Inleiding
Uw behandelend arts heeft u geadviseerd om een operatie aan het sleutelbeen te ondergaan om zo de klachten te behandelen. Hier vindt u informatie over wat de orthopeed met u heeft besproken, zodat u na het gesprek alles nog eens rustig kunt lezen en u zich kunt voorbereiden op de opname.
Wat is de oorzaak van uw klachten?
Het schoudergewricht
Het schoudergewricht wordt gevormd door een kom; dat een deel van het schouderblad is en de kop van de bovenarm. Om het gewricht bevindt zich een gewrichtskapsel. Daar omheen lopen spieren en pezen. Het gewrichtskapsel, de spieren en pezen vormen samen de ‘cuff’.
De beweging in het schoudergewricht is afhankelijk van een groep van vier spieren (rotatoren). Deze spieren liggen als een soort manchet om de kom van het schoudergewricht. De spieren monden uit in pezen, waarvan de uiteinden aan de bovenarm vastzitten. Om de bovenarm soepel te laten bewegen functioneren slijmbeurzen rondom de pezen als een soort stootkussen. Normaal glijden zo de pezen gladjes tussen het schouderdak en bovenarm. Wanneer de rotatorspieren aanspannen kan de schouder verschillende kanten op bewogen worden.
Door de vorm van het schouderblad is de ruimte die de spieren en pezen hebben om te bewegen heel klein. De bovenzijde van de schouder wordt gevormd door het buitenste uiteinde (= laterale) van het sleutelbeen (= clavicula) en een gedeelte van het schouderblad (=acromion). Deze delen vormen het gewricht, het acromioclaviculaire gewricht (ac-gewricht) genoemd.
%2520%257B%2520%255Bnative%2520code%255D%2520%257D&w=1080&q=100)
Oorzaak van de klachten
Het ac-gewricht kan door verschillende oorzaken beschadigd of versleten raken.
Door artrose: slijtage, al dan niet het gevolg van overbelasting
Door een ongeval: door een val kan dit gewricht uit zijn (kleine) kom schieten, waardoor het gewricht zijn stabiliteit verliest.
Ook kan er door overbelasting een chronische ontsteking van het slijmvlies van het gewricht ontstaan.
U ondervindt in alle gevallen pijnklachten bij het opheffen van de arm. De pijn kan uitstralen naar de nek of de bovenarm.
Verminderen van de klachten
Er zijn verschillende mogelijkheden om de klachten te verminderen:
Wanneer er sprake van pijn is kunnen pijnstillers voorgeschreven worden om deze pijn te verminderen;
Door middel van een injectie met een verdovend middel die in het ac-gewricht wordt gegeven;
Door middel van een operatie. Als voorgaande maatregelen onvoldoende helpen, is een operatie vaak de enige oplossing.
Diagnose en onderzoek
De arts stelt de diagnose aan de hand van de aard van de klachten, het lichamelijk onderzoek, röntgenfoto’s en eventueel een MRI-scan of echo. Ook kan er door middel van een injectie met een verdovend middel worden bepaald of het gewricht de oorzaak is van de pijnklachten.
Wat gebeurt er tijdens een laterale clavicula resectie?
De orthopedisch chirurg maakt een huidsnede over de bovenzijde van de schouder. Vervolgens wordt het ac-gewricht vrij gelegd van de omliggende weefsels. De chirurg verwijdert een stukje van ongeveer een centimeter van het buitenste uiteinde van het sleutelbeen, waardoor het gewricht wijder wordt en daardoor geen pijnklachten meer zal veroorzaken.
Voordelen van een operatie
De operatie zal een snelle vermindering van de pijn met zich meebrengen dankzij de toegenomen ruimte voor het gewricht om te kunnen bewegen. Na de herstelperiode zullen de normale bewegingen van het schoudergewricht weer mogelijk zijn.
Mogelijke complicaties
Na een schouderoperatie treden niet vaak complicaties op.
Toch zijn er een aantal algemene complicaties:
Omdat er sneden in de huid worden gemaakt, kan een huidzenuw beschadigd raken. Dit geeft een doof gevoel in een gedeelte van de huid. Meestal verdwijnen deze klachten in de loop van de tijd vanzelf. Soms zijn ze echter blijvend.
Er kan een nabloeding optreden.
Een wondinfectie is een vervelende complicatie. De kans hierop is erg klein.
