Kraakbeenoperatie

Behandeling

Inleiding

Uw behandelend arts heeft u geadviseerd om een behandeling/operatie aan het kraakbeen in uw knie te doen.
Deze pagina geeft u informatie over hetgeen de orthopeed in CWZ met u heeft besproken, zodat u na het gesprek alles nog eens rustig kunt lezen en zich voor kunt bereiden op de opname.

Het kniegewricht

De knie is het gewricht tussen het bovenbeen en het onderbeen. Aan de voorzijde van de knie zit de knieschijf. In het kniegewricht worden krachten en bewegingen van het onderbeen op het bovenbeen overgebracht en vice versa. Deze krachten en bewegingen worden opgevangen en geleid door de spieren, het kapsel en de banden in en om het gewricht (kruisbanden) en de meniscus en het kraakbeen. De (kruis)banden, het kapsel en de meniscus zorgen voor de passieve stabiliteit, de spieren zorgen voor de actieve stabiliteit. De meniscus functioneert ook als demping tussen de botten. De bot-oppervlakken van de knie zijn bedekt met gewrichtskraakbeen, wat een wit, glimmend en soepel weefsel is zonder bloedvaten of zenuwen (ongeveer zoals een kippenbotje). Dit gewrichtskraakbeen beschermt de lagergelegen structuuruiteinden van de kniebotten tegen wrijving. De bekleding van het kniegewricht produceert een vloeistof die voeding verschaft aan het kraakbeenoppervlak dat gewichtsbelasting ondergaat. Deze vloeistof houdt tevens het gewrichtsoppervlak gesmeerd, waardoor de gewrichten soepel over elkaar kunnen schuiven.

G543 - 1 kniekraakbeen anatomie met tekst

Kraakbeenschade

Kraakbeenschade in de knie kan ontstaan door bijvoorbeeld een trauma (ongeluk, verdraaiing) aan de knie en soms ook door een tijdelijke doorbloedingsstoornis van een gedeelte van het bot onder het kraakbeen. Soms is de oorzaak niet te achterhalen. Als kraakbeenschade gelokaliseerd is in slechts een klein deel van de knie, kan dit soms toch veel pijnklachten geven bij het belasten van de knie en soms zelfs in rust. Tevens kan de knie dan dik worden. Dit komt omdat het kraakbeen in een bepaald gebied slechter is van kwaliteit en het kapsel van de knie hierop reageert door het aanmaken van meer gewrichtsvocht. Soms treedt de pijn pas op bij intensieve activiteiten, maar later ook bij de normale dagelijkse dingen of zelfs ’s nachts. Fietsen gaat vaak beter dan wandelen. Een kraakbeendefect, zoals hierboven omschreven, wordt geconstateerd bij een kijkoperatie van de knie of door een MRI-scan. Als dit het geval is bij een jonge patiënt, wordt besproken of (op termijn) een operatieve behandeling een optie zou zijn.

Behandeling

Niet-operatief

  • gewichtscontrole

  • quadricepstraining: voorste dijspier vervult belangrijke schokdempende functie en vermindert vrij snel in volume en kracht bij knieproblemen

  • steunzolen met een ophoging aan de gezonde binnen- of buitenzijde: de ophoging komt enkel aan de aangedane zijde (links of rechts) en op die manier wordt de gezonde binnen- of buitenzijde meer belast en die met het kraakbeenletsel minder

  • glucosamine-/ hyaluronzuur-injecties

Daarnaast geven we het advies om lang staan, wandelen en slenteren te vermijden, dit zorgt er namelijk voor dat het gewrichtsvocht uit het kraakbeen wordt geduwd. We raden aan om tijdens deze activiteiten regelmatig uit te rusten en zo het kraakbeen de tijd te geven om opnieuw voldoende vocht op te nemen.

