Inleiding
Tijdens uw bezoek aan de polikliniek urologie heeft onderzoek aangetoond dat u een vergrote prostaat heeft. In overleg met uw behandelend (assistent) uroloog heeft u besproken dat u een operatie aan uw prostaat krijgt. Daarbij wordt een deel van de prostaat verwijderd.
Op deze pagina kunt u thuis alles nog eens rustig doorlezen. We hebben geprobeerd alle belangrijke informatie zo goed mogelijk op een rijtje te zetten. Het is niet de bedoeling dat deze pagina de persoonlijke gesprekken met uw (assistent) uroloog vervangt. Met problemen of vragen kunt u altijd bij hem/haar terecht of een afspraak maken bij een van de verpleegkundigen.
Goedaardige prostaatvergroting
Wat is een goedaardige prostaatvergroting?
Bij een groot aantal mannen ontstaat in de loop der jaren langzaam een goedaardige vergroting van de prostaat. De oorzaak is niet bekend. Er wordt aangenomen dat het te maken heeft met hormonale veranderingen op oudere leeftijd. Een goedaardige vergroting van de prostaat wordt ook wel BPH genoemd: benigne prostaat hyperplasie. De groei van de prostaat kan een volume krijgen van 100 ml of zelfs meer.
Klachten goedaardige prostaatvergroting
Een prostaatvergroting hoeft niet altijd klachten te geven. Bij een groot aantal mannen kan de goedaardige groei van de prostaat wel tot vervelende plasklachten leiden. Meestal beginnen de klachten met een minder krachtige urinestraal.
Er zijn ook andere klachten die kunnen ontstaan. De klachten kunnen per persoon verschillen. Zo kunt u last hebben van:
urinestraal is minder krachtig en wordt soms onderbroken (persen versterkt de straal niet);
niet goed kunnen beginnen met plassen;
vaak kleine hoeveelheden plassen;
meer aandrang en steeds weer moeten plassen;
nadruppelen en ongewenst urineverlies;
nachtelijk plassen;
het gevoel hebben dat de blaas niet leeg is;
een branderig gevoel bij het plassen.
%2520%257B%2520%255Bnative%2520code%255D%2520%257D&w=1080&q=100)
De blaas wordt omgeven door een spierlaag (blaasspier) en zorgt voor de opslag van urine en de urine-uitdrijving. Doordat de prostaat om de urinebuis heen ligt, bestaat de kans dat de prostaat de urinebuis dicht drukt. Dit leidt tot een vernauwing of volledige afsluiting van de blaasuitgang (obstructie). De blaasspier kan dit vaak lange tijd herstellen. Doordat de plasbuis nauwer wordt, moet de blaasspier harder werken om de urine naar buiten te persen. Door deze extra inspanning wordt de blaaswand zwakker en raakt soms uitgerekt. De urinestraal wordt minder krachtig en het duurt even voordat u moet plassen. Ook kunt u het gevoel hebben wel te moeten plassen, terwijl er niets uit komt.
Na verloop van tijd slaagt de blaas er niet meer in alle urine naar buiten te drijven en blijft er urine achter in de blaas (residu). Soms kan dit leiden tot helemaal niet meer kunnen plassen (urineretentie). Zonder behandeling kunnen hierdoor later blaas- of prostaatontstekingen en problemen met de nieren ontstaan. Goedaardige prostaatvergroting leidt niet tot prostaatkanker.
Behandeling goedaardige prostaatvergroting
De behandeling van een goedaardige prostaatvergroting kan bestaan uit: afwachten en aanzien van de klachten, behandeling met medicijnen of een operatie.
Wanneer de prostaat niet te groot is, kan deze worden ‘leeg geschraapt’ via de plasbuis (TURP). Bij u is de prostaat te groot om via de plasbuis te verwijderen. Daarom moet uw prostaat worden verwijderd via een buikoperatie (Hryntschak of Millin).
Open prostatectomie betekent letterlijk het verwijderen van een gedeelte van de prostaat via een verticale of horizontale huidsnede (ongeveer 10 centimeter) in de onderbuik. Er zijn twee technieken om dit te doen: open prostatectomie volgens Hryntschak en volgens Millin.
%2520%257B%2520%255Bnative%2520code%255D%2520%257D&w=750&q=100)
Operatie volgens Hryntschak
Bij de methode volgens Hryntschak wordt via een verticale snee in de onderbuik de prostaatvergroting via de blaas verwijderd. Dit doet de uroloog door met de wijsvinger het overtollige weefsel uit de prostaat weg te ‘pellen’. Er blijft dan een lege prostaatholte over. Vervolgens wordt de blaas weer gesloten.
