Inleiding
Uw behandelend arts heeft u voor een maagoperatie naar de poli heelkunde van CWZ verwezen. Deze pagina geeft u informatie over wat de chirurg in CWZ met u bespreekt, zodat u zich kunt voorbereiden op het gesprek of na het gesprek alles nog eens rustig kan nalezen. Ook zijn de gebruikelijke behandelingsmogelijkheden voor u op een rij gezet.
Ligging en functie van de maag
De maag ligt boven in de buik en is de opslagplaats waar ons eten en drinken, na passage door keel en slokdarm, in terecht komt. Daar wordt een eerste begin gemaakt met de voedselvertering. De maag geeft zijn inhoud vervolgens via een sluitspier (de pylorus) in telkens kleine porties door aan de twaalfvingerige darm (het duodenum). De voedselbrij doorloopt vervolgens de rest van het spijsverteringskanaal.
%2520%257B%2520%255Bnative%2520code%255D%2520%257D&w=1080&q=100)
Diagnose en onderzoek
Dankzij de ontwikkeling van speciale geneesmiddelen is het mogelijk bepaalde maagaandoeningen met medicijnen te behandelen. Het aantal maagoperaties is daardoor aanzienlijk minder dan vroeger. Er zijn echter aandoeningen, die het best behandeld kunnen worden met een maagoperatie. Dat kunnen goedaardige, maar ook kwaadaardig aandoeningen zijn. Bij kwaadaardige aandoeningen wordt in CWZ de behandeling en begeleiding geregeld via een speciale polikliniek de ‘GIO-poli’ en is speciaal informatiemateriaal beschikbaar; het patiënten informatie dossier (PID).
Om tot een maagoperatie te besluiten moeten eerst de nodige onderzoeken plaatsvinden. Het doel van deze onderzoeken is te weten te komen waar de aandoening precies zit, wat de aard en de eventuele uitbreiding is. Zo zal er meestal een gastroscopie worden verricht. Meer informatie op de CWZ-pagina ‘Gastroscopie’. Hierbij wordt met een endoscoop (flexibel slangvormig instrument) in uw maag gekeken. Ook kan er een röntgenfoto met contrast van de maag worden gemaakt. Meer informatie op de CWZ-pagina ‘Röntgenonderzoek van de maag’.
Voorbereiding voor de operatie
Spreekuur anesthesioloog
De operatie vindt onder volledige narcose plaats. Hierover kunt u meer lezen op de CWZ-pagina ‘Verdoving (anesthesie) bij volwassenen’.
Voor de operatie en de anesthesie zijn enige voorbereidingen noodzakelijk, dit wordt ook wel preoperatief onderzoek of preoperatieve voorbereiding genoemd. Daarom gaat u naar het spreekuur van de anesthesioloog of krijgt u een telefonische afspraak bij de anesthesioloog.
De anesthesioloog schat in welke risico’s in uw geval aan de operatie en de anesthesie verbonden zijn en hoe deze kunnen worden beperkt.
De anesthesioloog spreekt ook overige voorbereidingen met u af zoals medicijngebruik (bloedverdunners) en nuchter zijn voor de operatie.
Verpleegkundig spreekuur
U hebt ook een gesprek met de verpleegkundige van de afdeling heelkunde. De verpleegkundige stelt u vragen zodat duidelijk wordt welke verpleegkundige zorg u tijdens de opname nodig heeft De verpleegkundige bespreekt met u:
Waar en hoe de opname is geregeld
De gang van zaken tijdens de opname en de vermoedelijke opnameduur
Welke verdere voorbereidingen nodig zijn
De nazorg: wat u zelf moet doen voor een goed herstel.
De vragen die u nog heeft over de behandeling, de voorbereiding en de nazorg
Wie u wanneer kunt bellen als u nog vragen heeft over de opname.
Opname
Volgens de afspraken met de anesthesioloog op het anesthesiespreekuur bent u eventueel gestopt met (bloedverdunnende) geneesmiddelen. Zie voor informatie de pagina ‘Verdoving (anesthesie) bij volwassenen’.
U wordt op de dag van de operatie opgenomen en meldt u zich op het afgesproken tijdstip op bij Meldpunt 2C.