Operatief
Er zijn diverse operatieve behandelingen. De gekozen techniek is afhankelijk van de mate van kraakbeenschade, locatie van schade, uw klachten. Uw orthopeed bespreekt met u welke methode voor u van toepassing is. Hier worden 4 methoden uitgelegd.

1. Schoonmaken door middel van kijkoperatie
Tijdens een kijkoperatie worden er kraakbeenfragmenten uit de knie verwijderd, waarna de hele knie grondig gespoeld wordt. Dit om eventuele afbraakproducten te verwijderen. Het doel is niet zozeer een herstel van het letsel, maar wel een verminderen van de pijn en zwelling (= symptomatische behandeling).

2. Microfractuur-behandeling
Een microfractuur-behandeling bestaat uit het maken van kleine gaatjes in het blootgelegde en beschadigde botoppervlak. Dit oppervlak, is hard en heeft geen goede doorbloeding. Er worden kleine gaatjes gemaakt om deze harde laag te doorboren en het bot te laten bloeden. Daardoor wordt het mogelijk gemaakt voor genezende cellen om het oppervlak te bereiken. Deze procedure wordt gewoonlijk uitgevoerd middels een kijkoperatie van de knie (een kleine incisie in de knie met gebruik van een camera om het beschadigde gebied te bekijken), maar kan in sommige gevallen ook uitgevoerd worden door het kniegewricht te openen (open operatie).

G543 - 2 kniekraakbeen microfractuur

4. OATS-plastiek
Bij een OATS-plastiek worden cilindervormige pijpjes bot met overliggend kraakbeen uit een minder belast gedeelte van dezelfde knie gehaald en in het kraakbeendefect getransplanteerd. Door middel van deze pijpjes kan het gewrichtsvlak van de knie gereconstrueerd worden.

G543 - 4 kraakbeeen OATS

Mogelijke complicaties
Gelukkig treden na een kraakbeenoperatie niet vaak complicaties op. De mogelijke complicaties op een rijtje:

  • Er kan een verstopping van een bloedvat in het been (trombose) ontstaan. Wanneer dit niet behandeld wordt, kan er een stolsel naar de longvaten of hersenvaten schieten. Dit kan zeer ernstige gevolgen hebben. In het ziekenhuis krijgt u een spuitje ter voorkoming van trombose. Trombose is herkenbaar aan een gezwollen, glanzende, en pijnlijke kuit.

  • Omdat er sneden in de huid worden gemaakt, kan een huidzenuw beschadigd raken. Dit geeft een doof gevoel in een gedeelte van de huid. Meestal verdwijnen deze klachten in de loop van de tijd vanzelf. Soms zijn ze echter blijvend.

  • De knie kan stijf worden door vorming van littekenweefsel.

  • Een infectie is een vervelende complicatie. De kans hierop is erg klein, maar het kan ernstige gevolgen hebben voor het gewrichtskraakbeen.

  • Er kan een nabloeding optreden. Soms moet er dan een hechting geplaatst worden.

  • De bloeddrukband voor het bloedleeg maken van de knie, kan te strak gezeten hebben. Dit kan een kneuzing veroorzaken. Deze klachten verdwijnen vanzelf.

  • Afstoting van de botcilinder met overliggend kraakbeen; de doorbloeding van het bot lijkt in deze situatie niet goed op gang te komen, waardoor het overliggend kraakbeen snel verslechtert en opnieuw klachten kan veroorzaken.

Voorbereiding operatie

De arbodienst
De bedrijfsarts begeleidt de terugkeer naar uw werk. Daarom is het belangrijk dat uw bedrijfsarts op de hoogte is van de operatie en nabehandeling. Afspraken over uw werk zullen vaak soepeler verlopen als u de bedrijfsarts al vóór de operatie informeert.

Anesthesie (verdoving)
Meer informatie hierover kunt u lezen op de pagina’s van de afdeling anesthesie.

