandeld met breedspectrum antibiotica, die effectief zijn bij veel verschillende bacteriën. Tijdens de opname kan er een infectie ontstaan. Bijvoorbeeld een infectie van de luchtwegen of van de centrale lijn. Het is bekend dat patiënten ziek kunnen worden van bacteriën die ze bij zich dragen in mond- en keelholte, luchtwegen en darmen. Normaal gesproken worden mensen daar niet ziek van. Patiënten die langer dan enkele dagen op de IC verblijven worden preventief behandeld met antibiotica. Dit noemen we selectieve darmdecontaminatie (SDD) waarbij we vooral de ziekmakende bacteriën in mond, keel en darm neutraliseren. Er worden ter controle regelmatig kweken van neus, mond- en keelholte en perineum afgenomen.

Toediening van bloedproducten

Met een bloedtransfusie bedoelen we toediening van bloed of bloedproducten. De bekendste bloedproducten zijn rode bloedcellen, die nodig zijn voor het zuurstoftransport, en plasma, dat vooral eiwitten bevat. Ook worden regelmatig bloedplaatjes toegediend, die ook een functie hebben bij het stollen van bloed. Met het toedienen van bloed of bloedproducten van een donor bestaat de kans op een zogenaamde transfusiereactie. Daarbij reageert het lichaam op lichaamsvreemde eiwitten. Daarom is het belangrijk patiënten van tevoren te testen op hun bloedgroep en eventuele antistoffen. Ondanks uitgebreide testen kan er bij iedereen die een transfusie krijgt een reactie optreden. Die reactie kan van mild zijn tot zeer ernstig. Vanwege de mogelijke risico’s zijn we zeer terughoudend met het toedienen van bloedproducten, maar soms ontkomen we er niet aan. Voor het toedienen van bloedproducten wordt in principe toestemming gevraagd, maar in acute situaties is dat niet altijd mogelijk. Vanzelfsprekend dienen wij geen bloedproducten toe aan patiënten die met een schriftelijke wilsverklaring aangegeven hebben dat zij dat niet willen.

Bloedafname

Om de behandeling op de IC goed te kunnen sturen is regelmatig bloedonderzoek nodig. Bij de meeste IC-patiënten wordt meerdere keren per dag bloed afgenomen via de arterielijn, via een punctie (met behulp van een dunne, holle naald) of met een vingerprik. Bij beademde patiënten controleren we regelmatig het zuurstof- en koolzuurgehalte in het bloed en als we insuline aan patiënten geven bepalen we regelmatig het bloedsuikergehalte.

Afname van overige materialen voor onderzoek

Behalve bloed kan het nodig zijn om andere lichaamsproducten nader te onderzoeken. U kunt hierbij denken aan: urine, drainvocht, slijm uit de longen (sputum) of ontlasting.

Overige diagnostiek

Behalve bloedonderzoeken en het afnemen van kweken wordt er bij patiënten op de IC nog veel meer onderzoek gedaan. Nadat een beademingsbuisje is geplaatst (intubatie) of een centrale lijn in de hals, wordt altijd een röntgenfoto gemaakt ter controle. Er kan ook een andere reden zijn om een röntgenfoto van hart en longen te maken. Deze foto’s worden met een mobiel röntgenapparaat gemaakt op onze afdeling. Andere onderzoeken die frequent worden gedaan zijn: een ecg (hartfilmpje) of een echografie van het hart, de borstholte of de buik, een eeg (hersenfilmpje) of een scopie (kijkonderzoek) van bijvoorbeeld de maag, darmen of luchtwegen.

Vervoer van patiënten

Niet alle noodzakelijke onderzoeken kunnen worden gedaan op de IC. Soms moeten patiënten worden vervoerd naar een andere afdeling voor bijvoorbeeld een CT-, MRI- of PET-scan. Van belang is natuurlijk dat de behandeling die op de IC is ingezet niet wordt onderbroken. Om beademde patiënten te vervoeren is een speciale transportmodule gebouwd, waarop onder andere een monitor, een beademingsapparaat en infuuspompen staan. Voor een onderzoek (of behandeling) buiten de afdeling IC is het belangrijk dat de voordelen opwegen tegen de risico’s van het transport. Er worden allerlei voorzorgsmaatregelen getroffen om de risico’s zo laag mogelijk te houden. Tijdens het vervoer van beademde IC-patiënten is er naast de verpleegkundige altijd een arts bij de patiënt.

