Operaties aan de balzak (scrotum) bij volwassenen
Behandeling
Hydrocèle: holte gevuld met water
Spermatocèle: holte gevuld met zaadcellen
Varicocèle: spatader in de balzak
Inleiding
Tijdens uw bezoek aan de polikliniek urologie heeft uw behandelend uroloog of verpleegkundig specialist met u besproken om de holte gevuld met vocht of zaadcellen in de balzak (hydrocèle of spermatocèle) of de spatader in de balzak (varicocèle) te verwijderen.
Deze pagina kunt u thuis nog eens rustig doorlezen. We hebben geprobeerd voor u alle belangrijke informatie zo goed mogelijk op een rijtje te zetten. Het is niet de bedoeling dat deze pagina de persoonlijke gesprekken met uw uroloog of verpleegkundig specialist vervangt. Met problemen of vragen, ook naar aanleiding van deze pagina, kunt u altijd bij uw (assistent) uroloog of verpleegkundig specialist terecht, of een afspraak maken bij een van de dokters-assistenten.
Wat is een hydrocèle, spermatocèle of varicocèle?
Een hydrocèle (hydros=water, cèle=holte) is een goedaardige zwelling uitgaande van het scrotum (balzak), gevuld met vocht. Deze komen zeer frequent voor en meestal is een behandeling niet nodig.
Een spermatocèle is een holte gevuld met spermacellen. Een spermatocèle is vaak los van de zaadbal te voelen, terwijl bij een hydrocèle de zaadbal binnenin de vochtophoping zit.
Bij een varicocèle zijn spataderen (uitgezette aderen) ontstaan in het ‘steeltje’ waaraan de zaadbal is opgehangen.
Bij hydrocèle, spermatocèle of varicocèle bestaat nooit het gevaar dat zij kwaadaardig worden, als er niets aan gedaan wordt. Normaal worden de zaadballen omgeven door een met vocht gevuld vlies waarbinnen de zaadbal kan bewegen. Onder bepaalde omstandigheden, zoals een trauma (ongeval) of infectie, maar heel vaak ook zonder aanwijsbare oorzaak, neemt de hoeveelheid vocht rond de bal sterk toe. Zo ontstaat een hydrocèle. Soms ontstaat een hydrocèle ook als reactie op een gezwel of ernstige ontsteking. Het is dan belangrijk dat de oorzaak van de hydrocèle nader onderzocht wordt. Meestal is een lichamelijk onderzoek voldoende, soms moet echografisch onderzoek van de balzak verricht te worden. Vaak zijn hydrocèle ’s klein en zacht aanvoelend, soms echter kunnen zij groot worden tot wel 15 centimeter in doorsnede.
Spermatocèle ’s ontstaan vanuit de bijbal. Het zaadvocht dat in de zaadbal wordt gevormd wordt naar de bijbal getransporteerd waar verdere rijping plaatsvindt. Vanuit de bijbal gaan de zaadcellen via de zaadleider richting prostaat. De bijbal bestaat uit talrijke kleine verzamelbuisjes. Soms ontstaat er een verwijding van zo’n buisje omdat het zaadtransport niet goed verloopt (b.v. bij ontsteking of ongeval). Vaak blijft een dergelijke verwijding klein, maar soms wordt deze groter en dan ontstaat een spermatocèle.
Een varicocèle wordt vooral in staande houding, bij inspanning of bij hoesten gevoeld als een ‘worstvormige’ zwelling in het steeltje waaraan de bal is opgehangen. Het betreft spataderen, zoals er ook elders in het lichaam spataderen kunnen optreden. Het is niet gevaarlijk en komt redelijk vaak voor. De meeste mannen hebben er zelfs geen last van. Soms zijn er pijnklachten, met name bij inspanning, zoals sporten of bij langdurig staan. De varicocèle wordt al vele jaren in verband gebracht met onvruchtbaarheid, maar het definitieve bewijs ontbreekt. Een hydrocèle, spermatocèle of varicocèle gaat doorgaans niet vanzelf weg: ze zijn pijnloos en beperkt van grootte. Vaak behoeven ze dan ook niet behandeld te worden. Soms worden ze echter zo groot dat ze hinderlijk worden en klachten geven.