Daar wordt u doorverwezen naar de (verpleeg)afdeling.
Op de dag van de operatie blijft u nuchter. Meer informatie hierover staat op de pagina ‘Verdoving (anesthesie) bij volwassenen’. Tot 2 uur vóór de operatie drinkt u 2 pakjes speciale heldere drank (preOp). Meer hierover staat op de pagina ‘Gebruik van preOp voor de operatie’.
Voor de operatie krijgt u de voorbereidende medicijnen voor de anesthesie (premedicatie). Het is belangrijk dat u voor de ingreep nog even plast, zodat de blaas leeg is.
Wanneer u een kunstgebit en/of contactlenzen draagt moet u deze uitdoen. Ook mag u tijdens de operatie geen sieraden dragen. Tijdens de operatie draagt u een operatiehemd. Een verpleegkundige rijdt u met uw bed naar de voorbereidingsruimte van de operatieafdeling. Daar krijgt u een infuus.
U gaat daarna naar de operatiekamer en schuift over op de operatietafel. Voordat de anesthesioloog u de narcosemiddelen via het infuus toedient, wordt eerst de bewakingsapparatuur aangesloten en volgt er nog een Time-Out procedure. Hierbij wordt nogmaals naar uw naam en geboortedatum gevraagd. Dit zal overigens eerder en verder in het zorgproces steeds worden herhaald.
De operatie
De operatie zal laparoscopisch of robot-geassisteerd zijn. In sommige gevallen wordt een snede gemaakt vanaf het borstbeen tot meestal net onder de navel.
Operaties bij goedaardige aandoeningen
Meestal wordt een deel van de maag weggenomen. Bij een maagzweer wordt het deel van de maag weggehaald, waar het zuur wordt geproduceerd.
Bij een maagbloeding kan een spoedoperatie noodzakelijk zijn. Daarbij wordt de maag geopend om de bloeding op te zoeken en vervolgens te stelpen. Wanneer er een spoedoperatie nodig is wegens een maagperforatie (een gat in de maag als gevolg van een maagzweer), dan zal het gat worden gesloten. In beide gevallen zal de arts voor of tijdens deze spoedoperatie besluiten hoe de maagaandoening verder behandeld moet worden: of met medicijnen, of met het direct uitvoeren van een van de bovengenoemde operaties.
Herstel van het spijsverteringskanaal na een maagoperatie
Wanneer de maag of een deel ervan is weggenomen, moet het bovenste deel van het spijsverteringskanaal weer worden verbonden met de dunne darm. Dat kan op verschillende manieren en zo’n verbinding noemen we een anastomose.
Vanzelfsprekend zal de arts voor de operatie aan u uitleggen, welke type operatie hij in principe bij u denkt te verrichten. Het blijft altijd mogelijk dat de arts tijdens de operatie moet besluiten het oorspronkelijke operatieplan anders uit te voeren dan hij met u besproken heeft.
Mogelijke complicaties
Geen enkele operatie is zonder risico’s. Zo zijn ook bij maagoperaties de normale risico’s op complicaties aanwezig, zoals nabloeding, wondinfectie, trombose of longontsteking. Bij een nabloeding kan met spoed een nieuwe operatie nodig zijn. Bij een wondinfectie duurt de genezing langer dan normaal en het kan zijn dat uw ziekenhuisverblijf verlengd wordt. Een vervelende complicatie is als er een lek ontstaat in een anastomose. Hierdoor ontstaat een infectie in het operatiegebied. Vaak kan het infectievocht van buiten af onder röntgenbegeleiding afgevoerd worden. Maar soms is er toch een nieuwe operatie nodig, waarbij via een snee in de buikwand het infectievocht naar buiten kan lopen. De inname van voedsel kan dan enige tijd niet meer langs de gewone weg plaatsvinden. Er zal tijdelijk kunstmatig gevoed moeten worden via het slangetje rechtstreeks in de dunne darm of via een infuus.
Ook is er een mogelijkheid dat de maag na de operatie niet meer werkt zoals voor de operatie. Hierdoor kunt u problemen krijgen met eten en drinken.