De hiervoor beschreven onderdelen van de behandeling gelden voor bijna alle patiënten op de IC. Maar er liggen ook patiënten die niet beademd worden. Mogelijk zijn niet alle onderdelen op u of uw naaste van toepassing, maar als er om toestemming (informed consent) voor behandeling op de IC wordt gevraagd, dan wordt het totale behandelpakket bedoeld zoals hierboven beschreven.

Overige behandelingen op de IC

Er zijn onderdelen van de behandeling waarvan wij vinden dat ze expliciet moeten worden besproken. Deze komen aan bod in het volgende gedeelte.

Nier-vervangende therapie

Bij ernstig zieke patiënten kan het ziek-zijn zich in alle delen van het lichaam manifesteren. In de praktijk kijken we vaak naar de organen of orgaansystemen. Min of meer onafhankelijk van de oorzaak van het ziek-zijn kunnen meerdere organen of orgaansystemen minder goed functioneren, en uiteindelijk ook geheel falen. Organen die hier zeer gevoelig voor zijn, zijn de nieren. De nieren hebben onder andere als functie de hoeveelheid vocht in ons lichaam te reguleren en afvalstoffen via de urine uit te scheiden. Als de nieren niet meer goed werken moet deze functie overgenomen worden door een apparaat. Op de IC gebeurt dit door een soort continue dialyse: CVVH, ofwel continue veno-veneuze hemofiltratie. Hiervoor is het nodig een dik infuus (CVVH-katheter) in een centraal bloedvat te brengen: een centrale lijn. Een machine laat bloed door een filter lopen waardoor afvalstoffen en vocht uit het bloed verwijderd worden.

De risico’s van nier-vervangende therapie zijn dezelfde risico’s als die van het inbrengen van een centrale lijn. Een eventuele bloeding kan heviger zijn omdat het om CVVH-katheter een vrij dik infuus is. Daarnaast kan het zijn dat er bloed verloren gaat in de machine: een filter stolt na verloop van tijd en het lukt niet altijd om al het bloed in het systeem aan de patiënt terug te geven. Hierdoor kan het nodig zijn dat op termijn een bloedtransfusie nodig is. Om het stollen tegen te gaan wordt vaak een lage dosering bloedverdunner gegeven. Als dat niet mogelijk is, wordt alleen het systeem (en niet de patiënt) ‘ontstold’.

Tracheotomie

Bij een tracheotomie wordt een buisje (canule) via de hals tot in de luchtpijp ingebracht. Deze canule vervangt het beademingsbuisje, dat meestal via de mond is ingebracht. Er zijn verschillende redenen om dit te doen. De belangrijkste reden is langdurige beademing, waarna een patiënt langzaam en geleidelijk van de beademing moet worden ontwend. Andere redenen zijn: een langdurig sterk gedaald bewustzijn, een ernstige spierzwakte (CIP: critical illness polyneuropathie) of zwelling van de hals, waardoor detubatie (verwijderen van de tube) niet mogelijk of niet veilig is. Voor patiënten is een tracheotomie veel comfortabeler dan een tube via de mond. Een ander voordeel is dat iemand met een canule kan spreken (onder bepaalde omstandigheden). Ook kan de mondholte beter worden verzorgd. De voorbereidingen kosten de meeste tijd. De ingreep zelf duurt zo’n 10 minuten. Mogelijke complicaties zijn: een nabloeding, lucht onder de huid, infectie of verlies van de canule.

Thoraxdrain

Een thoraxdrain is een slangetje dat in de borstholte wordt ingebracht. Onder normale omstandigheden liggen de longvliezen (pleurae) tegen elkaar aan, maar bij zieke patiënten kan zich hier vocht ophopen. Met een drain kan dit vocht worden weggehaald, waardoor het ademen makkelijker wordt. Een andere reden om een thoraxdrain in te brengen kan ophoping van lucht in de pleuraholte zijn, zoals bijvoorbeeld bij een klaplong. In principe wordt het inbrengen van een thoraxdrain van tevoren met een patiënt besproken, maar hier is niet altijd genoeg tijd voor. In sommige gevallen kan bij een klaplong een acute drainplaatsing nodig zijn.