Verpleegkundig spreekuur
Voorafgaande aan de operatie heeft u een intakegesprek met de orthopedisch verpleegkundige van de polikliniek orthopedie. Tijdens dit gesprek worden er gegevens over u genoteerd die belangrijk zijn voor de opname op de verpleegafdeling, wordt u geïnformeerd over hoe u zich zo goed mogelijk kan voorbereiden en wordt de nazorg besproken.

Wat moet u meenemen?

Tijdens uw opname heeft u nodig:

  • gemakkelijk zittende kleding

  • geldig legitimatiebewijs (paspoort of rijbewijs)

Waardevolle bezittingen
Het is raadzaam om, sieraden en andere kostbaarheden thuis te laten. Het ziekenhuis kan niet aansprakelijk worden gesteld voor diefstal of zoekraken van uw spullen

Medicijnen
De medicijnen die u tijdens uw verblijf nodig heeft, ontvangt u van de ziekenhuisapotheek. Echter verzoeken wij u om uw eigen medicijnen, in de originele verpakking, bij opname mee te nemen. Neem geen medicijnen in zonder te overleggen met de verpleegkundige. Een combinatie van geneesmiddelen kan namelijk gevaarlijk zijn.

Dieet
Als u een bepaald dieet volgt, vragen wij u dit aan de verpleegkundige mede te delen. Dan kan daar rekening mee worden gehouden tijdens de opname

Allergie
Bent u allergisch (overgevoelig) voor bepaalde stoffen, zeg dit dan tegen uw behandelaar. Hiermee wordt dan rekening gehouden bij uw behandeling en verpleging.

Bloedverdunners
Bij het gebruik van bloedverdunnende geneesmiddelen is het soms nodig deze voor de operatie te stoppen. Uw arts geeft aan of dit voor u van toepassing is. Stop nooit op eigen initiatief met het gebruik van bloedverdunners. Bent u onder controle bij de trombosedienst, neem dan bij opname de doseringskaart mee.

Nuchter
Meer informatie hierover kunt u vinden op de pagina’s van anesthesie.

De operatiedag

Operatie opname afdeling
U meldt zich op het afgesproken tijdstip bij de afdeling die u doorgekregen heeft van de operatieplanning, u kunt dit ook terug vinden in Mijn CWZ. Op deze afdeling vindt de voorbereiding plaats voor uw operatie.

Voorbereiding operatie

  • Voordat u naar de operatiekamer gaat, krijgt u eerst op de afdeling de voorbereidende medicatie voor de anesthesie (premedicatie). Het is belangrijk dat u deze medicatie voor de ingreep inneemt. Dit heeft als doel een spiegel in uw bloed op te bouwen zodat na de operatie de pijnmedicatie meer effect heeft.

  • Het is belangrijk dat u voor de ingreep nog even plast, zodat de blaas leeg is.

  • Wanneer u een gebitsprothese heeft, moet u deze uit doen.

  • U mag geen sieraden/piercings dragen

  • U mag geen make-up /bodylotion gebruiken.

  • Nagellak/gellak/acryllak of nep nagels mogen blijven zitten.

  • Tot 3 dagen voor de operatie mag u nog scheren of ontharing crème gebruiken, dit om wondjes te voorkomen

  • Tijdens de operatie draagt u een operatiejasje dat u op de afdeling krijgt. Bovengenoemde maatregelen zijn bedoeld om de hygiëne op de operatiekamer te waarborgen en de kans op een infectie te verminderen.

  • De verpleegkundige zal, samen met u, een pijl op het te opereren been zetten, dit is ter controle

  • Een kwartier voor de ingreep wordt u naar de voorbereidingsruimte van de operatieafdeling gebracht. Hier wordt u verder voorbereid op de operatie.

  • U gaat in uw bed naar de operatiekamer en schuift op een smalle operatietafel. De anesthesioloog geeft u de verdoving die met u besproken is. Als de operatie begint zal de bewakingsapparatuur aangesloten worden, om lichaamsfuncties zoals bloeddruk, hartslag en ademhaling tijdens de operatie goed te kunnen observeren.

