Heupprothese

Behandeling

Inleiding

Veel mensen met een versleten heupgewricht hebben baat bij een operatie waarbij het heupgewricht vervangen wordt door een kunstheup (heupprothese). Samen met uw arts/de verpleegkundig specialist heeft u het besluit genomen om deze operatie te plannen.

‘Een goed begin is het halve werk’ geldt ook voor een heupoperatie. Een goede voorbereiding zal bijdragen aan een vlot herstel. Deze pagina is bedoeld om u hierbij te helpen.

Op deze pagina kunt u lezen over:

  • het fast-track-project

  • de operatie

  • over wat u zelf kunt doen ter voorbereiding

  • de opname in het ziekenhuis

  • en adviezen voor de herstelperiode thuis

Het heupgewricht

G365 gezond heupgewricht met tekstGezond heupgewricht

Er bestaan verschillende soorten gewrichten, één daarvan is het kogelgewricht. Bij een kogelgewricht heeft het ene gewrichtsvlak de vorm van een kom, het andere de vorm van een kop. De gewrichtskop en de gewrichtskom passen precies in elkaar en kunnen naar alle kanten bewegen.

Het heupgewricht is zo’n kogelgewricht. Het verbindt het bekken met het dijbeen. De kop van het heupgewricht bevindt zich in het bovenste gedeelte van het dijbeen. De gewrichtskom bevindt zich in het bekken. De gewrichtsvlakken zijn bekleed met een laagje kraakbeen, zodat ze gemakkelijk over elkaar glijden. De botdelen van een gewricht worden op hun plaats gehouden door een stevig kapsel. Om dit kapsel bevinden zich pezen en spieren. Door het heupgewricht kan het been met behulp van spieren in alle richtingen worden bewogen.

Gewrichtsslijtage

Slijtage
Een aandoening van de gewrichten die bij veel mensen voorkomt, is gewrichtsslijtage. In medische termen wordt dit artrose genoemd. Artrose kan voorkomen in alle gewrichten van het menselijke lichaam, dus ook in het heupgewricht. Door slijtage wordt de gladde kraakbeenlaag van het gewricht aangetast en kan het zijn dat de kraakbeenlaag uiteindelijk helemaal verdwijnt. De gewrichtsvlakken kunnen daardoor niet meer zo soepel langs elkaar glijden, met als gevolg dat het bewegen steeds moeilijker en pijnlijker wordt.

G365 ziek heupgewricht met tekstZiek heupgewricht

Klachten
Slijtage van het heupgewricht kan allerlei klachten veroorzaken:

  • Een continue pijn in de lies. De pijn kan uitstralen naar de dijstreek, het bovenbeen en de knie en soms ook naar het onderbeen.

  • Stijfheid bij het opstaan als u heeft gezeten. Men spreekt ook wel van ‘startpijn’.

  • Moeite met lopen en de neiging voorover te lopen.

  • Niet kunnen bukken of traplopen.

  • Pijn gedurende de nacht.

  • Verergering van de klachten bij vochtig en koud weer.

  • Moeite met het vastmaken van uw schoenveters.

Verminderen van de klachten
Er zijn verschillende mogelijkheden om de klachten te verminderen:

  • Met behulp van pijnstillers die de arts voorschrijft.

  • Door met een stok te lopen aan de kant van uw ‘goede’ heup.

  • Met behulp van fysiotherapie. De fysiotherapeut zal door middel van oefeningen de pijn proberen te verlichten en uw heupgewricht zo beweeglijk mogelijk proberen te houden.

  • Door middel van een operatie waarbij de heupkom en heupkop worden vervangen door een kunstgewricht. Als pijnstillers en fysiotherapie onvoldoende helpen, is een operatie vaak de enige oplossing.

Besluit om te opereren

Voordat u zich aan uw heup laat opereren, moet u goed weten waarom een operatie nodig is, wat de operatie inhoudt en hoe het herstel na de operatie zal verlopen. Wanneer u deze pagina leest, heeft de orthopedisch chirurg/verpleegkundig specialist met u besproken dat een operatie nodig is.

Afspraak opname
Op de polikliniek, na het bezoek aan uw behandelend arts of verpleegkundig specialist, heeft u van de afdeling operatieplanning orthopedie een datum en tijd van opname meegekregen, of dit wordt telefonisch met u afgesproken. Daarnaast worden er enkele vooronderzoeken gepland.

Fast-track-project

In CWZ wordt voor alle totale heup en totale knieoperaties gewerkt volgens een herstelprogramma, wat in principe 1 dag duurt en ‘fast track’ wordt genoemd. Het programma is een van de belangrijkste ontwikkelingen van de laatste jaren in de chirurgie. Het is gebleken dat een sneller herstelprogramma zorgt voor een beter resultaat. U bent sneller weer op de been, kunt sneller naar huis en ook weer uw normale leven oppakken.

Ten opzichte van de zorg die vroeger werd gegeven heeft u nu een veel actievere rol in uw eigen herstel. Zo wordt van u verwacht dat u direct na de operatie start met bewegen. Deze extra inspanning zorgt voor een sneller herstel, want ‘rust roest’. We benaderen u niet als ‘ziek’, maar gaan juist uit van wat u allemaal wel kunt. Het herstel vraagt van u een actieve houding, inzet en doorzettingsvermogen. U bent zo min mogelijk in bed en heeft overdag uw eigen kleding aan.

De dag van de operatie begint u met fysiotherapie en op de eerste of tweede dag na de operatie kunt u naar huis. We streven ernaar dat u verblijft op een kamer met patiënten die hetzelfde traject volgen. Op deze manier leren patiënten met een nieuwe heup van elkaar.