Complicaties van thoraxdrainage zijn: bloeding, infectie, zenuwbeschadiging en een klaplong. Patiënten die een longoperatie hebben ondergaan komen met een thoraxdrain naar de IC, om bloed- en vochtophoping in de borstholte te voorkomen.

Electrische cardioversie (ECV)

Een elektrische cardioversie is het behandelen van bepaalde hartritmestoornissen met een elektrische schok. Er zijn verschillende soorten ritmestoornissen. Ritmestoornissen waarbij het hart nog wel (effectief) pompt en ritmestoornissen waarbij dat niet zo is. Soms moet er acuut een schok worden toegediend omdat door de ritmestoornis er onvoldoende circulatie (bloedsomloop) is. Maar er zijn ook minder ernstige ritmestoornissen. Daarvan is boezemfibrilleren de bekendste en meest voorkomende. Meestal wordt in eerste instantie geprobeerd om boezemfibrilleren met medicijnen te behandelen. Als dat niet lukt kan elektrische cardioversie het hartritme herstellen. Voor een cardioversie worden patiënten kortdurend onder anesthesie gebracht en moet de patiënt nuchter zijn. De kans op complicaties is klein.

Buikligging

Bij het ademhalen spelen de longen een belangrijke rol. De longen zorgen voor de zuurstofopname in het bloed. Wanneer de longen ziek zijn, is er onvoldoende opname van zuurstof. Om dit te verbeteren, is bij bepaalde ziekten buikligging zinvol. De patiënt wordt hierbij niet op de rug, maar op de buik verpleegd.

In het begin van de behandeling is het moeilijk aan te geven hoe lang de patiënt op de buik verpleegd moet worden. De intensivist beslist wanneer de patiënt weer op de rug wordt gedraaid. Het is ook mogelijk dat de patiënt, na een aantal uren op de rug, terug op de buik gedraaid moet worden. Het kan nodig zijn deze wisseling van houding een aantal malen te herhalen.

Patiënten die in buikligging verpleegd worden, zijn ernstig ziek. Bovendien is de houding oncomfortabel. Dit is een reden om de patiënt met medicijnen diep in slaap te houden. Op deze manier merkt hij weinig tot niets van de andere houding. De verpleegkundige zorg zal zich vooral richten op een goede houding, het voorkomen van drukplekken/doorliggen, hygiëne en weghalen van slijm uit mond en longen. Om de ogen te beschermen brengt de verpleegkundige zalf aan en worden de ogen afgeplakt met speciale oogpleisters. Dit voorkomt ook uitdroging van de ogen.

Als de patiënt op de buik ligt kan het gezicht opzwellen van vochtophoping. Vooral de ogen, wangen en mond kunnen erg dik zijn. Dit kan er onaangenaam uitzien. Om de zwelling te beperken en drukplekken tegen te gaan, draait de verpleegkundige het hoofd van de patiënt regelmatig. Nadat de buikligging is beëindigd, verdwijnt de zwelling volledig.

Behandeling na een hartstilstand

Wat is een hartstilstand?

Bij een hartstilstand pompt het hart geen bloed meer door het lichaam. De bloedsomloop staat dan korte tijd stil en het lichaam krijgt dan geen zuurstof meer. Zonder zuurstof kan het lichaam niet functioneren. Hierdoor kunnen organen, waaronder de hersenen, beschadigd raken. Het is kort na een hartstilstand niet te voorspellen of en welke organen beschadigd zijn en zo ja hoe erg deze schade is.

Elke patiënt wordt na een hartstilstand de eerste 40 uur met slaapmedicatie in slaap gehouden. Dat is om hersenschade en schade aan de andere organen zoveel mogelijk te beperken. Het is om die reden ook belangrijk dat de patiënt geen koorts krijgt. Als de temperatuur hoger wordt dan 37,8°C wordt gestart met koelen tot 72 uur na opname op de IC. Tijdens het koelen wordt de patiënt in slaap gehouden. Deze kan hierbij gaan rillen. Als dat gebeurt, zal dit door medicatie onderdrukt worden. Hiermee wordt voorkomen dat het lichaam door het rillen weer opwarmt.

