Neusbloedingen

Behandeling

Informatie voor patiënten over oorzaken en ontstaan van neusbloedingen, wat u zelf kunt doen en behandeling door de arts

Inleiding

Uw behandelend arts heeft voorgesteld om vanwege uw neusklachten een onderzoek door de KNO-arts te laten verrichten. Deze pagina geeft u informatie over wat de KNO-arts in het CWZ met u bespreekt, zodat u zich kunt voorbereiden op het gesprek of na het gesprek alles nog eens rustig kunt nalezen.

Iedereen heeft wel eens een neusbloeding. Neusbloeding komt alleen wat vaker voor bij mannen dan bij vrouwen. Ook kan een neusbloeding te maken hebben met de leeftijd:

  • kinderen en jongvolwassen, waarbij neuspeuteren en ongevallen de belangrijkste oorzaken zijn.

  • Bij mensen van 65+, waarbij het dunner worden van de slijmvliezen en het gebruik van bloedverdunners de belangrijkste oorzaken zijn.

Een neusbloeding die niet vanzelf stopt, vaker voorkomt of spontaan ontstaat vinden veel mensen eng. Vooral als dit voor de eerste keer gebeurt en iemand nog geen medisch advies heeft ontvangen. Toch is een neusbloeding vaak onschuldig en duurt het maar kort.

Oorzaken van een neusbloeding

Een neusbloeding wordt veroorzaakt door een kapot, beschadigd bloedvaatje in de neus. Doorgaans komt dit voor bij een verkoudheid, infectie van het neusslijmvlies of door peuteren in de neus. Uiteraard kan het ook voorkomen doordat de neus hard wordt gestoten of door een val. Grofweg kunnen de oorzaken van een neusbloeding worden onderverdeeld in twee groepen:

Neusbloeding waarbij de oorzaak in de neus zelf ligt

De meest bekende oorzaak is een spontane bloeding van de plek van Kiesselbach; dit is een netwerk van kleine bloedvaatjes in het slijmvlies van het neustussenschot. Bij infectie, ongeval, aderverkalking, uitdroging of neuspeuteren kan hier gemakkelijk een bloeding ontstaan. Andere oorzaken kunnen zijn: een voorwerp in de neus (zoals een kraaltje). Dit komt veel voor bij kleine kinderen. Een meer zeldzame oorzaak is een goed- of kwaadaardig gezwel in de neus.

Neusbloeding als gevolg van een aandoening elders in het lichaam.

Het gebruik van bloedverdunners (acenocoumarol en salicylaten, zoals acetylsalicylzuur en aspirine) geeft een verhoogde kans op het krijgen van een neusbloeding. Ook infectieziekten kunnen neusbloedingen geven. Dit gebeurt dan door lokale beschadiging, maar ook door koorts en een versterkte doorbloeding van het neusslijmvlies. Voorts kunnen neusbloedingen worden veroorzaakt door ernstige hoge bloeddruk en in zeldzame gevallen door stoornissen in de bloedstolling (bij een tekort aan bloedplaatjes of stollingsfactoren). Uw KNO-arts zal op basis van een gesprek met u en eventueel met een onderzoek nagaan welke factoren uw neusbloeding veroorzaken.

Hoe herkent u een neusbloeding?

Wanneer er (flink wat) bloed uit de neus vloeit, schrikken de meeste mensen hiervan. Een neusbloeding komt vaak geheel onverwachts. Omdat de oorzaak van de bloeding niet goed te zien is het met oog, lijkt het vaak ook lastig om de bloeding te stoppen. Omdat enkele druppels bloed al snel heel wat bloedvlekken op de kleding veroorzaken, schrikken mensen en hun omgeving al snel heftig. Hoe ernstig een spontane neusbloeding ook lijkt; in het overgrote deel van deze gevallen stopt de bloeding na verloop van tijd vanzelf. Doordat mensen zich vaak door de schrik nogal druk maken en niet rustig afwachten totdat de bloeding over is, duurt het vaak langer dan nodig totdat de bloeding stopt.

