Inleiding
Uw behandelend arts heeft voorgesteld om vanwege uw knieklachten een kijkoperatie (artroscopie) te laten verrichten. Deze pagina geeft u informatie over hetgeen de orthopeed in CWZ met u heeft besproken, zodat u na het gesprek alles nog eens rustig kunt lezen en zich voor kunt bereiden op de opname.
Het kniegewricht
De knie bestaat uit drie botdelen: het bovenbeen, het onderbeen en de knieschijf. Om de knie ligt een gewrichtskapsel. Buiten dit gewrichtskapsel heeft de knie twee banden, die voor zijdelingse stabiliteit van de knie zorgen. Midden in de knie liggen de voorste en de achterste kruisband. Zij voorkomen dat het onderbeen naar voren of naar achteren verschuift.
Daarnaast voorkomen de kruisbanden bepaalde draaibewegingen tussen boven- en onderbeen. In de knie bevinden zich tussen het boven- en onderbeen twee maanvormige schijfjes van zacht kraakbeen (de meniscus). Deze vangen schokken van de knie op en zorgen dat boven en onderbeen in iedere stand goed op elkaar passen. Elk botdeel is daarnaast nog bekleed met een laag kraakbeen.
%2520%257B%2520%255Bnative%2520code%255D%2520%257D&w=640&q=100)
Wat kan er mis zijn met de knie?
Als u last heeft van uw knie, kan dat veel verschillende oorzaken hebben. Op deze pagina worden slechts de oorzaken genoemd, die bij een artroscopie gezien kunnen worden. Zo kunnen klachten het gevolg zijn van:
Beschadigde of gescheurde meniscus. Tijdens de artroscopie wordt deze bijgewerkt (gedeeltelijk verwijderd) en soms gehecht.
Beschadigd of abnormaal kraakbeen. Loszittend kraakbeen kan verwijderd worden, maar meestal kan een kraakbeenbeschadiging niet hersteld worden. Soms kan de beschadiging behandeld worden met boringen. Deze boringen zorgen voor het ontstaan van bindweefsel, dat de beschadiging afdekt.
Gewrichtsmuizen (dit zijn afgeronde kraakbeenstukjes) die los in de knie voorkomen. Deze stukjes kunnen slotklachten geven. Tijdens de artroscopie kunnen ze verwijderd worden.
Gescheurde kruisbanden. Meestal betreft het de voorste kruisband. Flarden van de gescheurde kruisband, die tussen het gewricht komen, kunnen verwijderd worden.
Combinatie van bovenstaande aandoeningen.
Wat houdt een artroscopie in?
Een artroscopie is een kijkoperatie. De bedoeling is echter om niet alleen in de knie te kijken, maar zo mogelijk gelijktijdig een behandeling uit te voeren.
Bij een artroscopie wordt met een buis (artroscoop) in de knie gekeken. Via een camera, die op de artroscoop is aangesloten, kan op een monitor de knie bekeken worden. Er worden drie kleine sneetjes van ongeveer een centimeter lengte in de huid gemaakt. Via het eerste sneetje gaan de artroscoop en vocht naar binnen. Het tweede sneetje zorgt voor de afvoer van het vocht. Via het derde sneetje kunnen instrumenten in de knie worden gebracht. Deze worden gebruikt bij de behandeling.
Om een helder beeld te kunnen houden tijdens de artroscopie wordt het kniegewricht met vloeistof gespoeld en wordt de operatie vaak ‘onder bloedleegte’ uitgevoerd.
Het bloed wordt uit het operatiegebied weggestreken en met een opgepompte bloeddrukband wordt het gebied ‘bloedleeg’ gehouden. De artroscopie zal ongeveer vijftien minuten duren.
Mogelijke complicaties
Gelukkig treden na een artroscopie slechts zelden complicaties op.
Na een artroscopie van de knie bestaat er een kleine kans op een trombosebeen. Trombose is herkenbaar aan een dikke, warme, rode en pijnlijke kuit. Als u deze klachten herkent, neem dan contact op met de polikliniek orthopedie of uw huisarts.
Er kan een nabloeding optreden. Hier wordt soms een hechting voor geplaatst.
Een infectie is een vervelende complicatie. De kans hierop is erg klein, maar het kan ernstige gevolgen hebben voor het gewrichtskraakbeen.
Omdat er bij de artroscopie sneetjes in de huid worden gemaakt, kan een huidzenuw beschadigd raken. Dit geeft een doof gevoel in een klein gebied van de huid. Meestal verdwijnen deze klachten in de loop van de tijd vanzelf.
De bloeddrukband voor het bloedleeg maken van de knie, kan te strak gezeten hebben. Dit kan een kneuzing/blauwe plek veroorzaken. Deze klachten verdwijnen vanzelf.
