Inleiding
Uw behandelend chirurg heeft in overleg met u besloten tot een operatie aan uw borst. Deze pagina is bedoeld als aanvulling op het gesprek met uw behandelend arts.
Ter voorbereiding op de operatie heeft u op de polikliniek een intakegesprek met de mammacareverpleegkundige. Zij zal alle praktische informatie die van toepassing is voor, tijdens en na de operatie met u bespreken.
Er zijn 2 verschillende soorten operaties mogelijk bij borstkanker:
borstsparende operatie
borstamputatie
Beide operaties kunnen in combinatie met een schildwachtklierprocedure plaatsvinden.
Vooraf op de polikliniek is samen met u besloten welke vorm van operatie voor u het meest geschikt is.
Borstsparende operatie (lumpectomie)
Deze behandeling bestaat uit het verwijderen van de tumor in de borst.
De operatie vindt plaats in dagbehandeling. U kunt dezelfde dag (in de middag of avond) naar huis. Een (langer) verblijf in het ziekenhuis kan meer complicaties geven. Denk aan een (long)ontsteking en embolie.
De tumor wordt met een ruime marge uit de borst weggenomen.
U heeft geen drain in de wond.
Na de operatie kunt u thuis meteen de dagelijkse dingen doen en uzelf verzorgen.
Om de vorm van de borst zo goed mogelijk te behouden, kan oncoplastische chirurgie toegepast worden. Hierbij verschuift de chirurg het borstklierweefsel uit de borst naar elkaar toe. Het kan zijn dat de borst na de operatie kleiner is.
4 tot 6 weken na de operatie krijgt u bestraling (radiotherapie) om de kans op terugkeer van de tumor in deze borst te minimaliseren. De vorm, kleur en het aanvoelen van de borst kunnen door de operatie en bestraling enige verandering vertonen in vergelijking met de andere borst.
Borstamputatie (ablatio)
De hele borst, inclusief de tepel wordt verwijderd. Soms kan het nodig zijn om een gedeelte van de borstwandspier weg te nemen om de tumor volledig te verwijderen.
De operatie vindt plaats in dagbehandeling. Een (langer) verblijf in het ziekenhuis kan meer complicaties geven. Denk aan een ontsteking en embolie.
Er blijft geen drain in de wond en na de ingreep kunt u thuis meteen de dagelijkse dingen doen en uzelf verzorgen
Bestraling is niet standaard nodig. Het weefselonderzoek na de operatie bepaalt uiteindelijk of dat nodig is.
Een borstsparende operatie of borstamputatie geven gelijke kans op genezing.
Borstreconstructie
Er zijn verschillende mogelijkheden tijdens de borstamputatie om een directe reconstructie te doen. Uw chirurg zal met u bespreken of u hiervoor in aanmerking komt en of dit uw voorkeur heeft. Als u dit wilt krijgt u een doorverwijzing naar de plastisch chirurg om de mogelijkheden te bespreken. Het is belangrijk voor u om te weten dat een reconstructie later altijd nog kan, ook na de bestraling en eventuele chemotherapie. Zie pagina ‘Borstreconstructie, welke mogelijkheden heb ik?’ Als er een kans bestaat op bestraling na de operatie dan liever niet een directe reconstructie in verband met het cosmetische resultaat.
Schildwachtklieronderzoek
Tijdens een schildwachtklieronderzoek wordt de eerste lymfeklier in de oksel waar de tumorcellen zich naar toe kunnen verspreiden (de schildwachtklier) zichtbaar gemaakt. Tijdens de operatie wordt de gevonden schildwachtklier verwijderd en daarna onderzocht met als doel te bepalen of er uitzaaiingen zijn in de lymfeklieren in de oksel. Soms liggen er een paar okselklieren bij elkaar en wordt er meer dan 1 okselklier verwijderd. Niet alle okselklieren worden verwijderd! Uw chirurg heeft met u besproken of dit onderzoek voor u nodig is. Meer informatie leest u op de pagina ‘Schildwachtklieronderzoek tijdens de borstoperatie’.
Verwijderen van de okselklieren
In sommige gevallen is het nodig om alle okselklieren operatief te verwijderen. Dit kan tijdens de borstoperatie of bij een tweede operatie. Tijdens het intakegesprek heeft u hier meer informatie over gekregen.
