Inleiding
De behandelend arts heeft voorgesteld om vanwege de gehoor- en / of oorklachten van uw kind een onderzoek door de KNO-arts te laten verrichten. Deze pagina geeft u informatie over wat de KNO-arts in het CWZ met u bespreekt, zodat u zich kunt voorbereiden op het gesprek of na het gesprek alles nog eens rustig kunt nalezen.
Toestemming
Als uw kind jonger dan twaalf jaar is, heeft de arts daarvoor uw toestemming nodig.
Is uw kind twaalf jaar of ouder dan is behalve uw toestemming ook de toestemming van uw kind zelf nodig.
Vanaf zestien jaar mag uw kind zelfstandig over een medische behandeling beslissen.
Toestemming kunt u alleen geven nadat de arts u geïnformeerd heeft over onder andere de aandoening, mogelijke onderzoeken en behandeling(en), de gevolgen, de mogelijke risico’s en vooruitzichten en eventuele alternatieven. Ook uw kind zelf heeft recht op informatie van de arts, passend bij zijn bevattingsvermogen. Daarentegen heeft de arts ook informatie van u nodig en rekent hierbij op uw volledige medewerking. Met behulp van de informatie die de arts u heeft gegeven, beslist u of u wel of niet toestemt in het onderzoek of de behandeling. Over de rechten van uw kind kunt u meer lezen in de brochure ‘Patiëntenrechten en kinderen’.
Hoe werkt het oor?
Het oor is onder te verdelen in:
Uitwendige gehoorgang;
Trommelvlies waarachter zich het middenoor bevindt. Hierin bevinden zich de drie gehoorbeentjes en via de buis van Eustachius is het middenoor verbonden met de neus- en keelholte;
Het eigenlijke gehoororgaan: daar waar het geluid door zenuwen wordt opgevangen en naar de hersenen wordt geleid (dit wordt het slakkenhuis genoemd).
De trillingen in de lucht die we geluid noemen, komen via het oor en onze uitwendige gehoorgang op het trommelvlies terecht. Het trommelvlies vangt de trillingen op en voert deze door via de gehoorbeentjes naar het slakkenhuis. De signalen die als gevolg van het geluid in het slakkenhuis ontstaan, worden via de gehoorzenuw naar de hersenen getransporteerd. Wanneer deze signalen ten slotte aan de buitenkant van de hersenen, de hersenschors, zijn aangekomen, dan worden we het geluid gewaar of anders gezegd: dan horen we het geluid.
Normaal is het middenoor achter het trommelvlies - dus daar waar de gehoorsbeentjes zich bevinden - gevuld met lucht. De druk in deze kleine holte heeft dezelfde druk en samenstelling als de buitenlucht. Dit komt doordat deze ruimte in verbinding staat met de buitenlucht via de buis van Eustachius. De buis van Eustachius werkt, vooral op jonge leeftijd, vaak niet goed. Als de buis niet goed werkt, kan ook sprake zijn van een neusverkoudheid of een gewone griep. In alle gevallen betekent een slecht werkende buis dat het middenoor ‘op slot’ is: de lucht kan er niet meer in of uit. Dit is dan vooral te merken bij luchtdrukverschillen, zoals op de autoweg in de bergen en vooral in een vliegtuig.
Wat is een loopoor?
Een loopoor is geen ziekte op zich maar een verschijnsel (symptoom) van oorontsteking. Meestal is een loopoor het gevolg van een middenoorontsteking, maar ook een uitwendige gehoorgangontsteking of ooreczeem, kan gepaard gaan met een loopoor.
Hoe herkent u een loopoor?
Een loopoor kunt u herkennen als etterachtige vocht.
Hoe ontstaat het?
Het vocht dat bij een loopoor uit het oor vloeit, ontstaat ten gevolge van een middenoorontsteking of een ontsteking van de uitwendige gehoorgang of ooreczeem.
Is het ernstig en wat kan ik verwachten?
Een loopoor is op zichzelf niet ernstig. Bij een middenoorontsteking is een loopoor ontlasting van ontstekingsvocht uit het middenoor. Bij een uitwendige gehoorgangontsteking is het eczeemvocht van de gehoorganghuid. Soms kan enkele dagen na het plaatsen van trommelvliesbuisjes een beetje vocht uit het oor komen; dit gaat doorgaans spontaan over. Mocht dat niet het geval zijn, dan zal de KNO-arts bij de eerstvolgende controle/afspraak maatregelen nemen. In ieder geval is het niet ongebruikelijk dat kinderen met een trommelvliesbuisje een loopoor krijgen. Zoals eerder omschreven, zal dit meestal spontaan genezen. Er kunnen oordruppels voorgeschreven worden om de genezing te bespoedigen. In sommige gevallen kan een antibioticumkuur overwogen worden.
