Inleiding
Uw behandelend arts heeft voorgesteld om vanwege uw snurkklachten een onderzoek en/of behandeling door de KNO-arts te laten verrichten. Deze pagina geeft u informatie over wat de KNO-arts in CWZ met u bespreekt, zodat u zich kunt voorbereiden op het gesprek of na het gesprek alles nog eens rustig kan nalezen.
Apneu
Bij een klein deel van de snurkende personen wordt het snurken tijdens de slaap onderbroken door pauzes in de ademhaling waarbij geen enkele inademing meer plaats vindt. Wanneer de ademstilstand meer dan 10 seconden duurt, noemt men een dergelijke pauze ‘apneu’.
Obstructief Slaap Apneu (OSA)
Men spreekt van Obstructief Slaap Apneu (OSA) wanneer een dergelijke ademstilstand minimaal vijf keer per uur optreedt. Om vast te stellen of er inderdaad sprake is van OSA wordt uw gedrag tijdens het slapen met meetapparatuur vastgelegd (polygrafie). De behandeling van het OSA hangt samen met de ernst van de gevonden afwijking. Zie voor verdere uitleg de pagina ‘Snurken en Obstructief Slaap Apneu (OSA)’.
Na het verrichten van een slaaponderzoek in narcose (Drug Induced Sleep Endoscopy: DISE) heeft uw KNO-arts geconstateerd dat de ademstops/het snurken (mede) veroorzaakt wordt door trillingen van het gehemelte tegen de achterwand van de keel en de tong. Hiervoor zijn 3 operatiemogelijkheden beschikbaar:
Met behulp van de operatietechniek ‘Barbed Reposition Pharyngoplasty BRP’ kan de KNO-arts, na het verwijderen van de eventueel nog aanwezige keelamandelen, de afstand tussen de huig (en het gehemelte) en de achterwand van de keel, vergroten. Dit wordt gedaan met een speciale hechtdraad (een soort prikkeldraad) dat de huig en het gehemelte naar voren en opzij strak trekken.
Een tweede operatieve mogelijkheid bestaat uit het verwijderen van de keelamandelen en gelijktijdig inkorten van het gehemelte, met het (gedeeltelijk) wegnemen van de huig (Uvulo Palato Pharyngo Plastiek: UPPP).
Een derde mogelijkheid bestaat uit het toepassen van ‘thermotherapie’. Een relatief nieuwe behandelingsmethode is de Celon techniek, ook wel radiofrequentie thermotherapie genoemd. Door een inwendige verhitting van het weefsel van het zachte gehemelte en/of de basis van de tong (tot boven 60 graden) verschrompelt het weefsel en neemt het volume af. Deze behandeling kan onder narcose worden uitgevoerd, maar in een enkel geval ook onder plaatselijke verdoving. Als het nodig is, kan de behandeling nog een tweede keer herhaald worden. Het resultaat is binnen enkele weken merkbaar.
Uw KNO-arts bekijkt samen met u welke van deze drie ingrepen voor u het meest geschikt is.
Voorbereiding operatie
Een goede verdoving bij een operatie is belangrijk, dus ook bij een operatie aan de keel. De operatie vindt altijd plaats onder algehele narcose. U zult geen pijn voelen tijdens de ingreep. Hierover kunt u meer lezen op de CWZ-pagina ‘Verdoving (anesthesie) bij volwassenen’. U wordt voor deze ingreep minimaal 1 nacht in het ziekenhuis opgenomen.
Het secretariaat KNO regelt de opname- en operatieplanning. Op de polikliniek krijgt u onder voorbehoud de datum waarop de operatie gepland is. Deze wordt ongeveer een week van tevoren schriftelijk bevestigd door het secretariaat KNO. Heeft u nog geen operatiedatum gekregen dan neemt het secretariaat KNO nog contact met u op.
Voor de operatie en de anesthesie zijn meestal enige voorbereidingen noodzakelijk, dit wordt ook wel pre-operatief onderzoek of preoperatieve voorbereiding genoemd.
Gebruikt u bloedverdunnende medicijnen of bent u onder controle van de trombosedienst? Meld dit dan aan uw behandelend arts in CWZ. Denk bij bloedverdunnende medicijnen aan bijvoorbeeld acenocoumarol of fenprocoumon en/of aspirine.
Als u bekend bent bij de trombosedienst, neem uw doseerkaart altijd mee naar het ziekenhuis. Het kan zijn dat u tijdelijk moet stoppen met deze bloedverdunnende medicijnen. Uw behandelend arts vertelt u hoe lang u voor de ingreep of operatie met het innemen moet te stoppen en wanneer u weer kunt beginnen met de medicijnen.