Na de operatie

De operatiedag
Na de operatie gaat u naar de uitslaapkamer (verkoeverkamer) Hier zal men regelmatig uw bloeddruk, polsslag, temperatuur en ademhaling controleren. Er wordt ook regelmatig naar de wond gekeken en naar de pijn gevraagd. Als u weer goed wakker bent en de pijn onder controle is, gaat u naar de verpleegafdeling.

De fysiotherapeut komt bij u langs. U krijgt uitleg over het revalidatieprotocol. Bij vrijwel alle bovengenoemde operatietechnieken (behalve bij het alleen schoonmaken van de knie) zal er sprake zijn van een periode waarin u de knie niet volledig mag belasten, meestal is dit gedurende 6 weken. Het bot in combinatie met het kraakbeen heeft deze tijd nodig om goed in te kunnen groeien en om een goede doorbloeding te krijgen. U leert om met behulp van 2 krukken te lopen, zonder volledig steun te nemen op het geopereerde been. Ook worden er buig- en strekbewegingen van de knie geoefend op geleide van pijn en zwelling.
Douchen mag, maar niet te lang om verweking van de wond te voorkomen.
De hechtingen die in de wond zitten zijn meestal oplosbaar. Het duurt ongeveer zes weken voordat deze hechtingen verdwenen zijn.
Als alle controles goed zijn, de pijn onder controle is en de fysiotherapeut tevreden is over het herstel, volgt ontslag

Ontslag

Bij ontslag uit het ziekenhuis krijgt u van de verpleegkundige toelichting over de controleafspraak, die ongeveer zes weken na de operatie plaatsvindt. De brief voor de huisarts wordt digitaal verstuurd. Een verwijzing en overdracht voor de fysiotherapie krijgt u mee. De verpleegkundige neemt nog enkele praktische zaken met u door en u krijgt pijnmedicatie mee naar huis. (Zie pagina ‘Instructie bij ontslag uit het ziekenhuis’ voor verdere informatie over pijnstilling).
U kunt niet zelf met de auto of fiets naar huis rijden. Het is verstandig om af te spreken dat iemand u komt halen.

Weer thuis

Adviezen voor thuis
Afhankelijk van de operatie en individuele factoren, ondervindt u na de operatie nog enige tijd hinder van het operatiegebied.
Er volgen nog enkele adviezen:

  • Na het douchen de wond droogdeppen. U mag de eerste week niet baden en zwemmen. Indien de wond droog is hoeft u geen pleister meer te plakken

  • Bij een warme, gezwollen knie, kunt u gebruik maken van coldpacks (verkrijgbaar bij de drogist). Daarnaast is het dan belangrijk om het been omhoog te leggen.

  • Naast de pijnstillers die u eventueel van ons hebt voorgeschreven gekregen, is het verstandig om paracetamol (500 mg) als aanvulling gebruiken.

Nabehandeling

Het ondergaan van een kraakbeenbehandeling is geen kleinigheid. Zeker in de eerste maand na de operatie, vraagt de revalidatie veel van u. Voor een goed resultaat is het nauwkeurig volgen van een revalidatieprogramma belangrijk.
Uw knie heeft in het begin veel rust nodig. U leert de knie langzaam weer te belasten, zodat u de normale dagelijkse activiteiten op de juiste manier kunt doen. Deze revalidatie verloopt in drie fasen:

De eerste weken thuis
De eerste weken thuis bestaat uit zoveel mogelijk rust. Rust is van essentieel belang voor een goede genezing. Bij het lopen maakt u daarom altijd gebruik van twee krukken en mag u niet volledig belasten.
Uw dagelijkse activiteit is in deze periode beperkt tot het lopen van kleine stukjes en het doen van oefeningen voor uw knie. De fysiotherapeut instrueert u hoe u de knie strekt en buigt en u uw spiergevoel traint. De fysiotherapeut beoordeelt wanneer u verder kunt met oefenen aan de hand van pijn, zwelling en warmte van de knie.

