Inleiding
Uw behandelend oogarts/KNO-arts heeft voorgesteld om vanwege traanklachten een operatie te laten doen. De operatie wordt gedaan door de oogarts in samenwerking met de KNO-arts. Deze pagina geeft u informatie over wat de oogarts of KNO-arts in CWZ met u bespreekt, zodat u zich kunt voorbereiden op het gesprek of na het gesprek alles nog eens rustig kunt nalezen.
Traanklachten
Iedereen heeft weleens klachten van tranende ogen, bijvoorbeeld bij buiten lopen in harde wind, of wanneer er een zandkorrel in het oog waait. Het tranen dat dan optreedt is het gevolg van tijdelijke overproductie van traanvocht door de traanklier.
Wanneer de ogen chronisch tranen wordt dat slechts zelden veroorzaakt door overproductie van tranen. Meestal is de oorzaak dan een verstopping van het afvoersysteem van de tranen, de traanwegen.
Baby’s
Bij kinderen in het eerste levensjaar komt een tranend oog vrij vaak voor. In dat geval is de ingang van het neustraankanaal naar de neus nog niet geopend. Het betreffende oog traant en is ook vaak vies. Vaak opent het kanaal zich spontaan binnen het eerste levensjaar en verdwijnen de klachten
Figuur 1
In figuur 1 ziet u de traanwegen schematisch afgebeeld. In de oogleden zitten aan de neuskant twee kleine openingen, de traanpuntjes, die in verbinding staan met kanaaltjes van ongeveer 1 mm diameter, de traankanaaltjes. Deze kanaaltjes komen samen en monden vervolgens uit in de traanzak. Vanuit de traanzak loopt het neustraankanaal dat in de neus uitmondt. Verstoppingen kunnen op verschillende plaatsen optreden, echter bij oudere patiënten bevindt de verstopping zich meestal in het neustraankanaal. De oorzaak is meestal onbekend. Soms gaat de verstopping gepaard met een uitgezette traanzak, dit voelt als een zwelling in de ooghoek (figuur 2).
Figuur 2
Poliklinisch onderzoek
De oogarts kijkt bij het onderzoek naar de volgende aspecten:
Is er een bron van irritatie (bijvoorbeeld een vuiltje, oogharen, ontstekingen etc.).
Beoordelen van de functie, positie (naar binnen/buiten gedraaid onderooglid) en slapte van de oogleden.
Beoordelen of de traanpunten (voldoende) open zijn en goed op de plaats liggen.
ANEL test: de doorgankelijkheid van het traanwegsysteem kan getest worden door met een stomp naaldje water te spuiten in het onderste of bovenste traankanaaltje: wanneer het water in de neus komt zijn de traanwegen in ieder geval deels open. Wanneer het water niet in de neus komt, zijn de traanwegen geheel verstopt. Soms is het traanwegsysteem wel doorgankelijk maar minder dan normaal; er is dan sprake van een vernauwing hetgeen ook kan leiden tot tranende ogen.
Röntgenonderzoek (dacryocystogram of DCG): wanneer niet duidelijk is waar de verstopping zich bevindt, kan röntgen- onderzoek worden verricht. Hierbij worden de traanwegen doorgespoten met een röntgencontrastmiddel, waarna een foto wordt gemaakt. Op de röntgenfoto is te zien of de traanwegen verstopt zijn, en waar een eventuele verstopping zit. Dit onderzoek wordt door een radioloog verricht.
De KNO-arts zal een onderzoek van de neus verrichten.
Voorbereiding
Een goede verdoving bij een operatie is belangrijk, dus ook bij een operatie aan de neus. Deze verdoving kan algemene (narcose) of plaatselijke verdoving zijn. In beide gevallen zult u geen pijn voelen tijdens de ingreep. Uw oogarts/KNO-arts bespreekt met u, wat in uw geval het beste wordt geacht.