Als u medicijnen gebruikt of overgevoelig bent voor bijvoorbeeld jodium, verdovingsvloeistof, pleisters of andere stoffen, zeg dit dan tegen de arts, de verpleegkundige of de assistent van de polikliniek.
Zegt het ook als u een pacemaker (of een ICD) draagt.
Zeg het ook als u preventief antibiotica nodig heeft.
Spreekuur anesthesioloog
De anesthesioloog schat in welke risico’s in uw geval aan de operatie en de anesthesie verbonden zijn en hoe deze kunnen worden beperkt. U krijgt een telefonisch of fysieke afspraak bij de anesthesist.
De dag van de operatie
Volgens de afspraken met de anesthesioloog op het anesthesiespreekuur blijft u nuchter en bent u eventueel gestopt met (bloedverdunnende) geneesmiddelen. U meldt zich op het afgesproken tijdstip bij Meldpunt 2C (dagkliniek). Daar wordt u doorverwezen naar de opname afdeling.
Na een opnamegesprek met de verpleegkundige krijgt u de voorbereidende medicatie voor de anesthesie (premedicatie). Het is belangrijk dat u voor de ingreep nog even plast, zodat de blaas leeg is.
Wanneer u een kunstgebit en/of contactlenzen draagt moet u deze uitdoen. Ook mag u tijdens de operatie geen sieraden, piercings, make-up en nagellak dragen. Tijdens de operatie draagt u een operatiehemd dat u nu vast aantrekt.
Een verpleegkundige rijdt u met uw bed naar de voorbereidingsruimte van de operatieafdeling. Vervolgens krijgt u een infuus. U gaat naar de operatiekamer en schuift over op de operatietafel. Voordat de anesthesioloog u de narcosemiddelen via het infuus toedient, wordt eerst de bewakingsapparatuur aangesloten. Na toediening van een snelwerkend slaapmiddel bent u binnen een halve minuut in een diepe slaap.
Na de operatie
Na de ingreep onder narcose blijft u in de uitslaapruimte (verkoeverkamer) van de operatieafdeling tot u goed wakker bent. Daarna haalt een verpleegkundige van de verpleegafdeling u weer op.
Belangrijk
Het is belangrijk dat u veel drinkt. Dit voorkomt infectie in de keel, vermindert de pijn en de kans op nabloeden. Liever geen koolzuurhoudende dranken. Het beste is extra koude dranken, eventueel waterijs.
Vooral met slikken en praten is de keel pijnlijk. De pijn straalt vaak uit naar de oren en is na zeven dagen meestal over. Hiervoor krijgt u pijnstillers.
U hebt bedrust maar in overleg met de verpleegkundige mag u naar het toilet. De verpleegkundige verwijdert het infuus. De dag na de ingreep mag u zich aan de wastafel wassen. U mag meer uit bed, maar u moet nog wel rustig aan doen en het ontslag naar huis wordt voorbereid.
U mag de afdeling niet verlaten. Het is belangrijk dat u goed drinkt. U krijgt koud vloeibaar eten zoals pudding en appelmoes. U kunt ook om waterijsjes vragen. Het slikken gaat vaak nog moeilijk. Door veel koud te drinken zullen deze klachten meestal verminderen.
Meestal mag u de eerste dag na de operatie naar huis. U mag op eigen gelegenheid naar huis maar u mag niet zelf de auto besturen. U krijgt een afspraak voor een controlebezoek na ongeveer zes weken op de polikliniek.
Richtlijnen voor thuis
Het is raadzaam de eerste 7 tot 10 dagen na de operatie onderstaande richtlijnen te volgen.
Eten en drinken
Eet de eerste twee dagen na de operatie zacht en koel voedsel zoals koude gemalen voeding en brood zonder korst.
Eet geen hard en scherp voedsel zoals pinda’s, chips en frites. Dit kan beschadiging van de wond en daardoor een bloeding veroorzaken.
Vermijd te scherp en gekruid eten. Dit veroorzaakt irritatie van het wondgebied.
Gebruik geen alcohol. Dit verwijdt de bloedvaten waardoor een bloeding kan ontstaan.
Bepaald fruit kunt u beter even niet eten. Sinaasappelsap veroorzaakt irritatie van de wond. De pitten in druiven kunnen het wondgebied beschadigen en banaan plakt in de keel.
Melkproducten worden over het algemeen als plakkerig en vervelend ervaren en koolzuurhoudende dranken als te prikkelend.
