Lipbiopsie voor onderzoek
Onderzoek
Informatie voor patiënten over het verwijderen van speekselkliertjes uit de lip voor onderzoek
Inleiding
Uw behandelend arts heeft voorgesteld om een lipbiopsie door de KNO-arts te laten verrichten. Deze pagina geeft u informatie over de voorbereiding en de gang van zaken bij een lipbiopsie.
Waarom een lipbiopsie
De diagnose syndroom van Sjögren wordt gesteld op basis van een combinatie van klachten, afwijkingen of functievermindering van de traan- en speekselklieren, bloedafwijkingen en uitsluiting van andere in aanmerking komende oorzaken.
Gewoonlijk worden voor de diagnose een aantal oogtesten verricht en in veel gevallen een stukje speekselklierweefsel onder de microscoop onderzocht ('lipbiopt'). Deze speekselkliertjes worden in CWZ door de KNO-arts verwijderd.
Bloedonderzoek is belangrijk om zo nodig aanvullende steun voor de diagnose syndroom van Sjögren te vinden, een oordeel te vormen over de ernst en de te verwachten complicaties van het syndroom van Sjögren in te kunnen schatten en om andere ziekten uit te sluiten.
Uw behandelend internist bespreekt met u het resultaat van alle onderzoeken, dus ook van het onderzoek van de lipspeekselkliertjes.
Meer informatie over het syndroom van Sjögren vindt u op de website van de Nationale Vereniging Sjögrenpatiënten (NVSP): www.nvsp.nlhttp://www.nvsp.nl
Voorbereidingen
Als u bloedverdunnende medicijnen gebruikt, kan het belangrijk zijn om de inname tijdelijk te stoppen. Gebruikt u Marcoumar en Sintrom (sintrommitis) dan staat u onder controle van de trombosedienst en overlegt u met de trombosedienst hoe u het beste kunt stoppen. Dit gebeurt altijd in overleg met uw arts. In de meeste gevallen kunt u uw bloedverdunnende medicijnen gewoon blijven innemen.
De ingreep vindt onder plaatselijke verdoving plaats. U hoeft dus niet nuchter te blijven.
Melden
U meldt zich op de afgesproken tijd aan bij het meldpunt 2B. Daarna neemt u plaats in de wachtkamer van de polikliniek KNO (B66). Zodra u aan de beurt bent, haalt de polikliniekmedewerker u op.
De ingreep
In de behandelkamer neemt u plaats op de behandeltafel. De KNO-arts verdooft een kant van uw onderlip met een injectie; U kunt dit vergelijken met een verdovingsprik bij de tandarts. De poli-assistente zal uw lip vasthouden; u kunt dit eventueel ook zelf doen als u dat fijner vindt. Er wordt een kleine snede aan de binnenzijde in uw onderlip gemaakt. Daarna verwijdert de KNO-arts een paar minuscuul kleine speekselkliertjes. Het wondje wordt gesloten met oplosbaar hechtmateriaal. Dit lost binnen ongeveer een week vanzelf op. De lip blijft nog enige tijd gevoelloos, dus past u de eerste uren op met het eten en drinken van hete voedingswaren. Na uitwerken van de verdoving kunt u nog beperkt last hebben van wat napijn, maar mag u in principe weer uw normale eet- en drinkpatroon volgen.
De speekselkliertjes worden naar het laboratorium gestuurd voor onderzoek.
Is er kans op een complicatie?
Bij iedere operatie, ook een operatie aan de lip, is er sprake van enig risico. Er kan bijvoorbeeld een onverwachte bloeding optreden of een beperkte infectie optreden: de kansen daarop zijn heel erg klein.
Heeft u vragen?
Als u na het lezen van de informatie nog vragen heeft, schrijf deze dan op of vraag iemand met u mee te gaan. De polikliniekmedewerker beantwoordt uw vragen graag voor de ingreep en de KNO-arts vertelt tijdens de ingreep wat er gebeurt.
Kunt u niet komen?
Kunt u op het afgesproken tijdstip niet komen, bel dan zo snel mogelijk de polikliniek KNO. Er kan dan nog een andere patiënt in uw plaats komen.
Contact
- KNOPolikliniek KNO (B66)
Bij verhinderingen: secretariaat KNO, telefoonnummer (024) 365 87 11. Er kan dan nog een andere patiënt in uw plaats gepland worden.
U kunt het secretariaat dan ook mailen: secretariaat.kno@cwz.nlmailto:secretariaat.kno@cwz.nl
(024) 365 82 25 of (024) 365 87 10 (secretariaat)
Maandag tot en met vrijdag van 8.30 tot 16.30 uur
G456-NLaatst bijgewerkt op 21 januari 2026