Meestal vindt de operatie onder volledige narcose plaats. Hierover kunt u meer lezen op de CWZ-pagina ‘Verdoving (anesthesie) bij volwassenen’. Voor de operatie aan de traanwegen wordt u één tot twee dagen in het ziekenhuis opgenomen. Sondages, veelal bij kinderen, vinden plaats in dagbehandeling. Het secretariaat KNO regelt de opname- en operatieplanning. Op de polikliniek krijgt u onder voorbehoud de datum waarop de operatie gepland is.
Deze wordt ongeveer een week van tevoren schriftelijk bevestigd door het secretariaat KNO. Heeft u nog geen operatiedatum gekregen dan neemt het secretariaat KNO nog contact met u op. Voor de operatie en de anesthesie zijn meestal enige voorbereidingen noodzakelijk, dit wordt ook wel pre-operatief onderzoek of pre-operatieve voorbereiding genoemd.
Gebruikt u bloedverdunnende medicijnen of bent u onder controle van de trombosedienst? Meld dit dan aan uw behandelend arts in CWZ. Denk bij bloedverdunnende medicijnen aan bijvoorbeeld acenocoumarol of fenprocoumon en/of aspirine.
Als u bekend bent bij de trombosedienst, neem uw doseerkaart altijd mee naar het ziekenhuis. Het kan zijn dat u tijdelijk moet stoppen met deze bloedverdunnende medicijnen. Uw behandelend arts vertelt u hoe lang u voor de ingreep of operatie met het innemen moet te stoppen en wanneer u weer kunt beginnen met de medicijnen.
Als u medicijnen gebruikt of overgevoelig bent voor bijvoorbeeld jodium, verdovingsvloeistof, pleisters of andere stoffen meld dit dan aan de arts, de verpleegkundige of assistente van polikliniek.
Meld ook als u een pacemaker (of een ICD) draagt.
Meld ook of u preventief antibiotica nodig heeft.
Spreekuur anesthesioloog
De anesthesioloog schat in welke risico’s in uw geval aan de operatie en de anesthesie verbonden zijn en hoe deze beperkt kunnen worden. U krijgt een telefonische of fysieke afspraak bij de anesthesist.
De dag van de operatie
Volgens de afspraken met de anesthesioloog op het anesthesiespreekuur blijft u nuchter en bent u eventueel gestopt met het innemen van (bloedverdunnende) geneesmiddelen. U meldt zich op het afgesproken tijdstip op bij Meldpunt 2C (dagkliniek). Daarna wordt u doorverwezen naar de opname afdeling
Kinderen moeten zich melden op de kinderafdeling A24. Na een opnamegesprek met de verpleegkundige krijgt u de voorbereidende medicatie voor de anesthesie (premedicatie). Het is belangrijk dat u voor de ingreep nog even plast, zodat de blaas leeg is.
Wanneer u een kunstgebit en / of contactlenzen draagt moet u deze uitdoen. Ook mag u tijdens de operatie geen sieraden, make-up en nagellak dragen.
Tijdens de operatie draagt u een operatiehemd dat u nu al vast aantrekt. Een verpleegkundige rijdt u met uw bed naar de voorbereidingsruimte van de operatieafdeling. Vervolgens krijgt u een infuus. U gaat naar de operatiekamer en schuift over op de operatietafel. Voordat de anesthesioloog u de narcosemiddelen via het infuus toedient, wordt eerst de bewakingsapparatuur aangesloten.
Na toediening van een snelwerkend slaapmiddel bent u binnen een halve minuut in een diepe slaap.
De operatie
De aard van de ingreep hangt af van de plaats van de verstopping in het traanwegsysteem.
Sondage
Bij kinderen gaat de ingang van het neustraankanaal naar de neus vaak spontaan in de eerste 9 tot 12 maanden open. In de tussentijd kan bij een ontsteking antibiotica worden gegeven. Ook kan masseren van de traanzak helpen. Wanneer het probleem toch aanhoudt, is sonderen (openen en eventueel oprekken van het bestaande traankanaal) in verreweg de meeste gevallen een afdoende oplossing. Sondage bij kinderen gebeurt onder algehele narcose in dagbehandeling, in een enkel geval met achterlating van een siliconenrubber slangetje. De ingreep is bij 95% van de patiënten succesvol.
