Onderzoek en operatie van de schildwachtklier bij melanoom (huidkanker)

Onderzoek

Inleiding

Uw behandelend chirurg heeft met u besproken dat bij de verwijdering van huidkanker ook de schildwachtklier wordt verwijderd. Deze pagina geeft u informatie over wat de chirurg met u bespreekt, zodat u zich kunt voorbereiden op het gesprek of na het gesprek alles nog eens rustig kunt nalezen.

Het melanoom

Het melanoom (kwaadaardige moedervlek) is een tumor die uitgaat van de pigmentcellen van de huid (melanocyten). Meestal ziet het eruit als een snel groeiende, makkelijk bloedende, bruinzwarte moedervlek, die soms jeukt of pijnlijk is en soms kan zweren.

Het onderscheid met een gewone moedervlek (naevus) kan lastig zijn. Vaak ontstaat een melanoom op een nieuwe plaats, maar ook een gewone moedervlek kan een kwaadaardigheid worden. Elke verandering van een moedervlek verdient dan ook grote aandacht.

Hoe ernstig is het?

Het melanoom is een huidtumor die aanleiding kan geven tot uitzaaiingen. Over het algemeen kan gesteld worden: hoe dunner de tumor bij microscopisch onderzoek, hoe beter de levensverwachting zal zijn, maar ook: hoe dikker de afwijking, hoe slechter de levensverwachting.

Hoe kan het behandeld worden?

De behandeling is in principe chirurgisch, waarbij de afwijking voldoende ruim dient te worden verwijderd. Dat wil zeggen dat behalve het melanoom ook een rand gezond weefsel moet worden verwijderd, om de kans dat er op die plek later weer een melanoom komt, zo klein mogelijk te maken. Meestal zal de procedure als volgt zijn. Eerst wordt een verdacht plekje verwijderd en microscopisch onderzocht. Dit kan meestal poliklinisch onder lokale verdoving. Wanneer daar de diagnose melanoom op wordt gesteld, volgt een tweede operatie, waarbij het litteken ruim wordt verwijderd (re-excisie).

Wanneer in de nabijheid van het melanoom een lymfeklier in de lies, oksel of hals afwijkend aanvoelt, wordt deze ook onderzocht. Blijkt de lymfeklier een uitzaaiing van het melanoom te bevatten, en worden er elders in het lichaam geen uitzaaiingen gevonden, dan kan er besloten worden tot het verwijderen van alle lymfeklieren in de betreffende lies, oksel of hals.

Wanneer er geen verdachte lymfeklieren zijn en als de tumor dikker is dan 0,8 mm, dan kan aanvullend onderzoek worden gedaan naar de lymfklieren via de zogeheten schildwachtklierprocedure. De schildwachtklierprocedure heeft een voorspellende waarde over het ziekteverloop (prognose) en kan waarschijnlijk de uiteindelijke overlevingskans bij sommige mensen verbeteren.

Zijn er geen uitzaaiingen en vertoont het verwijderde littekengebied geen tumor meer, dan is de behandeling voltooid. Zijn er wel uitzaaiingen in de lymfklier, dan volgen aanvullende onderzoeken en behandelingen.

Onderzoek van de schildwacht- of poortwachterklier

Met een nucleair geneeskundig onderzoek kunnen lymfeklieren opgespoord worden, die als eerste in contact staan met een gezwel in de huid (melanoom). Met name het opsporen van deze éérste lymfklier (schildwachtklier of poortwachtersklier of sentinel node) is het doel van het onderzoek. Dit kunnen soms ook 2 of 3 lymfklieren zijn.

  • Het onderzoek duurt 2 dagen.

  • Op dag 1, de dag vóór de operatie, wordt een radioactieve stof rond het litteken ingespoten op de plaats waar het melanoom is verwijderd. De inspuiting duurt ongeveer 15 minuten.

  • Op dag 2, de dag van de operatie, wordt er een scan gemaakt. In totaal kost dit onderzoek ongeveer 30 minuten.

