Littekenbreuk

Behandeling

Inleiding

Uw behandelend arts heeft u voor een littekenbreuk naar de polikliniek chirurgie-heelkunde van CWZ verwezen. Deze pagina geeft u informatie over wat de chirurg in CWZ met u bespreekt, zodat u zich kunt voorbereiden op het gesprek of na het gesprek alles nog eens rustig kan nalezen. Ook zijn de gebruikelijke behandelingsmogelijkheden voor u op een rij gezet. Het is goed u te realiseren dat voor u persoonlijk de situatie anders kan zijn dan beschreven.

Wat is een littekenbreuk

Een littekenbreuk is een onderbreking in de buikwand. Deze onderbreking is ontstaan op een plaats, die in het verleden gebruikt is om een operatie uit te voeren. De meest voorkomende oorzaak van het ontstaan van een littekenbreuk is een stoornis van de wondgenezing bij de vorige operatie. Dat kan zich hebben voorgedaan in de vorm van een bloeduitstorting, al dan niet met een ontsteking. Het kan ook komen door een slechte lichamelijke conditie of door het gebruik van bepaalde medicijnen, die u nodig had.

Het kan ook zijn dat u zo ernstig ziek was dat de wond in de buikwand niet gesloten kon worden en vanzelf is dicht gegroeid, waarna een littekenbreuk kan ontstaan.

Onderzoek

De arts stelt de diagnose aan de hand van de bevindingen bij het lichamelijk onderzoek. De breuk is meestal gemakkelijk vast te stellen als u staat. Aanvullend onderzoek is bij kleine littekenbreuken in het algemeen niet nodig. Bij grote littekenbreuken kan een CT-scan (zie pagina CT-scan) nodig zijn om te bestuderen hoe uw breuk eventueel hersteld kan worden.

Behandeling

Niet alle littekenbreuken hoeven geopereerd te worden. Wanneer een kleine breuk geen klachten geeft, is een operatie niet nodig. Breuken die groter worden en breuken die klachten geven, komen wel in aanmerking voor behandeling. De arts zal met u bespreken, hoe in uw geval de breuk behandeld kan worden.

In het algemeen zal u een operatie worden geadviseerd. Wanneer het operatierisico te groot lijkt of wanneer er geen herstelmogelijkheden zijn, kan besloten worden u niet te opereren en te volstaan met het dragen van een aangemeten korset of breukband.

Een operatie kan via een snede (incisie) of via een zogenaamde kijkoperatie (laparoscopisch) worden gedaan. De chirurg bespreekt wat u uw geval het beste is. Meer informatie vindt u op de pagina ‘Kijkoperaties in de buik’.

Operatie

Een operatie voor een littekenbreuk is meestal geen kleinigheid. Meestal gaat het hierbij om een relatief grote operatie. Het kan bijvoorbeeld nodig zijn om de spierlagen van de buikwand van elkaar los te maken om meer ruimte te krijgen zodat het buikwanddefect kan worden gesloten. Dat gaat gepaard met grote wondgebieden in de buikwandspieren. Als de buikwand niet ruimer kan worden gemaakt, is vaak kunststof nodig om het defect te kunnen sluiten.

Mogelijke complicaties

Geen enkele operatie is zonder risico’s. Zo is ook bij dit soort operaties de normale kans op complicaties aanwezig, zoals nabloeding, wondinfectie, trombose of longontsteking.

Door de grootte van de ingreep en het gebruik van kunststof materialen is er een verhoogd risico op een gestoorde wondgenezing. Dat kan aanleiding geven tot een wondinfectie of tot het ontstaan van een nieuwe (recidief) littekenbreuk. Daarnaast kunnen er na de operatie tijdelijk ademhalingsproblemen ontstaan, omdat door het sluiten van de breuk er voor een normale buikademhaling minder ruimte is dan voorheen.

Voorbereiding voor de operatie

Spreekuur anesthesioloog

De operatie vindt onder volledige narcose plaats. Hierover kunt u meer lezen op de pagina Verdoving (anesthesie) bij volwassenen. Voor de operatie en de anesthesie zijn enige voorbereidingen noodzakelijk, dit wordt ook wel preoperatief onderzoek of preoperatieve voorbereiding genoemd. Daarom gaat u naar het spreekuur van de anesthesioloog.

De anesthesioloog schat in welke risico’s in uw geval aan de operatie en de anesthesie verbonden zijn en hoe deze kunnen worden beperkt.

De anesthesioloog spreekt ook overige voorbereidingen met u af zoals medicijngebruik (bloedverdunners) en nuchter zijn voor de operatie.