Dacryocystorhinostomie (DCR)
Wanneer er een verstopping zit in de traanzak of het neustraankanaal kan er een verbinding gemaakt worden tussen de traanzak en de neus (DCR).
Hierbij wordt er een snee gemaakt van ongeveer 10 mm lang in het slijmvlies aan de binnenzijde van de neus, ongeveer 1 cm voor de ooghoek. In de diepte wordt een opening in het bot tussen de traanzak en de neus gemaakt waardoor er een soort ‘bypass’ ontstaat (figuur 3). Er is een directe afvoer van tranen van de traanzak naar de neus. In dit nieuwe traanwegkanaal wordt een siliconenrubber slangetje geplaatst; het slangetje voert de tranen niet af, maar is bedoeld om het kanaaltje gedurende langere tijd open te houden en blijft ongeveer 6 weken zitten. Het slangetje is zichtbaar in de binnenooghoek (sliconentube). Het slangetje is na 6 weken eenvoudig te verwijderen. Een
DCR heeft in ongeveer 90% van de patiënten afdoende resultaat.
Figuur 3 Siliconenrubber slangetje in nieuwe traankanaal (schematische weergave).
Figuur 3b nieuwe traankanaal
Traanwegprothese
Bij een verstopping van het traankanaaltje (tussen de traanpunten en traanzak), is de situatie ingewikkelder. Door de kleine diameter van deze kanaaltjes is de afwijking veel moeilijker te behandelen dan verstopping van het ruime kanaal tussen traanzak en neus. In dit geval is het mogelijk om een traanwegprothese (buisje van Jones) te plaatsen. Hierbij wordt een klein glazen buisje geplaatst tussen de ooghoek en de neus. Het buisje is ongeveer 15 mm lang en 3 mm dik met aan ieder uiteinde een flensje. Het ene flensje bevindt zich in de ooghoek, het andere flensje bevindt zich in de neus (figuur 4). De tranen lopen dus rechtstreeks van de oog hoek naar de neus. De kans op succes na deze operatie is 70%. Wanneer de traanwegprothese eenmaal goed op zijn plek blijft, werkt deze meestal uitstekend. Soms heeft een traanweg prothese de neiging om niet goed op z’n plaats te blijven zitten, waardoor een hernieuwde operatie nodig is.
Figuur 4 Buisje van Jones (schematische weergave).
Na de operatie
Na de ingreep onder narcose blijft u in de uitslaapruimte (verkoeverkamer) van de operatieafdeling tot u goed wakker bent. Daarna haalt een verpleegkundige van de verpleegafdeling u weer op.
Kinderen
Wanneer uw kind goed aanspreekbaar is, voldoende heeft gedronken en niet meer misselijk is mag u met uw kind naar huis. U krijgt nog een recept met oogdruppels mee om het geopereerde oog bij uw kind gedurende 4 weken te druppelen in een afbouwschema (Tobradex oogdruppels, eerste week: 4 x dd. 1 druppel; tweede week: 3 x dd. 1 druppel; derde week: 2 x dd. 1 druppel; vierde week: 1 x dd. 1 druppel).
In principe is een polikliniekafspraak niet meer nodig, tenzij er een siliconenrubber slangetje is geplaatst.
Volwassenen
Na de operatie kan het oog door de zwelling nog tranen en pijn doen. De onderkant van de neus is bedekt met een gaasje. De verpleegkundige verschoont dit regelmatig. In het belang van een goede genezing mag u de eerste uren na de operatie niet uit bed (bedrust). Uw hoofd rust op een groot en een klein kussen. De verpleegkundige verwijdert het infuus. Wanneer u weer trek heeft, mag u gewoon eten. Het eten en drinken moeten echter wel afgekoeld zijn. U mag uit bed maar moet nog wel rustig aan doen.
