Inleiding
Tijdens uw bezoek aan de polikliniek urologie heeft uw behandeld uroloog met u gesproken over de mogelijkheid om middels een operatie de kromstand van uw penis te corrigeren.
Deze pagina kunt u nog eens rustig doorlezen. We hebben geprobeerd voor u alle belangrijke informatie zo goed mogelijk op een rijtje te zetten. Het is niet de bedoeling dat deze pagina de persoonlijke gesprekken met uw uroloog vervangt. U kunt met problemen en vragen, ook naar aanleiding van deze pagina, bij hem of bij een van de verpleegkundigen van de polikliniek urologie terecht.
Anatomie van de penis
Tekening: plasbuis en zwellichamen
De penis bestaat uit drie structuren: de plasbuis en twee zwellichamen. De plasbuis, met een vrij dikke, sponsachtige cilinder eromheen (corpus spongiosum), bevindt zich aan de onderkant van de penis.
De plasbuis dient om de urine af te voeren naar buiten. De plasbuis is alleen een buis als er urine door stroomt; na het plassen zorgt het elastiek in de wand van de buis ervoor dat de plasbuis dicht valt. De buis eindigt op de eikel van de penis. De huid van de eikel is heel gevoelig en wordt normaliter beschermd door de voorhuid, die daar als een soort beschermingshoesje omheen ligt.
De zwellichamen (corpora cavernosa) zijn lange cilindervormige structuren en bevinden zich aan de bovenzijde van de penis. Deze cilinders zijn een soort sponsachtige bloedvaten. Bij een erectie neemt ‘de bloedopslag’ in de cilinders toe. Twee slagaders in de penis zorgen voor een goede bloedtoevoer naar de zwellichamen. Om stevigheid aan de zwellichamen te geven, zijn deze omgeven met bindweefsel (tunica albuginea).
Wat is de Ziekte van Peyronie?
De ziekte van Peyronie is een goedaardige afwijking van de penis, waarbij er littekenweefsel in de wand van de zwellichamen wordt gevormd. Hierdoor ontstaat een verkromming en verkorting van de penis. Soms treden hierdoor erectiestoornissen op (impotentie). De ziekte van Peyronie komt bij 3,2 procent van de mannelijke bevolking voor, en tweederde van deze mannen is tussen 40 en 60 jaar oud. Ongeveer de helft van de mannen met de ziekte van Peyronie heeft erectiestoornissen.
De precieze oorzaak is niet bekend, maar mogelijk wordt het littekenweefsel gevormd door kleine beschadigingen van de penis die tijdens geslachtsgemeenschap ontstaan. Dit kan bijvoorbeeld optreden wanneer de penis tijdens het vrijen overstrekt raakt. Ook zou een erfelijke aanleg een rol kunnen spelen. Twintig procent van de patiënten met de ziekte van Peyronie heeft eveneens een ‘verbindweefseling’ in de handpalm met verkromming van de pink (ziekte van Dupuytren), of wordt er bindweefsel gevormd in de voetzolen (ziekte van Lederhausen).
Als een andere mogelijke oorzaak worden arteriële afwijkingen van de bloedvaten van de penis genoemd. Bij 30 % van de patiënten wordt vroegtijdige aderverkalking (arteriosclerose) aangetroffen, wat kan leiden tot ontstekingen van de vaatwand en littekens.
Verschijnselen van de Ziekte van Peyronie
Er zijn vier duidelijke symptomen:
verharding in de wand van de penis;
verkromming en soms ook verkorting van de penis tijdens de erectie;
pijnklachten tijdens erectie;
erectiestoornissen.
Onderzoek bij de Ziekte van Peyronie
Bij lichamelijk onderzoek is bijna altijd een langwerpige knobbel(tje) voelbaar aan de bovenzijde van de penis. Door een (gewone) foto te maken kan de ernst van de verkromming worden vastgelegd. Het is aan te bevelen om als patiënt zelf foto’s te maken van de penis in erectie, zo mogelijk in twee richtingen, om aldus de ernst van de verkromming vast te leggen en deze aan de behandelend arts te tonen.
Behandeling van de Ziekte van Peyronie
Een genezende behandeling voor de ziekte van Peyronie is er helaas nog niet. Veelal is de kromstand van de penis dusdanig, dat de gemeenschap pijnlijk of zelfs onmogelijk is. In dat geval kan een chirurgische correctie van de penis uitkomst bieden. Een operatie waarbij de penis wordt recht gezet heet ‘een operatie volgens Nesbitt’.