Voorbereiding operatie
Beslissing tot operatie
Als u samen met de arts heeft besloten tot een operatie, wordt er door een medewerker van de operatieplanning orthopedie een aantal zaken met u afgesproken. Van hen hoort u de operatiedatum, opnametijd en de verdere noodzakelijke voorbereidingen.
De arbodienst
De bedrijfsarts begeleidt de terugkeer naar uw werk. Daarom is het belangrijk dat uw bedrijfsarts op de hoogte is van uw aandoening of behandeling. Afspraken over uw werk zullen vaak soepeler verlopen als u de bedrijfsarts al vóór de operatie informeert
Anesthesie (verdoving)
Meer informatie hierover kunt u lezen op de pagina’s van de anesthesie.
Krukken
Het is verstandig om voor dat u geopereerd wordt krukken te lenen bij een thuiszorgwinkel, u kunt ook de krukken huren of kopen op de verpleegafdeling A44 Na de operatie mag u volledig op uw been staan maar dit geeft vaak in het begin nog pijn. De krukken kunt u de eerste dagen gebruiken bij het lopen.
Wat moet u meenemen?
Tijdens uw opname heeft u nodig:
gemakkelijk zittende kleding
geldig legitimatiebewijs (paspoort, ID-kaart of rijbewijs)
krukken
Waardevolle bezittingen
Het is raadzaam om, sieraden en andere kostbaarheden thuis te laten. Het ziekenhuis kan niet aansprakelijk worden gesteld voor diefstal of zoekraken van uw spullen
App
Download de ‘Patient Journey’ app met belangrijke informatie over u orthopedische behandeling!
Zoek in de App Store of Google Play Store naar ‘Patient journey’ en download de gratis app.
Vervolgens kiest u in de app voor ‘CWZ Zorgapp’
Selecteer orthopedie en kies u behandeling
Via deze app krijgt u de komende tijd informatie op maat.
Iedereen kan deze app downloaden.
Medicijnen
De medicijnen die u tijdens uw verblijf nodig heeft, ontvangt u van de ziekenhuisapotheek.
Echter verzoeken wij u om uw eigen medicijnen, in de originele verpakking, bij opname mee te nemen. Neem geen eigen medicijnen in zonder te overleggen met de verpleegkundige. Een combinatie van geneesmiddelen kan namelijk gevaarlijk zijn.
Dieet
Als u een bepaald dieet volgt, vragen wij u dit aan de verpleegkundige mede te delen. Dan kan daar rekening mee worden gehouden tijdens de opname.
Allergie
Bent u allergisch (overgevoelig) voor bepaalde stoffen, zeg dit dan tegen uw behandelaar. Hiermee wordt dan rekening gehouden bij uw behandeling en verpleging.
Bloedverdunners
Bij het gebruik van bloedverdunnende geneesmiddelen is het soms nodig deze voor de operatie te stoppen. Uw arts geeft aan of dit voor u van toepassing is. Stop nooit op eigen initiatief met het gebruik van bloedverdunners. Bent u onder controle bij de trombosedienst, neem dan bij opname de doseringskaart mee.
Nuchter
Meer informatie hierover kunt u vinden op de pagina’s van de anesthesie.
De dag van de operatie
U meldt zich op het afgesproken tijdstip bij de afdeling die u doorgekregen heeft van de operatieplanning, u kunt dit ook terug vinden in MijnCWZ. Op deze afdeling vindt de voorbereiding plaats voor uw operatie.
Voorbereiding operatie
Voordat u naar de operatiekamer gaat, krijgt u eerst op de afdeling de voorbereidende medicatie voor de anesthesie (premedicatie). Het is belangrijk dat u deze medicatie voor de ingreep inneemt. Dit heeft als doel een spiegel in uw bloed op te bouwen zodat na de operatie de pijnmedicatie meer effect heeft.
Het is belangrijk dat u voor de ingreep nog even plast, zodat de blaas leeg is.
Wanneer u een gebitsprothese heeft, moet u deze uit doen.
U mag geen sieraden/piercings dragen
U mag geen make-up of bodylotion gebruiken.
Nagellak, gellak, acryllak of nepnagels mogen blijven zitten.
Tot 3 dagen voor de operatie mag u nog scheren of ontharingscrème gebruiken, dit om wondjes te voorkomen
Tijdens de operatie draagt u een operatiejasje dat u op de afdeling krijgt. Bovengenoemde maatregelen zijn bedoeld om de hygiëne op de operatiekamer te waarborgen en de kans op een infectie te verminderen.
De verpleegkundige zal, samen met u, een pijl op de te opereren been zetten, dit is ter controle
Een kwartier voor de ingreep wordt u naar de voorbereidingsruimte van de operatieafdeling gebracht. Hier wordt u verder voorbereid op de operatie.