Na de operatie mag u de neus wel ophalen, maar niet snuiten. Ook krijgt u op de polikliniek kno bij de planning van de operatie een recept oogdruppels (Tobradex) mee. Deze oogdruppels start u 1 dag na de operatie en gebruikt u gedurende 4 weken in een afbouwschema (eerste week: 4 x dd. 1 druppel; tweede week: 3 x dd. 1 druppel; derde week: 2 x dd. 1 druppel; vierde week: 1 x dd. 1 druppel). Het ontslag naar huis wordt voorbereid. Afhankelijk van de aard van de ingreep mag u de dag van de operatie of een dag na de operatie met ontslag naar huis. Als u naar huis mag, krijgt u een afspraak mee voor een controlebezoek aan de polikliniek. Na de operatie kan er wat zwelling en een blauwe verkleuring van de gezichtshuiden de oogleden optreden. Dit is het gevolg van kleine onderhuidse bloeduitstortingen en gewoonlijk verdwijnt dit binnen enkele dagen. De pijn na de operatie is meestal gering en altijd goed met pijnstillers te bestrijden. In de neus en omgeving kan een doof gevoel optreden omdat kleine zenuwen zijn uitgeschakeld. Dit verdwijnt vanzelf, het normale gevoel komt terug binnen enkele weken tot maanden. U mag de eerste twee weken na de operatie de neus niet snuiten. Bij snuiten kunnen lucht en ontstekingsproducten buiten het zeefbeen geperst worden. Het is normaal dat u wat vers bloed of bloederig slijm verliest uit de neus.
Nabehandeling neus na neusoperatie
Uw behandelend KNO-arts heeft u voor de operatie al een recept meegegeven voor een neuszalf (STB-wonddressing nasale zalf) en het advies gegeven een Nasofree neusdouche te gebruiken voor de nabehandeling na de neusoperatie. Hieronder staat de uitleg voor het gebruik. Wij adviseren u om de dag na de operatie te starten met het gebruik van de neusdouche en de zalf (de neusdouche en de neuszalf beiden 2 maal daags gedurende 2 weken gebruiken).
Gebruiksaanwijzing Nasofree neusdouche
Voor een videohandleiding kijkt u op www.nasofree.nlhttp://www.nasofree.nl
%2520%257B%2520%255Bnative%2520code%255D%2520%257D&w=1080&q=100)
Leeg 1 sachet nasaal spoelzout in de neusdouche en vul deze met lauwwarm water (tot streepje ‘maximaal’). Het water dat u gebruikt mag gekookt worden, maar dat hoeft niet. West-Europees kraanwater is in principe voldoende schoon. Voor gebruik schudt u de neusdouche een beetje. Zorgt u ervoor dat u een tissue of stukje keukenrol bij de hand hebt om gedurende het neusspoelen uw neus af te vegen.
Buig een beetje voorover en plaats de neusdouche schuin (in een hoek van ongeveer 45 graden) in één van uw neusgaten (zie foto).
Knijp rustig in de neusdouche en laat na het knijpen het nasaal spoelzout uit uw neus stromen. Het nasaal spoelzout kan zowel via hetzelfde neusgat (bij ernstig verstopte neus) als via het andere neusgat naar buiten stromen. Plaats de tip van de neusdouche in het andere neusgat en herhaal deze gang van zaken totdat de neusdouche leeg is. Door rustig te knijpen voorkomt u dat er nasaal spoelzout in uw keelholte terecht komt. Mocht dat wel voorkomen, is dat niet schadelijk en spuugt u het gewoon uit.
Gebruiksaanwijzing STB zalf voor de neus
Wat is STB-wonddressing nasale zalf?
STB-zalf is een wondverbandmiddel dat speciaal is ontwikkeld voor de behandeling van chronische oppervlakkige wonden en wonden/ beschadigde slijmvliezen in holten (bijvoorbeeld oor of neus). Geadviseerd wordt om STB-wonddressing nasale zalf tenminste 2 weken te gebruiken.