In de bijsluiter van oordruppels staat vaak dat deze druppels niet gebruikt mogen worden bij een beschadiging of een perforatie van het trommelvlies. Echter bij een ontsteking van het oor is het geen bezwaar om oordruppels te gebruiken, wanneer deze door de KNO-arts zijn voorgeschreven.
Behandeling van een loopoor
Wanneer contact opnemen met de (huis)arts?
Indien langer dan 1 week sprake is van een loopoor, is het raadzaam contact op te nemen met uw huisarts. Deze zal het kind onderzoeken en beoordelen of er oordruppels en/of een antibioticakuur voorgeschreven dienen te worden. Als het oor na twee weken druppelen nog niet droog is, zal de huisarts vaak doorverwijzen naar de KNO-arts.
Het is niet ongebruikelijk dat bij kinderen met een trommelvliesbuisje een ‘loopoor’ ontstaat. Men spreekt van een ‘loopoor’ wanneer er sprake is van uitvloed van ontstekingsvocht uit het oor. Meestal geneest een ‘loopoor’ spontaan binnen enkele dagen tot een week. Dan is het oor dus ‘droog’. Indien het oor na een week nog niet droog is, kunnen er oordruppeltjes worden gebruikt. Deze druppels dienen in ieder geval gebruikt te worden totdat het oor droog is geworden, en liefst nog twee dagen daarna. De druppels kunt u krijgen door contact op te nemen met de (huis)arts/polikliniek en een recept af te halen. Mocht het oor, ondanks twee weken druppelen, niet droog zijn geworden, neem dan contact op met de huisarts of de polikliniek KNO voor een extra afspraak. Het is dan belangrijk dat u aangeeft dat uw kind buisjes heeft en dat er al (meer dan) twee weken sprake is van een loopoor. De KNO-arts zal veelal het oor reinigen en de behandeling bijstellen. Zolang er sprake is van een loopoor is het raadzaam om niet te zwemmen. Ook wordt het gebruik van watjes afgeraden omdat dit de genezing belemmert.
Wat kunt of moet u zelf doen?
Zolang er sprake is van een loopoor, mag uw kind niet zwemmen. Roken in de omgeving van het kind geeft een verhoogd risico op zowel een luchtweginfectie als een oorontsteking en is daarom altijd af te raden.
Indien sprake is van een langdurig loopoor, kan overwogen worden het kind tijdelijk van de crèche of het kinderdagverblijf te houden. Gebleken is namelijk dat ook deze kinderen een verhoogde kans hebben op een oorinfectie.
Algemene adviezen en voorzorgsmaatregelen
Liever geen watje in het oor stoppen. Het is beter het loopoor niet af te sluiten, omdat bacteriën een afgesloten ruimte prettig vinden en daardoor juist kunnen vermenigvuldigen.
Wanneer u het oor van uw kind druppelt, trek dan de oorschelp iets naar boven en naar achteren, en draai het hoofd, zodat de druppels in het oor en niet uit het oor lopen.
Gebruik geen wattenstokjes, reinig de buitenkant van het oor met een washandje met lauw water. Probeer het eerste vocht in gehoorgang weg te nemen met een stukje absorberend papier, zoals bijvoorbeeld tissue of toiletpapier.
Verder zal de dokter u kunnen adviseren dat er geen water in de oren mag komen: in ieder geval geen zeepwater en shampoo. Het is aan te raden om voorlopig niet te zwemmen.
Heeft u vragen?
Als u na het lezen van de informatie nog vragen heeft, schrijf deze dan op of vraag iemand met u mee te gaan. De KNO-arts beantwoordt graag uw vragen over uw gehoor- en oorproblemen en de behandeling daarvan.
Kunt u niet komen?
Kunt u op het afgesproken tijdstip niet komen, bel dan zo snel mogelijk de polikliniek KNO: 024 365 82 25. Er kan dan nog een andere patiënt in uw plaats komen.
Contact
- KNOPolikliniek KNO (B66)
Bij verhinderingen: secretariaat KNO, telefoonnummer (024) 365 87 11. Er kan dan nog een andere patiënt in uw plaats gepland worden.
U kunt het secretariaat dan ook mailen: secretariaat.kno@cwz.nlmailto:secretariaat.kno@cwz.nl
(024) 365 82 25 of (024) 365 87 10 (secretariaat)
Maandag tot en met vrijdag van 8.30 tot 16.30 uur
G437-OLaatst bijgewerkt op 4 februari 2026