Voor de operatie
Spreekuur anesthesioloog
De operatie vindt onder volledige narcose plaats. Hierover kunt u meer lezen op de pagina ‘Verdoving (anesthesie) bij volwassenen’. Voor de operatie en de anesthesie zijn enige voorbereidingen noodzakelijk, dit wordt ook wel preoperatief onderzoek of preoperatieve voorbereiding genoemd. Daarom krijgt u een afspraak met de anesthesioloog.
De anesthesioloog schat in welke risico’s in uw geval aan de operatie en de anesthesie verbonden zijn en hoe deze kunnen worden beperkt. De anesthesioloog spreekt ook overige voorbereidingen met u af, zoals medicijngebruik (bloedverdunners) en nuchter (beperkt eten en drinken) zijn voor de operatie.
Opname en operatie
U meldt zich op het afgesproken tijdstip bij meldpunt 2C
Gebruik op de dag van de operatie geen bodylotion, make-up en nagellak.
Voor de operatie krijgt u voorbereidende medicijnen voor de narcose (prémedicatie).
Wanneer u een kunstgebit en/of contactlenzen draagt moet u deze uitdoen. Een gehoorapparaat mag u inhouden.
Ook mag u tijdens de operatie geen sieraden dragen.
Tijdens de operatie draagt u een operatiehemd, u mag uw onderbroek aanhouden.
De verpleegkundige rijdt u met bed naar de voorbereidingsruimte van de operatieafdeling. Daar krijgt u een infuus en eventueel antibiotica.
U gaat daarna naar de operatiekamer en daar schuift u over op de operatietafel.
U wordt aangesloten op de bewakingsapparatuur.
De operatiezijde zal met een pijl op de huid worden aangegeven.
Daarnaast wordt u regelmatig gevraagd naar uw geboortedatum, welke operatie u krijgt en aan welke zijde. Dit is een standaard veiligheidsprocedure.
Na de operatie
Na de operatie wordt u wakker op de verkoever- of uitslaapkamer. Als u goed wakker bent en een acceptabele pijn heeft, gaat u naar de verpleegafdeling.
De anesthesioloog schrijft u volgens een vast protocol pijnstillers voor. De verpleegkundige zal regelmatig naar de pijnscore vragen (zie pagina ‘Verdoving (anesthesie) bij volwassenen’).
De verpleegkundige controleert op de afdeling onder andere uw bloeddruk, hartslag en het infuus.
Als u zich goed voelt en niet misselijk bent mag u in overleg met de verpleegkundige weer drinken en eten.
Als u voldoende kunt drinken, wordt het infuus verwijderd.
U mag uit bed (de eerste keer onder begeleiding van de verpleegkundige).
Verband
Na de operatie adviseren wij een stevige sport bh of postoperatieve bh te dragen. Het advies is deze de eerste 24 uur na de operatie te dragen en daarna tot de eerste poliafspraak altijd overdag en naar behoefte ’s nachts.
Soms kan het zijn dat u een strakke elastische band rondom uw borstkas krijgt na de operatie. Deze band geeft druk en ondersteuning aan de geopereerde borst. Het biedt bescherming tegen vochtvorming en een eventuele nabloeding. U draagt deze band de eerste 24 uur na de operatie. Daarna mag u de band vervangen voor een stevige (sport-)bh of postoperatieve bh, tenzij de chirurg anders beslist. Deze bh draagt u altijd overdag en ‘s nachts naar behoefte.
Direct op de wond zitten kleine pleistertjes (steristrips). Deze laat u zitten totdat u weer op de polikliniek komt. U kunt met deze pleistertjes na 24 uur weer douchen. Baden, zwemmen en sauna worden sterk afgeraden totdat u weer op de polikliniek komt. Een droge wond zorgt voor een goede wondgenezing.
Over de pleisters kan een extra verband of gaasje zitten. Als dit het geval is, mag u deze na 24 uur verwijderen.
Mocht het verband vastgeplakt zitten, dan kunt u deze onder de douche losweken. Als de wond geen vocht meer verliest hoeft er over de kleine pleisters geen nieuwe pleister aangebracht te worden.
Als de wond vocht verliest dan kunt u een gaasje met een pleister over de kleine pleistertjes aanbrengen. Als de wond blijft lekken of andere problemen geeft, dan kunt u contact opnemen met de mammapoli.
In de meeste gevallen gebruikt de chirurg oplosbare hechtingen. Dit betekent dat ze niet verwijderd hoeven te worden. In sommige gevallen zit er een knoopje buiten de huid, deze zal tijdens de controle op de polikliniek afgeknipt worden.
