Inleiding
Deze pagina informeert u over hoge bloeddruk en zwangerschap. Van de vrouwen die voor het eerst zwanger zijn, krijgt zo’n 10 tot 15 procent een hoge bloeddruk (hypertensie). Bij een volgende zwangerschap komt dat minder vaak voor. Hoge bloeddruk is vaak een reden om u naar de gynaecoloog te verwijzen. Op deze pagina wordt beschreven welke controles worden gedaan, welke extra zorg mogelijk is bij hoge bloeddruk en welke complicaties kunnen optreden. De verloskundige of de gynaecoloog informeert en adviseert u verder.
Het meten van de bloeddruk
Bij iedere zwangerschapscontrole wordt de bloeddruk gemeten. Dit kan handmatig (met stethoscoop) of met een automatische bloeddrukmeter. De bloeddruk kan wisselen: bij angst of inspanning kan de bloeddruk stijgen. Het is normaal dat de waarden van de bloeddruk schommelen.
Bloeddruk
De bloeddruk is de druk die op de slagaders komt als het bloed in uw lichaam rondgepompt wordt. Als het hart samenknijpt is de druk het hoogst. Dit heet de bovendruk. Als het hart zich ontspant, is de bloeddruk het laagst. Dit heet de onderdruk. De gemiddelde bloeddruk is 120/80 (bovendruk/onderdruk). Als u van nature een lage bloeddruk heeft (bijvoorbeeld 90/60), kan een bloeddruk van 120/80 ogenschijnlijk normaal lijken terwijl dit niet zo is. Daarom is het goed om uw bloeddruk te kennen voordat u zwanger raakt. De verloskundige controleert bij elk consult uw bloeddruk om goed in de gaten te houden of deze niet gaat stijgen.
Wat is een hoge bloeddruk tijdens je zwangerschap?
Tijdens de zwangerschap kan de bloeddruk hoger worden. Dit heet hoge bloeddruk of hypertensie. Vaak hebt u geen klachten en merkt u er niet zo veel van. Afhankelijk van wanneer het optreedt tijdens de zwangerschap, wordt u extra in de gaten gehouden.
Eerste 6 maanden
Normaal gesproken is de bloeddruk de eerste 6 maanden meestal wat lager dan vóór de zwangerschap. De laatste 3 maanden van de zwangerschap is de bloeddruk weer op hetzelfde niveau als voor de zwangerschap en soms iets hoger. Blijkt uw bloeddruk de eerste 6 maanden toch ineens te stijgen, dan neemt uw verloskundige de nodige maatregelen.
Gevolgen voor de baby
Als de bloeddeuk te hoog wordt, dan zijn de bloedvaten vernauwd. Dat vermindert de doorstroming van de placenta. De baby krijgt dan minder voedingsstoffen en zuurstof via de placenta. Is de bloeddruk steeds hoger dan 140/90, dan komt u onder controle bij de gynaecoloog. U krijgt dan zo nodig bloeddrukverlagende medicijnen en wordt indien nodig de bevalling ingeleid, afhankelijk van de termijn.
Verschillende soorten hypertensie tijdens de zwangerschap
Pre-Existente Hypertensie (PEH)
Wanneer u vóór uw zwangerschap al een hoge bloeddruk had en tijdens uw zwangerschap geen eiwitten in uw urine hebt, spreekt men van een pre-existente hypertensie.
Zwangerschapshypertensie
Wanneer u vóór uw zwangerschap een normale bloeddruk had en tijdens uw zwangerschap een hoge bloeddruk zonder eiwitverlies in de urine, spreekt men van zwangerschapshypertensie. Ongeveer 20.000 van de circa 150.000 zwangere vrouwen per jaar krijgen hiermee te maken.
Pre-eclampsie (PE)
Er is sprake van pre-eclampsie als er naast hoge bloeddruk die in de zwangerschap is ontstaan, ook eiwit in de urine wordt uitgescheiden. De ernst en het verloop van pre-eclampsie kan sterk wisselen. Sommige vrouwen hebben lange tijd weinig of geen klachten, anderen worden in korte tijd ernstig ziek.
Eclampsie
Bij eclampsie kunnen stuipen optreden. Stuipen zijn aanvallen met trekkingen van armen en benen. Men spreekt dan van eclampsie. Deze complicatie doet zich voor bij 0,5% van alle zwangerschappen en is dus zeldzaam.