STB-wonddressing vormt een beschermend laagje over het beschadigde slijmvlies, waardoor bacteriën van buitenaf zoveel mogelijk worden tegengehouden en een vochtig wondmilieu ontstaat. Ook wordt korstvorming voorkomen (of bestaande korsten verweken) waardoor een snel herstel wordt ondersteund.
Hoe gebruikt u STB-zalf?
Wij adviseren u na uw neusoperatie om 2 keer per dag in beide neusgaten een beetje zalf aan te brengen met een wattenstokje en dit vervolgens door de neus te masseren.
Geadviseerd wordt om de STB-zalf tenminste 2 weken te gebruiken.
Is er kans op een complicatie?
Bij iedere operatie, ook een operatie aan de neus, is er sprake van enig risico. Er kan bijvoorbeeld een infectie optreden of een onverwachte bloeding. In de praktijk zijn complicaties bij een neusoperatie zeldzaam.
Richtlijnen voor de eerste week thuis
Voorkomen van drukverhoging in de neus
De eerste twee weken na de operatie moet u voorkomen dat er drukverhoging in de neus ontstaat. Dit kunt u voorkomen door:
Niet te bukken, te tillen en te persen.
U mag de neus niet snuiten wel zachtjes ophalen.
Niezen met de mond open. Als u veel moet niezen, kunt u hiervoor een geneesmiddel aan de huisarts vragen.
Voorkomen loslaten siliconenrubber slangetje/buisje van Jones
Het is belangrijk dat u niet in het geopereerde oog wrijft; u kan namelijk het siliconenrubber slangetje/buisje van Jones uit positie trekken, mocht dit toch gebeuren dan kunt u contact opnemen met de oogarts/KNO-arts.
Voorkomen van bloedvatverwijding
Door warmte ontstaat verwijding van de bloedvaten waardoor een bloeding kan optreden. U kunt dit voorkomen door:
Niet te heet te douchen.
Eten en drinken iets te laten afkoelen.
Geen gebruik te maken van sauna en/of zonnebank.
De eerste drie dagen niet in de zon te gaan lopen of zitten.
Bij een neusbloeding neemt u contact op met de polikliniek KNO, telefoonnummer (024) 3658255 of buiten kantooruren met de afdeling spoedeisende hulp (SEH) van CWZ, telefoonnummer (024) 365 83 22.
Pijnbestrijding
Een goede pijnbestrijding is belangrijk voor het genezingsproces. Daarom is het raadzaam dat u de eerste twee dagen de pijn met pijnstillers onderdrukt en dit langzaam afbouwt.
Dit doet u als volgt:
Dag 1 en 2: neem 4 keer per dag, 2 tabletten (om de 6 uur) paracetamol van 500 mg.
Dag 3 en 4: neem 4 keer per dag, 1 tablet (om de 6 uur) paracetamol van 500 mg.
Daarna stopt u met de pijnmedicatie en gebruikt u alleen bij pijn 2 tabletten paracetamol van 500 mg. (maximaal 4 keer per dag).
Wanneer u weer kunt gaan werken, naar school gaan of sporten overlegt u met de oogarts/KNO-arts bij de eerstvolgende controle op de polikliniek. Treden er ondanks de richtlijnen problemen of bijzonderheden op die niet kunnen wachten tot de eerstvolgende controle bij de oogarts/KNO-arts dan kunt u tijdens kantooruren contact opnemen met de oogkliniek of polikliniek KNO.
Is er kans op een complicatie?
Bij iedere operatie, ook een operatie aan de traanwegen, is er sprake van enig risico. Er kan bijvoorbeeld een infectie optreden of een onverwachte bloeding. In de praktijk zijn complicaties bij een operatie aan de traanwegen zeldzaam. Daarnaast zijn er specifieke complicaties voor deze ingreep.
Soms kunnen er neusbloedingen optreden;
Oogcomplicaties kunnen zijn; bloeduitstorting, lucht in de oogkas. Het oog is dan dik en u hoort een knisperend geluid bij drukken.
Vragen?