Voorbereiding operatie
De arbodienst
De bedrijfsarts begeleidt de terugkeer naar uw werk. Daarom is het belangrijk dat uw bedrijfsarts op de hoogte is van de operatie en nabehandeling. Afspraken over uw werk zullen vaak soepeler verlopen als u de bedrijfsarts al vóór de operatie informeert
Anesthesie (verdoving)
Meer informatie hierover kunt u lezen op de pagina’s van anesthesie.
Verpleegkundig spreekuur
Voorafgaande aan de operatie heeft u een intakegesprek met de orthopedisch verpleegkundige van de polikliniek orthopedie. Tijdens dit gesprek worden er gegevens over u genoteerd die belangrijk zijn voor de opname op de verpleegafdeling, wordt u geïnformeerd over hoe u zich zo goed mogelijk kan voorbereiden en wordt de nazorg besproken.
App
Download de ‘Patient Journey’ app met belangrijke informatie over uw orthopedische behandeling.
Zoek in de App Store of Google Play Store naar ‘Patient Journey’ en download de gratis app
Vervolgens kiest u in de app voor CWZ Zorgapp
Selecteer orthopedie en kies uw behandeling
Via deze app krijgt u de komende tijd informatie op maat.
Iedereen kan deze app downloaden.
Wat moet u meenemen?
Tijdens uw opname heeft u nodig:
gemakkelijk zittende kleding (bovenkleding met voorsluiting)
geldig legitimatiebewijs (paspoort, ID-kaart of rijbewijs)
Waardevolle bezittingen
Het is raadzaam om, sieraden en andere kostbaarheden thuis te laten. Het ziekenhuis kan niet aansprakelijk worden gesteld voor diefstal of zoekraken van uw spullen
Medicijnen
De medicijnen die u tijdens uw verblijf nodig heeft, ontvangt u van de ziekenhuisapotheek.
Echter verzoeken wij u om uw eigen medicijnen, in de originele verpakking, bij opname mee te nemen. Neem geen eigen medicijnen in zonder te overleggen met de verpleegkundige. Een combinatie van geneesmiddelen kan namelijk gevaarlijk zijn.
Dieet
Als u een bepaald dieet volgt, vragen wij u dit aan de verpleegkundige mede te delen. Dan kan daar rekening mee worden gehouden tijdens de opname
Allergie
Bent u allergisch (overgevoelig) voor bepaalde stoffen, zeg dit dan tegen uw behandelaar. Hiermee wordt dan rekening gehouden bij uw behandeling en verpleging.
Bloedverdunners
Bij het gebruik van bloedverdunnende geneesmiddelen is het soms nodig deze voor de operatie te stoppen. Uw arts geeft aan of dit voor u van toepassing is. Stop nooit op eigen initiatief met het gebruik van bloedverdunners. Bent u onder controle bij de trombosedienst, neem dan bij opname de doseringskaart mee.
Nuchter
Meer informatie hierover kunt u vinden op de pagina’s van anesthesie.
De operatiedag
U meldt zich op het afgesproken tijdstip bij de afdeling die u doorgekregen heeft van de operatieplanning, u kunt dit ook terug vinden in Mijn CWZ. Op deze afdeling vindt de voorbereiding plaats voor uw operatie.
Voorbereiding operatie
Voordat u naar de operatiekamer gaat, krijgt u eerst op de afdeling de voorbereidende medicatie voor de anesthesie (premedicatie). Het is belangrijk dat u deze medicatie voor de ingreep inneemt. Dit heeft als doel een spiegel in uw bloed op te bouwen zodat na de operatie de pijnmedicatie meer effect heeft.
Het is belangrijk dat u voor de ingreep nog even plast, zodat de blaas leeg is.
Wanneer u een gebitsprothese heeft, moet u deze uit doen.
U mag geen sieraden of piercings dragen
U mag geen make-up of bodylotion gebruiken.
Nagellak, gellak, acryllak of nepnagels mogen blijven zitten.
Tot 3 dagen voor de operatie mag u nog scheren of ontharingscrème gebruiken, dit om wondjes te voorkomen
Tijdens de operatie draagt u een operatiejasje dat u op de afdeling krijgt. Bovengenoemde maatregelen zijn bedoeld om de hygiëne op de operatiekamer te waarborgen en de kans op een infectie te verminderen.