Verpleegkundig spreekuur

U heeft meestal ook een gesprek met de intake-verpleegkundige van de afdeling chirurgie-heelkunde. De verpleegkundige bespreekt met u:

  • De gang van zaken voor en tijdens de opname en de vermoedelijke opnameduur.

  • De vragen die u nog heeft over de behandeling, de voorbereiding en de nazorg.

Opname

Nuchtere opname

Als u op de dag van de operatie wordt opgenomen blijft u nuchter volgens de afspraken met de anesthesioloog en bent u eventueel gestopt met (bloedverdunnende) geneesmiddelen. Zie voor informatie pagina ‘Verdoving (anesthesie) bij volwassenen’. U meldt zich op het afgesproken tijdstip op de afgesproken afdeling.

Opname dag vóór de operatie

  • Voor de operatie krijgt u de voorbereidende medicijnen voor de anesthesie (premedicatie).

  • Wanneer u een kunstgebit en/of contactlenzen draagt moet u deze uitdoen. Ook mag u tijdens de operatie geen sieraden dragen.

  • Tijdens de operatie draagt u een operatiehemd.

  • Een verpleegkundige rijdt u met uw bed naar de voorbereidingsruimte van de operatieafdeling. Daar krijgt u een infuus.

  • U gaat daarna naar de operatiekamer en schuift over op de operatietafel.

  • Voordat de anesthesioloog u de narcosemiddelen via het infuus toedient, wordt eerst de bewakingsapparatuur aangesloten en worden samen met u enkele vragen doorgenomen als laatste controle.

Na de operatie

Na de operatie ontwaakt u op de verkoever- of uitslaapkamer. Als u goed wakker bent, gaat u in principe terug naar de verpleegafdeling. Daar controleert de verpleegkundige regelmatig de bloeddruk, het hartritme, de wond en de urineproductie.

Het kan zijn, dat u direct na de operatie door een aantal slangen verbonden bent met apparaten. Dat kunnen zijn:

  • Eén of twee infusen voor vochttoediening;

  • Een dun slangetje in uw rug voor pijnbestrijding;

  • Een sonde door uw neus, die via de slokdarm in de maag ligt en ervoor zorgt dat overtollig maagsap wordt afgezogen;

  • Een drain in uw buik voor afvoer van eventueel bloed en wondvocht;

  • Een blaaskatheter voor afloop van urine.

Als alles goed gaat mag u na de operatie weer drinken en eten.

Pijnbestrijding

Na de operatie krijgt u volgens een vast protocol pijnstillers. Het kan zijn dat u toch pijn blijft houden. U kunt dit aangeven bij de verpleegkundige. Zie hiervoor ook ‘Pijnmeting’ op de pagina ‘Verdoving (anesthesie) bij volwassenen’. De verpleegkundige zal u, in overleg met de zaalarts, betere pijnstillers geven.

Beweging

Bewegen is niet alleen belangrijk om trombose te voorkomen, maar ook om verlies van spierkracht tegen te gaan. Bovendien is uit onderzoek gebleken dat wanneer u rechtop zit, de ademhaling beter is en dat u beter kunt ophoesten.

Luchtweginfecties komen daardoor minder voor en de zuurstofvoorziening naar de wond is beter, wat gunstig is voor de genezing. Na de operatie wordt zo snel mogelijk gestart met de mobilisatie. De dag van de operatie moet u proberen eventjes rechtop in bed en even op de rand van het bed of in een stoel te zitten. De eerste keer dat u uit bed gaat, krijgt u begeleiding van een verpleegkundige. Korte tijd na de operatie is het vaak raadzaam het wondgebied - met name bij drukverhoging (hoesten, persen) - wat te ondersteunen met uw hand. Bij grote buikwandoperaties wordt soms een elastisch steunverband aangelegd.

Ontslag uit het ziekenhuis

Als alles goed gaat kunt u in afhankelijk van de grootte van de operatie binnen 1 (tot 5) dag(en) na de operatie het ziekenhuis verlaten. Bij ontslag krijgt u een afspraak mee voor de poliklinische controle. Uw huisarts krijgt automatisch bericht van de uitgevoerde operatie.

Adviezen voor thuis

Afhankelijk van de operatiemethode, de grootte van de ingreep en persoonlijke factoren zult u na ontslag uit het ziekenhuis nog enige tijd hinder kunnen ondervinden van het operatiegebied. Ook het hervatten van uw dagelijkse activiteiten zullen daarvan afhankelijk zijn.

Pijnbestrijding
Een goede pijnbestrijding is belangrijk voor het genezingsproces. Daarom is het raadzaam dat u zonodig de pijn met pijnstillers onderdrukt en dit langzaam afbouwt. Dit doet u als volgt:

  • De eerste 2 dagen 4 keer per dag - om de 6 uur - 2 tabletten paracetamol van 500 mg.