Na de operatie
Na de operatie gaat u naar de uitslaapkamer (verkoeverkamer) Hier zal men regelmatig uw bloeddruk, polsslag, temperatuur en ademhaling controleren. Er wordt ook regelmatig naar de wond gekeken en naar de pijn gevraagd. Als u weer goed wakker bent en de pijn onder controle is, gaat u naar de verpleegafdeling.
Om uw knie zit een drukverband om zwelling te voorkomen. U mag de knie in principe volledig belasten, zo nodig gebruikt u een aantal dagen krukken In het begin zal het belasten van de knie nog enigszins moeizaam gaan. De eerste vier tot zes weken kan de knie nog dik en pijnlijk zijn. Meestal worden de kleine wondjes niet gehecht. Mocht u wel hechtingen hebben, dan moeten deze na zeven tot tien dagen bij de huisarts verwijderd worden. Er ontstaat littekenweefsel op de insteekplaatsen, dat na drie maanden weer soepel aanvoelt. Gemiddeld gaat u 2 uur na de operatie weer naar huis.
Ontslag
Bij ontslag uit het ziekenhuis krijgt u van de verpleegkundige toelichting over de controleafspraak, die ongeveer zes weken na de operatie plaatsvindt. De brief voor de huisarts wordt digitaal verstuurd. Een verwijzing en overdracht voor de fysiotherapie krijgt u mee. De verpleegkundige neemt nog enkele praktische zaken met u door en u krijgt pijnmedicatie mee naar huis. (Zie de pagina ‘instructie bij ontslag uit het ziekenhuis’ voor verdere informatie over pijnstilling).
U kunt niet zelf met de auto of fiets naar huis rijden. Het is verstandig om af te spreken dat iemand u komt halen.
Nazorg
Adviezen voor thuis
Afhankelijk van de operatie, de grootte van de ingreep en individuele factoren, zult u na de operatie nog enige tijd hinder kunnen ondervinden van het operatiegebied. Er volgen nog enkele adviezen:
Wond
Na 24 uur mag u het verband en de gazen verwijderen en douchen. Als er een gaasje vastzit aan de wond kunt u dit onder de douche losweken. De wondjes kunt u daarna droog deppen met een schone handdoek.
U mag de eerste week niet baden en zwemmen. Indien de wond droog is hoeft u geen pleister meer te plakken
Pijn
Als pijnstillers nodig zijn, is paracetamol (500 mg) vaak voldoende. Als het nodig is, kunt u de eerste 2 dagen de pijn met pijnstillers onderdrukken en dit langzaam afbouwen. Dit doet u als volgt.
De eerste 2 dagen neemt u 4 maal daags - om de 6 uur 2 tabletten paracetamol van 500 mg.
Daarna neemt u 2 dagen 4 maal daags - om de zes uur - één tablet paracetamol van 500 mg.
Daarna stopt met de pijnstillers u en gebruikt u alleen zo nodig, bij pijn, 2 tabletten paracetamol van 500 mg (maximaal 4 maal daags).
Als paracetamol niet voldoende is mag u ook ibuprofen gebruiken. Alleen als dit kan in combinatie met uw eigen medicatie. Overleg hierover met uw huisarts.
Belasten
Na de operatie mag u de knie volledig belasten. Probeer zo goed mogelijk te lopen, dat wil zeggen zo ‘normaal’ mogelijk, waarbij u goed de voet afwikkelt. Afhankelijk van pijn en zwelling kan het verstandig zijn om gedurende een paar dagen krukken te gebruiken. Pijn en zwelling van de knie zijn een teken dat u het rustiger aan moet doen. Blijf wel bewegen om trombose te voorkomen. Zodra het lopen weer goed gaat, hoeft u de krukken niet meer te gebruiken.
Bewegen
U kunt meteen beginnen met buigen en strekken. In verband met de wondjes is het raadzaam om de eerste twee dagen na de operatie niet te fanatiek te buigen! Om goed te kunnen lopen, is het erg belangrijk dat u de knie meteen helemaal kunt strekken. Dus geen kussen onder de knie leggen.
Opbouw van activiteiten
Voer de loopafstand geleidelijk op afhankelijk van pijn en zwelling. Fietsen kan weer zodra u zich daartoe in staat voelt (begin op vlak terrein). Voorkom activiteiten waarbij u voelt dat u de knie forceert zoals hurken, hardlopen en springen. Traplopen mag u gewoon doen, al is het de eerste dagen vaak prettiger om met uw geopereerde been bij te stappen. Het hervatten van uw werk is afhankelijk van de inhoud van het werk en van de restklachten van de ingreep.