%2520%257B%2520%255Bnative%2520code%255D%2520%257D&w=1080&q=100)
Operatie volgens Millin
Bij de methode volgens Millin wordt via een horizontale snee in de onderbuik de prostaatvergroting via het prostaatkapsel verwijderd. De prostaat wordt dan benaderd door achter het schaambeen langs te opereren. Dit doet de uroloog door met de wijsvinger het overtollige weefsel uit de prostaat weg te ‘pellen’. Ook hier blijft er een lege prostaatholte over. Vervolgens wordt het prostaatkapsel weer gesloten.
Operatie
Voorbereiding
De operatie vindt plaats onder volledige narcose (algehele anesthesie) en/of ruggenprik (regionale anesthesie). Hierover kunt u meer lezen op de pagina ‘Verdoving (anesthesie) bij volwassenen’. Voor de operatie en de anesthesie zijn meestal een aantal voorbereidingen nodig. Dit wordt ook wel preoperatieve voorbereiding genoemd. Daarom bezoekt u het spreekuur van de anesthesioloog en heeft u aansluitend een afspraak voor een verpleegkundig intakegesprek.
De verpleegkundige geeft u aanvullende informatie over de opname en operatie. Zij voert het opnamegesprek spreekt samen met u de operatiedatum en controleafspraak na de operatie af.
U wordt voor deze ingreep 5 dagen opgenomen. Dat is mede afhankelijk van het directe herstel van de operatie. Op de pagina ‘Opname in het CWZ’ kunt u algemene informatie lezen over de opname.
Medicijnen
Gebruikt u bloedverdunnende medicijnen of bent u onder controle van de trombosedienst? Meldt dit dan aan uw behandelend arts. Uw behandelend arts vertelt u hoe lang u van tevoren met het innemen de medicijnen moet stoppen en wanneer u weer kan beginnen Als u bekend bent bij de trombosedienst, neem dan altijd uw doseerkaart mee.
Wat neemt u mee?
Actueel medicijnenoverzicht. Deze kunt u opvragen bij uw apotheek.
Een geldig legitimatiebewijs.
Nachtkleding, ondergoed en toiletartikelen.
Neem geen waardevolle bezittingen mee, zoals sieraden en waardevolle papieren. Het ziekenhuis draagt geen verantwoordelijkheid voor vermissing of diefstal van uw persoonlijke bezittingen.
Opname op de EOA
U word opgenomen op de EOA (Electieve Opname Afdeling).
Als u op de dag van de operatie wordt opgenomen blijft u nuchter volgens de afspraken met de anesthesioloog en de verpleegkundige. U bent eventueel gestopt met (bloedverdunnende) medicijnen. Zie voor informatie de pagina ‘Verdoving (anesthesie) bij volwassenen’.
Melden
U meldt zich op het afgesproken tijdstip op afdeling EOA.
U start met antibiotica om de kans op een infectie te verkleinen. Tijdens de opname op de afdeling wordt bekeken of het bloedverlies vanuit de prostaatholte goed onder controle is.
Voor de operatie krijgt u de voorbereidende medicijnen voor de anesthesie (premedicatie).
Wanneer u een gebitsprothese en/of contactlenzen draagt moet u deze uitdoen. Ook mag u tijdens de operatie geen sieraden of piercings dragen.
Tijdens de operatie draagt u een operatiejasje en twee polsbandjes met uw naam en geboortedatum om.
Een verpleegkundige rijdt u met uw bed naar de voorbereidingsruimte van de operatieafdeling. Daar krijgt u een infuus. U gaat daarna naar de operatiekamer.
De operatie
De ingreep vindt plaats in de operatiekamer. Daar schuift u over op de operatietafel. Tijdens de operatie moeten uw benen in beensteunen liggen. Voordat de anesthesioloog u de narcosemiddelen via het infuus toedient of u de ruggenprik geeft, wordt eerst de bewakingsapparatuur aangesloten.
