Operatie aan de oorspeekselklier (Glandula Parotis)

Behandeling

Inleiding

Uw behandelend arts heeft voorgesteld om vanwege problemen aan uw speekselklier(en) een onderzoek en/of behandeling door de KNO-arts uit te laten voeren. Deze pagina geeft u informatie over wat de KNO-arts in CWZ met u bespreekt. Zo kunt u zich voorbereiden op het gesprek of na het gesprek alles nog eens rustig kan nalezen.

Onderzoek

Lichamelijk onderzoek
Om een speekselklieraandoening vast te stellen, zal uw arts u onderzoeken. Hij zal de mondholte goed bekijken en bevoelen. Een steentje in een afvoerbuisje voelt de arts vaak aan de binnenkant van de wang of in de mondbodem onder de tong. Soms zijn er nog een paar specialistische onderzoeken nodig.

Echo
Bij een echografisch onderzoek zijn de speekselklieren op een monitor goed te zien. Dit onderzoek gebeurt met geluidsgolven en doet geen pijn. Met een echo kan uw arts bepalen of er speekselsteentjes zijn en waar deze zich bevinden. Ook een mogelijk gezwel is te zien op de echo. Dit onderzoek wordt meestal door een radioloog uitgevoerd.

Punctie
Bij een punctie haalt de arts met een holle naald wat cellen uit het weefsel. Meestal kan de arts hiermee bepalen wat voor ontsteking of gezwel u heeft. De uitslag van dit onderzoek is meestal na één week bekend. Als de arts twijfelt aan de diagnose kan verder onderzoek worden gedaan, bijvoorbeeld een MRI-scan. Voor dit onderzoek is een losse CWZ-pagina beschikbaar.

Medische behandeling van speekselklieraandoeningen

Soms kunnen steentjes in de afvoerbuisjes en ontstekingen in de speekselklieren uitgedreven worden. U moet dan op zuurtjes zuigen of uw mond met citroenzuur of citroensap spoelen. De speekselklieren worden daardoor extra gestimuleerd en maken meer speeksel. Soms is een antibioticakuur nodig. Een operatie is nodig als deze behandelingen onvoldoende resultaat hebben of als uw arts een gezwel vaststelt.

Operatie aan de oorspeekselklier (glandula parotis)

De oorspeekselklier bestaat uit 2 delen: een oppervlakkig deel en een dieper gelegen deel. Bij een (goedaardig) gezwel of een steeds terugkerende ontsteking haalt de arts alleen het oppervlakkige deel van deze klier weg. Deze operatie vindt plaats onder verdoving (narcose). Nadat u slaapt, worden er naaldjes (electroden) geplaatst in spiertjes van uw gezicht. Wanneer de arts tijdens de operatie in de buurt komt van een zenuwtakje, geeft de monitor een signaal. Op deze manier gaan we veilig om met uw aangezichtszenuw. De kans dat er een blijvende beschadiging optreedt van uw aangezichtszenuw is op deze manier kleiner dan 1%. Wel kan de zenuw, of een deel van de zenuw, tijdelijk gekwetst zijn, waardoor (een deel van) uw gezicht tijdelijk minder goed kan bewegen.

Als uw arts na de operatie zegt dat de zenuw heel is gebleven en de monitor bij controle van de zenuw een goed teken gaf, is een volledig herstel van de zenuwfunctie in principe te verwachten. Dit kan een paar maanden duren. De incisie (snede) die hierbij meestal gebruikt wordt loopt voor het oor langs, naar net achter het oor, op de hoogte van de oorlel en dan met een bochtje de hals in. Over het algemeen geeft deze snee het mooiste cosmetische resultaat. De eerste weken tot een paar maanden na de operatie voelt dit gebied anders aan; uiteindelijk herstelt zich dit, meestal met uitzondering van het litteken zelf, dat gevoelloos zal blijven.

G456-U voorbeeld incisie (snede).png

Afbeelding: voorbeeld incisie (snede)

De operatie

  • Als eerste wordt bijna altijd de ‘hoofdstam’ van de aangezichtszenuw opgezocht. Dit is het dikste punt van de zenuw, op de plek waar deze uit de schedel treedt, een plek waar de zenuw in bijna alle gevallen gelegen is.

  • Soms is het niet nodig om dit dikste punt van de zenuw op te zoeken, vooral wanneer het gezwel erg laag in de oorspeekselklier ligt. Uw arts bespreekt van tevoren met u of dit het geval is.