Het fast-track-project in het kort

  • Op de dag van de operatie meldt u zich op het afgesproken tijdstip op de afdeling die aan u is door gegeven.

  • U krijgt een goede verdoving en pijnstilling.

  • In de namiddag na de operatie komt de fysiotherapeut bij u. U gaat voor het eerst oefenen op bed, op de bedrand zitten en mogelijk maakt u al een begin met staan en lopen.

  • Vanaf de eerste dag na de operatie draagt u uw eigen kleding en bent u veel uit bed.

  • De fysiotherapeut oefent 2 keer per dag met u.

  • In de namiddag van de 1e dag na de operatie kunt u, als u voldoet aan de ontslagcriteria, weer naar huis. Dat wil zeggen als u een bepaalde mate van zelfstandigheid heeft, de pijn onder controle is, de wond rustig en er geen complicaties zijn opgetreden. Wanneer er nazorg nodig is hoort u van de verpleegkundige of dit geregeld is.

  • Het is de bedoeling dat u voorafgaande aan uw operatie zelf fysiotherapie inschakelt voor als u thuis bent.

Voorbereiding op de operatie

Een goede voorbereiding op de operatie is belangrijk. Hieronder kunt u lezen wat voor u belangrijk kan zijn.

De arbodienst/bedrijfsarts
De bedrijfsarts begeleidt de terugkeer naar uw werk. Daarom is het belangrijk dat uw bedrijfsarts op de hoogte is van uw aandoening of behandeling. Afspraken over uw werk zullen vaak soepeler verlopen als u de bedrijfsarts al vóór de ingreep informeert.

Roken
Uit onderzoek is gebleken dat ongeveer de helft van de patiënten die rookt een complicatie krijgt. Een complicatie is een onvoorziene gebeurtenis tijdens of na de operatie die extra onderzoek of behandeling behoeft of leidt tot een verlengde opnameduur. De kans op een complicatie is echter met 50% (!) te verminderen door rondom de operatie te stoppen met roken. Als u rookt vragen wij u daarom om minimaal 8 weken rondom de operatie te stoppen met roken: 4 weken voor, en tot minstens 4 weken na de operatie. Dit om de kans op schade aan uw gezondheid zo klein mogelijk te maken.

Stoppen met roken doet u niet alleen
Wij begrijpen dat tijdelijk stoppen met roken misschien een grote stap voor u is. Daarom bieden wij u graag onze hulp bij het stoppen aan. Bij de planning van de operatie is u gevraagd of u rookt. Er bestaan medicijnen of een begeleid programma die u kunnen helpen met het stoppen met roken: www.rookvrijenfitter.nl/sportqube

Anesthesie (verdoving)
Meer informatie hierover kunt u lezen op de pagina van anesthesie.

Verpleegkundig spreekuur
Voorafgaande aan de operatie heeft u een intakegesprek met de orthopedisch verpleegkundige van de polikliniek orthopedie. Tijdens dit gesprek worden er gegevens over u genoteerd die belangrijk zijn voor de opname op de verpleegafdeling, wordt u geïnformeerd over hoe u zich zo goed mogelijk kunt voorbereiden en wordt de nazorg besproken. Daarnaast bestaat de mogelijkheid om groepsvoorlichting bij te wonen. Hier krijgt u informatie over wat u kan verwachten, voor, tijdens en na de operatie. Dat wordt bij het plannen van de operatie aan u voorgesteld.

App
Download de CWZ Zorgapp met belangrijke informatie over uw orthopedische behandeling.

  • Zoek in de App Store of Google Play naar ‘Patient Journey’ app en download de gratis app.

  • Kies vervolgens in de app voor ‘CWZ Zorgapp’.

  • Selecteer orthopedie en kies uw behandeling.

Via deze app krijgt u de komende tijd informatie op maat.
Iedereen kan deze app downloaden.

Wat moet u meenemen?
Tijdens uw opname heeft u nodig:

  • gemakkelijk zittende kleding (niet te strakke kleding)

  • toiletartikelen (geen handdoek en washandjes)

  • goede schoenen, evt. met elastische veters (geen slippers)

  • geldige legitimatie (paspoort, ID-kaart of rijbewijs)

Waardevolle bezittingen
Het is raadzaam om sieraden en andere kostbaarheden thuis te laten. Het ziekenhuis kan niet aansprakelijk worden gesteld voor diefstal of zoekraken van uw spullen.

Medicijnen
De medicijnen die u tijdens uw verblijf nodig heeft, ontvangt u van de ziekenhuisapotheek. We vragen u wel om uw eigen medicijnen, in de originele verpakking, bij uw opname mee te nemen.
Neem geen medicijnen van uzelf in zonder te overleggen met de verpleegkundige. Een combinatie van geneesmiddelen kan namelijk gevaarlijk zijn.

Dieet
Als u een bepaald dieet volgt, vragen wij u dit aan de verpleegkundige mede te delen. Dan kan daar rekening mee worden gehouden tijdens de opname.

Bloedverdunnende medicijnen (antistollingsmiddelen)

  • Gebruikt u bloedverdunnende medicijnen, zeg dit dan tegen uw behandelend arts in CWZ. Als u bekend bent bij de trombosedienst, neem uw doseerkaart altijd mee naar het ziekenhuis.

  • Het kan zijn dat u tijdelijk moet stoppen met deze bloedverdunnende medicijnen. Uw behandelend arts vertelt u hoe lang u voor de ingreep of operatie met het innemen moet stoppen en wanneer u weer kunt beginnen met de medicijnen.