Na 40 uur wordt de slaapmedicatie gestopt. Als uw naaste koorts heeft gekregen wordt deze verlengd naar 72 uur. Het is niet te voorspellen hoe uw naaste wakker wordt nadat er wordt gestopt met de slaapmedicatie. Dat kan goed zijn maar het is ook mogelijk dat uw naaste nooit meer wakker wordt. Alles hier tussenin is ook mogelijk.

Als uw naaste niet wakker wordt kan de arts neurologisch onderzoek en aanvullend onderzoek doen, bijvoorbeeld een eeg. Daarmee wordt de elektrische hersenactiviteit gemeten. Zo kan de arts een inschatting maken van de ernst van de hersenbeschadiging en kan deze een betere voorspelling doen over de kans op herstel van de hersenfunctie. Op die manier kan een betere voorspelling gedaan worden over de kans op herstel van de hersenfunctie. De uitkomst hiervan kan zijn dat er geen kans op herstel is.

Door de slaapmedicatie is uw naaste in slaap. U kunt gewoon tegen uw naaste praten, hem of haar aanraken of een kus geven.

Mogelijke complicaties van een IC-opname

Delier

Bij een delier raakt iemand plotseling in de war. De verschijnselen van een delier zijn vooral psychisch, maar de achterliggende oorzaak is iets lichamelijks Dat wordt een psycho-organische stoornis genoemd. Patiënten met een delier hebben meestal een wisselend bewustzijn en een gestoorde waarneming. Soms hebben ze zelfs levendige hallucinaties. Vaak is ook het slaap-waakritme verstoord en zijn patiënten gedesoriënteerd: ze zijn in de war wat betreft tijd, plaats of persoon, of een combinatie daarvan). Patiënten met een delier kunnen heel beweeglijk zijn, maar ze kunnen ook heel rustig in bed liggen.

Een delier kan worden uitgelokt door een infectie, een operatie, een verstoring van bepaalde lichaamszouten, medicijnen, etc. Ook onthouding (stopzetten) van medicijnen of bepaalde genotsmiddelen kunnen een delier in de hand werken. Oudere patiënten hebben een groter risico op het ontwikkelen van een delier. Het hebben of het ontwikkelen van een delier kan voor patiënten bijzonder beangstigend zijn. Daarnaast kan een delier voor familieleden erg indrukwekkend zijn, vooral als het delier gepaard gaat met achterdocht, verbale of fysieke agressie.

Behandeling van een delier

De behandeling van een delier is erop gericht de oorzaak weg te nemen, dus bijvoorbeeld een infectie bestrijden met antibiotica. Daarnaast is het belangrijk dat de omgeving van de patiënt zo veel mogelijk structuur biedt en zo weinig mogelijk ‘vreemde’ prikkels. Met structuur wordt bedoeld dat ergens duidelijk staat geschreven wat de dag van de week is en dat er een klok hangt.

Bezoek van naasten is belangrijk. Door de aanwezigheid van bekenden kan de patiënt zich veiliger en rustiger voelen. Maar te veel bezoek kan juist verwarrend en beangstigend zijn, ook al zijn het bekenden. Spreek met de afdeling af wie wanneer op bezoek komt en hoelang.

Als u met z’n tweeën bent, ga dan aan één kant van de patiënt zitten, zodat deze zich op één punt kan richten. Fluister niet met iemand anders in aanwezigheid van de patiënt. Help de patiënt zich te oriënteren. Zeg bij binnenkomst wie u bent. Vertel de patiënt waar hij/zij is en wat er gebeurd is en herhaal dit zo nodig. Spreek rustig in korte en duidelijke zinnen. Stel eenvoudige vragen en ga na of de patiënt uw informatie begrepen heeft. Stop met vragen als u merkt dat de patiënt onrustig wordt.