  • Dan 2 dagen 4 keer per dag - om de 6 uur - 1 tablet paracetamol van 500 mg.

  • Daarna stopt u en gebruikt alleen zonodig bij pijn 2 tabletten paracetamol van 500 mg. (maximaal 4 keer per dag).

Wondverzorging
24 uur nadat eventuele drains verwijderd zijn mag u de pleister van de wond verwijderen en weer douchen. De wond is dan voldoende dicht.

Als het gaasje vastzit aan de wond kunt u het onder de douche losweken. Na het douchen de wond droogdeppen.

U mag de eerste week niet zwemmen of langdurig baden. Droog houden van de wond bevordert een goede wondgenezing. Dus kunt u beter ook geen afsluitende pleister op de wond gebruiken, deze maken de wond vochtig.

Wanneer contact opnemen?
Neemt u de eerste week na de operatie contact op met het ziekenhuis bij:

  • hevige pijnklachten die niet verdwijnen als u pijnstillers gebruikt;

  • infectie: wond is gezwollen, rood en warm, gaat open en/of er komt wondvocht uit;

  • temperatuur hoger dan 38,5 graden kort na de operatie.

Tijdens kantooruren belt u de polikliniek chirurgie-heelkunde, telefoonnummer (024) 365 82 60. Buiten kantooruren belt u CWZ (024) 365 76 57 en vraagt naar de dienstdoende chirurg.

Werkhervatting

Meestal kunt u twee tot drie weken na het ontslag weer - eventueel aangepast - met werken beginnen. Vraagt u zich af of uw aandoening of behandeling consequenties heeft voor het uitoefenen van uw werk? Overleg dan met uw bedrijfsarts. De bedrijfsarts begeleidt de terugkeer naar uw werk. Afspraken over uw werk zullen vaak soepeler verlopen als u de bedrijfsarts al vóór de ingreep informeert of zo spoedig mogelijk na de ingreep op de hoogte brengt. U kunt een gesprek voeren met uw bedrijfsarts op het arbeidsomstandigheden-spreekuur van de arbodienst van het bedrijf of de organisatie waar u werkt.

Tips bij de hervatting van diverse activiteiten?

Gouden regel is dat u geleidelijk aan weer van alles mag gaan doen en uitproberen, zolang dit geen aanhoudende toename van klachten geeft.

Wissel de eerste dagen rust en activiteit steeds af, waarbij u geleidelijk aan steeds actiever wordt en minder hoeft te rusten. In het algemeen kunt u ongeveer zes weken na de operatie alle activiteiten weer doen die u voor de operatie ook kon.

Wandelen

Lopen is goed om uw conditie weer wat te verbeteren en u mag dit doen naar kunnen.

Wissel de eerste dagen lopen en rusten goed af. En onthoud: (spier) pijn mag, mits dit na een nachtrust weer verminderd is.

Tillen

Beperk de eerste zes weken zowel vaak als zwaar tillen. Bouw dit langzaam op. Na twee weken kunt u normale (lichte) huishoudelijke activiteiten meestal weer gewoon doen.

Fietsen

Zodra u zich probleemloos kunt bewegen, mag u het fietsen, weer gaan uitproberen.

Autorijden

Als u zich probleemloos kunt bewegen, kunt u ook weer gaan autorijden.

Sporten

Als u gewend was om te sporten kunt u dat meestal na twee weken weer langzaam oppakken. Wanneer de dagelijkse dingen en wandelen weer probleemloos gaan, kunt u, als u dat gewend was, na twee weken weer rustig beginnen met sporten. Begin met ontspannen bewegen en bouw dit uit naar het niveau van voor de operatie.

Seks

Vrijen hoeft geen probleem te zijn mits u hierbij de gouden regel in acht neemt. Dus dat u geleidelijk aan weer van alles mag gaan doen en uitproberen, zolang dit geen aanhoudende toename van klachten geeft.

Vragen

Heeft u nog vragen, stel ze gerust aan uw behandelend arts of de verpleegkundige.

Bij dringende vragen of problemen vóór uw behandeling kunt u zich het beste wenden tot de polikliniek chirurgie-heelkunde.

Verhindering

Bent u op de dag van de behandeling onverhoopt verhinderd, laat dit dan zo snel mogelijk weten. U belt dan naar de afdeling opname- en patiëntenplanning, tijdens kantooruren bereikbaar op telefoonnummer (024) 365 71 30. Kunt u een afspraak op de polikliniek of voor een onderzoek niet nakomen, bel dan zo spoedig mogelijk de betreffende afdeling.

G480-PLaatst bijgewerkt op 11 januari 2026

Inhoudsopgave