  • Als u medicijnen gebruikt of overgevoelig bent voor bijvoorbeeld jodium, verdovingsvloeistof, pleisters of andere stoffen zeg dit dan tegen de arts of de verpleegkundige.

  • Zeg het ook als u een pacemaker of een ICD draagt.

Krukken
Op de verpleegafdeling A44 kunt u krukken huren of kopen. U kunt ze ook zelf huren via bijvoorbeeld de thuiszorgwinkel. De fysiotherapeut in het ziekenhuis zal deze voor u op de juiste hoogte afstellen.

De operatiedag

U meldt zich op het afgesproken tijdstip bij de afdeling die u doorgekregen heeft van de operatieplanning, u kunt dit ook terug vinden in Mijn CWZ. Op deze afdeling vindt de voorbereiding plaats voor uw operatie.

Nuchter
Meer informatie hierover kunt u vinden op de pagina van anesthesie.

Voorbereidingen

  • Voordat u naar de operatiekamer gaat, krijgt u eerst op de afdeling de voorbereidende medicatie voor de anesthesie (premedicatie). Het is belangrijk dat u deze medicatie voor de ingreep inneemt. Dit heeft als doel een spiegel in uw bloed op te bouwen zodat na de operatie de pijnmedicatie meer effect heeft.

  • Het is belangrijk dat u voor de ingreep nog even plast, zodat de blaas leeg is.

  • Wanneer u een gebitsprothese heeft, moet u deze uit doen.

  • U mag geen sieraden/piercings dragen

  • U mag geen make-up of bodylotion gebruiken.

  • Nagellak, gellak, acryllak of nepnagels mogen blijven zitten.

  • Tot 3 dagen voor de operatie mag u nog scheren of ontharingscrème gebruiken, dit om wondjes te voorkomen

  • Tijdens de operatie draagt u een operatiejasje dat u op de afdeling krijgt. Bovengenoemde maatregelen zijn bedoeld om de hygiëne op de operatiekamer te waarborgen en de kans op een infectie te verminderen.

  • De verpleegkundige zal, samen met u, een pijl op de te opereren been zetten, dit is ter controle

  • Een kwartier voor de ingreep wordt u naar de voorbereidingsruimte van de operatieafdeling gebracht. Hier wordt u verder voorbereid op de operatie.

  • U gaat in uw bed naar de operatiekamer en schuift op een smalle operatietafel. De anesthesioloog geeft u de verdoving die met u besproken is. Als de operatie begint zal de bewakingsapparatuur aangesloten worden, om lichaamsfuncties zoals bloeddruk, hartslag en ademhaling tijdens de operatie goed te kunnen observeren.

Verpleegkundig specialist
U wordt door het hele traject begeleid door de verpleegkundig specialist. Zij is uw vaste aanspreekpunt op de verpleegafdeling. De orthopedisch verpleegkundigen op de polikliniek geven u voorlichting voor de operatie en zijn telefonisch te bereiken bij vragen of problemen. Zij staan in nauw contact met de verpleegkundig specialist. Meer informatie over hen vindt u op de pagina ‘Medisch ondersteunend personeel binnen de zorgeenheid orthopedie’.

De operatie

In CWZ worden 2 verschillende methoden toegepast bij heupoperaties: de gecementeerde heupprothese en de ongecementeerde heupprothese.

Bij de ongecementeerde heup wordt de prothese in het bot vastgeslagen tijdens de operatie, waarna deze vastgroeit. Dit wordt ook wel de ‘ingroeiprothese’ genoemd. Bij de gecementeerde heup wordt de heupprothese met behulp van botcement in het bot vastgezet. Afhankelijk van uw leeftijd en de kwaliteit van uw bot, kiest de arts voor de gecementeerde of ongecementeerde prothese.

Tijdens een operatie van het heupgewricht wordt het aangetaste gewricht vervangen door een kunstgewricht (een prothese). Om bij het heupgewricht te kunnen komen, maakt de orthopedisch chirurg een snee aan de zijkant van uw bovenbeen. De spieren en pezen worden opzij gelegd. Vervolgens maakt hij het gewrichtskapsel open om de kop uit de kom te kunnen halen. Wanneer dat gebeurd is wordt de kop verwijderd en de kom schoongemaakt. In het heupbeen plaatst de orthopedisch chirurg een nieuwe kom. In het dijbeen wordt een metalen pin ingebracht met daarop een kop. Kop en kom passen precies in elkaar. De prothese wordt, net als het zieke gewricht, op de plaats gehouden door het gewrichtskapsel. Als de kop in de kom is gezet worden het gewrichtskapsel en de huid weer dichtgemaakt (gehecht).

De operatie duurt ongeveer 1 tot 1,5 uur. Is er gekozen voor een ruggenprik, dan bent u tijdens de operatie wakker. U hoort dan alle geluiden van de operatie; het geluid van kloppen of boren. Wilt u deze geluiden liever niet horen, dan kunt u de anesthesioloog om een licht slaapmiddel vragen.

Om tijdens de operatie bij het heupbot te komen moet de orthopedisch chirurg door de huid en spieren heen. In CWZ gebruiken we de toegangsweg via de achterkant (ook wel achterste benadering genoemd) of via de voorkant (ook wel voorste benadering genoemd). Beide benaderingen proberen zoveel mogelijk de spieren intact te laten. Bij de voorste benadering komt het litteken aan de voorkant. Deze methode kan alleen gebruikt worden bij mensen die niet te zwaar gespierd zijn. De achterste benadering is de meeste gebruikte benadering waarbij het litteken aan de zijkant van de heup komt en afbuigt aan de bovenkant of richting de bil.

