Inleiding
In overleg met uw behandelend arts heeft u besloten tot een MRI onderzoek op de afdeling radiologie van CWZ. Deze pagina beschrijft het onderzoek. U leest hier welke voorbereidingen nodig zijn om het onderzoek goed te laten verlopen.
Voorbereiding thuis
2 uur voor het onderzoek niets meer eten en drinken.
Medicijnen
Alle medicijnen mogen normaal worden ingenomen.
Gebruikt u plastabletten dan kunt u deze beter pas na het MRI-onderzoek innemen.
Als u gebruik maakt van een glucose sensor of medicinale pleisters, zoals bijvoorbeeld hormoonpleisters of morfinepleisters, neem dan als het kan een nieuwe mee of wacht met een nieuwe aanbrengen tot na het onderzoek.
Melden
Meldt u zich 10 minuten vóór de afspraaktijd bij Meldpunt 3B of bij een aanmeldzuil.
Hierna neemt u plaats in de wachtruimte bij de MRI.
U vult een lijst in met vragen die belangrijk zijn voor het onderzoek. Zodra u aan de beurt bent, roept de radiologisch laborant u en neemt u mee naar de onderzoeksruimte.
In het ziekenhuis
Vlak voor het onderzoek krijgt u van de laborant(e) een bekertje ananassap te drinken. Op deze manier krijgen we het beste resultaat tijdens het onderzoek.
U kunt vlak voor het onderzoek nog even naar het toilet gaan.
Onderzoek
Nadat de laborant u nog eens gecontroleerd heeft op metaal komt u in de MRI-ruimte
Hier neemt u plaatst op de onderzoekstafel.
De laborant schuift u met de tafel in de ronde opening van het toestel waar de opnames worden gemaakt.
Het toestel bestaat uit een ronde, verlichte, tunnel die aan beide uiteinden open is.
Het lichaamsdeel dat wordt onderzocht komt in het midden te liggen.
Tijdens het onderzoek moet u zo stil en ontspannen mogelijk blijven liggen. De foto’s kunnen mislukken als u beweegt.
Een heel onderzoek bestaat uit meerdere series van opnamen en duurt 15 minuten tot 1,5 uur, afhankelijk van het soort onderzoek.
U hoort tijdens het onderzoek series van harde kloppende geluiden. U krijgt daarom oordopjes is en een koptelefoon op.
Is het kloppen afgelopen, dan is er ook een serie opnamen klaar.
U krijgt een belletje in de hand voordat u het apparaat inschuift. Door in dit belletje te knijpen krijgt u contact met de radiologisch laborant. Dit contact gaat via de intercom.
Gebruik van contrastmiddelen bij MRI-onderzoek
Het eventueel toedienen van een contrastmiddel is niet altijd bij het maken van een afspraak aan te geven. Soms wordt dit tijdens het onderzoek door de radioloog bepaald. Contrastmiddel wordt toegediend via een tijdelijk infuusnaaldje in een bloedvat in de arm. MRI-contrastmiddel wordt Gadolinium genoemd en bevat geen jodium zoals sommige röntgencontrastmiddelen. In zeldzame gevallen ontstaan door Gadolinium onschuldige bijwerkingen zoals misselijkheid.
Uitslag
Na het onderzoek kunt u naar huis. De radioloog beoordeelt het onderzoek en geeft de uitslag zo spoedig mogelijk door aan uw behandelend arts. Deze brengt u van de resultaten op de hoogte. U kunt de uitslag van uw onderzoek zien in uw patiëntportaal MijnCWZ.
Kunt u niet komen?
Bent u op het afgesproken tijdstip verhinderd, bel dan zo snel mogelijk de afdeling radiologie om uw afspraak te verzetten. Er kan dan nog een andere patiënt in uw plaats komen.
Vragen
Als u na het lezen nog vragen heeft, neem dan gerust contact op met de afdeling radiologie of met uw behandelend arts. De laboranten vertellen u vlak voor het onderzoek wat er gaat gebeuren. U kunt natuurlijk ook aan hen vragen stellen.
Thuis laten: |
|
Meenemen voor in de MRI ruimte tijdens het onderzoek: |
|
Vlak voor MRI scan in kleedruimte achterlaten: |
|
Wat meer over MRI
MRI is een afkorting van Magnetic Resonance Imaging. MRI is een methode om zonder röntgenstralen foto’s te maken van het inwendige van de mens. Bij dit onderzoek wordt gebruik gemaakt van een sterk magnetisch veld en radiogolven. Dit zijn dezelfde soort golven die uw radio ontvangt.
Met behulp van deze radiogolven en het magnetisch veld worden signalen in het lichaam opgewekt. Een antenne vangt vervolgens deze signalen op en de computer vertaalt ze in een beeld. Het is een onschadelijke en pijnloze techniek om delen van het lichaam in beeld te brengen.
Een MRI van de lever en galwegen wordt ook wel MRCP genoemd.
Claustrofobie
Als u angst heeft voor kleine ruimtes kunnen onderstaande punten helpen om het onderzoek toch door te laten gaan.
U kunt iemand meenemen die tijdens het onderzoek bij u in de ruimte blijft zitten tenzij deze persoon een implantaat heeft dat niet in de MRI-ruimte mag.
U kunt, als afleiding, uw favoriete muziek (op CD) meenemen. Het is ook mogelijk tijdens het onderzoek naar een radiozender te luisteren.
U kunt een kalmerend middel vragen aan uw behandelend arts of uw huisarts.
Tijdens het onderzoek kunt u naar de radio of een door uzelf meegenomen CD luisteren.
Als u twijfelt of u in de MRI-scan durft, kunt u een afspraak maken om te komen kijken.
Zwangerschap en borstvoeding
Als u denkt of zeker weet zwanger te zijn, neemt u dan contact op met de afdeling radiologie. Hoewel er nog geen nadelige effecten op het ongeboren kind bekend zijn, zijn wij vooralsnog terughoudend met het onderzoek.
Wanneer er tijdens het MRI onderzoek contrastvloeistof wordt toegediend, kan hiervan een kleine hoeveelheid in de moedermelk terechtkomen. Dit heeft geen effect op de zuigeling.
Indien u borstvoeding geeft, kunt u er uiteraard zelf voor kiezen de melk, in de eerste 24 uur na toediening van de contrastvloeistof, af te kolven en te vernietigen.
Belangrijk
Patiënten met magnetische of elektrische hulpmiddelen (zoals een pacemaker of een inwendige gehoorprothese) kunnen alleen onder bepaalde voorwaarden een MRI onderzoek ondergaan. Meld dit aan uw behandelend arts.
Als u ooit een operatie heeft gehad en er een metalen prothese in uw lichaam zit, meldt u dit voor het onderzoek aan uw arts. Denk aan stents, hartkleppen, maagbandje, kaakimplantaten met magnetisch kliksysteem of borstexpander.
De arts kan dan bepalen of het onderzoek wel of niet mogelijk is.
Contact
- Radiologie
G1025Laatst bijgewerkt op 10 februari 2026