Melden

10 minuten voor de afspraaktijd meldt u zich bij Meldpunt 3B. U wordt daar verwezen naar de juiste wachtruimte. Zodra u aan de beurt bent, wordt u opgehaald.

Inspuiting

Op de plaats van het melanoom ontdoet u zich van kleding. U gaat op een onderzoekstafel liggen. De nucleair geneeskundige spuit met een injectiespuit een kleine hoeveelheid radioactieve stof op twee of vier plaatsen rond de plaats waar het melanoom zat. Behalve de prik voelt u niets.

Onderzoek

  • Er worden met een gammacamera foto’s gemaakt. U gaat op de onderzoekstafel liggen. Boven u bevindt zich de camera.

  • Er worden 1 tot 4 opnames gemaakt van 5 à 10 minuten per opname.

  • U moet proberen zo stil mogelijk te blijven liggen.

  • Aansluitend komt de laborant en markeert met een viltstift de plaats van de lymfklier(en) op de huid.

  • De radioactieve stof wordt uitgescheiden via urine of ontlasting. Neem daarom de normale standaard hygiënische maatregelen.

Mogelijke risico’s en complicaties

De hoeveelheid radioactieve stof die u krijgt toegediend bij een nucleair onderzoek is erg klein. De hoeveelheid straling waaraan u wordt blootgesteld is vergelijkbaar met die van het maken van een röntgenfoto. U zult hiervan geen nadelig effect ondervinden. Van de ingespoten stof merkt u niets. Na enkele dagen is de radioactieve stof uit uw lichaam verdwenen. U vormt geen stralingsgevaar voor uw omgeving gedurende de tijd dat deze stof in uw lichaam zit.

Allergische reacties komen uiterst zelden voor, en dan alleen in lichte mate. Er bestaat een kleine kans op een bloeduitstorting door het aanprikken van een bloedvat. Deze verdwijnt na enkele dagen vanzelf.

Zwangerschap

Bent u zwanger of bestaat de kans dat u zwanger bent, neem dan contact op met uw behandelend specialist. Uw specialist kan dan overwegen een ander onderzoek (zonder straling) te laten doen.

Borstvoeding

Als u borstvoeding geeft, moet dit meestal korte tijd onderbroken worden. Hoe lang die onderbreking duurt, is afhankelijk van het soort onderzoek. Dit overlegt de nucleair geneeskundige met u.

Vragen

Heeft u voorafgaand aan het onderzoek nog vragen, dan kunt u tijdens kantooruren contact opnemen met de afdeling nucleaire geneeskunde. De laborant vertelt u tijdens het onderzoek steeds wat er gaat gebeuren. U kunt uw vragen ook stellen vlak voor, tijdens en na het onderzoek.

Voorbereiding voor de operatie

Afhankelijk van de omvang en de plaats van de huidafwijking zal de operatie in dagbehandeling of een korte opname plaatsvinden. Meer informatie staat op de CWZ-pagina ‘Welkom op afdeling C42’.

Spreekuur anesthesioloog

  • Afhankelijk van de plaats van het melanoom vindt de operatie onder volledige narcose (algehele anesthesie) en/of regionale anesthesie plaats. Hierover kunt u meer lezen op de CWZ-pagina ‘Verdoving (anesthesie) bij volwassenen’.

  • Voor de operatie en de anesthesie zijn enige voorbereidingen noodzakelijk, dit wordt ook wel preoperatief onderzoek of preoperatieve voorbereiding genoemd. Daarom gaat u naar het spreekuur van de anesthesioloog.

  • De anesthesioloog schat in welke risico’s in uw geval aan de operatie en de anesthesie verbonden zijn en hoe deze kunnen worden beperkt.

  • De anesthesioloog spreekt ook overige voorbereidingen met u af zoals medicijngebruik (bloedverdunners) en nuchter zijn voor de operatie.

Verpleegkundig spreekuur
U heeft meestal ook een gesprek met de intake-verpleegkundige van de afdeling chirurgie-heelkunde.