Na de operatie
Na de operatie ontwaakt u op de verkoever- of uitslaapkamer. Soms verblijft u direct na de operatie enige tijd op de medium care. Hierover is een aparte pagina beschikbaar. Als u goed wakker bent, gaat u in principe terug naar de verpleegafdeling. Daar controleert de verpleegkundige regelmatig de bloeddruk, het hartritme en de urineproductie.
U zult merken dat er veel ‘slangen’ aan uw lichaam verbonden zijn:
1 of 2 infusen voor vochttoediening
Meestal een dun slangetje in uw rug voor pijnbestrijding
Een sonde door uw neus, die via de slokdarm in de maag(rest) ligt en ervoor zorgt dat overtollige maagsap wordt afgezogen
Soms een drain in uw buik voor afvoer van eventueel bloed en inwendig wondvocht
Soms een dun slangetje in de dunne darm voor voeding
Meestal blaaskatheter voor afloop van urine.
Afhankelijk van de grootte van de operatie en uw herstel na de operatie worden al deze hulpmiddelen verwijderd en start u met drinken en eten.
Pijnbestrijding
Een goede pijnbestrijding is belangrijk voor het genezingsproces. Daarom is het raadzaam dat u zonodig de pijn met pijnstillers onderdrukt en dit langzaam afbouwt. Daarnaast kan de Physician Assistant of de zaalarts u nog eventueel andere pijnstilling voorschrijven.
Zorg ervoor dat u paracetamol in huis heeft na uw ontslag.
Dit doet u als volgt:
Dag 1 en 2: neem 4 keer per dag, 2 tabletten (om de 6 uur) paracetamol van 500 mg.
Dag 3 en 4 : neem 4 keer per dag, 1 tablet (om de 6 uur) paracetamol van 500 mg.
Daarna stopt u met de pijnmedicatie en gebruikt u alleen bij pijn 2 tabletten paracetamol
van 500 mg.
Beweging
Bewegen is niet alleen belangrijk om trombose te voorkomen, maar ook om verlies van spierkracht tegen te gaan. Bovendien is uit onderzoek gebleken dat wanneer u rechtop zit, de ademhaling beter is en dat u beter kunt ophoesten. Luchtweginfecties komen daardoor minder voor en de zuurstofvoorziening naar de wond is beter, wat gunstig is voor de genezing.
Na de operatie wordt zo snel mogelijk gestart met de mobilisatie. De dag van de operatie moet u proberen eventjes rechtop in bed en even op de rand van het bed of in een stoel te zitten. De eerste paar keer dat u uit bed gaat, krijgt u begeleiding van een verpleegkundige.
Ontslag uit het ziekenhuis
Als alles goed gaat kunt u in afhankelijk van de grootte van de operatie binnen 2 tot 5 dagen na de operatie het ziekenhuis verlaten. Bij ontslag krijgt u een afspraak mee voor de poliklinische controle.
Bij goedaardige aandoeningen bespreekt de arts met u of er nog medicatie en leefregels nodig zijn om nieuwe klachten in de toekomst te voorkomen.
Adviezen voor thuis
Wanneer u weer helemaal van de operatie hersteld zal zijn, is moeilijk aan te geven. Dat hangt af van de grootte van de operatie, de aard van de aandoening, hoe u zich op dat moment voelt en of u aanvullend behandeld moet worden. Om de wond te ontzien mag u de eerste zes weken niet zwaar tillen. Na deze periode kunt u, mits u zich goed voelt langzamerhand proberen om de draad weer op te pakken. Als u voorheen zwaar lichamelijk werk verrichtte, kan het nodig zijn om met uw werkgever te overleggen of u aangepast werk kunt krijgen. Over het algemeen is het zo dat spierpijn en wondpijn in het begin regelmatig aanwezig zullen zijn. Dit is normaal.
Na een maagoperatie kan de spijsvertering soms wat anders verlopen dan voor de operatie. Het kan zijn, dat u bijvoorbeeld melkproducten minder goed verdraagt of dat - na een grote maagresectie – het resterende deel van de maag geen grote maaltijden meer kan verdragen. Soms zult u dus uw ‘oude’ eetgewoonten wat moeten aanpassen. Als dat problemen geeft, kan een diëtiste u adviseren.