HELLP-syndroom
Het HELLP-syndroom is een ernstige zwangerschapscomplicatie die voorkomt bij ongeveer 0,2-0,6% van alle zwangerschappen. Het ontstaat meestal pas na de 22e tot 24e week van de zwangerschap. Vrouwen met het HELLP-syndroom voelen zich meestal erg ziek. Het HELLP-syndroom heeft een onvoorspelbaar ziektebeeld, waarbij de vrouw zich het ene uur goed kan voelen en het andere uur heel ziek. De diagnose HELLP-syndroom wordt definitief gesteld op grond van bloedonderzoek.
De letters HELLP zijn de beginletters van de Engelse verklaring van het ziektebeeld.
Hemolyse: bloedafbraak
Elevated Liver enzymes: leverfunctiestoornissen
Low Platelets: afbraak van bloedplaatjes
Zowel pre-eclampsie als het HELLP-syndroom kunnen vanaf de 24e week van de zwangerschap voorkomen, maar komen vaker aan het einde van de zwangerschap voor.
Verschijnselen bij pre-eclampsie / HELLP-syndroom
Verschijnselen die gepaard kunnen gaan met pre-eclampsie en/of het HELLP-syndroom zijn:
Hoge bloeddruk;
Eiwit in de urine;
Plotseling vocht vasthouden in gezicht, handen en voeten;
Gevoel van strakke band om de bovenbuik (alsof een riem te strak is aangetrokken);
Misselijkheid / veel braken;
Concentratieproblemen;
Hoofdpijn;
Wazig zien, lichtflitsen of sterretjes zien;
Pijn in de bovenbuik of tussen schouderbladen;
Tintelingen (bijvoorbeeld in de vingers) door het vasthouden van vocht;
Tillen als van gevolg prikkeling van de zenuwen;
Vermoeidheid / grieperig gevoel;
Weinig plassen (in een later stadium van het ziektebeeld).
Eén of meer van de bovenstaande genoemde symptomen kunnen samen, maar ook los van elkaar voorkomen.
Wanneer u deze klachten heeft in combinatie met een hoge bloeddruk en/of eiwit in de urine, dan zal de verloskundige u verwijzen naar het ziekenhuis. U wordt daar onderzocht, krijgt zo nodig medicatie en u wordt zo nodig opgenomen.
Onderzoek in het ziekenhuis
Bloeddrukcontrole
Als uw bloeddruk in de tweede helft van de zwangerschap verhoogd is, wordt deze na korte tijd opnieuw gecontroleerd. Soms blijkt deze dan toch normaal te zijn. Als de bloeddruk bij herhaling verhoogd is, is er mogelijk sprake van zwangerschaps-hypertensie.
Eiwitcontrole in de urine
Bij een verhoogde bloeddruk wordt de urine gecontroleerd op de aanwezigheid van eiwit. De kans dat er bij een onderdruk van 90 mmHg eiwit in de urine zit, is heel klein. Bij een hogere bloeddruk ziet men vaker eiwit in de urine. Wat afscheiding of een blaasontsteking geeft soms ook wat eiwit in de urine. Eiwit in de urine vertelt ook iets over het functioneren van de nieren en de ernst van de hypertensie.
Bloedonderzoek
Bij bloedonderzoek wordt gekeken naar het aantal bloedplaatjes en het functioneren van de lever en de nieren.
Gewichtscontrole
Uw gewicht kan worden gecontroleerd om te zien of u veel vocht vasthoudt. Meestal verzamelt vocht (oedeem) zich in de onderbenen. U kunt dan putjes in de benen drukken die langzaam verdwijnen. Soms zwellen ook het gezicht en de handen op als gevolg van oedeem.
Conditie van de baby
Voor de beoordeling van de conditie van de baby wordt de grootte van de baarmoeder gecontroleerd met een echo. De gynaecoloog kijkt of de baby groot genoeg is voor de duur van de zwangerschap. Daarnaast wordt een hartfilmpje (CTG) gemaakt van de baby om de hartslag te controleren.
Aanvullend onderzoek
Echoscopisch onderzoek kan informatie geven over de grootte van de baby. De hoeveelheid vruchtwater wordt daarbij bekeken. Bij ernstiger vormen van hypertensie kan de doorstroming van de bloedvaten in de navelstreng en het hoofd gemeten worden (doppler onderzoek).