Hoe ontstaat het?

Het neustussenschot is bedekt door een dun laagje slijmvlies, waar kleine bloedvaatjes doorheen lopen. Als deze vaatjes scheuren ontstaat er een neusbloeding. Hoe zwakker de vaatjes, hoe groter de kans op een neusbloeding. De oorzaak van een neusbloeding kan zijn: te hard snuiten, een klap op de neus of (langdurig) neuspeuteren. Verder kunnen neusverkoudheid, griep, allergie, temperatuurwisselingen en een verblijf op grote hoogte bloedneuzen veroorzaken. Heel soms zijn bloedneuzen het gevolg van een erfelijke afwijking.

Is het ernstig en wat kan ik verwachten?

Meestal is een bloedneus niet ernstig en gaat deze vanzelf of met behulp van eenvoudige maatregelen over. Bij oudere mensen kan een bloedneus een teken van aderverkalking of een te hoge bloeddruk zijn. Wanneer men een spontane bloedneus krijgt bij het gebruik van bloedverdunners, is het verstandig de huisarts of trombosedienst in te lichten. Dan kan bijvoorbeeld de dosering van de bloedverdunners aangepast worden, zodat ernstige gevolgen worden voorkomen.

Een neusbloeding is over het algemeen hinderlijk, maar ongevaarlijk. Wanneer de neusbloedingen steeds terugkeren, kan de dokter een neuszalf voorschrijven. De neuszalf kan voorzichtig in de neus, op het neustussenschot, worden aangebracht. Bij voorkeur niet met een wattenstaafje, maar door het aan te brengen aan de binnenzijde van de neusvleugel en hierna zachtjes, van buitenaf, tegen het tussenschot aan te drukken.

Wat kunt en moet u zelf doen?

Bij een neusbloeding is het belangrijk rustig te blijven. Ga rechtop zitten, het hoofd licht voorover gebogen (niet achterover, zoals velen neigen te denken!). Snuit voorzichtig de neus, eenmaal. Gebruik hierbij steeds een grotere zakdoek, maar het liefst een (oude) theedoek of handdoek. Door het snuiten, verwijdert u slijm, bloed en stolsels uit het gebied van de bloeding. Dit kan vies of vervelend zijn, omdat u de neus snuit terwijl de bloeding nog niet is gestopt. Na het snuiten, dient u gedurende minimaal 10 minuten de neus dicht te knijpen, dus zonder de neus weer open te houden!

Volg onderstaande instructies voor de dichtknijpmethode:

  • U moet in een licht voorovergebogen houding gaan zitten, zodat bloed dat naar achter de neus-/keelholte inloopt makkelijk uitgespuugd kan worden;

  • Vervolgens moet de bloedende neushelft op de neusvleugel, net onder het neusbeen met lichte druk dichtgeknepen worden gedurende tien minuten. Let goed op de tijd, want vaak wordt te kort dicht gedrukt;

  • Wanneer dit gelukt is moet u de neus in ieder geval twee dagen met rust laten, dus niet snuiten of peuteren! Meestal is de neusbloeding na het opvolgen van bovenstaande instructies gestopt. Als dit niet het geval is, dient u deze te herhalen. Wanneer de bloeding is gestopt is het verstandig om niet direct inspanningen te leveren (bijv. sporten), warme dingen te eten of te drinken, een warme douche of bad te nemen of in de zon te gaan zitten.

Wanneer naar de arts?

Wanneer de maatregelen die u zelf kunt nemen om de bloeding te laten stoppen niet helpen en u blijft last houden van een flinke bloedneus, is het verstandig contact op te nemen met de huisartsenpraktijk. In sommige gevallen zal uw KNO-arts aangeven wat u het beste kunt doen in zo’n situatie.