De Nesbitt operatie
Bij deze operatie worden uit de tegenoverliggende zijde van het aangedane zwellichaam stukjes bindweefsel genomen, zodat de penis rechtgetrokken wordt. Het effect van de operatie wordt meteen (dus tijdens de operatie) gecontroleerd. Om goed bij de zwellichamen te komen is een besnijdenis noodzakelijk. Dit betekent dat de eikel niet meer bedekt zal zijn met voorhuid. Na de operatie is de penis ongeveer een centimeter korter, maar wel ‘functioneel’ recht.
Voorbereiding operatie
De operatie vindt onder volledige narcose of regionale verdoving (ruggenprik) plaats. Hierover kunt u meer lezen op de pagina ‘Verdoving (anesthesie) bij volwassenen’. Voor de operatie en de anesthesie zijn meestal enige voorbereidingen noodzakelijk, dit wordt ook wel preoperatieve voorbereiding genoemd. Daarom bezoekt u het spreekuur van de anesthesioloog en heeft u aansluitend een afspraak voor een verpleegkundig intakegesprek. U wordt voor deze ingreep twee dagen opgenomen. Op de pagina ‘Opname in CWZ’ kunt u algemene informatie over de opname lezen.
Opname verpleegafdeling (C40)
Het moment van opname wordt bepaald door u eigen voorkeur maar ook de eventuele voorbereidingen die nodig zijn voor uw operatie.
Nuchtere opname
Als u op de dag van de operatie wordt opgenomen blijft u nuchter volgens de afspraken met de anesthesioloog en de verpleegkundige van het verpleegkundig spreekuur en bent u eventueel gestopt met (bloedverdunnende) geneesmiddelen. Zie voor informatie de pagina ‘Verdoving (anesthesie) bij volwassenen’. U meldt zich op het afgesproken tijdstip op de verpleegafdeling urologie (C40).
Opname dag vóór de operatie
Als er meer voorbereidingen voor de operatie nodig zijn, wordt u de dag vóór de operatie opgenomen. U bent eventueel gestopt met bloedverdunnende medicijnen. U meldt zich op de afgesproken tijd op de verpleegafdeling urologie.
De dag van de operatie
De dag van de operatie krijgt u de voorbereidende medicijnen voor de anesthesie (premedicatie).
Het is belangrijk dat u voor de ingreep nog even plast, zodat de blaas leeg is.
Wanneer u een gebitsprothese en/of contactlenzen draagt moet u deze uitdoen. Ook mag u tijdens de operatie geen sieraden dragen.
Tijdens de operatie draagt u een operatiehemd.
Een verpleegkundige rijdt u met uw bed naar de voorbereidingsruimte van de operatieafdeling. Daar krijgt u een infuus.
U gaat daarna naar de operatiekamer en schuift over op de operatietafel.
Voordat de anesthesioloog u de narcosemiddelen via het infuus toedient, wordt eerst de bewakingsapparatuur aangesloten.
Na de operatie
Na de operatie ontwaakt u op de verkoever- of uitslaapkamer. Als u goed wakker bent (na narcose) en als het gevoel in de benen terug begint te komen (na een ruggenprik) gaat u terug naar de verpleegafdeling C40. Daar controleert de verpleegkundige de bloeddruk, het hartritme, de urineproductie en het operatieverband. U heeft een infuus in uw hand of arm. U mag kort na de operatie weer eten en drinken. Als dit goed gaat en uw bloeddruk stabiel is, zal het infuus worden afgekoppeld. Direct na de operatie heeft u een katheter in de blaas. Dit is een slangetje via de plasbuis dat ervoor zorgt dat de urine uit de blaas kan lopen. Soms ontstaan er als gevolg van een katheter blaaskrampen. Blaaskrampen geven u het gevoel dat u moet plassen. Bespreek deze klachten met de verpleegkundige. Zij kan u hiervoor medicatie geven. Ter voorkoming van zwelling en (na-)bloeding van het operatiegebied, is een drukverband om de penis aangelegd. Neemt u een strakke onderbroek mee naar het ziekenhuis; de eerste dag na de operatie wordt het verband verwijderd en trekt u uw strakke onderbroek aan. Na de operatie krijgt u pijnstillers. Het kan zijn dat u toch pijn blijft houden. U kunt dit aangeven bij de verpleegkundige. Zie hiervoor ook het kopje Pijnmeting in de pagina ‘Verdoving (anesthesie) bij volwassenen’. De verpleegkundige zal u, in overleg met de zaalarts, betere pijnstillers geven. De eerste dag na de operatie wordt het drukverband rond de penis verwijderd en de wondjes worden beoordeeld. De katheter wordt verwijderd.