Sporten
Wacht met sporten tot de knie volledig hersteld is. Dat wil zeggen dat er bij de dagelijkse activiteiten en inspanning geen reacties van pijn, zwelling of warmte meer aanwezig zijn. Begin bij het (her) starten van uw sport met een rustige opbouw. Zorg eerst dat uw conditie op peil is. Kijk steeds hoe uw knie op de inspanning reageert en doe zo nodig een stapje terug.
Koelen
Bij zwelling of toename van warmte van de knie kan het prettig zijn om de knie een paar keer per dag te koelen met een ijspakking. Wikkel de ijspakking in een doek om rechtstreeks contact met de huid te voorkomen. Langer dan 15 minuten per keer koelen raden we af.
Fysiotherapie
In principe verloopt het natuurlijk herstel vlot en is fysiotherapie niet noodzakelijk tenzij anders geadviseerd wordt door de orthopeed of bij een te traag herstel (niet binnen 6 weken) of andere klachten.
Oefeningen voor thuis
Onderstaande oefeningen brengen de kracht en de beweeglijkheid van de knie weer op peil. U kunt de oefeningen het beste drie of vier keer per dag doen. U kunt met de oefeningen stoppen, wanneer uw knie weer normaal functioneert.
U voert de oefeningen uit, terwijl u zit. Pijn en zwelling van de knie zijn een teken, dat u het rustiger aan moet doen.
Ter voorkoming van trombose:
Trek uw voet regelmatig vanuit de enkel naar u toe en strek de voet vervolgens weer. Herhaal deze oefening tien keer.
%2520%257B%2520%255Bnative%2520code%255D%2520%257D&w=1080&q=100)
Ter versterking van de spieren van het bovenbeen:
Ga met gestrekte benen zitten en leg een opgerolde handdoek onder de knie. Til het gestrekte been een stukje op. Laat het been in vijf tellen langzaam zakken.
Herhaal deze oefening totdat uw bovenbeen moe aanvoelt.
%2520%257B%2520%255Bnative%2520code%255D%2520%257D&w=1080&q=100)
Ter verbetering van het strekken van de knie:
Ga met gestrekte benen zitten. Strek de knie volledig en druk de knieholte in de onderlaag. Houd de spieren vijf tellen aangespannen en ontspan daarna. Herhaal deze oefening tien keer.
%2520%257B%2520%255Bnative%2520code%255D%2520%257D&w=1080&q=100)
Ter verbetering van het buigen van de knie:
Ga op een stoel zitten en buig de knie totdat u rekpijn voelt aan de voorzijde van de knie. Houd de knie vijf tellen in deze stand. Ontspan daarna weer.
Herhaal deze oefening vijf keer.
%2520%257B%2520%255Bnative%2520code%255D%2520%257D&w=1080&q=100)
Ter verbetering van de kracht en de conditie van de knie:
U kunt beginnen met fietsen als u de knie meer dan 90 graden kunt buigen en de ergste zwelling verdwenen is. Begint u met kleine afstanden in een lichte versnelling.
Vragen en/of problemen
Ontstaan er ondanks de goede voorbereidingen toch nog problemen of zijn er na het lezen van deze pagina nog vragen, neem dan contact op met het telefonisch spreekuur orthopedie.
Telefoonnummers vindt u onderaan deze pagina.
U kunt ook contact opnemen door een e-mail te sturen naar: polikliniek.orthopedie@cwz.nlmailto:polikliniek.orthopedie@cwz.nl.
Bij problemen - als u na de behandeling/operatie weer thuis bent kunt u buiten kantooruren en in het weekend contact op nemen met huisartsenpost
Kan de operatie niet doorgaan?
Mocht de geplande operatiedatum niet door kunnen gaan, bijvoorbeeld doordat:
er meer voorbereiding nodig blijkt te zijn door een andere specialist
u ziek bent met koorts (griep)
u verhinderd bent door onverwachte privéomstandigheden
Laat dit dan zo snel mogelijk weten. U belt dan naar de afdeling operatieplanning orthopedie, bereikbaar op werkdagen tussen 8.30 en 12.00 uur, op telefoonnummer (024) 365 88 36. Als u tijdig belt, kan er nog een andere patiënt gepland worden en maken we met u een nieuwe afspraak.
Voor het verzetten van de operatiedatum:
Operatieplanning orthopedie
Iedere werkdag van 8.30 tot 12.00 uur bereikbaar
Telefoon (024) 365 88 36
Voor alle vragen over uw behandeling en/of operatie:
Verpleegkundig spreekuur orthopedie
Iedere werkdag van 8.30 tot 9.30 uur bereikbaar
Telefoon (024) 365 81 19
G320-ALaatst bijgewerkt op 1 februari 2026