Zorg ervoor dat de patiënt zijn bril en/of gehoorapparaat draagt. Breng vertrouwde voorwerpen mee zoals foto’s. De patiënt kan dingen zien of horen die er eigenlijk niet zijn. Dan is het beter als u hierin niet meegaat, maar de patiënt ook niet tegenspreekt. Probeer wel duidelijk te maken dat uw waarneming anders is en praat over bestaande personen en echte gebeurtenissen. Vertel wanneer u weggaat, wanneer u terugkomt of wie er na u komt.

Naast al deze maatregelen is het vaak nodig om een delier met medicijnen te behandelen. Als een patiënt erg onrustig is en een gevaar vormt voor zichzelf of anderen, dan kan het nodig zijn om de patiënt te fixeren.

Decubitus

Patiënten die langdurig in het ziekenhuis verpleegd worden hebben een verhoogd risico op het ontwikkelen van doorligwonden ofwel decubitus. Er zijn allerlei factoren die de kans op decubitus verhogen zoals: een gedaald bewustzijn, verminderd bewegen, een slechte voedingstoestand en slechte doorbloeding van de weefsels. Een combinatie van deze factoren zien we vaak bij patiënten op de IC. De plekken op het lichaam die extra gevoelig zijn voor doorligwonden zijn de stuit, hielen, ellebogen, schouderbladen en het achterhoofd. Om decubitus te voorkomen worden verschillende maatregelen genomen. Elke patiënt op de IC heeft een speciaal antidecubitusmatras en er wordt wisselligging toegepast. Dat wil zeggen dat de patiënt regelmatig wisselt van lichaamshouding. Als er toch decubitus optreedt, dan wordt dit in een zo vroeg mogelijk stadium behandeld. Binnen onze afdeling is een werkgroep actief die zich specifiek bezighoudt met het voorkomen en de behandeling van decubitus.

Sepsis

Sepsis is een aandoening die vaak voorkomt op de IC. In de volksmond wordt sepsis meestal bloedvergiftiging genoemd. Sepsis betekent dat er een infectie is met tekenen van ontsteking in het hele lichaam. De symptomen die daarbij horen zijn: koorts (of juist ondertemperatuur), een versnelde hartslag, een lage bloeddruk, een snelle ademhaling en te weinig of te veel witte bloedcellen in het bloed. Vaak, maar niet altijd, is het duidelijk waar de infectie zit: dat kan bijvoorbeeld in de luchtwegen, het maagdarmstelsel, de galwegen of de urinewegen zijn. Soms is de oorzaak een centrale lijn.

Belangrijk bij de behandeling van sepsis is dat de veroorzakende bacterie met antibiotica wordt bestreden en dat daarnaast de bron van de sepsis wordt aangepakt. Als bijvoorbeeld een abces in de buik de oorzaak is, moet dit worden gedraineerd, en als de oorzaak een verdachte centrale lijn of galsteen is, dat deze moet worden verwijderd. Een sepsis is een ernstig ziektebeeld waaraan de patiënt kan overlijden, vooral als er multipel orgaan-falen optreedt. Dat betekent dat meerdere organen of orgaansystemen na elkaar uitvallen.

Multipel orgaan-falen

Ten gevolge van een ziekte of ongeval kan multipel orgaan-falen optreden. Dat houdt in dat 1 of meerdere orgaansystemen falen of dreigen te falen. Dit kan gaan om de circulatie (bloedsomloop) of het respiratoire systeem (de ademhaling). Ook de nieren, de lever en het stollingssysteem kunnen onderdeel zijn van het orgaan-falen. Welk orgaansysteem betrokken is bij het orgaan-falen zegt iets over de ernst van de ziekte en indirect ook over de prognose (verwachte uitkomst). Een groot deel van de behandeling op de IC is erop gericht om (tijdelijk) falende orgaansystemen te ondersteunen.

