Immunotherapie
Allergie: hoe zat het ook alweer?
Veel kinderen hebben klachten van allergische ziekten. Veelal worden deze veroorzaakt door inademing van allergenen, zogenoemde inhalatie-allergenen, zoals stuifmeel (bijvoorbeeld pollen van grassen of bomen), stof (uitwerpselen van de huisstofmijt) of huidschilfers van (huis)dieren. Deze stoffen kunnen klachten geven die lijken op verkoudheidsklachten zoals een loopneus of een verstopte neus, niezen, jeuk, en/of tranende ogen en benauwdheid en/of hoesten. Naast deze typische klachten kunnen ook klachten van vermoeidheid, slaapproblemen, concentratieproblemen en malaise aanwezig zijn.
Stuifmeel van bomen, grassen en onkruid is in Nederland, behoudens de winterperiode, dagelijks aanwezig. Tip! Kijk online naar pollentellingen in de lucht op het moment dat de meeste klachten ervaren worden, om te zien welke bomen en planten dan pollen in de lucht veroorzaken (www.pollennieuws.nlhttp://www.pollennieuws.nl).
Bij een allergie voor huisstofmijt zijn de uitwerpselen van huisstofmijten de oorzaak van de allergie. De hoogste blootstelling hieraan is in het najaar/de winter. Wanneer er sprake is van een allergie voor dieren, reageert het lichaam op huidschilfers, speeksel en urine van dieren. Wanneer er geen direct contact met dieren is, maar deze op kleding van anderen zitten, kunnen er ook klachten ontstaan.
Naast deze inhalatie allergenen kan uw kind ook allergisch zijn voor wespen- of bijensteken, medicatie of voedselallergenen.
Wat doe je er aan?
De behandeling van een allergie bestaat uit 3 stappen:
Het zoveel mogelijk vermijden van de stof/allergeen die allergische klachten veroorzaakt (bijvoorbeeld door het saneren van de slaapkamer bij huisstofmijtallergie);
Het onderdrukken van de allergische klachten met medicijnen;
Behandeling met onderhuidse injecties of smelttabletten onder de tong met de stof/allergeen die de allergische klachten veroorzaakt. Dit wordt ook wel hyposensibilisatie of allergeenspecifieke immunotherapie genoemd.
Wat is immunotherapie?
Algemene informatie
Het doel van immunotherapie is niet of minder heftig reageren op een specifieke allergische stof door deze stof/allergeen gecontroleerd toe te dienen. Uw kind komt in aanmerking voor immunotherapie wanneer:
De allergieklachten aanhouden ondanks het gebruik van medicatie (allergietabletten/drank, neusspray, oogdruppels);
De medicatie tegen de allergieklachten niet goed verdragen wordt, er een wens is tot gebruik van minder medicatie of er moeite is met therapietrouw;
Uw kind een ernstige allergische reactie heeft gehad na een wespen- of bijensteek.
De behandeling wordt altijd gestart in een relatief klachtenvrije periode, waarbij het startmoment afhankelijk is van de allergie van uw kind:
Stuifmeel van bomen: behandeling kan starten vanaf juni.
Stuifmeel van grassen: behandeling kan starten vanaf oktober.
Huisstofmijt: kan het hele jaar door.
Welke soorten immunotherapie zijn er?
Er zijn 2 soorten immunotherapie. Welke immunotherapie voor uw kind van toepassing is wordt besproken met de behandelend arts.
Sublinguale immunotherapie (SLIT)
Dit is een behandeling met smelttabletten onder de tong en is beschikbaar voor kinderen met een graspollen en/of huisstofmijtallergie.
Behandeling
De eerste 2 dagen van de behandeling wordt de smelttablet in opklimmende dosering onder toeziend oog van een kinderlong verpleegkundige op de polikliniek kindergeneeskunde ingenomen.
Van belang is dat het kind tot 1 minuut na het plaatsen van de smelttablet niet praat of slikt en dat het kind tot 5 minuten na inname niet eet, drinkt en tanden poetst. Hiermee wordt het doorslikken van de tablet voorkomen. De smelttablet wordt dan lokaal in het slijmvlies van de mond opgenomen.
Na de inname moet men 30 minuten wachten om te zien of er bijwerkingen optreden. Als er geen bijwerkingen optreden, kan de smelttablet de 3e dag veilig zelf thuis ingenomen worden.
De totale behandeling bestaat uit dagelijks een smelttablet, meestal voor de duur van 3 jaar.
Mogelijke bijwerkingen
De meest voorkomende bijwerking is jeuk of prikkeling in de mond. Andere mogelijke bijwerkingen zijn jeuk in de oren, niezen, keelirritatie, zwelling onder de tong, plaatselijke zwelling van de lippen en buikpijn. Deze klachten zijn meestal van korte duur en verdwijnen veelal in de loop van de behandeling.
In zeer zeldzame gevallen komen ernstigere reacties voor zoals benauwdheid, hoesten, problemen met slikken, moeite met ademhalen, verandering van de stem, gevoel van zwelling in de keel, versnelde hartslag, verlaagde bloeddruk en braken. Neem in dit geval direct contact op met een arts.