Voor beide operatiemethoden geldt dezelfde nabehandeling en herstelperiode. De rest van deze pagina zal dan ook van toepassing zijn voor beide genoemde operatietechnieken.

G365 heupprothese met tekst

Complicaties

De complicaties die kunnen ontstaan zijn:

  • Trombose
    Er kan een verstopping van een bloedvat in het been (trombose) ontstaan. Wanneer dit niet behandeld wordt, kan er een stolsel naar de longvaten of hersenvaten schieten. Dit kan zeer ernstige gevolgen hebben. Trombose is herkenbaar aan een gezwollen, glanzende en pijnlijke kuit. Om trombose tegen te gaan krijgt u gedurende 4 weken bloedverdunnende injecties voorgeschreven. Als u zelf bepaalde bloedverdunnende medicijnen gebruikt is dit wellicht niet van toepassing. Dit hoort u van de arts/verpleegkundig specialist.

Er bestaat een kleine kans op specifieke complicaties na een heupprothese operatie. Dit zijn onder andere:

  • Infectie
    Dit kan een oppervlakkige infectie zijn, maar ook een diepe infectie rond de delen van de prothese. Diepe infecties kunnen tot ernstige complicaties leiden.

  • Luxatie
    Een heupluxatie is het uit de heupkom schieten van de heupkop. Dit komt heel weinig voor. Uit onderzoek is gebleken dat het geven van beperkingen en/of leefregels niet helpt bij het voorkomen van luxaties. We moedigen u daarom vooral aan om te gaan bewegen. Let hierbij vooral op de signalen die uw lichaam u geeft. Ga niet door als uw lichaam u waarschuwt met (pijn)klachten.

  • Breuken
    Breuken van het dijbeen en van het bekken komen soms voor tijdens de operatie, vooral als de botten zacht of broos zijn. Gelukkig zien we dit niet zo vaak.

  • Zwelling
    Na de operatie kan een zwelling van het onderbeen ontstaan. Dit is een normaal verschijnsel na een heupprothese en zal in de loop van enkele maanden weer verdwijnen.

  • Losraken
    De heupprothese wordt goed vastgezet. In een enkel geval kan het soms voorkomen dat deze gaat loszitten en pijn veroorzaakt. In dat geval is een extra operatie nodig (‘revisie’).

  • Slijtage
    Uw heupprothese is een mechanisch werkend geheel en is daarom onderhevig aan wrijving en slijtage. De slijtage is beperkt vanwege het ontwerp van de prothese. Geheel voorkomen van slijtage is echter niet mogelijk.

  • Verschil in beenlengte
    Na uw heupoperatie kan het voorkomen dat er een beenlengteverschil is ontstaan. Meestal is dit het gevolg van een minimale verlenging van de geopereerde zijde. Uw orthopeed streeft altijd optimale beenlengte na. Mocht er een beenlengteverschil blijven bestaan dan wordt een verhoogde schoenzool geadviseerd.

  • Looppatroon
    Na het plaatsen van een heupprothese is het looppatroon van sommige patiënten niet optimaal. Dit kan meerdere oorzaken hebben, bijvoorbeeld pijn, verkeerd looppatroon voor de operatie (lijkt vaak op een beenlengte verschil). Normaal gesproken moet dit na drie maanden geheel of grotendeels verdwenen zijn. Een klein deel van de patiënten houdt deze problemen.

Landelijke registratie
Uw operatiegegevens zullen worden geregistreerd in de Landelijke Registratie Orthopedische Implantaten. Als u hier bezwaar tegen heeft, kunt u dit zeggen tegen uw behandelend specialist.

Na de operatie

Na de operatie gaat u naar de uitslaapkamer (verkoeverkamer). Hier zal men regelmatig uw bloeddruk, hartslag, temperatuur en ademhaling controleren. Er wordt ook regelmatig naar de wond gekeken en naar de pijn gevraagd. Als u weer goed wakker bent en de pijn onder controle is, gaat u naar de verpleegafdeling.

Pijn
Na de operatie kunt u pijn hebben. Met behulp van een speciale pijnbestrijdingsmethode (zie hoofdstuk pijnmeting in de pagina ‘Verdoving bij volwassenen’) wordt de pijn onder controle gehouden, zodat u sneller van de operatie kunt herstellen. Vertel altijd tegen de verpleegkundige als u pijn heeft. Wacht niet te lang met het aangeven van de pijn en de inname van de pijnmedicatie!

Duizeligheid en misselijkheid
Duizeligheid en misselijkheid komen regelmatig voor na de operatie. Meestal is dit een reactie op de anesthesie en medicijnen. Als u misselijk bent krijgt u hier medicijnen voor.

Medicijnen
U krijgt via een injectie bloedverdunnende middelen gedurende 4 weken. Tijdens de opname wordt u aangeleerd om uzelf de bloedverdunnende injecties te geven.

Infuus
Na de operatie heeft u een infuus in uw arm. Het infuus zorgt ervoor dat u voldoende vocht krijgt. Verder krijgt u via het infuus een antibioticum toegediend. Het infuus wordt in de loop van de avond verwijderd

Wondpleister
Op de wond zit een comfortabele en flexibele pleister (anti allergeen) waar u goed mee kunt bewegen en zelfs mee kunt douchen. De pleister kan veel vocht absorberen en vasthouden en moet zo lang mogelijk blijven zitten (maximaal 7 dagen) Dit voorkomt onnodige verbandwisselingen en daarmee de kans op blaarvorming. Het vormt een barrière voor bacteriën en virussen waardoor de kans op een wondinfectie geminimaliseerd wordt. Indien de wond droog is hoeft u geen pleister meer te plakken.