De verpleegkundige bespreekt met u:

  • De gang van zaken voor en tijdens de opname en de vermoedelijke opnameduur.

  • De vragen die u nog heeft over de behandeling, de voorbereiding en de nazorg

Opname

Als u op de dag van de operatie wordt opgenomen blijft u nuchter volgens de afspraken met de anesthesioloog en bent u eventueel gestopt met (bloedverdunnende) geneesmiddelen. Zie voor informatie de pagina ‘Verdoving (anesthesie) bij volwassenen’. U meldt zich na het schildwachtklieronderzoek op de afgesproken afdeling.

  • U meldt zich bij Meldpunt 2C.

  • Voor de operatie krijgt u de voorbereidende medicijnen voor de anesthesie (premedicatie).

  • Wanneer u een kunstgebit en/of contactlenzen draagt moet u deze uitdoen. Ook mag u tijdens de operatie geen sieraden dragen.

  • Tijdens de operatie draagt u een operatiehemd.

  • Een verpleegkundige rijdt u met uw bed naar de voorbereidingsruimte van de operatieafdeling. Daar krijgt u een infuus.

  • U gaat daarna naar de operatiekamer en schuift over op de operatietafel. Voordat de anesthesioloog u de narcosemiddelen via het infuus toedient, wordt eerst de bewakingsapparatuur aangesloten.

De operatie

  • Eerst spuit de chirurg nog een blauwe kleurstof rond de tumor. Bij de operatie kan de chirurg nu de schildwachtklier goed herkennen aan de blauwe kleur en aan de resterende radioactiviteit. Dat er een klier zichtbaar wordt, betekent niet dat er ook uitzaaiingen in die klier zitten. Het is immers de schildwachtklier die nog onderzocht moet worden.

  • De schildwachtklier wordt verwijderd; deze procedure neemt ongeveer een half uur in beslag. Vervolgens zal het de huidafwijking of het litteken worden verwijderd.

  • Het aangemerkte kliermateriaal wordt naar de afdeling Pathologie gestuurd voor microscopisch onderzoek, om vast te kunnen stellen of er uitzaaiingen zijn. Ongeveer na zeven dagen is de uitslag hiervan bekend.

  • Als er geen uitzaaiingen worden gevonden, worden de overige lymfeklieren niet verwijderd. Wanneer er wel uitzaaiingen in de schildwachtklier worden gevonden, dan zullen ook de overige lymfeklieren uit de oksel, lies of hals worden verwijderd.

Mogelijke complicaties van de operatie
Geen enkele operatie is zonder risico’s. Zo is ook bij deze operatie de normale kans op complicaties aanwezig, zoals nabloeding of wondinfectie.

Door de inspuiting van de blauwe kleurstof kan de urine blauwgroen verkleuren. Ook kan de huidskleur wat grauw worden. Deze verschijnselen verdwijnen meestal binnen 24 uur. De inspuitplaats op de huid kan blauw verkleuren. De mogelijkheid bestaat dat dit blijvend is.

Daarnaast zijn er nog enkele specifieke complicaties mogelijk. Het loslaten van de huidnaad (litteken) behoort tot de mogelijkheden. Hoe het litteken er uiteindelijk uit komt te zien verschilt van persoon tot persoon en van de plaats op het lichaam. Pas na een jaar is definitief te beoordelen hoe het litteken er uit ziet.

Na de operatie

  • Na de operatie ontwaakt u op de verkoever- of uitslaapkamer.

  • Als u goed wakker bent, gaat u terug naar de verpleegafdeling. Daar controleert de verpleegkundige regelmatig de bloeddruk, het hartritme en de wond. Zodra u zich weer goed voelt mag u drinken en eten.

  • Afhankelijk van de grootte van de operatie mag u dezelfde dag of de volgende dag naar huis.

De uitslag

De definitieve uitslag van het microscopisch onderzoek duurt ongeveer zeven tot tien dagen. U krijgt hiervoor een afspraak op de polikliniek mee. Wanneer alsnog uitzaaiingen in de schildwachtklier worden gevonden, zal opnieuw een operatie nodig zijn waarbij de resterende lymfeklieren in de oksel of de lies worden verwijderd.