Drains na een borstamputatie
Als u een borstamputatie heeft gehad met tegelijkertijd een directe reconstructie kan het zijn dat u een drain heeft. Dit zorgt ervoor dat bloed en vocht kunnen worden afgevoerd. De plastisch chirurg bepaalt hoe lang de drains moeten blijven zitten.
In sommige situaties gaat u met een drain naar huis. De verpleegkundige van de afdeling zal u leren hoe u hier thuis mee om gaat.
Als er bijzonderheden zijn met de drain(s) in de thuissituatie bel dan naar de polikliniek plastische chirurgie, telefoonnummer (024) 365 82 35.
Tijdelijke en definitieve borstprothese na een borstamputatie
Als u een borstamputatie heeft gehad, wordt er een tijdelijke borstprothese aangemeten op de dag van de operatie door een verpleegkundige van de dagbehandeling. Tijdens het intakegesprek wordt de maat bepaald.
De verpleegkundige zal na de operatie samen met u het verband verwijderen en de wond bekijken. Gelijktijdig wordt de tijdelijke borstprothese bij u aangemeten. De verpleegkundige zal indien mogelijk een tijdstip afspreken zodat er een naaste bij kan zijn, als u dat wenst.
Tijdens het intakegesprek op de polikliniek ontvangt u de machtiging voor de aanschaf van een definitieve (siliconen) borstprothese. De definitieve borstprothese wordt ongeveer 6 weken na de operatie aangemeten als de huid hersteld is en er geen onderliggend vocht meer aanwezig is. In het geval van bestraling adviseren wij u om de borstprothese pas na de bestraling aan te laten meten. Tot die tijd gebruikt u de tijdelijke borstprothese.
Arm/schouderfunctie na het verwijderen van alle okselklieren
Na de operatie is het belangrijk om oefeningen te doen die ervoor zorgen dat de schouder niet vast gaat zitten. Oefeningen staan op de pagina ‘Arm en schouderoefeningen na verwijderen okselklieren’. Deze krijgt u tijdens het intakegesprek op de polikliniek.
Het inschakelen van een fysiotherapeut is niet nodig. Tijdens de controle op de polikliniek zal uw chirurg de schouderfunctie en de beweeglijkheid controleren. Mocht het nodig zijn dan kan er alsnog een verwijzing plaatsvinden.
Lymfoedeem na het verwijderen van alle okselklieren
Als alle okselklieren verwijderd zijn, is er bij 1 op de 4 mensen kans op het ontstaan van lymfoedeem. Lymfoedeem is een ophoping van vocht en eiwitten in het lichaamsweefsel. Meestal treedt dit op aan de (geopereerde) arm maar kan ook in hand, vingers, borst en schouder ontstaan. Niet iedereen waarbij alle okselklieren verwijderd worden krijgt last van lymfoedeem.
Als u na de operatie bestraald wordt is de kans op het krijgen van lymfoedeem groter. Hoe u lymfoedeem kunt herkennen en hoe u hier in het dagelijks leven mee omgaat, leest u op de pagina ‘Lymfoedeem bij okselklierdissectie’. Deze krijgt u tijdens het intakegesprek op de polikliniek.
Quilten na een borstamputatie en/of verwijderen van alle okselklieren
Als u een borstamputatie heeft gehad en/of uw okselklieren zijn verwijderd dan ontstaat er een holte op de plek waar eerder de okselklieren en/of borstweefsel heeft gezeten. In deze holte(n) kan zich vocht ophopen (seroom). Om de kans hierop te verminderen plaatst de chirurg tijdens de operatie stevige oplosbare inwendige hechtingen (quilten).
Door deze hechttechniek worden de lagen strak tegen elkaar aan gehecht zodat vochtvorming, -nabloeding en ontsteking worden tegengegaan. Het kan zijn dat u een strak of pijnlijk gevoel ervaart ter plaatse van de hechtingen. Ook kunt u een deukje zien op de plek waar de hechtingen zijn geplaatst. Dit wordt na verloop minder en trekt weg. U krijgt hier pijnstilling voor.
Mogelijke complicaties van de operatie
Geen enkele ingreep is vrij van complicaties. Zo zijn er ook bij borstoperaties de normale risico’s op complicaties van een operatie zoals trombose of longontsteking. Als er sprake is van een nabloeding kan een tweede operatie soms noodzakelijk zijn. Heeft u een wondinfectie dan kan er sprake zijn van een langere wondgenezing.