  • Wanneer deze hoofdstam gelokaliseerd is, wordt op geleide van de steeds kleiner wordende aftakkingen hiervan verder geopereerd. De zenuw wordt altijd in de gaten gehouden om zo de kans op kwetsen van de zenuw zo klein mogelijk te houden. Een tweede zenuw, die zorgt voor het gevoel in uw oorlelletje en een stukje oor erboven en een stukje hals eronder, kan bijna nooit gespaard worden tijdens de operatie. Dit komt omdat het gezwel niet veilig genoeg verwijderd kan worden wanneer deze zenuw heel blijft. Het doorsnijden van deze zenuw zal leiden tot een ‘doof gevoel’ in het hierboven uitgelegd gebied. Na ongeveer één jaar geven de meeste mensen aan dit niet meer te ervaren en/of merken. Het gaat dus niet om minder horen of pijn, maar om een verminderd gevoel van en rondom het oorlelletje.

  • Het gezwel in de oorspeekselklier wordt weggehaald, rekening houdend met de zenuwtakjes. Meestal lukt het om een gezond laagje gewoon speekselklierweefsel op het gezwel te laten zitten, zodat zekerder is dat het gezwel in zijn geheel verwijderd is. Soms is dit niet mogelijk, bijvoorbeeld wanneer een van de zenuwtakjes heel dicht op het kapsel van het gezwel loopt.

  • Vaak wordt een drain (slangetje) in de wond achtergelaten, zodat er geen bloed onder de huid kan gaan zitten en de kans op infecties kleiner is. Normaal blijft de drain 1 tot 3 dagen zitten en mag hij verwijderd worden in overleg met de arts. U kunt met deze drain naar huis toe, soms zelfs al de dag van de operatie. Dit gebeurt in overleg met u.

Mogelijke complicaties

Bij iedere operatie bestaat een kans op complicaties. U kunt na een operatie van een speekselklieraandoening last krijgen van een nabloeding of een wondinfectie. Dit zijn de ‘normale’ risico’s van een operatie.

Schade aan de aangezichtszenuw
Bij de operatie aan de oorspeekselklier bestaat het risico op schade van één of meer van de takken van de aangezichtszenuw. Over het algemeen ontstaat dan een tijdelijke (meestal voor een deel) uitval van de functie van één of meer aangezichtsspieren. Het kan zijn dat het ooglid niet meer goed sluit of dat de mondhoek hangt. Het gaat gelukkig bijna altijd om een tijdelijke uitval. De kans dat een zenuwtak wordt doorgesneden is erg klein.

Syndroom van Frey
Dit syndroom komt nog weleens voor, meestal enige tijd na de operatie. Tijdens of na het eten treedt er transpiratie op in het geopereerde gebied voor het oor. De oorzaak van dit verschijnsel is dat de zenuwen van de speekselklier in de huid groeien, waardoor er bij het stimuleren van de klier (tijdens het eten) een rode plek bij de huid ontstaat met vochtafscheiding. Het is soms een vervelend verschijnsel, maar het kan geen kwaad. Als de klachten als te vervelend worden ervaren, kan een behandeling met botox injecties worden overwogen.

Kans op een nieuw gezwel
Afhankelijk van het type goedaardig gezwel is er een kleine kans op terugkeer (‘recidief’) van het gezwel, hoe goed de operatie ook gegaan is. Meestal ligt deze kans in de orde grootte van 5%. In geval van een recidief zullen opnieuw alle behandelopties met u doorgenomen worden.

Voorbereiding operatie in CWZ

Een goede verdoving bij een operatie is belangrijk, dus ook bij een operatie aan de speekselklieren. Deze operatie vindt in narcose plaats. U zult geen pijn voelen tijdens de operatie.

  • Gebruikt u bloedverdunnende medicijnen of bent u onder controle van de trombosedienst? Meld dit dan aan uw behandelend arts in CWZ. Denk bij bloedverdunnende medicijnen aan bij voorbeeld acenocoumarol of fenprocoumon en/of aspirine.

  • Als u bekend bent bij de trombosedienst, neem uw doseerkaart altijd mee naar het ziekenhuis.

  • Het kan zijn dat u tijdelijk moet stoppen met deze bloedverdunnende medicijnen. Uw behandelend arts vertelt u hoe lang u voor de ingreep of operatie met het innemen moet te stoppen en wanneer u weer kunt beginnen met de medicijnen.