Critical illness polyneuropathie

Critical illness polyneuropathie (CIP) is de medische term voor ernstige zwakte. Deze aandoening zien we regelmatig bij patiënten, die ernstig ziek zijn (geweest). Er is nog veel onduidelijk over de precieze oorzaak van deze zwakte. Een CIP kan de revalidatie van patiënten flink bemoeilijken. De zwakte kan zo uitgesproken zijn dat een patiënt totaal verlamd is en alleen nog met de ogen kan knipperen. Door de zwakte kan bijvoorbeeld het ontwennen van de beademing moeizaam verlopen en moet er besloten worden tot een tracheotomie. Volledig herstel van een CIP is mogelijk, maar het zal vele maanden duren. Soms blijven er restverschijnselen. De diagnose kan worden bevestigd met een EMG (elektromyografie, een onderzoek van de elektrische activiteit van de spieren). Voor de aandoening bestaat geen specifieke behandeling.

Fixatie

Met fixatie wordt bedoeld dat de patiënt met een of meerdere lichaamsdelen en soms ook met het hele lichaam aan het bed wordt vastgemaakt. Dit zijn maatregelen die we liever niet inzetten. Maar er zijn situaties waarin fixatie noodzakelijk is om schade voor de patiënt te voorkomen. Het komt op de IC vaak voor dat patiënten onrustig en verward zijn. Deze onrust en verwardheid kunnen in wisselende mate aanwezig zijn en komen vaak voort uit een delier (acute verwardheid). Allereerst zal geprobeerd worden om een delier of de onrust met medicijnen te bestrijden, maar soms lukt dat niet of niet snel genoeg. In hun verwardheid bestaat het risico dat patiënten gaan trekken aan hun infusen, sondes, katheters of de beademingsbuis. Dit kan tot levensbedreigende situaties leiden, en om patiënten tegen zichzelf te beschermen is het daarom vaak nodig om de handen en/of voeten vast te leggen.

Fixatie is een vrijheidsbeperkende maatregel en dit zou strikt genomen van tevoren met de patiënt, of op het moment zelf met de wettelijk vertegenwoordiger besproken moeten worden. In de praktijk kan het zijn dat erom de patiënt te beschermen, wordt overgegaan tot fixatie en dat dit pas op een later tijdstip besproken kan worden. Voor u kan fixatie van een familielid een emotionele gebeurtenis zijn. Daarom is het belangrijk dat u weet waarom uw familielid gefixeerd is. Ook is het goed om te weten dat we altijd proberen de periode van fixatie zo kort mogelijk te houden. Ook kan de fixatie onderbroken worden als u op bezoek bent.

Hygiëne

Ieder mens draagt miljarden bacteriën met zich mee. Deze micro-organismen komen voor op de huid, in de neus, mond en darmen. Gelukkig beschermt een goede afweer de mens tegen deze bacteriën. In ons normaal dagelijks contact met andere mensen of voorwerpen pakken we bacteriën op en geven we bacteriën af. Dit gebeurt vele malen per dag. De meeste bacteriën zijn niet ziekmakend; ze helpen ons zelfs, bijvoorbeeld bij het verteren van voedsel.

In het ziekenhuis zijn er veel mensen dicht bij elkaar. Dat maakt de kans op het verspreiden van bacteriën groter. Patiënten in het ziekenhuis hebben vaak een verminderde weerstand en lopen daardoor sneller een infectie met ziekmakende bacteriën op. Om deze reden besteedt het ziekenhuis extra aandacht aan het voorkomen van verspreiding van micro-organismen zoals bacteriën en virussen.

We nemen hygiënemaatregelen, zoals desinfectie van de handen (bij het betreden en verlaten van de kamer) en het dragen van handschoenen en schorten bij direct patiëntencontact. Daarmee proberen we te voorkomen dat bacteriën of andere micro-organismen zich verspreiden naar andere patiënten, ziekenhuismedewerkers of bezoekers. Daarnaast worden patiënten die naar verwachting langer op de IC opgenomen zullen blijven standaard behandeld met antibiotica (SDD: selectieve darmdecontaminatie).

Wij vragen u als bezoeker om de handen te desinfecteren bij het betreden van de afdeling.

Isolatie

Het kan noodzakelijk zijn dat uw familielid of naaste in isolatie (dus apart van anderen) behandeld en verpleegd moet worden. Dit is zo als de patiënt voor andere patiënten een potentieel gevaarlijk micro-organisme of virus bij zich draagt, of als de verdenking daarop bestaat. Verspreiding van een micro-organisme kan plaatsvinden via aanraking of via de lucht, bijvoorbeeld door hoesten en niezen. Door de isolatiemaatregelen proberen wij besmetting te voorkomen. Wij vragen u als bezoeker de gegeven instructies te volgen.