Behandeling
De hydrocèle of spermatocèle kan met een operatie verwijderd worden. De uroloog maakt een snede in de balzak. Via deze snede worden de bal en bijbal geïnspecteerd en de hydrocèle of spermatocèle verwijderd. De huidwond wordt met oplosbare hechtingen gesloten. De ingreep duurt ongeveer 30 minuten.
Soms wordt een hydrocèle behandeld door middel van aspiratie, dat wil zeggen dat de arts met een naald in de vochtholte prikt en het vocht opgezogen wordt. Eventueel wordt er hierna een stof ingebracht om verkleving van de wanden van de holte te bewerkstelligen.
Deze techniek wordt toegepast als operatie niet gewenst of mogelijk is, maar gaat gepaard met een hogere kans op terugkeer van de hydrocèle en infectie. Bij een varicocèle kan het betreffende defecte bloedvat buiten werking worden gesteld door het dicht te binden. Dit kan met een kleine snede linksonder in de buik, via een kijkoperatie in de buik, of met een dun slangetje via een bloedvat in de lies.
Voorbereiding operatie
De operatie vindt onder volledige narcose of regionale verdoving (ruggenprik) plaats. Hierover kunt u meer lezen op de pagina ‘Verdoving (anesthesie) bij volwassenen’. Voor de operatie en de anesthesie zijn meestal enige voorbereidingen noodzakelijk, dit wordt ook wel preoperatieve voorbereiding genoemd. Daarom bezoekt u het spreekuur van de anesthesioloog. U krijgt een telefonische afspraak met de verpleegkundige voor een intakegesprek. De operatie wordt meestal in dagbehandeling gedaan.
Opname
Volgens de afspraken met de anesthesioloog op het anesthesiespreekuur blijft u nuchter en bent u eventueel gestopt met (bloedverdunnende) geneesmiddelen. Zie voor informatie de pagina ‘Verdoving (anesthesie) bij volwassenen’.
U meldt zich op het afgesproken tijdstip op C52
Voordat u naar de operatiekamer gaat, krijgt u eerst op de afdeling de voorbereidende medicatie voor de anesthesie (premedicatie). Het is belangrijk dat u voor de ingreep nog even plast, zodat de blaas leeg is.
Wanneer u een gebitsprothese en/of contactlenzen draagt moet u deze uitdoen. Ook mag u tijdens de operatie geen sieraden en/of piercings dragen.
Tijdens de operatie draagt u een operatiejasje.
Een verpleegkundige rijdt u met uw bed naar de voorbereidingsruimte van de operatieafdeling. Daar krijgt u een infuus.
U gaat daarna naar de operatiekamer en schuift over op de operatietafel.
Voordat de anesthesioloog u de narcosemiddelen via het infuus toedient, wordt eerst de bewakingsapparatuur aangesloten
Direct na de operatie
Na de ingreep blijft u in de uitslaapruimte (verkoeverkamer) van de operatieafdeling tot u goed wakker bent en tot alle controles (o.a. bloeddruk, hartslag, ademhaling en pijn) goed zijn. Een verpleegkundige haalt u weer op. De verpleegkundigen controleren regelmatig de polsslag, bloeddruk en de wond. Na de operatie kunt u pijn hebben. Met behulp van een speciale pijnbestrijdingsmethode (zie pijnmeting in de pagina ‘Verdoving (anesthesie) bij volwassenen’.) wordt de pijn zoveel mogelijk verlicht, zodat u sneller van de operatie herstelt. Als u misselijk bent, zijn daar ook medicijnen voor. Zodra u zich goed voelt mag u drinken en langzaam weer wat gaan eten.
Als de operatie normaal verloopt en u zich goed voelt, dan mag u dezelfde dag naar huis. Wij adviseren u om u te laten ophalen. De personen, die u ophalen, kunnen een rolstoel meenemen bij de ingang van het ziekenhuis.