Het hervatten van het dagelijks leven en werkzaamheden
U leert steeds zelfstandiger te bewegen. U werkt aan het herstel van het normale looppatroon. U leert weer lopen zonder krukken en oefent samen met de fysiotherapeut om het geopereerde been goed te gebruiken. De knie wordt steeds beweeglijker. Ook de kracht en coördinatie van de spieren nemen toe. Er wordt naar gestreefd, dat u na 6 weken mag beginnen met buiten lopen zonder krukken, fietsen en autorijden. De fysiotherapeut houdt de mate waarin de knie belast kan worden nauwkeurig in de gaten. Hierbij let hij weer op zwelling, warmte, pijn en de mate waarin u de knie kunt buigen en strekken. Als u de knie zwaarder kunt belasten, gaat u intensiever trainen. Het trainingsprogramma bestaat dan uit fietsen, roeien, steppen, lopen en specifieke kracht- en stabiliteitsoefeningen.
U kunt in deze periode weer beginnen met werken. Dit is afhankelijk van de inhoud van het werk. Zittend werk kan vaak sneller hervat worden dan zwaarder lichamelijk werk.

De terugkeer naar zwaardere belasting en sport
U leert de knie zwaarder te belasten met verschillende oefeningen. Met deze specifieke oefeningen bereidt u de knie voor op intensieve belasting. Dit is van belang als u werk doet waarbij u veel staat, loopt en tilt, en waarbij de kniebelasting groot is. Ook als u weer wilt gaan sporten zijn deze oefeningen van belang. De meeste sporten kunnen vaak na 6-9 maanden weer uitgeoefend worden. Sommige contactsporten, zoals voetbal, volleybal, basketbal en hockey kunnen vaak pas na 9-12 maanden hervat worden.
Bovengenoemde termijnen verschillen per patiënt. Als u weer wilt gaan werken of sporten is het verstandig dit te bespreken met de orthopeed en/of de fysiotherapeut.

Vragen en/of problemen

Ontstaan er ondanks de goede voorbereidingen toch nog problemen of zijn er na het lezen van de pagina nog vragen, neem dan contact op met het telefonisch spreekuur orthopedie.
Telefoonnummers vindt u onderaan op deze pagina.

U kunt ook contact opnemen door een e-mail te sturen naar: polikliniek.orthopedie@cwz.nl

Bij problemen - als u weer thuis bent na de behandeling/operatie - kunt u buiten kantooruren en in het weekend contact op nemen met de huisartsenpost.

Kunt u niet komen

Kan de geplande operatiedatum niet doorgaan, bijvoorbeeld doordat:

  • er meer voorbereiding nodig blijkt te zijn door longarts of cardioloog

  • u ziek bent met koorts (griep)

  • u verhinderd bent door onverwachte privéomstandigheden

Laat dit dan zo snel mogelijk weten. U belt naar de afdeling operatieplanning orthopedie, bereikbaar op werkdagen tussen 8.30 - 12.00 uur, telefoonnummer (024) 365 88 36.
Als u tijdig belt, kan er nog een andere patiënt gepland worden en maken wij met u een nieuwe afspraak.

Wat krijgt u mee naar huis?

  • Een recept voor pijnstilling en eventueel trombosespuitjes.

  • Een verwijzing voor fysiotherapie thuis.

  • Een controle afspraak voor ongeveer 6 weken na de operatie bij uw behandelend arts.

  • De brief voor de huisarts wordt digitaal verstuurd.

Afspraak polikliniek: .............................................................................................
Dr ...........................................................................................................................