Liggen, slapen
U mag direct na de operatie gaan liggen in de houding waarin u het prettigst ligt. Dit mag ook op de geopereerde zijde. Als u graag op uw zij slaapt kunt u een stevig kussen tussen de benen plaatsen voor uw comfort.

Eten en drinken
Wanneer u na de operatie op de verpleegafdeling bent mag u water drinken en als dit goed gaat mag u beginnen met eten. Het komt vaak voor dat mensen een gebrek aan eetlust hebben. Dit kan soms tot een aantal weken na de operatie aanhouden. Het is belangrijk dat u gezond eet en voldoende drinkt om u herstel te bevorderen. Het kan helpen om niet te grote porties in een keer te nemen maar vaker op de dag kleinere porties.

Fysiotherapie
In de middag na de operatie start u onder begeleiding van een fysiotherapeut met oefenen. U krijgt oefeningen op bed en leert hoe u uit bed moet komen.
Ook gaat u, als de situatie het toelaat, oefenen met lopen. Dit wordt op de dag na de operatie verder uitgebreid. Gedurende de opname in het ziekenhuis wordt aandacht besteed aan de dingen de u moet kunnen om weer zelfstandig te zijn. Denk hierbij aan: in en uit bed komen, opstaan en gaan zitten, lopen in en uit de auto stappen, indien nodig traplopen. Meestal loopt u met elleboogkrukken. Als u al loopt met een rollator of als dat voor het evenwicht beter is, is een rollator ook een zeer geschikt hulpmiddel.

Opbouw van andere activiteiten zoals bijvoorbeeld fietsen en autorijden worden ook met u besproken. Tijdens de loopoefeningen is het raadzaam om makkelijk zittende kleding en stevige schoenen (met veters) aan te hebben.
Belangrijk is dat u zelf veel oefent, hiermee werkt u aan uw eigen herstelproces.

Hechtingen/bloeduitstorting/zwelling
De huid is gesloten met hechtingen die na ongeveer 6 weken vanzelf oplossen. Het is dus niet nodig hechtingen te verwijderen. Soms ontstaat er een bloeduitstorting rondom de wond en/of zwelling van het been. Dit verdwijnt weer na enkele weken. Het helpt hierbij om regelmatig te lopen. Ook kunt u uw geopereerde been hoger leggen als u zit of ligt.

Moeilijke stoelgang (obstipatie)
Het komt vaak voor dat de eerste dagen na een operatie de stoelgang lastiger is of nog op zich laat wachten. Dit wordt meestal veroorzaakt door minder beweging, verandering in leefritme, medicatie en andere voeding. Als u merkt dat uw stoelgang slechter gaat of als u gevoelig bent voor verstopping (obstipatie) zeg dit dan tegen de verpleegkundige.

De eerste dag na de operatie
De eerste dag heeft u bij uw lichamelijke verzorging wellicht hulp nodig van een verpleegkundige. Het is echter de bedoeling dat u zo snel mogelijk weer dingen zelf gaat doen. Uw versleten heup is namelijk vervangen en verder bent u niet ziek. De dag na de operatie wordt er bloed afgenomen om te controleren of u tijdens de operatie niet te veel bloed heeft verloren. Ook wordt er een röntgenfoto gemaakt ter controle.

Naar huis

Voorbereiding
Wanneer u zich zelfstandig en veilig met een hulpmiddel kunt bewegen en u geen medische zorg meer nodig heeft, gaat u met ontslag. Dit is in de middag van de eerste dag na de operatie. Is dit niet haalbaar dan gaat u op de tweede dag na de operatie met ontslag. De verpleegkundige checkt indien dit voor u van toepassing is of de nazorg die vooraf met u besproken is, geregeld is. Voordat u naar huis gaat, neemt de verpleegkundige met u de ontslagpapieren door. Een medewerker van de apotheek neemt met u de medicatie door die u thuis gaat gebruiken.

Aanpassingen in huis
Zorg vooraf thuis voor deze dingen:

  • Een hoge rechte stoel met leuningen.

  • Verwijder losse kleedjes op een gladde vloer te verwijderen, vanwege het gevaar van uitglijden.

  • Zorg voor een stevig bevestigde trapleuning bij de trap; eventuele trapbekleding moet veilig en vlak zijn.

  • Plaats een toiletverhoger (indien nodig) en handgrepen in de douche en toiletruimte.

  • Zorg voor een lange schoenlepel en een helping-hand (grijptang).

Uw bed hoeft niet speciaal verhoogd te zijn, maar een verlaagd bed of waterbed is niet praktisch. Bij een te laag bed kunt u eventueel klossen bij de Thuiszorgwinkel lenen.
Wanneer u ‘s nachts vaak naar het toilet moet, is het fijn om tijdelijk een postoel naast uw bed te hebben. Deze hulpmiddelen kunt u lenen of kopen bij de Thuiszorgwinkel. Het is raadzaam om dit voor uw opname te regelen.

Fysiotherapie thuis
Bij ontslag krijgt u een verwijsbrief/ overdrachtsbrief mee voor vervolg fysiotherapie. U moet zelf contact opnemen met een fysiotherapeut. U kunt het beste een fysiotherapeut bij u in de buurt kiezen. De fysiotherapeut kan zich samen met u richten op doelen die u graag weer wilt bereiken. Ook is begeleiding van de fysiotherapeut belangrijk bij het werken aan een goed looppatroon en het afbouwen van het gebruik van de loophulpmiddelen. Wij adviseren u om minimaal 6 weken zelf thuis en bij de fysiotherapeut door te gaan met oefenen.