Adviezen voor thuis

Gouden regel is dat u geleidelijk aan weer van alles mag gaan doen en uitproberen, zolang dit geen aanhoudende toename van klachten geeft. Wissel de eerste dagen rust en activiteit steeds af, waarbij u geleidelijk aan steeds actiever wordt en minder hoeft te rusten. In het algemeen kunt u enkele dagen na de operatie alle activiteiten weer doen die u voor de operatie ook kon.

Pijnbestrijding
Een goede pijnbestrijding is belangrijk voor het genezingsproces. Daarom is het raadzaam dat u zonodig de pijn met pijnstillers onderdrukt en dit langzaam afbouwt. Dit doet u als volgt:

  • De eerste 2 dagen gebruikt u 4 keer per dag - om de 6 uur - 2 tabletten paracetamol van 500 mg.

  • Dan gebruikt u 2 dagen 4 keer per dag - om de 6 uur - 1 tablet paracetamol van 500 mg.

  • Daarna stopt u met pijnmedicatie en gebruikt u alleen bij pijn 2 tabletten paracetamol van 500 mg. (maximaal 4 keer per dag).

Wondverzorging
Er worden meestal oplosbare hechtingen gebruikt, deze lossen vanzelf binnen enkele weken op. Soms worden niet oplosbare hechtingen gebruikt. Dit is meestal nodig als er wat spanning op de wondranden staat. Deze hechtingen worden op de polikliniek verwijderd als u de uitslag krijgt van het weefselonderzoek. Na 24 uur mag u de pleister van de wond verwijderen en weer douchen. De wond is dan voldoende dicht. Als de pleister vastzit aan de wond kunt u deze onder de douche losweken. Na het douchen de wond droogdeppen.

U mag de eerste week niet zwemmen of langdurig baden.

Droog houden van de wond bevordert een goede wondgenezing. Dus kunt u beter ook geen afsluitende pleister op de wond gebruiken, deze maken de wond vochtig.

Wanneer contact opnemen?

Neem de eerste week na de operatie contact op bij:

  • hevige pijnklachten die niet verdwijnen als u pijnstillers gebruikt.

  • Infectie: wond is gezwollen, rood en warm, gaat open en/of er komt wondvocht uit.

  • temperatuur hoger dan 38,5 graden kort na de operatie.

Tijdens kantooruren belt u de polikliniek chirurgie-heelkunde (024) 365 82 60. Buiten kantooruren belt u CWZ (024) 365 76 57 en vraagt naar de dienstdoende chirurg.

Werkhervatting

Afhankelijk van plaats en omvang van de huidafwijking kunt u meestal zult u na enkele dagen uw werk weer kunnen hervatten. Vraagt u zich af of uw aandoening of behandeling consequenties heeft voor het uitoefenen van uw werk? Overleg dan met uw bedrijfsarts. De bedrijfsarts begeleidt de terugkeer naar uw werk. Afspraken over uw werk zullen vaak soepeler verlopen als u de bedrijfsarts al vóór de ingreep informeert of zo spoedig mogelijk na de ingreep op de hoogte brengt. U kunt een gesprek voeren met uw bedrijfsarts op het arbeidsomstandigheden-spreekuur van de arbodienst van het bedrijf of de organisatie waar u werkt.

Vragen

Heeft u nog vragen, stel ze gerust aan uw behandelend arts of de verpleegkundige.

Verhindering

Bent u op de dag van de operatie onverhoopt verhinderd, laat dit dan zo snel mogelijk weten. U belt dan naar de afdeling opname- en patiëntenplanning, tijdens kantooruren bereikbaar op telefoonnummer (024) 365 71 30. Kunt u een afspraak op de polikliniek of voor een onderzoek niet nakomen, bel dan zo spoedig mogelijk de betreffende afdeling.

G403-I

Inhoudsopgave