Opname bij zwangerschapshypertensie
Bij een (te) hoge bloeddruk en/of wanneer er sprake is van eiwit in de urine, wordt u meestal opgenomen. U krijgt vaak een waakinfuus, waardoor u indien nodig medicatie toegediend kunt krijgen. Daarnaast wordt de bloeddruk regelmatig gemeten en wordt dagelijks een hartfilmpje (CTG) van de baby gemaakt om de conditie in de gaten te houden. Bloedwaarden en urine kunnen worden gecontroleerd. Zo nodig krijgt u bloeddrukverlagende medicijnen. Tenslotte wordt geadviseerd om zoveel mogelijk rust te houden. Bij ernstige hypertensie of ernstiger verloop (HELLP-syndroom) kan een verblijfskatheter noodzakelijk zijn om de urineproductie te controleren.
Bevalling bij lichte hypertensie
De gynaecoloog probeert de baby zolang mogelijk in de baarmoeder te laten. Dat kan bij een goede conditie van uzelf en de baby betekenen dat gewacht wordt tot de bevalling spontaan begint. In andere gevallen kan de gynaecoloog adviseren de bevalling in te leiden, bijvoorbeeld als de bloeddruk hoger wordt, als bloeduitslagen afwijkend zijn, als het eiwit in de urine toeneemt, of als de conditie van de baby achteruit lijkt te gaan.
Bevalling bij ernstige hypertensie
De enige manier om de zwangerschapshypertensie te behandelen is het beëindigen van de zwangerschap. Alle andere behandelingen bestrijden alleen symptomen en zijn erop gericht om complicaties te voorkomen. Bij de overweging om de zwangerschap te beëindigen, spelen onder andere de duur van de zwangerschap, de groei en conditie van het kind en de conditie van de moeder een rol.
Als een inleiding niet mogelijk is of als de conditie van de baby of de moeder dit niet toelaten, wordt een keizersnede overwogen.
Herstel
Na de bevalling moet u soms langer opgenomen blijven, omdat in deze periode de bloeddruk nog verder kan stijgen of andere complicaties en klachten kunnen optreden. De duur van de opname is afhankelijk of u wel of geen medicatie gebruikt voor de hoge bloeddruk en kan variëren tussen 24 tot 48 uur na de bevalling.
Vaak behoudt u ook het infuus en zult u de bloeddrukverlagende medicijnen moeten blijven gebruiken. Het afbouwen van deze medicatie gebeurt onder controle van de huisarts.
Veel vrouwen hebben na een door PE of HELLP gecompliceerde zwangerschap langdurig last van een verminderde conditie, zijn prikkelgevoelig en hebben moeite met concentreren. Stichting HELLP biedt hierover uitgebreide informatie en lotgenotencontact.
De volgende zwangerschap
Bij zeer ernstige zwangerschapshypertensie of eclampsie is er een kleine kans op herhaling een volgende zwangerschap. Het verloop is dan vaak minder ernstig. Een gesprek met de gynaecoloog voorafgaand aan een volgende zwangerschap geeft u informatie over wat u kunt verwachten. De begeleiding van een volgende zwangerschap gebeurt door de gynaecoloog. Na een zwangerschap waarbij er sprake was van een lichte zwangerschapshypertensie en waarbij u na een zwangerschapsduur van 37 weken bevallen bent van een baby met een gezond gewicht, bestaat er een overlegsituatie. De verloskundige of de huisarts kan dan met de gynaecoloog overleggen of controle door de gynaecoloog tijdens de zwangerschap gewenst is. Als u een keizersnede hebt gehad, hebt u echter bij een volgende zwangerschap altijd een medische indicatie voor de bevalling.
Emoties
Als u plotseling ernstig ziek wordt als gevolg van de pre-eclampsie, eclampsie of HELLP, kunt u hier emotioneel last van hebben. Dat is heel begrijpelijk. Praten met uw verloskundige, gynaecoloog of met lotgenoten via de patiëntenvereniging HELLP-syndroom kan helpen dit te verwerken. Voor meer informatie kunt u ook contact opnemen met de volgende instanties:
Stichting HELLP-syndroom
https://www.hellp.nl/https://www.hellp.nl/
De tekst van deze pagina is mede gebaseerd op een tekst van de Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie (NVOG)https://www.nvog.nl/.
Bij samenstelling van deze pagina is gebruikt gemaakt van informatie van de Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie (NVOG) in Utrecht.
Andere pagina’s, folders en brochures op het gebied van de verloskunde, gynaecologie en voortplantingsgeneeskunde kunt u vinden op de website van de NVOGhttps://www.nvog.nl/.
G360-HLaatst bijgewerkt op 25 januari 2026