Overplaatsing naar de verpleegafdeling

Als de patiënt wordt overgeplaatst naar een gewone verpleegafdeling brengen we u hiervan op de hoogte. Een enkele keer kan het voorkomen dat een patiënt onverwachts wordt overgeplaatst. Bijvoorbeeld omdat een andere patiënt die niet vervoerd kan worden intensieve zorg nodig heeft. Hierbij wordt een zorgvuldige afweging gemaakt of de patiënt die wordt overgeplaatst patiënt de nodige zorg op de verpleegafdeling kan krijgen, of dat vervoer naar een intensive care van een ander ziekenhuis nodig en verantwoord is.

Overplaatsing naar een ander ziekenhuis

CWZ werkt nauw samen met een groot aantal andere ziekenhuizen in de regio. Soms wordt een patiënt overgeplaatst vanwege specifieke expertise van een ander ziekenhuis. Soms wordt een patiënt op een andere IC opgenomen vanwege plaatsgebrek bij het eigen ziekenhuis. Na behandeling op de andere IC worden de meeste patiënten weer overgeplaatst naar het ziekenhuis van herkomst. Dit gebeurt alleen als goede behandeling gewaarborgd is. Dit zal in voorkomende gevallen met u besproken worden.

IC-dagboek

Een opname op de IC is voor de patiënt en diens familie zeer indrukwekkend. De verwerking van deze periode blijkt voor een aantal patiënten moeizaam te verlopen, deels omdat de patiënt een gedeelte van de tijd die hij of zij op de IC heeft doorgebracht ‘kwijt’ is. Dit geldt vooral voor de periode dat de patiënt in slaap gehouden is. Daarnaast kan een patiënt tijdens diens opname op de IC periodes doormaken met nare dromen en angstgevoelens. De herinneringen aan de IC kunnen hierdoor soms zo vreemd lijken dat de patiënt er moeite mee heeft om hierover te praten. Na ontslag uit het ziekenhuis kan dit het functioneren in het dagelijks leven negatief beïnvloeden. Als u als familie tijdens de opname een dagboek bij houdt, kan de patiënt een betere indruk krijgen van wat zich heeft afgespeeld op de IC en hierdoor kan hij/zij deze opname beter verwerken.

Nazorg

Bij veel patiënten en/of familie blijkt dat er behoefte is om later nog eens te bespreken wat er precies gebeurd is tijdens de opname. U kunt altijd een afspraak maken voor een evaluatiegesprek met de IC-verpleegkundige of de intensivist. U kunt ook een afspraak maken voor een bezoek aan de IC om de opnameperiode in CWZ te verwerken en af te sluiten.

Posttraumatische stressstoornis (PTSS)

Heel veel patiënten kunnen na de IC-behandeling de draad van het leven weer goed oppakken. Anderen ervaren na de IC problemen op lichamelijk, cognitief en/of psychisch gebied, zoals: ernstige spierzwakte, (zenuw)pijn, verslechterd geheugen, moeite met plannen, concentratie, depressie en/of posttraumatische stress. Dit wordt het ‘Post Intensive Care Syndroom’ (PICS) genoemd. PICS komt bovenop de klachten van de ziekte die de aanleiding gaf tot IC behandeling. PICS komt ook voor bij naasten: PICS-Family of PICS-F. Mensen met PICS-F ervaren psychische problemen zoals: angst, depressie, PTSS of verstoorde rouw bij overlijden van de patiënt.