De verpleegkundige zal, samen met u, een pijl op de te opereren arm zetten, dit is ter controle.
Een kwartier voor de ingreep wordt u naar de voorbereidingsruimte van de operatieafdeling gebracht. Hier wordt u verder voorbereid op de operatie.
U gaat in uw bed naar de operatiekamer en schuift op een smalle operatietafel. De anesthesioloog geeft u de verdoving die met u besproken is. Als de operatie begint zal de bewakingsapparatuur aangesloten worden, om lichaamsfuncties zoals bloeddruk, hartslag en ademhaling tijdens de operatie goed te kunnen observeren.
Na de operatie
Na de operatie gaat u naar de uitslaapkamer (verkoeverkamer) Hier zal men regelmatig uw bloeddruk, polsslag, temperatuur en ademhaling controleren. Er wordt ook regelmatig naar de wond gekeken en naar de pijn gevraagd. Als u weer goed wakker bent en de pijn onder controle is, gaat u naar de verpleegafdeling.
Infuus
Na de operatie heeft u een infuus in uw arm. Het infuus zorgt ervoor dat u voldoende vocht krijgt. Enige tijd na de operatie zal deze verwijderd worden door de verpleegkundige.
De wond
Na de operatie kan de arm nog gevoelloos zijn door de verdoving. Er wordt een soort draagband aangemeten waarin uw arm kan rusten (sling). De schouder kan in het begin nog gezwollen en pijnlijk zijn.
De wond is onderhuids gehecht met oplosbare hechtingen. Deze hoeven dus niet verwijderd te worden en lossen na 6 tot 8 weken vanzelf op.
Douchen mag, maar niet te lang om verweking van de wond te voorkomen.
Pijn na de operatie
Uw anesthesist zal met u de verdoving bespreken. Naast een algehele verdoving wordt er vaak gebruik gemaakt van een extra plaatselijke verdoving (zogenaamd block). Dit is vooral de eerste uren na de operatie erg prettig omdat het de pijn wegneemt. Op het moment dat het block is uitgewerkt (gemiddeld 12 uur na de toediening) kunt u echter alsnog pijn krijgen. Daarom krijgt u pijnmedicatie mee naar huis. Uw krijgt een uitleg over de inname hiervan. Om te zorgen voor een zo goed mogelijk resultaat van de pijnmedicijnen is het van belang dat u deze op tijd inneemt (zie fig. 1 ‘op tijd’ en fig. 2 ‘te laat’). Wacht dus niet te lang met de inname van pijnmedicijnen.
Figuur 1 op tijd
Figuur 2 te laat
Tijdens uw opname
Tijdens uw opname is de verpleegkundig specialist verantwoordelijk voor uw de coördinatie van verpleegkundige en medische zorgverlening voor u. Zij staan in nauw contact met de orthopeed die u heeft geopereerd heeft. Zij komen na de operatie bij u langs om de bevindingen naar aanleiding van uw operatie met u te bespreken. Tevens neemt de verpleegkundig specialist de tijd om uw vragen te beantwoorden.
Als alle controles goed zijn en het herstel goed verlopen is, mag u dezelfde dag naar huis.
Revalideren
Eventueel krijgt u een draagband (sling) aangemeten voor de eerste dagen voor een stukje ontspanning en pijndemping. Het is de bedoeling deze af te bouwen zodra dit kan.
Eenmaal thuis is het belangrijk om deze oefeningen ongeveer drie keer per dag te herhalen.
Fysiotherapie is in principe niet nodig, omdat het herstel meestal vlot verloopt en u zelf kunt oefenen. U mag de arm al proberen in te schakelen bij de dagelijkse activiteiten, functioneel gebruiken. De eerste 2 weken is het verstandig om de arm niet boven schouderhoogte te bewegen.
Doe de eerste weken niet meer dan dat de pijn toelaat. Pijn is niet bevorderend voor het herstel.
Naar huis
Ontslag
Bij ontslag uit het ziekenhuis krijgt u van de verpleegkundige toelichting over de controleafspraak, die ongeveer 6 weken na de operatie plaatsvindt. De brief voor de huisarts wordt digitaal verstuurd. Een verwijzing en overdracht voor de fysiotherapie krijgt u mee. De verpleegkundige neemt nog enkele praktische zaken met u door en u krijgt pijnmedicatie mee naar huis. (Zie pagina ‘instructie bij ontslag uit het ziekenhuis’ voor verdere informatie over pijnstilling).