Weer thuis

Pijn, stijfheid
Met uw nieuwe heup zullen de pijnklachten die voor u de operatie had grotendeels verdwenen zijn. Ook kunt u enkele bloeduitstortingen (blauwe plekken) bij de wond hebben, deze verdwijnen vanzelf. Houd er wel rekening mee dat uw nieuwe heup en de wond tot 3 maanden na de operatie nog pijnklachten kunnen geven. Dit wordt steeds minder vanaf 2 weken na de operatie. Gebruik in deze periode gerust de pijnmedicatie zoals in het ziekenhuis met u besproken is.

Soms voelt men een doffe pijn na een lange wandeling, dit kan ongeveer een jaar duren. Ook startpijn (pijn bij de eerste stappen na het opstaan) kan nog een aantal maanden bestaan. Dit wordt vanzelf beter en betekent niet dat de prothese niet goed functioneert of los zit.

De beweeglijkheid zal voor de meeste dagelijkse activiteiten herstellen. Toch zult u, ook met een nieuwe heup, altijd wat last houden van stijfheid. De spieren rond de heup zijn namelijk door de langdurige pijnklachten die u van tevoren had, wat korter geworden. Dit wordt door de operatie niet verholpen.

Deelnemen aan het verkeer
Als u voor de operatie ook al regelmatig fietste, mag u ongeveer 6 weken na de operatie weer buiten gaan fietsen. Hiervoor moet u voldoende controle over u been hebben. Gebruik een damesfiets vanwege de lage instap. Het is aan te raden van tevoren te oefenen op een hometrainer, u kunt hier in overleg met uw fysiotherapeut mee starten. Meestal kunt u 4 tot 6 weken na de operatie weer autorijden. Om gas te kunnen geven, te schakelen en remmen heeft u een goede controle over uw been nodig. Als leidraad kunt aanhouden dat het veilig is om auto te rijden als u geen krukken meer nodig heeft.

Weer aan het werk
Dit kan 6 tot 9 weken na de operatie zijn en is afhankelijk van het soort werk dat u doet. Zittend werk kan soms al eerder gedeeltelijk hervat worden. Iedereen herstelt echter in zijn of haar eigen tempo.

Reizen
U mag vanaf 6 weken na de operatie weer vliegen. Houdt u er wel rekening mee dat wanneer de vlucht langer dan 2 uur duurt, u wel tussendoor even de benen strekt. Het zou kunnen dat bij de douane de metaaldetector af gaat door uw metalen prothese. Ons advies is daarom om vooraf bij de douane te melden dat u een prothese heeft. Er wordt door ons geen schriftelijk bewijs voor afgegeven.

Seksuele activiteiten
U kun weer seksueel actief zijn zodra u daar behoefte aan heeft. Waarschijnlijk zijn bepaalde houdingen prettiger dan andere. Ontdek samen met uw partner wat prettig en mogelijk is.

Wanneer uw arts waarschuwen?
Het is belangrijk dat u in de volgende gevallen contact opneemt met het telefonisch spreekuur orthopedie:

  • als de operatiewond meer gaat lekken na 7 dagen of als de operatiewond weer open gaat nadat de wond gesloten is

  • als het wondgebied erg gezwollen en rood blijft

  • als uw been erg pijnlijk aanvoelt

  • als u het geopereerde been niet meer kunt belasten

  • als u koorts krijgt hoger dan 38,5°C

Bezoek huisarts of tandarts
Zolang u de prothese heeft, blijft het risico van infectie bestaan. In verband hiermee is het belangrijk dat u alert bent bij een operatieve ingreep.
Uw huisarts is van de operatie op de hoogte gebracht. Als u bij andere specialisten in behandeling komt, vertel dan altijd dat u een prothese heeft.
Antibioticagebruik bij tandheelkundige ingrepen is niet nodig.
Een goede mondhygiëne is wel belangrijk bij het voorkomen van infecties.

Controle
Via de CWZ Zorgapp vragen wij u wekelijks om vragen te beantwoorden, op deze manier monitoren wij u vanuit het ziekenhuis. Via deze app kan u ook chatten met ons.
8 weken na de operatie heeft u een controleafspraak bij de arts/verpleegkundig specialist.

Tips en richtlijnen bij de uitvoering van diverse dagelijkse handelingen:

Onderstaande adviezen kunt u gebruiken bij allerlei dagelijkse handelingen en zijn gericht op energiebesparing en zorgen ervoor dat u uw heup niet overbelast.

  • Als u lang moet staan kunt u een hoge kruk of stoel gebruiken. Denk hierbij aan activiteiten als afwassen, strijken, koken etc.

  • Probeer het staan en lopen af te wisselen met zitten. Hierdoor kunnen de spieren weer geleidelijk wennen aan het belasten. Ook voorkomt dit dat de nieuwe heup langdurig wordt belast.

  • Zorg ervoor dat u niet ver hoeft te reiken. De kans om uw evenwicht te verliezen is dan groter. Doe liever een stapje erbij, zodat u steeds zoveel mogelijk in het midden voor u werkt.

  • Plan uw activiteiten per dag. Stel prioriteiten en wissel zware en lichte taken af. Laat voldoende ruimte voor pauzes.