IC Connect

IC Connect is een patiëntenorganisatie voor alle (voormalig) IC-patiënten, voor hun naasten en voor de nabestaanden van overleden IC-patiënten. Op de website van deze organisatie (www.icconnect.nl ) vindt u de informatie die nodig is voor, tijdens en na de IC-opname. De website biedt informatie over aandoeningen die vaak tot IC-opname leiden, zoals: longontsteking, hartstilstand en sepsis. Ook vindt u er informatie over IC-behandeling en over het overleven na een kritieke ziekte of ernstig ongeval. IC Connect organiseert en stimuleert lotgenotencontact voor patiënten en naasten. Bijvoorbeeld het IC-Café: een regelmatig terugkerende bijeenkomst voor voormalig IC-patiënten en naasten in hun eigen stad of regio. Op IC-Café bijeenkomsten krijgen patiënten en naasten een platform om ervaringen en kennis uit te wisselen op weg naar herstel.

Deelname aan wetenschappelijk onderzoek

Op de IC vindt veel wetenschappelijk onderzoek plaats, ook in samenwerking met Radboudumc. Aan u als patiënt of als wettelijk vertegenwoordiger kan gevraagd worden of u aan dit onderzoek mee wilt werken. Elk onderzoek is van tevoren goedgekeurd door een medisch-ethische Toetsingscommissie (METC) en wordt uitvoerig met u besproken voordat u om medewerking wordt gevraagd. Of u meedoet is helemaal uw eigen keuze. Als u niet wilt werken is dat prima, u hoeft daarvoor geen reden op te geven. Dat heeft geen enkel gevolg voor uw behandeling. Degenen die het onderzoek uitvoeren zijn altijd bereid u meer informatie te geven en uw vragen te beantwoorden. Als u meewerkt worden uw gegevens anoniem gemaakt: ze zijn dan niet meer naar u te herleiden.

Orgaandonatie en obductie

Wij zijn ons ervan bewust dat het overlijden van uw partner of familielid, zeker als dit onverwacht is, een moeilijke en emotioneel zware gebeurtenis is. Het is daarom vaak moeilijk onderwerpen als orgaan- en weefseldonatie en obductie met u te bespreken. Maar deze onderwerpen zijn zo belangrijk dat we hierover toch met u moeten praten.

Orgaan- en weefseldonatie

De donorwet maakt dat elk ziekenhuis verplicht is na te gaan of patiënten na hun overlijden organen en/of weefsels beschikbaar willen stellen. In geval van overlijden zal de mogelijkheid van orgaan- en weefseldonatie met de nabestaanden worden besproken. Of organen en weefsels in aanmerking kunnen komen voor donatie hangt onder andere af van de ziekte van de patiënt. De behandelend arts zal met u als nabestaanden de mogelijkheden bespreken en nakijken hoe de patiënt staat geregistreerd in het Donorregister.

Obductie

Een obductie is een onderzoek van het lichaam na een overlijden. Bij een obductie vindt vooral onderzoek plaats naar de doodsoorzaak. Ook wordt onderzocht of eerder gestelde diagnoses juist waren.

De bevindingen bij obducties zijn van groot belang voor de verdere ontwikkeling van de geneeskunde. Als u dat wilt kunnen de bevindingen met u worden besproken in een nagesprek. Omdat sommige onderzoeken meer tijd kosten, vindt zo’n gesprek niet eerder dan 6 weken na overlijden plaats.

Mocht er sprake zijn van een niet-natuurlijke dood, dan zijn wij wettelijk verplicht de gemeentelijke lijkschouwer in te lichten. Deze besluit in overleg met de officier van justitie of verder onderzoek noodzakelijk is.

Bent u ontevreden of heeft u klachten?

Bent u als patiënt of naaste ontevreden over de behandeling of begeleiding die u heeft gekregen van het medische team op de IC? Bespreek de problematiek dan in eerste instantie met het behandelteam, bij voorkeur met de eerstverantwoordelijke arts of -verpleegkundige. Mocht u niet tevreden zijn met de uitkomst, dan kunt u een officiële klacht indienen. U kunt hiervoor terecht bij onze klachtenfunctionaris van de klantenservice. Ook kunt u via onze website (www.cwz.nl) een klachtenformulier invullen.

Meer informatie

Het verhaal van Frank en Antoinette

In december 2021 kreeg Frank (55) corona. Tijdens zijn opname op de intensive care moest hij beademd worden. Gelukkig is hij goed hersteld.

Frank en Antoinette over IC-opname door corona

G310Laatst bijgewerkt op 7 februari 2026

Inhoudsopgave