Vooraf aan de operatie wordt door het hele operatieteam het ’Time out’ moment genomen. Dit is moment waarop het hele operatieteam stil staat bij uw operatie. Onder andere uw naam, geboortedatum, welke operatie, welke vorm van verdoving en de operatiebenodigdheden worden gecontroleerd. Er worden u vragen gesteld die u misschien al eerder beantwoord heeft, bijvoorbeeld: wie bent u, wat is uw geboortedatum, welke operatie krijgt u en aan welk lichaamsdeel u wordt geopereerd. Dit wordt gedaan om uw veiligheid te waarborgen.
Na het toedienen van de narcosemiddelen of ruggenprik maakt de uroloog een snede in de onderbuik. Als u een ruggenprik krijgt, maakt u de operatie bewust mee. Vervolgens wordt de blaas (Hrynschak) of het prostaatkapsel (Millin) geopend. Het overtollige prostaatweefsel wordt met de vinger verwijderd. Het prostaatkapsel blijft achter. De verwijderde prostaatklier wordt voor de zekerheid opgestuurd voor weefselonderzoek (pathologisch anatomisch onderzoek: PA).
Vervolgens wordt het prostaatkapsel of de blaas weer gesloten.
Na de operatie wordt er een spoelkatheter in de plasbuis gebracht, waardoor continu vloeistof wordt gespoeld.
De spoelvloeistof en geproduceerde urine worden na de operatie opgevangen in een katheteropvangsysteem. De katheter is nodig om de operatiewond rust te geven en eventueel bloedstolsels weg te spoelen. De katheter blijft vaak 5 dagen in de blaas zitten.
Er kan in een enkel geval een wonddrain (slangetje) in de wond worden achterlaten om overtollig wondvocht te laten aflopen.
Kort na de operatie
Voordat u naar de afdeling gaat, blijf u eerst nog even op de uitslaapkamer. Als u goed wakker bent (na narcose) en het gevoel in de benen terug begint te komen (na ruggenprik) gaat u naar verpleegafdeling C40. De verpleegkundige controleert regelmatig uw bloeddruk, hartritme en urineproductie.
Pijn
Na de operatie krijgt u volgens een vast protocol pijnstillers. Het kan zijn dat u toch pijn blijft houden. U kunt dit aangeven bij de verpleegkundige. Zie hiervoor ook de ‘Pijnmeting’ in de pagina ‘Verdoving (anesthesie) bij volwassenen’.
Blaaskatheter
Direct na de operatie heeft u een katheter in de blaas. Dit is een slangetje via de plasbuis dat ervoor zorgt dat de urine uit de blaas kan lopen. U hoeft dan niet zelf te plassen. De katheter zorgt voor ontlasting van het inwendige wondgebied.
De katheter kan de blaaswand irriteren en dat kan u het gevoel geven dat u moet plassen en/of kan pijnklachten geven aan de top van de penis (eikel). Dit wordt ‘blaaskramp’ genoemd. Als u deze klacht ervaart, moet u dit met uw verpleegkundige bespreken. Zij kan u hiervoor medicijnen geven.
Blaaskramp
Blaaskramp kan ontstaan als de urine niet of niet goed kan weglopen via de katheter. De blaas raakt dan te vol. Dit kan ontstaan doordat er een bloedstolsel in de katheter zit waardoor deze verstopt raakt. De verpleegkundige spoelt de katheter en de blaas zodat de katheter weer doorgankelijk wordt.
Urine
De eerste dagen na de operatie kan de urine bloederig zijn. Er wordt een continu spoelsysteem aangesloten op de katheter via de plasbuis. Dit zorgt ervoor dat de prostaatholte plaatselijk wordt gespoeld en voorkomt de vorming van stolsels in de blaas en prostaatholte. De spoeling blijft een paar dagen gehandhaafd en wordt daarna afgebouwd. De spoeling stopt als de urine helder van kleur is.
Infuus
U heeft een infuus in uw hand of arm. Omdat u tijdens en vaak ook na de operatie nog bloed verliest, is het belangrijk om dit vochtverlies aan te vullen door middel van het infuus.
U mag kort na de operatie weer beginnen met eten en drinken.
De dagen na de operatie
De eerste dag na de operatie helpt de verpleegkundige u bij uw lichamelijke verzorging.
Het infuus wordt verwijderd.
Het naaldje blijft nog zitten in afwachting van de bloeduitslagen.
U mag weer bewegen.
Er wordt bloed afgenomen om de hoeveelheid rode bloedcellen (ijzergehalte) te controleren. Als dat niet voldoende is, wordt er een bloedtransfusie gegeven. Meestal is dat niet nodig.