Adviezen voor thuis

  • Na het douchen de wond droogdeppen. U mag de eerste week niet baden en zwemmen. Droog houden van de wond zorgt voor een goede wondgenezing. Gebruik daarom ook geen afsluitende pleister op de wondjes.

  • Bij een warme, gezwollen knie, kunt u gebruik maken van coldpacks (verkrijgbaar bij de drogist). Daarnaast is het belangrijk om het been omhoog te leggen. Koel de wond niet langer dan 15 minuten, maximaal drie keer per dag.

  • De hechtingen die in de wond zitten zijn oplosbaar. Het duurt ongeveer 6 weken voordat deze hechtingen verdwenen zijn.

  • Een goede pijnbestrijding is belangrijk voor het genezingsproces, gebruik de pijnstilling volgens voorschrift. Afbouwen van pijnstilling mag op geleide van de pijn.

    Stop eerst de tramal, daarna de diclofenac, als laatste de paracetamol. Over het algemeen kan de pijnstilling in enkele dagen afgebouwd worden.

Paracetamol:………......x per dag ……....…..….mg (zetpil/tablet)
Tijden: ..........................uur………………....uur.........................uur.....................uur

Diclofenac: ..……...……x per dag……......……..mg (zetpil/tablet)
Tijden: …………………….uur………………..uur……………………..uur

Tramal:………...……….…x per dag……….......…..mg (drank/tablet)
Tijden: …………………….uur………………..uur……………………..uur

Het kan zijn dat de behandelend arts van uw kind trombosespuitjes op recept krijgt. Uitleg hierover krijgt u op de kinderafdeling.
Trombosespuitjes: ja / nee

Nabehandeling

Voor een goed resultaat is het nauwkeurig volgen van een revalidatieprogramma belangrijk.

De eerste weken thuis

  • Zoveel mogelijk rust. Rust is van essentieel belang voor een goede genezing.

  • Maak altijd gebruik van twee krukken u mag uw knie niet volledig belasten.

  • Uw dagelijkse activiteit is in deze periode beperkt tot het lopen van kleine stukjes en het doen van oefeningen voor uw knie. De fysiotherapeut vertelt u hoe u de knie strekt en buigt en u uw spiergevoel traint. De fysiotherapeut beoordeelt wanneer u verder kunt met oefenen aan de hand van pijn, zwelling en warmte van de knie.

Het hervatten van het dagelijks leven en werkzaamheden

  • U leert steeds zelfstandiger te bewegen.

  • U werkt aan het herstel van het normale looppatroon.

  • U leert weer lopen zonder krukken en oefent samen met de fysiotherapeut om het geopereerde been goed te gebruiken. Er wordt naar gestreefd, dat u na 6 weken mag beginnen met buiten lopen zonder krukken en fietsen.

  • Het trainingsprogramma bestaat dan uit fietsen, roeien, steppen, lopen en specifieke kracht- en stabiliteitsoefeningen.

De terugkeer naar zwaardere belasting en sport

  • U leert de knie zwaarder te belasten met verschillende oefeningen. Met deze specifieke oefeningen bereidt u de knie voor op intensieve belasting.

  • De meeste sporten kunnen vaak na 6 tot 9 maanden weer uitgeoefend worden. Sommige contactsporten, zoals voetbal, volleybal, basketbal en hockey kunnen vaak pas na 9 tot 12 maanden hervat worden.

Bellen bij problemen

  • Bij klachten die horen bij de operatie kunt u overdag bellen naar het telefonisch spreekuur orthopedie (op werkdagen van 8.30 tot 9.30 uur), (024) 365 81 19.

  • Tot 17.00 uur is de polikliniek orthopedie (B56) bereikbaar op telefoonnummer (024) 365 82 65.

  • ’s Avonds, ’s nachts en in het weekend belt u naar de Spoedeisende hulp van CWZ, (024) 365 83 22.

G543 en G827Laatst bijgewerkt op 3 februari 2026

Inhoudsopgave