Onderzoek naar de doorbloeding van de hartspier met adenosine of dobutamine

Onderzoek

Hartspierscintigrafie met adenosine of dobutamine

Inleiding

U krijgt een hartspierscintigrafie met adenosine of dobutamine. Dat is een onderzoek naar de doorbloeding van de hartspier. Hier leest u hoe dit onderzoek verloopt.

Waar moet u zijn?

U meldt zich 10 minuten voor de afgesproken tijd bij Meldpunt 3B. Daarna gaat u naar wachtruimte 21 van de afdeling nucleaire geneeskunde. Als u aan de beurt bent, wordt u opgehaald.

Moet u iets doen vóór het onderzoek?

Bij dit onderzoek hoort een belangrijke voorbereiding. Deze staat vermeld op de achterzijde van de afspraakbrief en/of op MijnCWZ. Lees deze goed door. U mag een aantal dingen niet eten en drinken. Bovendien kan het zijn dat u uw medicijnen tijdelijk moet stoppen.
Als u zich niet aan deze voorbereiding houdt kan het onderzoek niet doorgaan!

Waarom krijgt u dit onderzoek?

Uw klachten hebben misschien iets te maken met uw hart. Daarom laat uw arts dit onderzoek bij u doen. Met dit onderzoek kijken we naar de doorbloeding van de hartspier. Dit doen we bij inspanning en in rust.

Hoe gaat het onderzoek?

Het onderzoek bestaat uit het inspanningsonderzoek en het rustonderzoek. Dat gebeurt op 2 verschillende dagen.

G517 inspanningsapparatuurAfbeelding: inspanningsapparatuur

Het inspanningsonderzoek
Dit onderzoek gebeurt met het medicijn adenosine of dobutamine. Deze medicijnen geven hetzelfde effect als een inspanning.

  • Een laborant roept u naar binnen.

  • U maakt het bovenlichaam bloot.

  • U krijgt een infuusnaaldje in de arm. Dit naaldje zit in een bloedvat.

  • Via dit infuusnaaldje spuit de nucleair geneeskundige (de arts) het inspanningsmedicijn in.

  • Als u kunt fietsen, fietst u licht mee op een hometrainer.

  • Tijdens het onderzoek wordt een hartfilmpje gemaakt en wordt de bloeddruk gemeten.

  • Op een bepaald moment spuit de laborant via het infuusnaaldje een vloeistof in. Deze vloeistof is radioactief. De vloeistof gaat naar de hartspier. U voelt hier niets van.

  • U trekt uw bovenkleding weer aan.

  • Hierna moet u 45 minuten in de wachtkamer wachten.

  • U eet de meegenomen boterham op. U krijgt 2 bekers water te drinken.

  • Na 45 minuten brengt een laborant u naar het kleedhokje. Hier maakt u het bovenlichaam opnieuw bloot. Een hemdje mag u aanhouden.

  • Er worden 2 scans gemaakt. Bij één scan ligt u op uw rug en bij de andere zit u rechtop.

  • Het maken van de scans duurt in totaal ongeveer 20 minuten. Er wordt ook een hartfilmpje gemaakt.

G517 scan-apparaatAfbeelding: scan-apparatuur

Het rustonderzoek

  • U krijgt een infuusnaaldje in de arm. Dit naaldje zit in een bloedvat.

  • Via dit naaldje spuit de laborant een beetje vloeistof in de arm. Deze vloeistof is radioactief. U voelt hier niets van.

  • Hierna moet u 45 minuten in de wachtkamer wachten.

  • U eet de meegenomen boterham op. U krijgt 2 bekers water te drinken.

  • Het maken van de scans gaat op dezelfde manier als bij het inspanningsonderzoek.

Hoelang duurt het onderzoek?

Het inspanningsonderzoek duurt in totaal 2 uur. Hierin zit een wachttijd van 45 minuten. Het maken van de scans duurt 20 minuten.

Het rustonderzoek duurt in totaal 1,5 uur. Hierin zit een wachttijd van 45 minuten. Het maken van de scans duurt 20 minuten.

Wat doet u na het onderzoek?

  • Na het onderzoek kunt u weer naar huis. U mag meteen weer autorijden.

  • U kunt gewoon eten en drinken. Het is goed om wat meer te drinken na het onderzoek.

  • De radioactieve stof gaat uit het lichaam via de urine. Na het plassen moet u goed de handen wassen.

Is het onderzoek gevaarlijk?

Het onderzoek is niet gevaarlijk. De hoeveelheid straling die u krijgt, is evenveel als bij een röntgenfoto. Na enkele dagen is alle radioactieve vloeistof uit het lichaam verdwenen. U kunt een blauwe plek krijgen van de prik. Deze verdwijnt na een paar dagen vanzelf. Van de radioactieve vloeistof merkt u niets.

U kunt bijwerkingen krijgen van het inspanningsmedicijn. De bijwerkingen die het meeste voorkomen zijn hoofdpijn en duizeligheid. Als het nodig is, kan de nucleair geneeskundige een medicijn geven waardoor de klachten weg gaan. Dit is bijna nooit nodig, omdat de klachten meestal kort na het onderzoek verdwijnen.

Wanneer krijgt u de uitslag?

De arts van de afdeling nucleaire geneeskunde (nucleair geneeskundige) kijkt eerst naar de foto’s. Deze geeft de uitslag door aan uw cardioloog. Uw cardioloog spreekt met u af wanneer u de uitslag van het onderzoek krijgt.

Bent u zwanger?

Bent u zwanger of denkt u dat u zwanger bent? Bel dan met uw behandelend arts. Deze bekijkt dan of u een ander onderzoek krijgt.

Geeft u borstvoeding?

Geeft u borstvoeding? Dan mag u dit korte tijd niet geven. Hoelang u geen borstvoeding mag geven, hangt af van het onderzoek. Dit overlegt de nucleair geneeskundige met u.

Heeft u vragen?

Als u nog vragen heeft, kunt u bellen met de afdeling nucleaire geneeskunde. Tijdens het onderzoek vertelt de laborant steeds wat er gaat gebeuren. U kunt uw vragen ook stellen vlak vóór, tijdens en na het onderzoek.

G517Laatst bijgewerkt op 19 februari 2025

Inhoudsopgave