  • Richt uw woon- en werkomgeving zo praktisch mogelijk in. Zorg dat de spullen die u regelmatig nodig heeft tussen heup- en schouderhoogte opgeborgen zijn.

  • Bereid uw werkplek voor voordat u ergens aan begint. Verzamel alles wat u nodig heeft van tevoren.

Adviezen per activiteit

Slapen
Als u op uw zij slaapt is het aan te raden een kussen tussen de benen te plaatsen voor comfort. Heeft u een laag bed, dan kunt u een extra matras erop leggen of bedklossen gebruiken. Een hoogte van ongeveer 50 cm is voldoende.

Zitten en opstaan
Maak gebruik van armleuningen van een stoel bij het opstaan en gaan zitten. Het meest comfortabel is een stoel met vlakke stevige zitting en van waaruit u gemakkelijk opstaat en waar u niet te veel in wegzakt. Een (hoge) rugleuning en armleuningen geven veel steun (een tuinstoel voldoet ook). U kunt het gaan zitten of staan vergemakkelijken door het geopereerde been iets naar voren plaatsen. Een toilet moet voldoende hoog zijn (een hoogte van ongeveer 50 cm is voldoende). Als u een te laag toilet heeft, kunt u tijdelijk een losse toiletverhoger lenen bij de thuiszorgwinkel. Een seniorentoilet heeft al de juiste hoogte.

Baden en douchen
Het kan prettig zijn om de eerste tijd zittend te douchen. Enkele tips hiervoor:

  • Maak gebruik van een douchekruk/-stoel

  • Gebruik een antislipmat in de douchebak; dit voorkomt uitglijden en geeft stabiliteit.

  • Heeft u een douche in de badkuip, dan kunt u na enige tijd na de operatie gebruikmaken van een badplank.

  • Voor extra steun en veiligheid kunt u een handgreep aan de muur bevestigen.

Wij raden u af om de eerste paar weken na de operatie te baden. Dit in verband met het in en uit bad stappen en omdat zitten te belastend kan zijn voor de heup. Vaak is dit na ongeveer 6 weken geen probleem meer. De hulpmiddelen zijn verkrijgbaar in een thuiszorgwinkel.

Aan- en uitkleden
Kleed u gedurende de eerste weken zoveel mogelijk zittend aan. Gebruik bij het aan- en uittrekken van (onder)broek, sokken en schoenen hulpmiddelen zoals de helping hand, kousen-aantrekhulp, lange schoenlepel. Deze zijn verkrijgbaar in een thuiszorgwinkel.
Als u merkt dat de heup een bepaalde beweging nog niet kan, zet dan niet door zodat u niets forceert.

Spullen van de grond rapen
Bukken is mogelijk. Als u merkt dat de heup nog moeite heeft bij het uitvoeren van deze beweging, kunt u door het geopereerde been naar achteren of zijwaarts naar buiten te plaatsen en met een hand te steunen op een stoel of tafel, proberen de heup te ontlasten.
Met behulp van een helping hand kunt u ook staand of zittend spullen oprapen van de grond.

Traplopen
U mag traplopen. Dit oefent u met de fysiotherapeut.
Omhoog: eerst het beste been (niet-geopereerde), dan bijsluiten; het geopereerde been en de elleboogkruk.
Omlaag: eerst de elleboogkruk met het geopereerde been, dan bijsluiten. Een stevige trapleuning is nodig.
In de CWZ Zorgapp vindt u uitleg en een filmpje hierover.

Huishoudelijke activiteiten
Probeer tijdens alle activiteiten staan en zitten goed af te wisselen. Neem voldoende rustpauzes. Zorg dat de spullen niet te laag in de keukenkastjes staan. Voor zwaardere werkzaamheden zoals stofzuigen, bed verschonen en ramen zemen heeft u vlak na de operatie hulp nodig.

Vervoer per auto
Zorg dat u vanaf de straat instapt (niet vanaf trottoir; dat maakt de instap lager).
Zet de autostoel zover mogelijk naar achteren en de rugleuning iets naar achteren zodat u makkelijk kunt instappen. Leg evt. een stevig kussen op de zitting om deze een beetje op te hogen. Een plastic vuilniszak op de zitting maakt de draaibeweging, om in- en uit de auto te gaan makkelijker.

Aandachtspunten bij het gebruik van elleboogkrukken
De krukken worden door de fysiotherapeut afgesteld. De krukken staan op de goede hoogte afgesteld wanneer u kunt staan met de handen op de handgrepen van de krukken en de ellebogen bijna gestrekt.

De meest gestelde vragen na het plaatsen van een heupprothese

Hoe lang blijft mijn heup pijnlijk?
De eerste periode heeft u nog last van spierpijn, dit wordt geleidelijk aan minder. 6 tot 8 maanden na de operatie treedt er nog steeds verbetering op. Startpijn, lokale vermoeidheid en een rekkend, trekkend en drukkend gevoel zullen steeds minder op de voorgrond staan.

Hoe lang blijft mijn been dik?
Het is heel normaal dat u de eerste 3 maanden na de operatie enige zwelling in het onderbeen en/of voet. Het wondgebied kan enige tijd warm aanvoelen.

Hoe vaak moet ik oefenen?
De eerste paar keer komt u de fysiotherapeut bij u thuis. De fysiotherapeut zal met u het revalidatietraject bespreken. U krijgt oefeningen voor in lig-, zit- en sta-houding die u regelmatig kunt herhalen. Uw fysiotherapeut zal u hierin begeleiden.