Als u na het lezen van de informatie nog vragen heeft, schrijf deze dan op of vraag iemand met u mee te gaan. De oogarts/KNO-arts beantwoordt graag uw vragen. De anesthesioloog zal de vragen over de anesthesie beantwoorden. Voor vragen over de operatie, de opname en de nazorg kunt u bij de verpleegkundige terecht.
Bericht van verhindering
Bent u op het afgesproken tijdstip verhinderd, meldt u dit dan zo snel mogelijk aan het secretariaat KNO. Er kan dan nog een andere patiënt in uw plaats gepland worden. Telefoonnummer (024) 365 87 10. U kunt het secretariaat ook e-mailen: secretariaat.kno@cwz.nlmailto:secretariaat.kno@cwz.nl
Adviezen voor thuis
Wat krijgt u mee naar huis?
Indien nodig een recept voor oogdruppels en pijnstilling.
Een controleafspraak is in principe niet nodig. Mochten er toch nog klachten blijven bestaan dan maakt u opnieuw een afspraak op het poliklinisch spreekuur.
De brief voor de huisarts wordt digitaal verstuurd.
Adviezen voor thuis
Voorkom de eerste 2 weken na de operatie drukverhoging in de neus. Dit kunt u voorkomen door uw kind zo min mogelijk te laten bukken, tillen en persen. Uw kind mag de neus niet snuiten, wel zachtjes ophalen. Niezen bij voorkeur met de mond open.
Voorkom loslaten van het eventueel achtergelaten siliconenrubber slangetje/buisje van Jones. Dit doet u door uw kind niet in de ogen te laten wrijven. Mocht het loslaten toch gebeuren dan neemt u contact op met de oogarts/KNO arts.
Door warmte ontstaat verwijding van de bloedvaten waardoor een bloeding kan optreden. U kunt dit voorkomen door uw kind niet te heet te laten douchen, eten en drinken iets af te laten koelen en de eerste 3 dagen niet in de zon te laten.
Indien nodig moet het geopereerde oog gedurende 4 weken gedruppeld worden in een afbouwschema.
Indien nodig geeft de arts op de verkoeverkamer een recept voor oogdruppels mee aan de ouders om het geopereerde oog bij het kind gedurende 4 weken te druppelen in een afbouwschema.
Tobradex oogdruppels
Eerste week 4 x per dag 1 druppel
Tweede week 3 x per dag 1 druppel
Derde week 2 x per dag 1 druppel
Vierde week 1 x per dag 1 druppel
Een goede pijnbestrijding is belangrijk voor het genezingsproces. Paracetamol is vaak voldoende. Afbouwen van pijnstilling mag op geleide van de pijn.
Paracetamol: ………......x per dag ……....…..….mg (zetpil/tablet)
Tijden: ..........................uur…………………....uur........................uur.....................uur
Bellen bij problemen
Bij klachten die horen bij de operatie kunt u overdag bellen naar de polikliniek KNO (B66), (024) 365 82 25. ’s Avonds, ’s nachts en in het weekend belt u naar de Spoedeisende hulp van CWZ, (024) 365 83 22.
Contact
- KNOPolikliniek KNO (B66)
Bij verhinderingen: secretariaat KNO, telefoonnummer (024) 365 87 11. Er kan dan nog een andere patiënt in uw plaats gepland worden.
U kunt het secretariaat dan ook mailen: secretariaat.kno@cwz.nlmailto:secretariaat.kno@cwz.nl
(024) 365 82 25 of (024) 365 87 10 (secretariaat)
Maandag tot en met vrijdag van 8.30 tot 16.30 uur
Verpleegafdeling KNO (C40)Bij verhinderingen: secretariaat KNO, telefoonnummer (024) 365 87 11. Er kan dan nog een andere patiënt in uw plaats gepland worden.
U kunt het secretariaat dan ook mailen: secretariaat.kno@cwz.nlmailto:secretariaat.kno@cwz.nl
(024) 365 78 00
- Kindergeneeskunde
G399 en G828Laatst bijgewerkt op 30 januari 2026