Laat eten en drinken iets afkoelen om bloedvatenverwijding en daardoor een bloeding te voorkomen.
Waterijsjes helpen om de pijn te verminderen. Neem geen softijs omdat deze mogelijk bacteriën bevat.
Voorkomen van bloedvatverwijding
Door warmte ontstaat verwijding van de bloedvaten waardoor een bloeding kan optreden.
U kunt dit voorkomen door:
niet te heet te douchen;
geen gebruik te maken van sauna en/of zonnebank;
bij warm weer niet in de zon te gaan lopen of zitten.
Wat te doen bij een bloeding?
De kans op een nabloeding is de eerste 12 uur na de operatie het grootst. Mocht u onverhoopt thuis nog een bloeding krijgen, probeer deze dan te stoppen door op ijsklontjes te sabbelen en rustig te gaan zitten.
Als de bloeding na 15 minuten nog niet is gestopt, neem dan contact op met de polikliniek KNO, telefoonnummer 024 365 82 25. Buiten kantooruren neemt u contact op met de afdeling spoedeisende hulp (SEH) van CWZ, telefoonnummer 024 365 83 22.
Pijnbestrijding
Bij het ontslag uit het ziekenhuis krijgt u van de verpleegkundige een recept mee en instructies voor de pijnbestrijding. Een goede pijnbestrijding is belangrijk voor het genezingsproces. Daarom is het raadzaam dat u de eerste dagen de pijn volgens de instructies met pijnstillers onderdrukt en dit langzaam afbouwt. U zult zeker de eerste dagen, meerdere soorten pijnstillers gebruiken. Afbouwen hiervan gaat op geleide van uw pijn.
Houdt u zich verder rustig en blijf goed drinken. In principe zult u na ongeveer twee weken hersteld zijn en uw werkzaamheden weer kunnen hervatten. Treden er ondanks de richtlijnen problemen of bijzonderheden op die niet kunnen wachten tot de eerstvolgende controle bij de KNO-arts dan kunt u tijdens kantooruren contact opnemen met de polikliniek KNO.
Is er een kans op complicaties?
Bij alle operaties kunnen complicaties optreden zoals een nabloeding of wondinfectie. Gelukkig komen deze weinig voor. Het kan zijn dat u de eerste tijd een brokgevoel in de keel voelt. Of dat er drinken via de neus weer naar buiten komt. Uw lichaam en keel moeten zich aanpassen aan de nieuwe situatie. Vaak gaan deze klachten na verloop van tijd vanzelf over. Soms kan er een hechtdraadje in de keel uitsteken. Als dit voor irritatie zorgt, kan uw KNO-arts dit eventueel afknippen. De kans op blijvende smaakverandering na verwijderen van de keelamandelen als onderdeel van deze operatie is zeer klein.
Voor deze type operatie(s) staat de pijn op de voorgrond. U gebruikt en beweegt uw keel veel gedurende de dag; denk aan spreken, slikken, gapen etc. Hiermee komt er beweging in het wondgebied, dit geeft pijn. Er zal gezorgd worden voor een zo goed mogelijke pijnstilling.
Heeft u vragen?
Als u na het lezen van de informatie nog vragen heeft, schrijf deze dan op of vraag iemand met u mee te gaan naar de afspraak. De KNO-arts beantwoordt graag uw vragen over uw snurkklachten en de behandeling daarvan. De anesthesioloog zal de vragen over de anesthesie beantwoorden. Voor vragen over de operatie, de opname en de nazorg kunt u bij de verpleegkundige terecht.
Kunt u niet komen?
Kunt u op het afgesproken tijdstip niet komen, meldt u dit dan zo snel mogelijk aan het secretariaat KNO. Er kan dan nog een andere patiënt in uw plaats komen. Telefoonnummer: 024 365 87 11. U kunt het secretariaat ook e-mailen: secretariaat.kno@cwz.nlmailto:secretariaat.kno@cwz.nl.
Contact
- KNOPolikliniek KNO (B66)
Bij verhinderingen: secretariaat KNO, telefoonnummer (024) 365 87 11. Er kan dan nog een andere patiënt in uw plaats gepland worden.
U kunt het secretariaat dan ook mailen: secretariaat.kno@cwz.nlmailto:secretariaat.kno@cwz.nl
(024) 365 82 25 of (024) 365 87 10 (secretariaat)
Maandag tot en met vrijdag van 8.30 tot 16.30 uur
- Spoedeisende hulp (SEH)
G456-JLaatst bijgewerkt op 4 februari 2026

