Inleiding
In overleg met uw behandelend arts heeft u samen met uw partner besloten tot Intra Uteriene Inseminatie (IUI). Hierbij worden zaadcellen direct in de baarmoeder ingebracht op het moment dat u vruchtbaar bent. Hiervoor wordt het zaad eerst in het laboratorium opgewerkt.
De eisprong
Het standaard advies bij het starten van dit traject is om 3 tot 4 x per week gemeenschap te hebben.
Meestal wordt de groei van de eiblaasjes (follikels) gestimuleerd met hormonen. We streven ernaar om 2 tot 3 eiblaasjes te laten rijpen. De hormonen geven we in de vorm van tabletten of injecties. Door het laten springen van 2 tot 3 eiblaasjes is de kans op zwangerschap groter maar u loopt ook meer risico op een meerling. We controleren de groei van de eiblaasjes door het regelmatig maken van een echo.
De inseminatie moet vlak voor de eisprong gebeuren. De eisprong wordt opgewekt met een hormooninjectie. Deze injectie wordt gepland op het moment dat de eiblaasjes groot genoeg zijn. De arts of fertiliteitassistente bepaalt dit moment en spreekt met u af wanneer u de injectie kunt toedienen. Dit is 24 tot 36 uur voor de IUI.
Wanneer er meer dan 3 eiblaasjes rijpen, dan adviseren we om niet te vrijen en gaat de inseminatie niet door
Het opwerken van het zaad (sperma)
Het opwerken van het zaad gebeurt in het laboratorium. Hier wordt de zaadvloeistof vervangen door een steriele vloeistof. De minder goede zaadcellen worden eruit gehaald. Zo is het zaad van zo goed mogelijke kwaliteit en geschikt voor inseminatie.
Het inleveren van het zaad
U hoort van de fertiliteitsassistente waar en hoe laat u het zaad bij het laboratorium kunt inleveren. Het potje met het zaad kan het beste in de binnenzak of broekzak worden vervoerd. Uw partner moet er bij zijn bij het inleveren.
Let op: neem altijd een geldig identiteitsbewijs van BEIDEN mee. Dit is nodig voor een veilige verwerking van gegevens en materialen.
Lever het zaad in bij het Klinisch Chemisch Laboratorium (KCL) (C60/C62) op het afgesproken tijdstip.
Bel aan bij het loket ‘inleveren materialen’. Geef het ingevulde formulier samen met het potje af aan de medewerker.
Het ophalen van het zaad
Bij het inleveren van het zaad spreekt de laborant met u af wanneer u het zaad weer kunt ophalen. Het opgewerkte zaad kan opgehaald worden door u of uw partner.
Let op: Neem altijd een geldig identiteitsbewijs van BEIDEN mee. Dit is nodig voor een veilige verwerking van gegevens en materialen.
Het verkrijgen van het zaad
Het is verstandig om in de periode vóór de inseminatie regelmatig te vrijen. Was uw handen goed met water en zeep, uw penis alleen met water. Het zaad wordt verkregen door te masturberen en op te vangen in het potje dat u hebt meegekregen.
Gebruik geen condoom om het zaad op te vangen.
Let erop dat al het zaad in het potje terecht komt.
Breng het potje op lichaamstemperatuur door het een tijd in de hand te houden.
Het potje is steriel, dus open het pas vlak voor gebruik.
Vergeet niet beide naamstickers op het potje te plakken. Vul het aanvraagformulier in en doe het erbij.
Het zaad moet op lichaamstemperatuur worden gehouden. Doe dit door het potje in broekzak of binnenzak te bewaren. Lever het indien mogelijk binnen 30 minuten op het laboratorium in.
De inseminatie
De inseminatie is op de polikliniek gynaecologie (A38) in CWZ. Het wordt uitgevoerd door een fertiliteitassistente of de dienstdoende arts. Het kan zijn dat u even moet wachten. Dit heeft geen invloed op de kwaliteit van het zaad.
Er wordt een speculum (eendenbek) ingebracht, waarna het zaad via een klein kathetertje (slangetje) in uw baarmoeder wordt gebracht. U kunt hierna met uw dagelijkse activiteiten verder gaan. Het is verstandig de avond van de inseminatie nog te vrijen.
Vragen
Als u na het lezen van deze informatie nog vragen heeft, kunt u altijd contact opnemen met de doktersassistente op de polikliniek. Of stuur een e-mail naar fertiliteit@cwz.nlmailto:fertiliteit@cwz.nl.
Wij beantwoorden graag uw vragen.
G462Laatst bijgewerkt op 22 januari 2026