  • Als u medicijnen gebruikt of overgevoelig bent voor bijvoorbeeld jodium, verdovingsvloeistof, pleisters of andere stoffen meld dit dan aan de arts, de verpleegkundige of assistente van polikliniek.

  • Meld ook als u een pacemaker (of een ICD) draagt.

  • Meld ook of u preventief antibiotica nodig heeft.

Spreekuur anesthesioloog

De anesthesioloog schat in welke risico’s in uw geval aan de operatie en de anesthesie verbonden zijn en hoe deze kunnen worden beperkt. U krijgt een telefonische of fysieke afspraak bij de anesthesist.

U wordt voor een operatie aan de speekselklier één (dagbehandeling) tot drie dagen in het ziekenhuis opgenomen; de opnameduur wordt in overleg met uw arts bepaald. Het secretariaat KNO regelt de opname- en operatieplanning. Op de polikliniek krijgt u onder voorbehoud de datum waarop de operatie gepland is. Deze wordt ongeveer een week van tevoren schriftelijk bevestigd door het secretariaat KNO. Heeft u nog geen operatie-datum gekregen dan neemt het secretariaat KNO nog contact met u op.

De dag van de operatie

  • Volgens de afspraken met de anesthesioloog op het anesthesiespreekuur blijft u nuchter en bent u eventueel gestopt met het innemen van (bloedverdunnende) geneesmiddelen.

  • U meldt zich op het afgesproken tijdstip bij Meldpunt 2C (dagkliniek) Daar wordt u doorverwezen naar de opnameafdeling.

  • Na een opnamegesprek met de verpleegkundige krijgt u de voorbereidende medicatie voor de anesthesie (premedicatie).

  • Het is belangrijk dat u voor de operatie nog even plast, zodat de blaas leeg is.

  • Wanneer u een kunstgebit en/of contactlenzen draagt moet u deze uitdoen. Ook mag u tijdens de operatie geen sieraden dragen.

  • Tijdens de operatie draagt u een operatiehemd dat u al vast aantrekt.

  • Een verpleegkundige rijdt u met uw bed naar de voorbereidingsruimte van de operatieafdeling. Dan krijgt u een infuus.

  • U gaat naar de operatiekamer en schuift over op de operatietafel.

  • Voordat de anesthesioloog u de narcosemiddelen via het infuus geeft, wordt eerst de bewakingsapparatuur aangesloten en volgt nog een laatste controle in aanwezigheid van het hele operatieteam.

  • Na toediening van een snelwerkend slaapmiddel bent u binnen een halve minuut in een diepe slaap.

Na de operatie

  • Na de operatie onder narcose blijft u in de uitslaapruimte (verkoeverkamer) van de operatieafdeling tot u goed wakker bent.

  • Daarna haalt een verpleegkundige van de verpleegafdeling u weer op.

  • Direct na de operatie u pijn in en rondom de kaak hebben. De pijn kan uitstralen naar het oor. Vraag de verpleging op tijd om een pijnstillend middel. De verpleegkundige verwijdert het infuus. In overleg met uw arts wordt de drain verwijderd; deze moet minimaal 24 uur blijven zitten.

  • U mag op eigen gelegenheid naar huis, maar u mag niet zelf de auto besturen.

  • U krijgt een afspraak voor een controlebezoek op de polikliniek een week na de operatie. Dan worden ook de hechtingen verwijderd.

Adviezen voor thuis

Afhankelijk van de soort operatie en uw persoonlijke situatie, kunt u na de operatie nog enige tijd last hebben van het operatiegebied. Er volgen nog een paar adviezen:

  • Na het douchen de wond droogdeppen. U mag de eerste week niet baden en zwemmen. Drooghouden van de wond bevordert een goede wondgenezing, dus kunt u beter ook geen afsluitende pleister op de wondjes gebruiken.

  • Wanneer u pijn heeft, kunt u dit het beste bestrijden met paracetamol (500 mg). U mag 4 keer per dag 2 tabletten innemen. Wanneer de pijn minder wordt kunt u dit langzaam weer afbouwen. Dit doet u als volgt:

    • De eerste 2 dagen neemt u 4 keer per dag 2 tabletten paracetamol van 500 mg.

    • Dan neemt u 2 dagen 4 keer per dag 1 tablet paracetamol van 500 mg.

    • Daarna stopt u met de pijnmedicatie en gebruikt alleen indien nodig bij pijn 2 tabletten paracetamol van 500 mg. (maximaal 4 keer per dag).

  • Houdt u zich verder een week rustig. In principe zult u na een week hersteld zijn en kunt u weer beginnen met uw activiteiten.