Nazorg thuis
Na de operatie is het raadzaam een onderbroek of zwembroek te dragen, ook ’s nachts. Een strakke onderbroek geeft steun aan de balzak (dus geen boxershort. Hiermee vermindert u de kans op zwelling en pijnklachten. De eerste week na de ingreep is het verstandig rustig aan te doen. Zelf voelt u meestal het beste wat u wel en niet kunt. Vaak is er na de operatie een zwelling rondom de zaadbal, die geleidelijk uit zichzelf verdwijnt. Het is raadzaam om een week niet te fietsen en geen seks te hebben.
Pijnbestrijding
Hebt u pijn dan is het raadzaam dat u de eerste twee dagen de pijn met pijnstillers onderdrukt en dit langzaam afbouwt. Dit doet u als volgt:
de eerste 2 dagen gebruikt u 4 keer per dag - om de 6 uur - 2 tabletten paracetamol van 500 mg.
dan 2 dagen 4 keer per dag - om de 6 uur - 1 tablet paracetamol van 500 mg.
daarna stopt u en gebruikt alleen zo nodig bij pijn 2 tabletten paracetamol van 500 mg. (maximaal 4 keer per dag).
Wondverzorging
De verbandgazen waarmee de balzak is ingepakt moet u twee dagen laten zitten, hierna kunt u het verband verwijderen en mag u weer douchen. De wond is dan voldoende dicht. Als het gaasje vastzit aan de wond kunt u het onder de douche losweken. Na het douchen de wond droogdeppen. De eerste 14 dagen mag u niet in bad, naar de sauna of zwemmen in verband met de oplosbare hechtingen. Drooghouden van de wond bevordert een goede wondgenezing. Dus kunt u beter ook geen afsluitende pleister op de wond gebruiken, deze maken de wond vochtig.
Complicaties
Soms ontstaat er na de ingreep een bloeduitstorting, overmatig pijn in het wondgebied of een infectie. Een blauwverkleuring van de wond komt geregeld voor en gaat vanzelf over. Zelden komt de hydrocèle terug (1 à 2% kans). Na een spermatocèle operatie is het mogelijk dat een nieuwe spermatocèle ontstaat. De bijbal is verantwoordelijk voor transport en rijping van zaadcellen. Daarom is het altijd mogelijk dat een operatie aan bijbal, zoals bij een spermatocèle (niet bij een hydrocèle) een afsluiting van dit transportsysteem veroorzaakt. Dit zou kunnen leiden tot sterilisatie aan de geopereerde zijde. Daarom is er terughoudendheid bij de behandeling van spermatocèle als er nog kinderwens is. Bij een hydrocèle operatie is dat niet van toepassing.
Werkhervatting
Vraagt u zich af of de behandeling consequenties heeft voor het uitoefenen van uw werk? Overleg dan met uw specialist of bedrijfsarts. De bedrijfsarts begeleidt de terugkeer naar uw werk. Afspraken over uw werk zullen vaak soepeler verlopen als u de bedrijfsarts al vóór de ingreep informeert of zo spoedig mogelijk na de ingreep op de hoogte brengt. U kunt een gesprek voeren met uw bedrijfsarts op het arbeidsomstandighedenspreekuur van de arbodienst van het bedrijf of de organisatie waar u werkt.
Wanneer contact opnemen?
Neemt u de eerste week na de operatie contact op met de dienstdoende uroloog bij:
Hevige pijnklachten die niet verdwijnen als u pijnstillers gebruikt: 4 keer per dag - om de 6 uur - 2 tabletten paracetamol van 500mg.
Infectie:
balzak is gezwollen, rood en warm.
wond is gezwollen, rood en warm, gaat open en/of er komt wondvocht uit.
temperatuur hoger dan 38,5 graden kort na de operatie.
Tijdens kantooruren belt u de polikliniek urologie (024) 365 82 55. Buiten kantooruren belt u verpleegafdeling urologie 024 365 78 00.
Controle
De controle afspraak wordt gepland na 6 weken. De afspraak wordt voor u gemaakt bij ontslag uit het ziekenhuis.
Bericht van verhindering
Bent u op het afgesproken tijdstip voor poliklinisch onderzoek of opname verhinderd, bel dan zo snel mogelijk de polikliniek urologie. Er kan dan nog een andere patiënt in uw plaats komen.
G538-PLaatst bijgewerkt op 6 februari 2026