Behandeling door de arts

Bij een flinke bloeding zal de huisarts trachten de bloeding te stelpen door het inbrengen van een tampon in het aangedane neusgat. Indien de bloeding ook dan blijft bestaan, verwijst de huisarts u door naar de KNO-arts. Als de bloeding stopt met behulp van de tampon, dan moet deze drie dagen blijven zitten. Wanneer de neus bij verwijdering van tampon weer begint met bloeden, dan is alsnog verwijzing naar de KNO-arts nodig (dit is niet vaak het geval). Sommige huisartsen beschikken over een klein brandertje of een etsende vloeistof waarmee ze de bloeding, mits ze die kunnen vinden, dicht kunnen schroeien. Dit is met name handig bij steeds terugkomende neusbloedingen. Bij aanhoudende klachten kunnen de bloedvaatjes in de neus worden dichtgebrand (neuscaustiek). Bij volwassenen gebeurt dit onder lokale verdoving, bij kinderen meestal onder algehele narcose. Als dit niet mogelijk is dan wordt een neustampon ingebracht die enkele dagen blijft zitten. Soms wordt u dan ook enkele dagen voor observatie opgenomen in het ziekenhuis. Dit is ook afhankelijk van het soort tampon dat nodig is om de bloeding te stoppen. In uitzonderlijke gevallen is een behandeling onder narcose nodig.

Advies

Belangrijk advies is om niet in de neus te peuteren en de neus zo min mogelijk te snuiten.

Richtlijnen voor de eerste twee weken thuis

Drukverhoging in de neus voorkomen

De eerste twee weken na de behandeling moet u voorkomen dat er drukverhoging in de neus ontstaat. Dit kunt u voorkomen door:

  • Niet te bukken, te tillen en te persen;

  • U mag de neus niet snuiten wel zachtjes ophalen;

  • Niezen met de mond open. Als u veel moet niezen, kunt u hiervoor een geneesmiddel aan de huisarts vragen.

Voorkomen van bloedvatverwijding

Door warmte ontstaat verwijding van de bloedvaten waardoor een bloeding kan optreden. U kunt dit voorkomen door:

  • Niet te heet te douchen;

  • Eten en drinken iets te laten afkoelen;

  • Geen gebruik te maken van sauna en/of zonnebank;

  • De eerste drie dagen niet in de zon te gaan lopen of zitten.

Bij een nieuwe neusbloeding neemt u contact op met de polikliniek KNO, telefoon (024) 365 82 25 of buiten kantooruren met de afdeling Spoedeisende Hulp (SEH) van het CWZ, telefoon (024) 365 83 22.

Pijnbestrijding

Een goede pijnbestrijding is belangrijk voor het genezingsproces. Daarom is het raadzaam dat u, indien er pijnklachten zijn, de eerste twee dagen dit met pijnstillers onderdrukt en daarna langzaam afbouwt.

Dit doet u als volgt;

De eerste twee dagen neemt u vier maal daags - om de zes uur - twee tabletten paracetamol van 500 mg. Dan neemt u twee dagen vier maal daags - om de zes uur - één tablet paracetamol van 500 mg. Daarna stopt u met de pijnbestrijding en gebruikt u alleen als het nodig is bij pijn twee tabletten paracetamol van 500 mg (maximaal 4 maal daags).

Wanneer u weer kunt gaan werken, naar school gaan of sporten overlegt u met de KNO-arts bij de eerstvolgende controle op de poli.

Treden er ondanks de richtlijnen problemen of bijzonderheden op die niet kunnen wachten tot de eerstvolgende controle bij de KNO-arts dan kunt u tijdens kantooruren contact opnemen met de polikliniek KNO.

Vragen?

Als u na het lezen van de informatie nog vragen heeft, schrijf deze dan op of vraag iemand met u mee te gaan. De KNO-arts beantwoordt graag uw vragen over bloedneuzen en de behandeling daarvan.

Kunt u niet komen?

Bent u op het afgesproken tijdstip verhinderd, bel dan zo snel mogelijk de polikliniek KNO. Er kan dan nog een andere patiënt in uw plaats komen.

Contact

G437-KLaatst bijgewerkt op 4 februari 2026

Inhoudsopgave