Wanneer een arts waarschuwen?

Het is belangrijk dat u in de volgende gevallen contact opneemt met uw behandelend arts of huisarts:

  • Als de wond steeds dikker en rood wordt en de pijn erger wordt.

  • Als u koorts heeft hoger dan 38,5 graden Celsius. Geef aan de huisarts altijd door dat u geopereerd bent en hoe lang dit geleden is.

Heeft u vragen?

Als u na het lezen van de informatie nog vragen heeft, schrijf deze dan op of vraag iemand met u mee te gaan. De KNO-arts beantwoordt graag uw vragen over uw klachten en de behandeling daarvan. De anesthesioloog zal de vragen over de anesthesie beantwoorden. Voor vragen over de operatie, de opname en de nazorg kunt u bij de verpleegkundige terecht.

Kunt u niet komen?

Bent u op het afgesproken tijdstip verhinderd? Meld dit zo snel mogelijk bij het secretariaat KNO, telefoonnummer 024 365 87 11. Er kan dan nog een andere patiënt in uw plaats gepland worden. U kunt het secretariaat ook mailen: secretariaat.kno@cwz.nl

Extra informatie

Speekselklieraandoeningen
Behalve veel kleine speekselkliertjes in de mondholte heeft iedereen 6 grotere speekselklieren buiten de mond (3 aan beide de kanten van het hoofd). Het grootste deel van het speeksel wordt door deze 6 grotere speekselklieren gemaakt. Onder beide kaakranden ligt een onderkaakspeekselklier (glandula submandibularis). Onder de tong ligt aan beide kanten een onder-de-tong speekselklier (glandula sublingualis). De oorspeekselklier (glandula parotis) ligt aan beide kanten voor en net onder de oren. Deze laatste speekselklier bestaat uit 2 delen: een oppervlakkig deel en een diep gelegen deel.

Tussen deze 2 delen in loopt een belangrijke zenuw: de aangezichtszenuw (nervus facialis). Deze zenuw zorgt er onder andere voor dat u uw lippen en ogen kunt sluiten en dat u met uw gezicht kunt lachen. Via een dun buisje wordt het speeksel uit de grotere klieren naar de mond gevoerd. Tijdens het eten maakt het speeksel het voedsel vochtig en worden de enzymen (stoffen die nodig zijn voor de spijsvertering) uit het speeksel door het voedsel gemengd. Dit is de eerste stap in het spijsverteringsproces.

In de speekselklieren kunnen steentjes, ontstekingen of gezwellen ontstaan. In de afvoerbuizen naar de mond kunnen steentjes de afvoer van speeksel tegenhouden en ontstekingen veroorzaken. De afvoerbuizen van de oorspeekselklieren komen uit in het wangslijmvlies. De afvoerbuizen van de onderkaakspeekselklieren komen uit in het slijmvlies van de mondbodem, onder de tong.

G456-U oorspeekselklier aangezichtszenuw.png

Afbeelding: oorspeekselklier met daarin de verschillende aftakkingen van de aangezichtszenuw (nervus facialis), zie pijl.

Verschijnselen van speekselklieraandoeningen
Als een speekselsteentje een van de afvoerbuisjes afsluit, kan het speeksel niet meer naar de mond weglopen. De speekselklier zwelt op waardoor u dan veel pijn kunt hebben. Deze pijn ontstaat als u iets eet of drinkt, vooral bij stoffen die de productie van speeksel sterk stimuleren, zoals zure snoepjes en zure drank. Als de afvoer van het speeksel een probleem blijft, ontstaan in de loop van dagen/weken ook ontstekingsverschijnselen. U heeft dan steeds pijn. Soms kan pus (etter) uit het afvoerbuisje in uw mond komen. U proeft dan een vieze smaak in uw mond.

Wanneer u rookt of te weinig drinkt kunt u ook last van ontstekingen krijgen. De speekselklieren worden dan te weinig geprikkeld om speeksel af te geven. Ook beide speekselklieren voor uw oren kunnen opzwellen, bijvoorbeeld bij de bof. Soms kan er een gezwel in één van de speekselklieren ontstaan. U voelt dan een bobbel in een van de speekselklieren. Over het algemeen doet dit geen pijn. Het gaat meestal om een goedaardig gezwel. Kwaadaardige gezwellen van de speekselklieren zijn vrij zeldzaam.

Contact

G456-ULaatst bijgewerkt op 4 februari 2026

Inhoudsopgave