Algemene aandachtspunten
Allergietabletten of -drank kunnen de kans op klachten na start van immunotherapie verminderen. U mag daarom 1 uur voorafgaand aan de tablet een allergie tablet/drank innemen.
Bij de opstart van de sublinguale immunotherapie in het ziekenhuis mag uw kind geen astmatische klachten hebben, ziek of grieperig zijn. Dit wordt in de periode voorafgaand aan de start gecontroleerd.
Als uw kind een tablet een dag vergeet, laat het kind dan niet de volgende dag twee tabletten innemen, maar ga verder met één tablet per dag. Een gemiste dosering hoeft dus niet “ingehaald” te worden. Als het kind de tablet langere tijd is vergeten in te nemen, overleg dan met de arts.
Indien uw kind een wondje heeft in zijn/haar mond, tanden wisselt, een tand moet trekken of een andere ingreep bij de tandarts moet ondergaan, overleg dan met de arts. Het advies zal zijn de immunotherapie een week te staken.
Indien uw kind astma heeft en de symptomen daarvan verergeren, overleg dan met de arts. Het advies zal zijn de immunotherapie te staken totdat het astma weer stabiel is.
Subcutane immunotherapie (SCIT)
Dit is een behandeling met onderhuidse injecties beschikbaar voor kinderen met een graspollen-, boompollen-, huisstofmijt-, bijen of wespenallergie. Er bestaan verschillende toedieningsschema’s. Veelal begint men met een instelfase van 12 weken met elke week een injectie in oplopende dosering, gevolgd door een onderhoudsfase met elke 4 tot 6 weken een injectie. Bij pollenallergieën bestaat ook een injectiekuur in de maanden voor het pollenseizoen (pre-seizoenale kuren). Welk toedieningsschema voor uw kind van toepassing is zal door de behandelend arts worden besproken. De eerste injecties worden altijd gegeven op de dagbehandeling van het CWZ. In de tweede fase kunnen de injecties ook na goed overleg aan de huisartsenpraktijk worden overgedragen. De totale behandeling duurt bij goed effect 3 tot 5 jaar.
Behandeling
Na elke injectie moet altijd minimaal 30 minuten gewacht worden in de nabijheid van een arts/verpleegkundig specialist om te zien of er een allergische reactie optreedt.
Om de kans op een allergische reactie te verkleinen is het van belang dat uw kind ook milde, snel optredende bijwerkingen op de injectie aangeeft. Dit kunnen namelijk aanwijzingen zijn dat uw kind een volgende keer heftiger kan reageren.
Mogelijke bijwerkingen
De meest voorkomende bijwerkingen zijn plaatselijke zwelling, roodheid en/of warmte van de huid op de plaats van de injectie, vooral aan het begin van de behandeling.
Minder fit en moe (grieperig) voelen op de dag van injectie. Deze klachten verdwijnen meestal in de loop van de behandeling.
Eczeem kan (tijdelijk) verergeren.
In zeldzame gevallen komen ernstigere reacties voor zoals benauwdheid, hoesten, problemen met slikken, moeite met ademhalen, verandering van de stem, gevoel van zwelling in de keel, versnelde hartslag, verlaagde bloeddruk en braken. Deze reacties treden bijna altijd binnen 30 minuten op. Om die reden blijft uw kind na de injectie 30 minuten ter observatie. Mocht deze reactie op een later moment optreden neemt dan direct contact op met een arts.
Algemene aandachtspunten
Allergietabletten of -drank kunnen de kans op klachten na start van immunotherapie verminderen. U mag daarom 1 uur voorafgaand aan de injectie een allergie tablet/drank innemen.
Het is belangrijk dat uw kind zich goed voelt op het moment dat de medicijnen worden gegeven. De injectie kan niet worden gegeven als uw kind astmatische klachten heeft, ziek of grieperig is. De behandeling wordt dan uitgesteld.
Vermijd op de dag van de injectie na de injectie lichamelijke inspanning (sporten, gym), heet douchen, saunabezoek en alcohol.
Bij injecties is het belangrijk om verandering in medicijnen en recente of geplande vaccinaties door te geven. De week voor en na een vaccinatie mag geen injectie worden gegeven.
Wat mag je verwachten van het effect?
Een gunstig effect is een effect waarbij de klachten afnemen of minder medicatie nodig is voor de behandeling van de klachten. Hoe groot het effect is valt helaas niet te voorspellen. Bij het overgrote deel is effect van de behandeling te verwachten, waarbij de medicijnen vaak afgebouwd en eventueel gestopt kunnen worden. Bij een kleine minderheid wordt geen effect gezien. Indien effect wordt gezien is er vaak in het eerste seizoen na het starten van de immunotherapie al een vermindering van klachten merkbaar. In het tweede en derde jaar wordt vaak nog een verdere verbetering gezien. Als uw kind gestart is met de behandeling evalueert de behandelend arts minimaal één keer per jaar het effect van de behandeling en of het zinvol is om de behandeling voort te zetten.
Contact
Heeft u naar aanleiding van deze informatie nog vragen? Neem dan gerust contact op met uw kinderarts. U kunt hiervoor bellen met de polikliniek kindergeneeskunde (024) 365 82 20.
Contact
- Kindergeneeskunde
G1009Laatst bijgewerkt op 27 januari 2026