Als de okselklieren zijn verwijderd, dan kunt u aan de binnenkant van de bovenarm een gevoelloos gebied ervaren. Omdat de gevoelszenuwen die dwars door de oksel lopen zijn geraakt tijdens de operatie. Het voelt alsof het gebied “slaapt”. Dit veranderde gevoel kan blijvend zijn. In een enkele geval kan dit veranderde gevoel pijnlijk zijn (brandend en/of prikkend). In de meeste gevallen vermindert dit na verloop van tijd. Als u klachten heeft, dan kunt u dit bespreken met uw chirurg of de mammacareverpleegkundige. Deze klachten zien we bijna niet na een schildwachtklieronderzoek.
Na een borstamputatie en/of verwijdering van de okselklieren kan er een vochtopstapeling ontstaan in het wondgebied onder het litteken. Dit vocht (seroom) kan een gespannen gevoel geven en in het geval van de verwijderde okselklieren, een beperkte beweeglijkheid van de arm en schouder tot gevolg hebben. Ook kan het vocht een “klotsend” geluid veroorzaken. In sommige gevallen kan het vocht met een holle naald worden afgezogen (seroompunctie).
Uiteindelijk zal de hoeveelheid vocht afnemen.
Als u last heeft of twijfelt kunt u altijd overleggen met de mammacareverpleegkundige of een punctie noodzakelijk is of dat er nog even afgewacht kan worden.
Het is belangrijk voor u om te weten dat deze vochtophoping normaal kan zijn en dat er niets mis is. Als de vochtophoping gepaard gaat met roodheid, warmte en/of koorts dan kan er sprake zijn van een ontsteking. In dat geval neemt u contact op met de polikliniek voor een afspraak. De chirurg schrijft zo nodig antibiotica voor.
Als u naast de borstamputatie een directe reconstructie heeft gehad en u heeft last van vochtophoping, bel dan naar de polikliniek plastische chirurgie, telefoonnummer (024) 365 82 35. De plastisch chirurg of radioloog zal als het nodig is het vocht puncteren.
Na een borstamputatie kan het voorkomen dat u een periode last heeft van een veranderde gevoelssensatie op de plek waar de borst eerder heeft gezeten. Het is een bekend verschijnsel en betekent niet dat er iets mis is.
Uitslag en aanvullende behandelingen
Het tijdens de operatie verwijderde borstweefsel wordt door de patholoog beoordeeld. De uitslag van het weefselonderzoek is na 10 tot 14 dagen bekend. De chirurg bespreekt met u de uitslag. Er is eventueel aanvullende behandeling nodig. Na het gesprek met uw chirurg komt u aansluitend bij de mammacareverpleegkundige. Zij zal de noodzakelijke afspraken maken voor aanvullende behandelingen en u daarover informeren.
Adviezen voor thuis
Afhankelijk van het type operatie die u heeft gehad in combinatie met een reconstructie zult u na het ontslag uit het ziekenhuis nog enige tijd (praktische) hinder kunnen ondervinden. We raden u wel aan om lichte activiteiten zo spoedig mogelijk op te pakken.
Pijnbestrijding
Wanneer u pijn heeft kunt u deze het beste bestrijden met paracetamol (500 mg). Goede pijnstilling is belangrijk voor het genezingsproces. U mag 4 keer per dag 2 tabletten innemen.
Wanneer de pijn minder wordt kunt u dit langzaam weer afbouwen.
Dit doet u als volgt:
De eerste 2 dagen 4 keer per dag - om de 6 uur - 2 tabletten paracetamol van 500 mg.
Dan 2 dagen 4 keer per dag - om de 6 uur - 1 tablet paracetamol van 500 mg.
Daarna stopt u en gebruikt alleen zo nodig bij pijn 2 tabletten paracetamol van 500 mg (maximaal 4 keer per dag).
De anesthesist bekijkt of er naast de paracetamol andere pijnmedicijnen voorgeschreven moeten worden. De verpleegkundige op de afdeling zal dit verder met u bespreken.
Hervatting van diverse activiteiten
De gouden regel is dat u geleidelijk aan alles mag gaan doen en uitproberen, zolang dit geen blijvende klachten geeft. Wissel de eerste dagen rust en activiteit af waarbij u geleidelijk aan steeds actiever wordt en minder hoeft te rusten. In het algemeen kunt u 1 tot 2 weken na de operatie alle activiteiten weer doen die u voor de ingreep ook deed.
