Onderzoek waarmee diverse ziektes in het lichaam opgespoord kunnen worden

Onderzoek

MIBG-scintigrafie

Inleiding

U krijgt een MIBG-scintigrafie. Dat is een onderzoek waarmee diverse ziektes in het lichaam opgespoord kunnen worden. Hier leest u hoe dit onderzoek verloopt.

Waar moet u zijn?

U meldt zich 10 minuten voor de afgesproken tijd bij Meldpunt 3B. Daarna gaat u naar wachtruimte 21 van de afdeling nucleaire geneeskunde. Als u aan de beurt bent, wordt u opgehaald.

Moet u iets doen vóór het onderzoek?

Sommige medicijnen hebben invloed op het onderzoek. Als u medicijnen gebruikt, moet u de afdeling nucleaire geneeskunde bellen. Zij zeggen of u tijdelijk moet stoppen met het innemen van medicijnen.

Het telefoonnummer staat bij de adresgegevens op de laatste pagina .

U krijgt een radioactieve vloeistof met jodium. Om ervoor te zorgen voorkomen dat de radioactieve stof niet naar de schildklier gaat, krijgt u van ons medicijnen (kaliumperchloraat).

U moet 2 keer per dag 1 capsule kaliumperchloraat (200 mg) innemen

  • ’s ochtends en ‘s avonds de dag vóór het onderzoek

  • ’s ochtends en ‘s avonds de dag van het onderzoek

Kaliumperchloraat-capsules zitten in de envelop bij deze afspraak.

U mag gewoon eten en drinken voor het onderzoek.

Waarom krijgt u dit onderzoek?

Met dit onderzoek kunnen we verschillende soorten ziektes in het lichaam opsporen. Uw arts kan u vertellen waarom u dit onderzoek krijgt.

Hoe gaat het onderzoek?

Het onderzoek is verdeeld over drie dagen. De voorbereidingen en het verloop zijn steeds hetzelfde. Alleen de duur is verschillend en op dag 1 is er een wachttijd van 4 uur.

  • U krijgt een infuusnaaldje in de arm. Dit naaldje zit in een bloedvat. Via dit naaldje spuit de laborant een vloeistof in de arm. Deze vloeistof is radioactief. U voelt hier niets van.

  • Na ongeveer 4 uur is de vloeistof goed opgenomen in uw lichaam.

  • Voordat de foto’s worden gemaakt moet u uitplassen.

  • Hierna brengt een laborant u naar het kleedhokje. Hier doet u kleding met metalen delen uit. U mag geen sieraden dragen. U mag uw ondergoed, sokken en een T-shirt aanhouden.

  • Tijdens het maken van de foto ligt u op uw rug. Vlak boven en onder uw hangt een camera. Het maken van de foto duurt 5 minuten.

  • De tweede dag worden foto’s gemaakt van het hele lichaam. Ook nu ligt u op uw rug op tafel. Vlak boven en onder u hangt een camera. Hierna worden foto’s gemaakt waarbij de camera’s om u heen draaien. Het maken van de foto’s duurt 2 uur.

  • De derde dag worden er weer foto’s gemaakt. U ligt weer op uw rug en er hangt vlak boven en onder u een camera. De arts van de afdeling nucleaire geneeskunde (de nucleair geneeskundige) bepaalt welke foto’s er gemaakt worden. Het maken van de foto’s duurt ongeveer 45 minuten.

G429-A scan-apparaat.jpgAfbeelding: scan-apparatuur

Hoelang duurt het onderzoek?

  • Op dag 1 duurt het onderzoek in totaal 4,5 uur. Hierin zit een wachttijd van 4 uur.

  • Op dag 2 duurt het onderzoek 2 uur.

  • Op dag 3 duurt het onderzoek 1 uur.

Wat doet u na het onderzoek?

  • Na het onderzoek kunt u weer naar huis. U mag meteen weer autorijden.

  • U kunt gewoon eten en drinken. Het is goed om wat meer te drinken na het onderzoek.

  • De radioactieve stof verlaat het lichaam via de urine. Na het plassen moet u goed de handen wassen.

Is het onderzoek gevaarlijk?

Het onderzoek is niet gevaarlijk. De hoeveelheid straling die u krijgt, is evenveel als bij een röntgenfoto. Na enkele dagen is alle radioactieve vloeistof uit het lichaam. U kunt een blauwe plek krijgen van de prik. Deze verdwijnt na een paar dagen vanzelf. Van de radioactieve vloeistof merkt u niets.

Wanneer krijgt u de uitslag?

De nucleair geneeskundige kijkt eerst naar de foto’s. De uitslag is na ongeveer 5 werkdagen bij uw behandelend arts bekend. Deze spreekt met u af wanneer u de uitslag van het onderzoek krijgt.

Bent u zwanger?

Bent u zwanger of denkt u dat u zwanger bent? Bel dan met uw behandelend arts. Deze bekijkt dan of u een ander onderzoek krijgt.

Geeft u borstvoeding?

Geeft u borstvoeding? Dan mag u dit korte tijd niet geven. Hoelang u geen borstvoeding mag geven, hangt af van het onderzoek. Dit overlegt de nucleair geneeskundige met u.

Heeft u vragen?

Als u nog vragen heeft, kunt u bellen met de afdeling nucleaire geneeskunde. Tijdens het onderzoek vertelt de laborant steeds wat er gaat gebeuren. U kunt uw vragen ook stellen vlak vóór, tijdens en na het onderzoek.

G429-A

Inhoudsopgave