Wanneer mag ik weer gaan autorijden/fietsen?
Als u voor de operatie ook al regelmatig fietste, mag u ongeveer 6 weken na de operatie weer buiten gaan fietsen. Hiervoor moet u voldoende controle over u been hebben. Gebruik een damesfiets vanwege de lage instap. Het is aan te raden van tevoren te oefenen op een hometrainer, u kunt hier in overleg met uw fysiotherapeut mee starten. Meestal kunt u 4 tot 6 weken na de operatie weer autorijden. Om gas te kunnen geven, te schakelen en remmen heeft u een goede controle over uw been nodig. Als leidraad kunt u aanhouden dat het veilig is om auto te rijden als u geen krukken meer nodig heeft.

Wanneer mag ik weer gaan douchen/in bad?
U kunt al snel weer onder de douche. Als u een goede sta-functie heeft, kunt u in principe vanaf 2 dagen na de operatie onder de douche. De wondpleister mag nat worden. Zorg ervoor dat u in de douche niet kunt uitglijden en dat u zich eventueel aan een stevige handgreep kunt vasthouden. Het is raadzaam de eerste 6 weken niet in bad te gaan vanwege de moeilijke instap.
U mag pas in bad als de wond helemaal dicht is en er geen korstjes meer op de wond zitten.

Wat voor soort schoenen kan ik het beste aantrekken?

Het is verstandig om stevige schoenen met een platte zool te dragen. Maak eventueel gebruik van elastische schoenveters.
Hoge hakken en slippers zijn de eerste 3 maanden niet aan te raden.

Moet ik een steunkous dragen?
In principe is het niet nodig.
Als door zwelling van het (onder)been uw revalidatie belemmerd wordt, overleg dan met uw arts of orthopedisch verpleegkundige of het dragen van een steunkous zinvol is.

Wanneer mag ik weer op mijn zij slapen?
U mag wel op de zij liggen/slapen maar dit lukt de eerste weken vaak nog niet omdat dit te pijnlijk is. Voor comfort is het prettig om een kussen tussen de knieën te leggen.

Hoe verzorg ik mijn wond?
De pleister mag blijven zitten tot de 7e dag na de operatie. U kunt dan zelf de pleister verwijderen en als de wond droog is dan het is niet meer nodig om een nieuwe pleister aan te brengen. De pleister kunt u het beste verwijderen door een hoekje van het verband iets los te maken en door het verband in de lengte te verwijderen (zie pagina ‘Instructies wondpleister’).
De wond moet schoon en droog blijven. De huid rondom de hechtingen kan er wat rood of geïrriteerd uit zien. Soms is deze iets gezwollen. Wanneer de hechtingen opgelost zijn (na ongeveer 6 weken) zal deze roodheid langzamerhand afnemen. Wanneer het wondgebied erg gezwollen is, rood wordt of als er vocht uit komt, is het verstandig om contact op te nemen met de orthopedisch verpleegkundige.
U mag de wond gewoon wassen. Het is wel beter om deze van boven naar beneden te wassen, in plaats van links naar rechts. Als de wond goed genezen en vrij van korstjes is mag u een lotion of crème gebruiken.

Mag ik sporten?
Zwemmen kan en mag na ongeveer 6-8 weken (eerst moet de wond volledig gesloten zijn en vrij van korstjes).
Wandelen, fietsen en een aantal andere laag-belastende sporten zijn toegestaan. We adviseren geen sporten te beoefenen met een hoge belasting, zoals hardlopen en contactsporten. Overleg hierover met uw arts of fysiotherapeut.

Hoelang moet ik gebruik maken van een loophulpmiddel?
Patiënten met een heupprothese lopen gemiddeld 3 tot 6 weken na de operatie met een loophulpmiddel. In overleg met uw fysiotherapeut wordt dit afgebouwd. Hierbij geldt: niet te vroeg met één kruk gaan lopen, omdat u dan een verkeerde houding/verkeerd looppatroon aanneemt.

Hoe ga ik om met bloedverdunnende middelen?
Als u in het ziekenhuis gestart bent met bloedverdunnende injecties moet u deze gedurende 4 weken blijven gebruiken. Als u voor de operatie al bloedverdunnende middelen gebruikte dan heeft u na de operatie advies gekregen met betrekking tot de herstart van deze middelen.

Vragen en/of problemen

Mocht u na het lezen van de pagina of de app nog vragen hebben, neem dan contact op met het telefonisch spreekuur orthopedie. Telefoonnummers vindt u onderaan deze pagina.

U kunt ook contact opnemen door een e-mail te sturen naar polikliniek.orthopedie@cwz.nl.

Bij problemen - als u na de behandeling/operatie weer thuis bent - verwijzen wij u naar de pagina ‘Instructie bij ontslag uit het ziekenhuis’. Deze heeft u bij het ontslag op de afdeling orthopedie gekregen. Hierin staat beschreven hoe u contact op kunt nemen.
Buiten kantooruren en in het weekend kunt u contact op nemen met de huisartsenpost.

Kunt u niet komen?

Kan de geplande operatiedatum niet doorgaan, bijvoorbeeld doordat:

  • er meer voorbereiding nodig blijkt te zijn, door een andere specialist

  • u ziek bent met koorts (griep)

  • u verhinderd bent door onverwachte privéomstandigheden

Laat dit dan zo snel mogelijk weten. U belt naar de afdeling operatieplanning orthopedie, bereikbaar op werkdagen tussen 8.30 en 12.00 uur, telefoonnummer (024) 365 88 36. Als u tijdig belt, kan er nog een andere patiënt gepland worden en maken wij met u een nieuwe afspraak.

G356Laatst bijgewerkt op 3 februari 2026

Inhoudsopgave