Wandelen
Lopen is goed om uw conditie weer te verbeteren. U mag dit zoveel u kan. Wissel de eerste dagen lopen en rusten goed af. En onthoud: (spier)pijn mag, mits dit na een nachtrust weer verminderd is.
Belasten van de arm
Na een okseloperatie (verwijderen van alle okselklieren) is het verstandig om de oefeningen te doen die op de pagina staan. Gebruik de arm bij normale huishoudelijke activiteiten. Zwaar lichamelijk werk kunt u beter vermijden in de eerste 6 weken. Ook na een schildwachtklieronderzoek geldt dat het belangrijk is om de arm te blijven bewegen (dit om te voorkomen dat u schouderklachten krijgt).
Fietsen
Zodra u zich goed kunt bewegen mag u fietsen. U moet zich wel realiseren dat u oneffenheden in de weg kunt voelen in het wondgebied.
Sporten
Als u gewend was om te sporten kunt u dat meestal na 2 weken weer langzaam oppakken. Als uw okselklieren zijn verwijderd zal dit pas kunnen als uw arm/schouderfunctie weer goed is. Wanneer de dagelijkse dingen en wandelen weer probleemloos gaan, kunt u, als u dat gewend was, weer rustig beginnen met sporten. Start op een vlakke, zachte ondergrond en draag goede schokabsorberende sportschoenen. Voer de activiteit en het tempo geleidelijk op naar kunnen, waarbij u goed let op de reacties van uw lijf. Zorg steeds dat u volledig hersteld bent voordat u wéér gaat sporten. Mensen die erin slagen sneller weer in beweging te komen, herstellen sneller en houden later minder klachten.
Seksualiteit
De behandeling van borstkanker kan gevolgen hebben voor het zelfbeeld/zelfvertrouwen. Aanvullende behandelingen zoals chemotherapie en hormoontherapie kunnen van invloed zijn. Praat met uw partner, probeer uw gevoelens en angsten bespreekbaar te maken. Ook kunt u uw vragen en/of eventuele problemen bespreken met de mammacareverpleegkundige, verpleegkundig specialist of arts. Zij kunnen u adviseren over de mogelijkheden.
Werkhervatting
Als er geen vervolgbehandeling nodig is kunt u meestal 2 weken na het ontslag weer met werken (eventueel aangepast) beginnen. Aanvullende behandeling als radio- of chemotherapie speelt hierbij zeker een rol. Bespreek dan met de desbetreffende specialist wat de adviezen zijn over werkhervatting. Ook is het mogelijk dat uw psychische belasting de werkhervatting in de beginperiode nog in de weg staat.
Aanvullende begeleiding/lotgenotencontact
Als u de behoefte heeft aan aanvullende begeleiding gedurende uw behandeltraject dan kan de mammacareverpleegkundige u doorverwijzen naar een maatschappelijk werker of psycholoog. Als u thuis behoefte heeft aan contact met lotgenoten dan zijn er de volgende mogelijkheden:
Het Marikenhuis is een ontmoetingsplek voor mensen die geconfronteerd worden of zijn met kanker, voor (ex)patiënten en hun naasten.
Telefoon 024 303 15 22
Borstkanker Vereniging Nederland, contactpersonen
Telefoon 030 291 72 22
Lotgenotencontact 030 291 72 20
Helen Dowling Instituut psychologische zorg bij kanker
Telefoon 026 303 34 80 Locatie Nijmegen
Website: www.hdi.nlhttp://www.hdi.nl
Verhindering
Bent u op de dag van de behandeling verhinderd of heeft u koorts (hoger dan 38 graden Celsius), laat dit zo snel mogelijk weten. U belt de mammapoli, telefoonnummer (024) 365 71 12.
Contact
In de volgende gevallen neemt u contact op met de mammapoli:
hevige pijnklachten die niet verdwijnen na inname van de pijnstilling.
tekenen van een (wond)infectie: een gezwollen warme en/of rode wond in combinatie met vochtverlies of een wond die open gaat.
temperatuur hoger dan 38,5 graden Celsius.
Tijdens kantooruren neemt u contact op met de mammapoli, telefoonnummer 024 365 71 12.
Buiten kantoortijden belt u CWZ, telefoonnummer 024 365 76 57 en vraagt u naar de dienstdoende chirurg.
Contact
- ChirurgieMammapoli (B58)
Melden bij Meldpunt 2B
(024) 365 71 12
Bereikbaar van 8.30 tot 16.30 uur
mammapoli@cwz.nl
G493-WLaatst bijgewerkt op 12 januari 2026