Het is belangrijk dat u de eerste dagen na de ingreep niet teveel druk zet tijdens de ontlasting. Persen veroorzaakt druk in het prostaatgebied. Hierdoor kan de prostaat gaan bloeden. Om harde ontlasting te voorkomen krijgt u het medicijn Movicolon.
Als de kleur van de urine helder is, wordt de katheter de vijfde dag na de operatie verwijderd. Daarna kan het plassen gevoelig zijn en zult u wat vaker moeten plassen. Er kan ook nog wat bloed en kleine weefseldeeltjes met de urine meekomen. Dit kan tot in de eerste weken na de operatie nog voorkomen. U hoeft zich hier geen zorgen over te maken. Het is aan te raden goed te drinken (minstens 2 liter per dag). Door voldoende te drinken zult u de blaas/ prostaatholte op natuurlijke wijze spoelen. Na een paar weken zullen de klachten verbeteren.
Op de dag dat de katheter verwijderd is, zal er verdeeld over de dag 3 keer een residumeting worden gedaan. Hiervoor moet u eerst zelf uitplassen. Daarna wordt met een echo gekeken of u de blaas goed leeg plast. Als deze waarden goed zijn en alles goed gaat, mag u de volgende ochtend naar huis.
Na de operatie heeft u een wond in de onderbuik met hechtingen of ‘nietjes’. Deze worden 10 dagen na de operatie verwijderd door uw huisarts.
Na de operatie
Uitslag weefselonderzoek
Na de operatie wordt het verwijderde prostaatweefsel altijd door de patholoog nagekeken onder de microscoop. De uitslag van het weefsel is na enkele weken bekend. Als er afwijkingen zijn, wordt er eerder contact met u opgenomen. De uitslag wordt ook met u besproken tijdens de eerste controleafspraak.
Mogelijke complicaties
Bij elke ingreep, hoe klein ook, kunnen er problemen optreden. Deze complicaties kunnen bestaan uit een infectie of een nabloeding. Als gevolg van het openen van de blaas of prostaatkapsel kan er nog wat urinelekkage ontstaan na het verwijderen van de katheter. Hierdoor kan er urine buiten de blaas komen. In een enkel geval kan het zijn dat de katheter terug geplaatst wordt. Om de blaas dan wat rust te geven gaat u met een blaaskatheter naar huis. De katheter wordt dan op de polikliniek verwijderd. De verpleegkundige van de verpleegafdeling legt uit hoe dat verloopt. U krijgt dan een thuispakket mee waar alle benodigdheden voor de blaaskatheter inzitten.
Wat kunt u thuis verwachten?
De eerste 6 weken ná de operatie mag u:
geen alcohol drinken;
geen zware arbeid verrichten en niet zwaar tillen;
niet fietsen;
het is beter dat u niet perst bij de ontlasting;
in verband met de kans op nabloeding, adviseren wij u geen seksuele gemeenschap te hebben.
Na de ingreep ervaren de meeste patiënten een zeer snelle vermindering van de klachten en een verbetering van de urinestroom. Na 6 tot 8 weken is de wond in de plasbuis genezen. Het is belangrijk dat u veel blijft drinken (2 liter per dag) om de blaas goed te spoelen.
Lange-termijn-gevolgen van de operatie
De belangrijkste lange termijn gevolgen van een prostaatoperatie zijn de volgende:
In het begin kan het moeilijk zijn om de urine op te houden als u aandrang krijgt om te plassen. Soms kan de urine vanzelf weglopen. Dit gaat vaak snel weer over. Dit heeft te maken met de genezing en zwelling van de inwendige wond. Het is belangrijk om een aantal weken af te wachten hoe deze klacht zich verder ontwikkelt. Het kan even duren voordat het ophouden van de plas perfect lukt doordat de sluitspier, die stroomafwaarts van de prostaat ligt, de tijd moet hebben om te wennen aan de krachtige straal urine die nu weer langs stroomt. U kunt oefeningen doen om de bekkenbodem te versterken, om zo een betere controle over het aandranggevoel te krijgen. Instructies voor deze oefeningen krijgt u op de verpleegafdeling.
Na een prostaatoperatie is het bijna altijd zo dat sperma bij een zaadlozing niet meer naar buiten stroomt. Het zaadvocht neemt ‘de weg van de minste weerstand’ en dat is na de prostaatoperatie in de richting van de blaas in plaats van naar buiten (retrograde ejaculatie). U plast het sperma later uit zonder dat u het door heeft. We spreken dan van ‘droog klaarkomen’. Dit betekent dat u waarschijnlijk geen kinderen meer kunt verwekken via de natuurlijke weg. Mocht u een kinderwens hebben, bespreek dit dan vóór de ingreep met uw uroloog. Het gevoel tijdens het klaarkomen verandert niet of nauwelijks.