Naar huis
Naar verwachting gaat u op de eerste dag na de operatie rond 10.00 naar huis.
U kunt naar huis als:
U geen koorts heeft;
De operatiewondjes er rustig uitzien;
U goed kunt plassen;
De ontslagpapieren in orde zijn;
U weet wanneer en hoe u een arts of verpleegkundige moet waarschuwen.
Wat u thuis kunt verwachten?
Na een Nesbitt operatie komen nabloedingen en wondinfecties zelden voor.
De balzak of de penis kan een blauwe kleur krijgen en er kan wat bloed of vocht uit de wondjes komen. U hoeft zich hierover geen zorgen te maken. Als het wondje op de penis nog bloed of vocht produceert, kunt u een gaasje gebruiken. Als een gaasje niet noodzakelijk is, kunt u het wondje beter droog laten. Het geneest dan sneller. De eikel kan de eerste dagen gevoelig zijn.
Tips:
U kunt de eikel insmeren met wat vaseline en bedekken met een gaasje. Op de plaats van de hechtingen kunnen korstjes ontstaan, die kunnen gaan schrijnen. De hechtingen bij de eikel lossen vanzelf op tussen de 10e en 20e dag.
Het is raadzaam om de penis zoveel mogelijk hoog te dragen om zwelling te voorkomen. Daarvoor kunt u het beste een strakke onderbroek of zwembroek dragen.
De eerste dagen kan het plassen een branderig gevoel veroorzaken. Bij het doorplassen verdwijnen deze klachten meestal. Het is belangrijk om voldoende te drinken, ongeveer 2 liter per 24 uur.
De dag na de operatie mag u weer douchen. Na 48 uur mag u weer baden. Het wondje is dan voldoende dicht. Als een gaasje vastzit aan de wond kunt u het onder de douche losweken. Na het douchen is het belangrijk om de wondjes droog te deppen.
De arts heeft u medicijnen voorgeschreven die het optreden van een erectie tegengaan. Deze medicijnen moet u gedurende twee weken gebruiken. De eerste drie weken mag u geen gemeenschap hebben.
U kunt waarschijnlijk enkele dagen niet werken.
Pijnbestrijding
Een goede pijnbestrijding is belangrijk voor het genezingsproces. Daarom is het raadzaam dat u de eerste twee dagen de pijn met pijnstillers onderdrukt en dit langzaam afbouwt. Dit doet u als volgt:
De eerste 2 dagen neemt u 4 keer per dag - om de 6 uur - 2 tabletten paracetamol van 500 mg.
Dan neemt u 2 dagen 4 keer per dag - om de 6 uur - 1 tablet paracetamol van 500 mg.
Daarna stopt u met het innemen van tabletten. Alleen als dat nodig is, bij pijn, mag u 2 tabletten paracetamol van 500 mg. innemen (maximaal 4 keer per dag).
Controle
Er wordt voor u een controleafspraak gemaakt, bij de (assistent) uroloog 6 weken na uw operatie.
Contact opnemen
Neemt u tot de eerste poliklinische controle na ontslag uit het ziekenhuis contact op als:
U hevige pijn heeft welke niet verdwijnt met gebruik van de voorgeschreven pijnstillers of met 4 keer per dag - om de 6 uur - 2 tabletten paracetamol van 500 mg.
U koorts heeft boven de 38,5 graden of langer dan 24 uur vanaf 38 graden.
Bij sterke zwelling van de penis of balzak.
Als de wondjes blijven bloeden.
Tijdens kantooruren belt u de polikliniek urologie (024) 365 82 55. Buiten kantooruren belt u met de verpleegafdeling urologie (024) 365 78 00.
Vragen
Uw behandelend uroloog bespreekt met u de verdere gang van zaken na de operatie. Als u nog vragen heeft over de operatie en de gevolgen ervan dan kan u deze samen met uw partner/directe naaste bespreken met uw behandelend arts of uw verpleegkundige.
Bericht van verhindering
Bent u op het afgesproken tijdstip voor poliklinisch onderzoek of opname verhinderd, bel dan zo snel mogelijk de polikliniek urologie. Er kan dan nog een andere patiënt in uw plaats komen
G538-ULaatst bijgewerkt op 10 februari 2026