Wanneer bij een operatie het grootste deel van de maag of de gehele maag is weggenomen, is soms periodiek vitaminetoediening noodzakelijk. Dit gebeurt met injecties.
Wanneer contact opnemen?
Bij koorts (hoger dan 38,5 graden Celsius)
Bij aanhoudende of toenemende pijn in de buik
Bij aanhoudende misselijkheid, waardoor u niet of nauwelijks kunt eten of drinken of blijft braken.
Tijdens kantooruren belt u de polikliniek heelkunde, telefoon (024) 365 82 60. Buiten kantooruren belt u het CWZ (024) 365 76 57 en vraagt naar de dienstdoende chirurg.
Werkhervatting
Vraagt u zich af of uw aandoening of behandeling consequenties heeft voor het uitoefenen van uw werk? De bedrijfsarts begeleidt de terugkeer naar uw werk. Daarom is het belangrijk dat uw bedrijfsarts op de hoogte is van uw aandoening of behandeling.
Afspraken over uw werk zullen vaak soepeler verlopen als u de bedrijfsarts al vóór de ingreep informeert. U kunt een gesprek voeren met uw bedrijfsarts op het arbeidsomstandighedenspreekuur van de arbodienst van het bedrijf of de organisatie waar u werkt. Om uw privacy te beschermen is uw toestemming nodig voor eventueel overleg tussen uw specialist en uw bedrijfsarts.
Tips bij de hervatting van diverse activiteiten
Gouden regel is dat u geleidelijk aan weer van alles mag gaan doen en uitproberen, zolang dit geen aanhoudende toename van klachten geeft. Wissel de eerste dagen rust en activiteit steeds af, waarbij u geleidelijk aan steeds actiever wordt en minder hoeft te rusten.
Wandelen
Lopen is goed om uw conditie weer wat te verbeteren en u mag dit doen naar kunnen. Wissel de eerste dagen lopen en rusten goed af. En onthoud: (spier)pijn mag, mits dit na een nachtrust weer verminderd is.
Tillen
Beperk de eerste zes weken zowel vaak als zwaar tillen. Bouw dit langzaam op. Na 6 weken kunt u normale huishoudelijke activiteiten meestal weer gewoon doen.
Fietsen
Zodra u zich probleemloos kunt bewegen, mag u het fietsen, mits u dat tevoren ook deed, weer gaan uitproberen. Begin rustig, begeef u niet meteen in het drukke verkeer.
Autorijden
Als u zich probleemloos kunt bewegen, kunt u ook weer gaan autorijden. Begin met kleine stukjes in een rustige omgeving.
Sporten
Als u gewend was om te sporten kunt u dat meestal na 6 weken weer langzaam oppakken. Wanneer de dagelijkse dingen en wandelen weer probleemloos gaan kunt u, als u dat gewend was, weer rustig beginnen..
Als u gewend was om te zwemmen of te fitnessen en u hebt het gevoel dit weer te kunnen, probeer het dan rustig uit.
Begin met ontspannen bewegen en bouw dit uit naar het niveau van voor de operatie.
Seks
Vrijen hoeft geen probleem te zijn mits u hierbij de gouden regel in acht neemt. Dus dat u geleidelijk aan weer van alles mag gaan doen en uitproberen, zolang dit geen aanhoudende toename van klachten geeft.
Vragen
Hebt u nog vragen, stel ze gerust aan uw behandelend arts of de verpleegkundige.
Bij dringende vragen of problemen vóór uw behandeling kunt u zich het beste wenden tot het verpleegkundig spreekuur.
Verhindering
Bent u op de dag van de behandeling onverhoopt verhinderd, laat dit dan zo snel mogelijk weten. U belt dan naar de afdeling opname- en patiëntenplanning, tijdens kantooruren bereikbaar op telefoonnummer (024) 365 71 30.
Kunt u een afspraak op de polikliniek of voor een onderzoek niet nakomen, bel dan zo spoedig mogelijk de betreffende afdeling/polikliniek.
Contact
- Chirurgie
G493-YLaatst bijgewerkt op 12 januari 2026