Het prostaatweefsel kan weer aangroeien, maar deze wordt vaak niet meer zo groot dat er opnieuw klachten ontstaan.
Werkhervatting
Vraagt u zich af of uw aandoening of behandeling consequenties heeft voor uw werk? Overleg dan met uw specialist. Zo wordt duidelijk of u (tijdelijk) beperkingen heeft en zo ja, welke. De bedrijfsarts begeleidt de terugkeer naar uw werk. Daarom is het belangrijk dat uw bedrijfsarts op de hoogte is van uw aandoening of behandeling. Afspraken over uw werk verlopen vaak soepeler als u de bedrijfsarts al vóór de ingreep informeert. Om uw privacy te beschermen is uw toestemming nodig voor eventueel overleg tussen uw specialist en uw bedrijfsarts
Controle
8 weken na de operatie heeft u een controleafspraak bij de (assistent) uroloog op de polikliniek urologie.
Eerder contact opnemen dan de controleafspraak
Na ontslag uit het ziekenhuis en tot de eerste poliklinische controleafspraak, neemt u contact op bij:
hevige pijnklachten die niet verdwijnen met gebruik van de voorgeschreven pijnstillers of met 4 keer per dag - om de 6 uur - 2 tabletten paracetamol van 500mg;
hevig bloedverlies en het plassen van grote bloedstolsels;
plotseling niet meer kunnen plassen;
koorts boven de 38,5 graden of langer dan 24 uur vanaf 38 graden.
Tijdens kantooruren belt u de polikliniek urologie, telefoonnummer (024) 365 82 55. Buiten kantooruren belt u met de verpleegafdeling urologie, telefoonnummer (024) 365 78 00.
Heeft u vragen?
Uw behandelend uroloog bespreekt met u de verdere gang van zaken na de operatie. Als u nog vragen heeft over de operatie en de gevolgen kunt u deze samen met uw partner/directe
naaste bespreken met uw behandelend arts of uw verpleegkundige.
Kunt u niet naar uw afspraak komen?
Kunt u niet op het afgesproken tijdstip voor poliklinisch onderzoek of opname komen, bel dan zo snel mogelijk de polikliniek urologie. Er kan dan nog een andere patiënt in uw plaats komen. Met u maken wij een nieuwe afspraak.
Extra informatie prostaat
Wat is een prostaat?
Iedere man heeft een prostaat. De prostaat is een klier die vlak onder de blaasuitgang en om de plasbuis heen ligt. Het heeft de grootte van een tamme kastanje en weegt 10 à 15 gram bij een volwassen man. De prostaat maakt onderdeel uit van het mannelijke voortplantingssysteem. Aan de voorzijde ligt de prostaat tegen het schaambeen aan en aan de achterzijde tegen de endeldarm. Onder de prostaat ligt de sluitspier van de blaas/plasbuis. In de prostaat komen de twee zaadleiders uit, afkomstig van de bijballen. Buiten de prostaat lopen twee zenuwbundeltjes naar de penis. Deze zenuwen zijn belangrijk voor het optreden van erecties.
Functie van de prostaat
De prostaat is een geslachtsklier en is nodig voor de voortplanting. De functie van de prostaat is het aanmaken van prostaatvocht voor het vervoeren van zaadcellen. Bij een orgasme komen de zaadcellen uit de zaadleiders in de prostaat. Daar worden ze vermengd met het prostaatvocht. Bij de zaadlozing trekt de prostaat samen en wordt de zaadcellen in het prostaatvocht (het sperma) door de plasbuis naar buiten geperst. Het prostaatvocht neutraliseert de zure omgeving in de vagina en is tevens een voedingsbron voor de zaadcellen. De functie van de prostaat ligt dus voornamelijk in de vruchtbaarheid en niet in de seksualiteit.
Tijdens de zaadlozing sluit de blaashals zich, waardoor het sperma niet de blaas in gaat en wel via de plasbuis naar buiten komt. Na een prostaatoperatie sluit de blaashals niet meer goed af, waardoor het sperma de blaas in gaat.
G848Laatst bijgewerkt op 11 februari 2026