U kunt niet zelf met de auto of fiets naar huis rijden. Het is verstandig om af te spreken dat iemand u komt halen.
Nazorg
Resultaat van de operatie
De eerste tijd na de operatie zal uw schouder en het gebied rondom de wond dik en warm aanvoelen. Dit wordt geleidelijk minder. Ook heeft u mogelijk enkele bloeduitstortingen (blauwe plekken) bij de wond deze verdwijnen vanzelf.
‘s Nachts
De eerste nacht(en) na de operatie kunt u een vervelende zeurende pijn verwachten in uw schouder. Om deze pijn te verzachten heeft u pijnmedicijnen mee naar huis gekregen die u gedurende de nacht mag innemen.
Om een prettige houding te vinden voor uw schouder/arm bij het slapen, kan het handig zijn om gebruik te maken van één of meerdere kussens. Dit ter ondersteuning. Na 6 weken mag u weer op de geopereerde schouder gaan liggen.
Wanneer een arts waarschuwen?
Het is belangrijk dat u in de volgende gevallen contact opneemt met het verpleegkundig spreekuur orthopedie of uw huisarts:
Als de operatiewond meer gaat lekken;
Als de wond steeds meer pijn gaat doen ook al bent u minder gaan bewegen;
Als u koorts gaat ontwikkelen hoger dan 38,5º Celsius;
Adviezen voor thuis
Afhankelijk van de operatie en individuele factoren, ondervindt u na de operatie nog enige tijd hinder van het operatiegebied.
Er volgen nog enkele adviezen:
Na het douchen de wond droogdeppen. U mag de eerste week niet baden en zwemmen. Indien de wond droog is hoeft u geen pleister meer te plakken. Voor de pijn gebruikt u de voorgeschreven medicatie, in combinatie met paracetamol. Wanneer de pijn minder wordt kunt u dit langzaam weer afbouwen.
Koelen van de pijnlijke schouderregio kan verlichting geven (leg de koude pakking niet direct op de huid en koel maximaal 15 minuten)
Hervatten van het dagelijks leven en werkzaamheden
U gaat steeds beter bewegen. Ook de kracht en coördinatie van de spieren nemen toe. Wanneer de pijn en bewegingsmogelijkheden het toelaten, kunt u weer beginnen met fietsen en autorijden.
U kunt na 4 tot 5 weken weer beginnen met werken.
Dit is afhankelijk van de inhoud van het werk. Zittend werk kan vaak na vier weken hervat worden. Zwaarder lichamelijk werk kan vaak pas na zes tot acht weken hervat worden.
De hervatting van uw werk wordt begeleid door uw bedrijfsarts. Neem daarover met hem/haar contact op.
De terugkeer naar zwaardere belasting en sport
De meeste sporten kunnen vaak na 6 tot 8 weken weer uitgeoefend worden. Bovengenoemde termijnen verschillen per patiënt. Als u weer wilt gaan werken of sporten is het verstandig dit te bespreken met uw arts en bedrijfsarts.
Vragen en/of problemen
Ontstaan er ondanks de goede voorbereidingen toch problemen of heeft u na het lezen van deze pagina nog vragen? Neem dan contact op met het telefonisch spreekuur orthopedie. Telefoonnummers vindt u onderaan deze pagina.
U kunt ook contact opnemen door een e-mail te sturen naar polikliniek.orthopedie@cwz.nlmailto:polikliniek.orthopedie@cwz.nl
Bij problemen - als u na de behandeling/operatie weer thuis bent - kunt u buiten kantooruren en in het weekend contact op nemen met de huisartsenpost.
Kunt u niet komen?
Mocht de geplande operatiedatum niet door kunnen gaan, bijvoorbeeld doordat:
er meer voorbereiding nodig blijkt te zijn door longarts of cardioloog
u ziek bent met koorts (griep)
u verhinderd bent door onverwachte privéomstandigheden
Laat dit dan zo snel mogelijk weten. U belt naar de afdeling operatieplanning orthopedie, bereikbaar op werkdagen tussen 8.30 - 12.00 uur, op telefoonnummer (024) 365 88 36.
Als u tijdig belt, kan er nog een andere patiënt gepland worden en maken wij met u een nieuwe afspraak.
G324-BLaatst bijgewerkt op 3 februari 2026

